interview

‘Ik hoop deze job nog lang te doen'

©20200306, Leuven, foto's katrijn van giel, Wim Vandenhoeck.

Ruim 25 jaar is Wim Vandenhoeck al werkzaam in de Verenigde Staten. Met een goed geolied team beheert hij voor Invesco een groeilandenobligatiefonds. ‘Een fantastische en uitdagende job.’

Het opflakkerende coronavirus heeft Wim Vandenhoeck er niet van weerhouden naar zijn geboorteland België af te reizen. Het is begin maart als we hem ontmoeten in Brussel. Vandenhoeck - net 50 geworden - laat zich niet makkelijk van de wijs brengen. Met een aanstekelijk enthousiasme vertelt de Leuvenaar over het op de groeimarkten gerichte obligatiefonds dat hij bij Invesco beheert. Het Nederlands heeft hij zeker niet verleerd, maar zijn zinnen zijn na jaren Amerikaanse lucht doorspekt met Engelse woorden. En als het over zijn financiële business gaat, schakelt hij geregeld helemaal over op het Engels.

Bio Wim Vandenhoeck

> 50 jaar, gehuwd, twee kinderen.

> Studeerde voor handelsingenieur aan de KU Leuven en behaalde een MBA aan Cornell University (VS).

> Werkte onder meer voor BBL, Paribas, GLG Partners, APQ Partners en OppenheimerFunds, dat in 2019 opging in Invesco.

> Woont al 25 jaar in New York, in de residentiële wijk Brooklyn Heights.

> Hobby’s: lange fietstochten en barbecues.

U bent al 25 jaar werkzaam in de Verenigde Staten. Hoe bent u daar beland?

Wim Vandenhoeck: ‘Ik heb in Leuven handelsingenieur gestudeerd in de periode 1988-1992 en ging daarna aan de slag bij Paribas (in 2000 gefuseerd met Banque Nationale de Paris tot BNP Paribas, red.). Na een jaar ben ik naar de Verenigde Staten vertrokken om er mijn MBA te halen. Daarna ben ik voor BBL (in 1998 opgegaan in ING Groep, red.) beginnen te werken. Het had net een fonds gelanceerd dat belegt in Amerikaanse hoogrentende obligaties. Ik was er drie jaar lang actief als kredietanalist. In 1997 stapte ik over naar de buyside en kwam ik in New York in de wereld van de hefboomfondsen terecht. Ik werkte er voor verschillende spelers.’

Hoe bent u uiteindelijk bij Invesco terechtgekomen?

Vandenhoeck: ‘In 2010 ben ik in Londen beginnen te werken voor GLG Partners, een onderdeel van MAN Group. Ik legde me er toe op obligatiestrategieën in de groeimarkten. Ik bracht een derde van mijn tijd in Londen door, een derde in New York en een derde met reizen naar verschillende groeilanden. Na vijf jaar werd dat vele reizen me een beetje te veel. Via een collega met wie ik eerder had samengewerkt, stapte ik in 2015 over naar OppenheimerFunds, een Amerikaanse vermogensbeheerder die over 250 miljard dollar waakte. OppenheimerFunds had een brede waaier van aandelen- en obligatiefondsen. In mei vorig jaar werd het bedrijf overgenomen door Invesco, dat met 950 miljard dollar onder beheer een flinke maat groter was. Samen beheren ze nu 1.200 miljard dollar.’

Wat doet u precies bij Invesco?

Vandenhoeck: ‘Ik ben er senior portfolio manager van drie obligatiefondsen. Ons team in New York bestaat uit twaalf personen. Het zijn allen ‘macro people’, mensen die vanuit macro-economisch perspectief denken. Onze benadering is dan ook ‘top down’. Het allerbelangrijkste is de fundamentele analyse van de landen waarin we investeren: hoe verhoudt de groei zich tot de Amerikaanse groei, hoe is de financiële toestand van het groeiland… Van onze drie economen werkten er twee voorheen voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en een andere voor de Wereldbank. Vanuit die instellingen adviseerden ze de groeilanden.’

Als we het over obligaties van groeilanden hebben, komen twee zaken voor de geest: hoge rendementen maar ook een hoog risico.

Vandenhoeck: ‘Naast het intrinsieke risico van de groeilanden is er ook het wisselkoersrisico. Je kan een portefeuille samenstellen die even volatiel is als een met aandelen. Het komt erop aan die volatiliteit te beheren. Groeilanden hebben voordelen tegenover mature markten: ze kennen demografische en structurele groei. Dat zijn dingen die voor een belegger het resultaat opdrijven.’

‘Het probleem voor obligatiebeleggers in de kern van Europa of in Japan is dat het rendement er negatief is. Dat hangt samen met de vergrijzing en het spaargedrag. In de ontluikende markten is dat totaal anders. Als de rente op Mexicaans staatspapier rond 7 procent bedraagt en de inflatie 3 tot 3,5 procent is, krijg je wel nog echt rendement. De risico’s zijn ook beter in te schatten want in veel groeilanden is de toestand fors verbeterd. Eind jaren 90 hadden tal van landen veel schulden in dollar. Toen er druk kwam op de wisselkoersen konden zij die schulden niet meer aflossen en zakte hun financiering als een kaartenhuisje in elkaar. Het IMF gaf de ontluikende markten een drievoudige raad: voer flexibele wisselkoersen in, probeer de inflatie in bedwang te krijgen en voer een voorzichtig begrotingsbeleid.’

Een heel klein deel van onze portefeuille bestaat uit leningen voor publiek-private projecten. Ik verwacht dat dat steeds belangrijker wordt.


‘Dat heeft vanaf de jaren 2000 tot de ontwikkeling van lokale obligatiemarkten geleid. Tegenwoordig zijn EM bonds (groeilandobligaties, red.) een van de grotere markten, goed voor ongeveer 3.000 miljard dollar in harde munten (2.000 miljard in bedrijfsobligaties en 1.000 miljard in overheidsobligaties) en zowat 20.000 miljard in lokale munten. Het grootste deel van de bedrijfsobligaties in lokale munt zijn Chinese bedrijfsobligaties die in lokale handen zijn en waar je dus niet in kunt beleggen.’

Waarin belegt u vooral?

Vandenhoeck: ‘We beleggen vooral in overheidsobligaties. Een heel klein deel van onze portefeuille zijn pps-projecten (publiek-private samenwerking, red.). In de groeimarkten is er heel wat ontwikkeld door private equity. De eisen van private-equity-investeerders qua rendement zijn echter meestal te hoog voor groeilanden. Publiek-private samenwerking kan dan een uitkomst bieden.’

De lagere rente maakt het voor Brazilië mogelijk op een gezonde manier te groeien.


‘Neem bijvoorbeeld Colombia. Dat is een land met ‘vibrant cities’, maar tussen die bloeiende steden is er geen goede wegverbinding. Een goede drinkwatervoorziening of afvalophaling en -verwerking ontbreken eveneens. Met dergelijke zaken kan je nochtans de productiviteit sterk opdrijven en de levenskwaliteit van de Colombianen verhogen. Als voor zo’n project een structuur wordt opgezet waarbij de overheid 25 procent van het kapitaal inbrengt en investeerders de overige 75 procent, kan ik mijn klanten een interessante belegging aanbieden met een rendement dat pakweg 400 basispunten hoger is dan wat een lokale overheidsobligatie opbrengt. Er is wat risico, maar het biedt kansen. En het is ook een vorm van ‘impact investing’. Ik denk dat het investeringsklimaat de komende 10 tot 20 jaar meer en meer in de richting van zulke structuren zal gaan. Een pps kan je immers niet zomaar verkopen aan investeerders.’

Hoe zit het met Brazilië, het grootste land van Zuid-Amerika? Investeert u daar?

Vandenhoeck: ‘Onder president Dilma Rousseff (die in augustus 2016 moest aftreden na een corruptieschandaal bij de nationale oliemaatschappij Petrobras, red.) was er een enorm slechte allocatie van kapitaal. De huidige president, Jair Bolsonaro, vindt als het ware Brazilië opnieuw uit met de hulp van privékapitaal. Een van zijn grote verwezenlijkingen is de ingrijpende pensioenhervorming van vorig jaar die de overheid veel geld bespaart. Vroeger kon je al op je 48ste met pensioen gaan in Brazilië, nu moet je meer dan 60 zijn. Hij werkt ook aan een belastinghervorming en aan een meer flexibele toewijzing van begrotingsmiddelen. Dankzij het beleid van Bolsonaro is de Braziliaanse rente in korte tijd gezakt van 14,5 procent naar 3,75 procent. Die lagere rente maakt het mogelijk op een gezonde manier te groeien en een groot deel van de bevolking betere leefomstandigheden te schenken. Drie jaar geleden hebben we zwaar geïnvesteerd in Braziliaans staatspapier, op verschillende plaatsen van de rentecurve.’

Investeren in obligaties van groeilanden lijkt niet zo eenvoudig. Hoe probeert u doorheen de cyclus een portefeuille samen te stellen?

Vandenhoeck: ‘We zijn actieve beheerders. De meeste beheerders in mijn sector bouwen een portefeuille met een hogere bèta dan de markt (met meer volatiliteit, red.). Onze filosofie is omgekeerd: we streven naar een lagere bèta. De volatiliteit van de benchmark bedraagt zowat 10 procent doorheen de cyclus. Wij zitten tussen 5 en 10 procent, terwijl we dezelfde return nastreven. Daar slagen we ook in. Om extra rendement in vergelijking met de sector te behalen streven we een lagere blootstelling aan wisselkoersverschillen na. Een tweede manier om alpha (het extra rendement boven op de benchmark, red.) te realiseren is het nemen van grote posities in landen waarvan we echt overtuigd zijn.’

De kwaliteit van het leven in België is enorm hoog.


Wat is het moeilijkste aan uw job?

Vandenhoeck: ‘Het moeilijke, of beter het uitdagende, is dat er zo veel informatie is en dat het allemaal meteen beschikbaar is voor iedereen. Er is zeker sprake van oververzadiging en ook van desinformatie - zoals we dat nu ervaren met de berichtgeving over het coronavirus. In zo’n periode is het vaak een uitdaging de jongere mensen met wie ik samenwerk gerust te stellen dat dat niet het einde van de wereld is en te focussen op de kansen. Zoals iemand me ooit zei: ‘In times of chaos and war, fortunes are made.’ Goed boerenverstand en hard werk brengen je ver - met dank aan mijn ouders en grootouders.’

Hebt u nog plannen voor de rest van uw carrière?

Vandenhoeck: ‘Ik heb een fantastische en uitdagende job. Wat kan je nog meer wensen als je doet wat je echt gelukkig maakt? We hebben een mooi internationaal team dat al meer dan vijf jaar nauw samenwerkt. Ik hoop deze job nog lang te doen. Mijn uiteindelijke droom is een puur impactfonds te beheren. Dat levert een grotere bijdrage om de levensstandaard van veel mensen te verbeteren, zonder de dagelijkse druk van een fonds qua returns en in- en uitstromen.’

Wilt u terugkeren naar België of in de VS blijven?

Vandenhoeck: ‘Waar ik uiteindelijk wil wonen, weet ik echt niet. Alles heeft zijn voor- en nadeel. De kwaliteit van het leven is enorm hoog in België. Het weer is wat minder aantrekkelijk. Een combinatie van seizoensgebonden verblijfplaatsen zie ik wel zitten op mijn oude dag.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud