‘Fondsenhuizen zijn niet de kleine zus van de banken’

Tanguy van de Werve, topman van de Europese fondsenfederatie Efama ©Diego Franssens

‘De fondsenhuizen zijn niet de kleine zus van de banken, ze vormen een eigen sector. Er is nog wat werk aan de winkel om die perceptie in Europa te keren.’ Dat zegt Tanguy van de Werve, de topman van de Europese fondsenfederatie Efama.

Efama groepeert de belangen van honderden fondsenhuizen in Europa, die een gezamenlijk beheerd vermogen van 18.000 miljard euro vertegenwoordigen. Geen kleine sector, al leeft die perceptie volgens van de Werve nog te veel in Europa. ‘We moeten nog beter uitleggen welke rol we spelen. Door de vele miljarden euro’s die we investeren in bedrijven, helpen we niet alleen de economie te financieren, maar kunnen we ook een leidende rol spelen in de transitie naar een duurzame en digitale wereld’, zegt van de Werve.

'Fonds'. Uw afspraak met uw portefeuille

Het magazine 'Fonds' brengt u elke maand een overzicht van relevant fondsennieuws, analyses van beleggingsfondsen, interviews met internationale fondsenbeheerders en inzicht in de steeds complexere regelgeving. Een handig instrument voor de belegger én investment professional.

  • Interview met de beheerders achter de brandbrief aan Ontex. ‘Ons doel is niet om populair te zijn bij de CEO’s’
  • De favoriete fondsen van Steven De Punt
  • Beleggen in groene obligaties: niet langer een nichemarkt

Woensdag 23 september gratis bij De Tijd.

De ervaring van van de Werve kan helpen Efama nog meer op de kaart te zetten. De 51-jarige man heeft veel kilometers in Europese instellingen op de teller. ‘Ik vertoef al 20 jaar in de Europese bubbel. Die ervaring is belangrijk. Je kan wel naar het Europacollege in Brugge gaan, maar je moet Europa toch vooral in de praktijk leren kennen. Je moet de soft skills ontwikkelen die nodig zijn om soms tegenstrijdige belangen te vertegenwoordigen, compromissen te smeden en partners te zoeken’, zegt hij.

Die tegenstrijdige belangen zijn er zeker. ‘Efama heeft 28 nationale belangenverenigingen, waaronder het Belgische Beama, en 59 grote fondsenhuizen rond de tafel. Iedereen overtuigen van het Europese project is niet altijd eenvoudig. Vaak zien we nationalistische reflexen.’ Toch kijkt van de Werve met veel fierheid naar het succes van de UCITS, de Europese fondsenrichtlijn die het kader schiep voor een eengemaakte fondsenmarkt. ‘De eerste richtlijn kwam er in 1985. Het duurde vervolgens tien jaar voor de UCITS-fondsen een beheerd vermogen van 1.000 miljard euro haalden. Vandaag zitten we aan 10.500 miljard euro. Dat is een succesverhaal waar we trots moeten op zijn’, zegt hij.

Wat zijn de uitdagingen voor de fondsensector?

Tanguy van de Werve: ‘Dat zijn er veel. Maar ze bieden ook allemaal kansen. Ik denk in de eerste plaats aan de digitalisering. Dat is een gamechanger, want de digitalisering zal de zaken versnellen en diepgaand transformeren. Niet alleen in de manier waarop fondsen worden verkocht, ook bij de ondersteunende diensten, zoals de orderverwerking, het naleven van de regels en de marketing. Ook big data zal een cruciale rol spelen, vooral dan bij het beheer.’

‘Een tweede kans is de groei van duurzame beleggingen. Er wordt volop gewerkt aan een regelgevend kader, maar veel fondsenhuizen zijn daar al veel langer mee bezig. Het is niets nieuws, maar het is wel het begin van iets groots. Duurzaam beleggen biedt kansen. Het is beleggen met een doel: de transitie naar een groene economie financieren. Het is ook een kans om een nieuw type klant aan te trekken, denk aan de millennials. Als we dat segment van de markt overtuigen te sparen voor de lange termijn, om pensioen op te bouwen, waarbij het ook bijdraagt tot een duurzamere wereld, dan ligt daar een enorm potentieel.’

Door de miljarden euro’s die we investeren in bedrijven, kunnen we een leidende rol spelen in de transitie naar een duurzame economie.

‘Voorts verwacht ik een fusie- en overnamegolf in de sector. Door de druk op de kosten moeten de fondsenhuizen schaalvoordelen zoeken.’

‘Ten slotte zien we een toename van passief beleggen, en vooral ETF. De markt van de trackers (beursgenoteerde fondsen die een index volgen, red.) is nog vooral institutioneel. In het particuliere segment is er nog ruimte om te groeien. Ik denk dat passief beleggen nog zal toenemen, maar dat zal niet noodzakelijk ten koste van actief beheer gaan. Door de grotere nood aan pensioenopbouw zal de taart groter worden. Daar zal zowel actief als passief beheer van profiteren.’

De financiële sector wordt overladen met regulering. Is de balans te ver doorgeslagen?

Van de Werve: ‘Voor ons gaat het niet om kwantiteit maar om kwaliteit. Regulering betekent kosten, maar de baten zijn meestal groter. De bescherming van de beleggers komt ook ons ten goede. Een kader voor duurzaam beleggen is absoluut nodig vanwege de milieuproblematiek en om greenwashing (het als milieuvriendelijk presenteren van investeringen die dat niet zijn, red.) te vermijden. Dat biedt kansen voor beheerders. We hebben ook supervisie nodig om systeemrisico’s te vermijden.'

We kunnen leven met meer regulering, maar het moet nuttig zijn.

'Regelgeving is goed als de kwaliteit ervan goed is. Dat is spijtig genoeg niet altijd het geval. Een concreet voorbeeld is de PRIIPs-verordening, meer specifiek de inhoud van de PRIIPs-KID (Key Information Document) die daarin is vastgelegd. Dat document is een gestandaardiseerde fiche die voor alle financiële producten beschikbaar moet zijn. Ons probleem is dat we die KID misleidend vinden. De prestaties uit het verleden mogen niet in de KID worden opgenomen. Alleen een inschatting van toekomstige rendementen op basis van specifieke scenario’s mag. Maar een toekomstig rendement kan misleidend zijn, vooral voor fondsen. Onze vraag is ook de prestaties uit het verleden te tonen, zoals nu gebeurt in de essentiële informatie (KIID), uiteraard met toevoeging van de standaardwaarschuwing dat prestaties uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. Zelfs consumentengroepen zoals Better Finance vinden dat prestaties uit het verleden cruciale informatie zijn.'

'Aangezien de UCITS-KIID, die wel uitstekend werkt, in 2022 vervangen wordt door de PRIIPs-KID vrezen we dat zonder bijsturing UCITS als globaal merk een forse tik zal krijgen. We kunnen leven met meer regulering, maar het moet nuttig zijn.’

Het argument voor hetzelfde document met essentiële informatie (KID) is dat alle producten makkelijker vergelijkbaar moeten zijn.

Van de Werve: ‘Conceptueel moet de eenvormigheid garanderen dat de particuliere belegger beter geïnformeerd beslissingen neemt. Maar levert KID nuttige informatie op voor de belegger? Mijn antwoord is nee, zeker niet voor fondsen als we rendementen moeten inschatten op basis van misleidende scenario’s en geen historische prestaties mogen tonen. We moeten garanderen dat investeerders de juiste informatie krijgen op het juiste moment.'

'We hopen dat digitalisering zal helpen, zodat beleggers makkelijker toegang krijgen tot de informatie die ze echt nodig hebben. Los daarvan is dit een ex-postdiscussie. Potentiële beleggers krijgen KID meestal pas te zien als ze al serieus overwegen om te beleggen in de kapitaalmarkten. De grote uitdaging is mensen te bereiken die nog helemaal geen plannen hebben.’

We ondersteunen Europa ten volle voor de leiderschapsrol die het in duurzaam beleggen wil opnemen.

Hoe denkt u die te bereiken?

Van de Werve: ‘Ik vind dat te veel gepraat wordt over consumentenbescherming. Dat woord beïnvloedt onze mindset. Als we ‘bescherming’ zeggen, worden beleggers bang en blijven ze weg. Ik spreek liever over het sterker maken van consumenten. Als we naar de pensioentijdbom kijken, zien we dat nog te veel mensen hun spaargeld op veilige zicht- en spaarrekeningen laten staan. We moeten consumenten de instrumenten, de prikkels en het kader geven om te beleggen. Financiële opvoeding, fiscale prikkels en een proactief pensioensysteem zijn van groot belang.’

De fondsenhuizen zijn vanaf maart 2021 verplicht te rapporteren over de mate waarin ze duurzaam beleggen. Onlangs vroeg Efama uitstel. Waarom?

Van de Werve: ‘We ondersteunen Europa ten volle voor de leiderschapsrol die het in duurzaam beleggen wil opnemen. We zijn er een grote voorstander van. De reden waarom we een paar maanden uitstel vroegen, is dat de technische modaliteiten van de wetgeving nog niet bekend zijn. Bedrijven zijn nog niet verplicht te rapporteren over de zaken waarover de fondsenhuizen moeten rapporteren. Onze leden zeggen dat ze daardoor de deadline niet kunnen halen. Want die aanpassingen moeten gebeuren in duizenden prospectussen en beleggersdocumenten. Het is een utopie te denken dat de nationale controle-instanties die allemaal goedgekeurd krijgen in die tijdspanne.’

Denkt u dat u uitstel krijgt?

Van de Werve: ‘We hopen dat we gehoord worden en dat er een pragmatische oplossing komt. Een uitstel zal misschien moeilijk zijn. Want Europa wil de perceptie vermijden dat het de zaak laat aanslepen, terwijl de milieuproblematiek dringend is. Als er geen uitstel komt, rekenen we op wat flexibiliteit. Door de toenemende regelgeving sinds de financiële crisis moeten financiële instellingen steeds meer mensen voor de complianceafdelingen aanwerven. De stijging is enorm. Als er nieuwe regelgeving komt, moeten die mensen hun mening geven. Ze moeten kunnen verzekeren dat de financiële instellingen in overeenstemming zijn met de regels. Als ze dat niet kunnen, hebben we een probleem. Ofwel overtreden we dan de regels, ofwel bieden we geen producten meer aan. We hebben tijd nodig om regelgeving te implementeren, maar we kunnen niet iets implementeren dat nog niet bestaat.’

Financiële opvoeding en fiscale prikkels zijn belangrijk om mensen aan te zetten tot beleggen.

De toegenomen regelgeving duwt de kosten van fondsen de hoogte in, terwijl de sector al kreunt onder de perceptie dat fondsen duur zijn.

Van de Werve: ‘De sector wordt gevolgd door beleggers, media en consumentenorganisaties die kritisch kijken naar de toegevoegde waarde van de belegging. Maar soms worden appels met peren vergeleken. Het draait niet alleen om de kosten. Mensen willen niet noodzakelijk minder betalen, ze willen wel weten waarvoor ze betalen. Als je een auto koopt, wil je ook niet per se de goedkoopste. Het rendement van de belegger is meer dan een cijfer, het is de totaalervaring van de klanten. De vraag is welke dienst ze krijgen voor de prijs die ze ervoor betalen. Een gepensioneerde zal een andere beleggingsoplossing krijgen dan een jongere. Actieve beheerders moeten samen met distributeurs de klantenervaring verbeteren.’

Een ander nieuw product is het Pan-Europees Pensioenfonds (PEPP). Wanneer mogen we dat verwachten?

Van de Werve: ‘De regulering is goedgekeurd, nu moeten de technische standaarden uitgewerkt worden. We zijn voorstander van zo’n pensioenfonds dat over de grenzen heen kan worden aangeboden. Het biedt een ideale oplossing voor mensen die tijdens hun loopbaan verhuizen van het ene naar het andere land. Maar we zijn bezorgd over één element dat nog uitgewerkt wordt in de tweede fase: dat het product maximaal 1 procent kosten per jaar mag aanrekenen. Volgens onze leden is dat onhaalbaar, zeker als in die totale kostprijs ook de advieskosten zijn inbegrepen.'

'Vergeet niet dat aan dit nieuwe product veel kosten verbonden zijn en dat aanbieders moeten bewijzen dat de PEPP in een minimumaantal landen kan werken. Als je een PEPP-product wil verkopen, moet je veel informatie aan beleggers vragen om gepersonaliseerde aanbevelingen te kunnen doen. Onze leden zeggen dat als die 1 procent overeind blijft, PEPP niet levensvatbaar is. Het product zal dan niet van de grond komen. Weinig of geen fondsenhuizen zullen eraan beginnen. Dan blijven verzekeringsmaatschappijen de markt domineren. Die bieden kapitaalgarantie, maar geen bescherming tegen inflatie.’

Als we naar de pensioentijdbom kijken, zien we dat nog te veel mensen hun geld op veilige spaar- en zichtrekeningen zetten.

Hoe frustrerend is het dat het Europese beslissingsproces soms zo traag gaat?

Van de Werve: ‘Het kan soms frustrerend zijn, maar we verkiezen kwaliteit boven snelheid. En niet alles gaat traag in Europa. Kijk naar de beslissingen die na de bankencrisis in 2008 zijn genomen, vooral dan de creatie van de bankenunie. Of kijk naar de leidende rol van Europa op het vlak van de duurzame beleggingen. Dat het soms traag gaat, is de prijs die je moet betalen om compromissen te bereiken.’

Waaruit haalde u de voorbije jaren de meeste voldoening?

Van de Werve: ‘Uit het feit dat ik kon bijdragen aan het project van de Europese Unie. We helpen mee de eengemaakte markt creëren. Veel mensen begrijpen dat niet. Ze denken dat belangenverenigingen pure lobbygroepen zijn. Maar dat is niet zo. Onze doelstellingen zijn vaak dezelfde als die van Europa. Een eengemaakte fondsenmarkt creëert ook voor ons veel kansen. Ook de verduurzaming is voor ons een kans. We werken samen met de Europese Commissie om van UCITS een nog groter merkproduct te maken. Vaak moeten we de leden op één lijn krijgen. Dan moeten we tegengewicht geven aan het nationalisme. Ik spendeer veel tijd met uit te leggen waarom we de Commissie moeten steunen. Dat is vaak mijn grootste frustratie, dat sommige leden vasthouden aan hun nationale kijk. Het punt is dat we moeten samenwerken om een sterker Europa te krijgen.’

BIO

Tanguy van de Werve

  • Geboren in 1968.
  • Sinds 2018 directeur-generaal bij Efama, de Europese fondsenfederatie.
  • Werkte sinds 2000 in leidinggevende functies bij Europese belangenorganisaties (AFME, Leaseurope, Eurofinas en European Banking Federation).
  • Werkte daarvoor bij Landwell (PwC), Dexia en Euroclear.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud