‘Ik laat me door de markten niet meer op stang jagen'

©Jonas Lampens

‘Ik zal fors afgestrafte aandelen niet te snel oppikken. Ik heb geleerd dat de kans op een snel herstel uiterst klein is. Dus wacht ik liever op bevestiging.’ Dat zegt Bruno Lippens, die al 17 jaar op de teller heeft als fondsbeheerder en vanuit Genève meer dan 7 miljard euro beheert voor het Zwitserse fondsenhuis Pictet.

Voor het eerst komt de ecologische realiteit overeen met de economische.

De 46-jarige Bruno Lippens beheert onder meer het Pictet Global Utilities Equity Fund, een fonds dat belegt in nutsaandelen. Hoewel dat voor veel beleggers een stabiele en weinig opwindende sector lijkt, waren de koersschommelingen in de sector de voorbije vijf jaar groter dan die van de brede aandelenmarkt. ‘De marktbewegingen zijn de voorbije jaren veel heftiger geworden, waardoor het als beheerder nog belangrijker is geworden de rust te bewaren. Door al 17 jaar mee te draaien heb ik geleerd me niet op stang te laten jagen door de markten en niet impulsief te reageren. Het kan gebeuren dat ik een maand lang geen transacties doe in mijn fonds’, zegt Lippens.

Het voordeel van de nutssector is dat de dividenden er vrij voorspelbaar zijn.

De Belg had de microbe voor de beurs al heel vroeg te pakken. ‘Al in de middelbare school wist ik dat mijn werk iets met aandelenmarkten te maken zou hebben. Toen ik in de hogeschool les kreeg van beursspe- cialist Roland Van der Elst werd de passie alleen maar aangewakkerd’, zegt hij.

BIO Bruno Lippens

> Geboren in 1973.

> Sinds 2007 fondsbeheerder bij Pictet Asset Management.

> Beheert 7,3 miljard euro voor Pictet.

> Werkte tussen 2002 en 2007 voor Robeco als beheerder van een fonds van telecomaandelen.

> Werkte daarvoor bij Bank Dewaay (1999-2002) en BBL Private Banking (nu ING, 1997-1999).

Lippens begon zijn loopbaan bij het toenmalige BBL Private Banking (nu ING). Na een tussenstop van drie jaar bij Bank Dewaay als analist trok hij in 2002 de Belgische deur achter zich dicht. Hij ging aan de slag bij de Nederlandse beheerder Robeco, waar hij vijf jaar verantwoordelijk was voor het beheer van een aandelenfonds dat uitsluitend in de telecommunicatiesector belegde. In 2007 maakte hij de overstap naar het Zwitserse Pictet, waar hij al meer dan elf jaar de nutssector volgt.

Nutsaandelen zijn bij beleggers niet erg geliefd. Hoe kijkt u naar de sector?
Bruno Lippens: ‘De reden waarom de nutssector saai is, is vrij eenvoudig. Als je aan beleggers moet vertellen dat de bedrijven in je fonds 5 à 10 procent per jaar groeien, klinkt dat weinig aantrekkelijk, zeker als er bedrijven zijn die 25 à 30 procent per jaar groeien. In een opwaartse economische cyclus verdwijnen we heel snel uit het oog van de belegger. Maar als de angst op de beursvloer toeneemt, valt de sector wel weer in de gratie. Dat geldt voor alle aandelenbeleggingen, maar zeker voor de nutssector. Je moet er voor de lange termijn in beleggen.’

Hoe belangrijk is het dividendrendement in de sector van de nutsaandelen?
Lippens: ‘Dat dividend is uiteraard belangrijk en maakt de sector aantrekkelijk voor langetermijnbeleggers. Het voordeel is ook dat de dividenden vrij voorspelbaar zijn, zeker bij bedrijven die op een gezonde manier investeren in groei. Als een bedrijf investeert in een windmolenpark, is het relatief eenvoudig de cashflows te voorspellen. Een deel van de cashflow gaat naar het onderhoud, een deel zal terugvloeien naar de belegger, en dat 20 jaar lang. Als elk nieuw project aan een nieuwe haalbaarheidsstudie wordt onderworpen, kan het bedrijf op een gezonde manier werken en kan je spreken van duurzame dividenden.’

In de praktijk zien we vaak dat te hoge dividendrendementen onhoudbaar zijn. Hoe maakt u de juiste selectie?
Lippens: ‘Soms zien we misbruiken. Bedrijven vergroten hun schulden of offeren groei op om toch maar hun dividend te kunnen behouden. In zulke gevallen barst de bom vroeg of laat.

Met de bedrijven waarin we beleggen gaan we een langetermijnrelatie aan.

Ons fonds heeft een dividendrendement van 4 à 5 procent. Ik kan perfect een portefeuille van aandelen bouwen met een gemiddeld dividendrendement van 10 procent, maar ik weet dat dat niet houdbaar is. Globaal genomen kan je zeggen dat bedrijven die bij de 10 procent hoogste dividendrendementen zitten, gevaarlijke beleggingen zijn. Tussen deciel 3 en 6 - tussen de 30 en de 60 procent hoogste dividendrendementen - zitten de bedrijven met de duurzaamste dividenden. De hoogte van het dividendrendement is voor ons niet zaligmakend. Een bedrijf met 4 procent dividendrendement en 5 procent groei is voor ons gelijkwaardig aan een bedrijf met 2 procent dividendrendement en 7 procent groei.’

Dividendrendementen zijn extra aantrekkelijk door de extreem lage rente. Wat vindt u van de rentepolitiek van de centrale banken?
Lippens: ‘Ik merk dat de markt stilaan begint te beseffen dat de Europese Centrale Bank veel moeite zal hebben om het vele geld dat ze al in het systeem gepompt heeft er weer uit te halen. Tegelijk zitten we wellicht aan het einde van een economische cyclus.

Stel dat we in een recessie duiken, dan stelt zich een probleem. Je hebt al snel 5 procentpunten rentemarge nodig om de rente in een recessie te kunnen verlagen. Die marge hebben we niet. Dus krijgen we meer injecties. Als belegger moet je dan kijken naar wat de mogelijkheden zijn. Vastrentende beleggingen leveren weinig op, en vastgoed is duur. Als je dan in een bedrijf kunt beleggen dat een duurzaam dividendrendement biedt, is dat een goed alternatief.’

Hoe selecteert u bedrijven?
Lippens: ‘We zijn pure stockpickers. We analyseren elk bedrijf apart op zijn merites zonder ons bijvoorbeeld zorgen te maken over de regionale verdeling van onze selectie. Een bedrijf komt pas in het fonds als we het grondig geanalyseerd hebben en overtuigd zijn van zijn potentieel. Met de bedrijven waarin we beleggen gaan we een langetermijnengagement aan. We zijn langetermijnpartners. Door de omvang van ons fonds kunnen we een zekere impact hebben op het beleid van de bedrijven, vooral op het vlak van duurzaamheid. We nemen onze rol ook op door te stemmen op de aandeelhoudersvergaderingen.’

Passief beheerde fondsen (trackers) overspoelen de markt. Verstoren ze de goede marktwerking?
Lippens: ‘Er wordt steeds meer passief belegd. Je ziet dat passieve beleggingen de kapitaalstromen in de markt stuwen, waardoor je soms plots grote sectorrotaties ziet. De passieve beleggers zetten een prijs waar we het vaak niet mee eens zijn. Dat creëert kansen. Ons voordeel is dat we kunnen beleggen op lange termijn.’

Van alle sectoren lijkt de nutssector het meest verbonden met het milieuthema. Hoe vertaalt zich dat in het fonds?
Lippens: ‘Voor het eerst komt de ecologische realiteit overeen met de economische. Een bedrijf dat geen rekening houdt met de ecologie, wordt afgestraft. Vandaag komt 30 à 40 procent van alle CO2 voort uit de opwekking van elektriciteit. Elektriciteitsbedrijven zijn dan ook erg bezig met de reductie van hun CO2-uitstoot. Je kan met een Tesla rijden, maar als die opgeladen wordt met elektriciteit afkomstig uit steenkool, heeft dat weinig zin. Als fonds profiteren we van de trend naar duurzaamheid. We worden vanzelf een steeds duurzamer fonds.’

Uw fonds belegt meer in de Verenigde Staten dan in Europa. Waarom?
Lippens: ‘Ook al beweert de Amerikaanse president Donald Trump dat steenkoolwinning moet blijven bestaan en dat de globale opwarming een fabeltje is, alternatieve energie heeft in de VS echt al een stevige economische basis. Windenergie is er de goedkoopste energiebron. Steeds meer Amerikaanse nutsbedrijven schakelen over op windenergie. De groei is er enorm. In Europa spreekt men veel over alternatieve energie, maar de realiteit is dat het veel moeilijker is de switch te maken. De reden is dat offshore windenergie technisch veel moeilijker te realiseren valt. Los daarvan zien we dat de productiekosten van wind- en zonne-energie blijven dalen, terwijl het rendement naar omhoog gaat. Het is voor bedrijven ook gevaarlijk geworden nog in vervuilende projecten te zitten. Over twintig jaar zijn dat sunk assets, verloren activa.’

Verschillende klimaateconomen menen dat we nooit voldoende energie op een duurzame manier kunnen opwekken. Deelt u die mening?
Lippens: ‘Ik denk dat gascentrales nodig blijven voor piekmomenten, maar er zijn ook andere ontwikkelingen, zoals de thuisbatterij, die op zulke momenten een oplossing kunnen bieden. Vergeet ook niet dat de internationale energiehandel groeit. In Spanje is zonne-energie spotgoedkoop. De elektriciteitsprijs wordt er bijna negatief. In het noorden heb je de windenergie. Er bestaat al een netwerk voor internationale handel dat verder ontwikkeld moet worden en waarin het noorden en het zuiden complementair worden op het vlak van de energievoorziening. Op die manier moet een systeem ontstaan waarin altijd voldoende energie aanwezig is.’

Blijven de toetredingsbarrières in de nutssector hoog of ziet u veel nieuwkomers opduiken?
Lippens: ‘Het blijft een sector met hoge toetredingsbarrières. In theorie kan je perfect een stuk grond kopen, er enkele windmolens op zetten en de opgewekte energie verkopen. Maar je hebt schaal en expertise nodig. Want waar koop je het best je grond? Hoeveel onderhandelingsmacht heb je tegenover de leveranciers van windmolens? En hoe regel je het onderhoud? Het is duidelijk dat schaalgrootte belangrijk is om dat op een rendabele manier te organiseren. Het zijn vooral de grote bedrijven die de grootste stappen kunnen doen.’

U bent al 17 jaar fondsbeheerder. Wat vindt u het moeilijkst aan uw job?
Lippens: ‘Het moeilijkste is tegen je eigen overtuigingen in te moeten handelen. Het kan frustrerend zijn goede bedrijven te moeten verkopen omdat de markt je lange tijd ongelijk geeft. Fundamenteel afscheid nemen van een bedrijf is ingrijpend. Het kan ook emotioneel worden als je al lange tijd contacten onderhoudt met het bedrijf. Om dergelijke emotionele factoren niet te laten spelen nemen we dat soort beslissingen in groep.’

Waaruit haalde u de grootste voldoening tijdens uw loopbaan?
Lippens: ‘Mijn grootste voldoening is dat ik met heel slimme mensen mag samenwerken en met hen kan discussiëren over complexe onderwerpen.’

U woont intussen al elf jaar in Zwitserland. Hebt u nog geen zin om naar België terug te keren?
Lippens: ‘Nee, ik heb niet meteen plannen. Zwitserland is een mooi land, wordt goed gerund en legt veel beslissingsmacht bij de inwoners. De beslissingen zijn er doorgaans rationeel en functioneel. In het algemeen is de kwaliteit van de bedrijven er ook hoger.’

Waar liggen de verschillen met België?
Lippens: ‘België is heel conservatief als het op beleggen aankomt. Dat heeft veel met het onderwijs te maken. Tot mijn 18 jaar heb ik nooit iets over beleggen gehoord. Om beleggen aan te moedigen, moet er meer aandacht komen voor financiële opvoeding.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect