Advertentie

Negen trends die de fondsenmarkt dooreenschudden

©Gudrun Makelberge

Met wereldwijd meer dan 64.000 miljard dollar onder beheer blijft de fondsenmarkt elk jaar groeien. Enkele structurele trends bieden een voedingsbodem voor verdere groei.

De lage rente en de groeiende nood om een pensioenspaarpot op te bouwen duwen meer en meer spaarders in de richting van beleggingen. Daar profiteert ook de fondsenmarkt van. Niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen kenden wereldwijd tijdens het eerste kwartaal van 2021 een instroom van liefst 1.200 miljard dollar. In België bereikte de fondsenmarkt eind maart met bijna 250 miljard euro onder beheer een nieuw record. Negen opmerkelijke trends vormen de drijvende kracht achter de expansie van de fondsenmarkt.

1/ Duurzaam beleggen

Bovenaan op de agenda bij alle fondsenhuizen staat duurzaam beleggen. Het acroniem ESG (Environmental, Social en Governance) is niet meer weg te denken uit het fondsenaanbod. Niet alleen de klimaatdoelstellingen, ook thema’s als deugdelijk bestuur en diversiteit dwingen fondsenhuizen meer oog te hebben voor niet-financiële criteria.

De helft van de 574,3 miljard euro netto-instroom in Europese fondsen vorig jaar ging naar duurzame fondsen.

Ook beleggers tonen een groeiende interesse voor duurzaam beleggen. Vorig jaar was er in Europa een netto-instroom in fondsen van 574,3 miljard euro, het op een na grootste cijfer in de geschiedenis volgens het onderzoeksbureau Lipper. Ongeveer de helft daarvan stroomde naar duurzame fondsen. En als geen rekening wordt gehouden met geldmarktfondsen en grondstoffenfondsen, die typisch geen ESG-profiel hebben, ging zelfs 70 procent van de instroom naar duurzame fondsen.

Ieder fondsenhuis definieert duurzaam wel nog altijd op zijn manier, maar daar komt stilaan verandering in. Niet alleen zijn er de duurzamefondsenlabels, die volgens een eigen methodologie bepalen wanneer een fonds zichzelf duurzaam mag noemen. In België hebben al meer dan 500 fondsen het duurzame label ‘towards sustainability’ gekregen van het onafhankelijke labelagentschap CLA.

De Europese regelgeving heeft ook standaarden en definities vastgelegd, zodat er minder ruimte is voor greenwashing. Sinds 10 maart van dit jaar moeten fondsenhuizen hun producten indelen in een van drie categorieën.

De grijze producten zijn producten die geen duurzame beleggingsdoelstellingen ambiëren. De lichtgroene producten doen dat wel, maar zonder uitgesproken impactambities. Onder de donkergroene categorie vallen de fondsen die een duurzame impact vooropstellen.

Toch is ook die opdeling nog gebouwd op los zand. Pas vanaf juli volgend jaar moeten de fondsenhuizen aan de hand van verschillende maatstaven aantonen dat ze in de juiste categorie zijn ondergebracht.

Volgens een onderzoek van Morningstar valt vandaag ongeveer 30 procent van de fondsen onder de licht- en donkergroene noemers, maar dat percentage kan de komende twaalf maanden makkelijk oplopen tot 50 procent.

2/ Beleggen met impact

Een afgeleide van duurzaam beleggen zijn de impactbeleggingen. Die fondsen willen een zichtbare invloed uitoefenen door te beleggen in bedrijven die bijdragen tot de verduurzaming van de wereld. Voorbeelden van impactfondsen zijn de fondsen die beleggen in groene obligaties. Zulke leningen worden verstrekt aan bedrijven of overheden waarmee ze investeren in duurzame projecten.

NNIP, een van de grootste beleggers in die activaklasse, verwacht dat de markt van groene obligaties eind dit jaar 1.000 miljard euro kan halen, en in 2023 zelfs de kaap van 2.000 miljard euro.

Grote fondsenhuizen experimenteren al volop met de blockchain, die toegevoegde waarde kan creëren.

Steeds meer fondsen brengen de impact van hun beleggingen in kaart. Met de informatie die al beschikbaar is, meten de fondsbeheerders hoeveel water de bedrijven waarin ze beleggen uitsparen of hoeveel minder CO₂ ze uitstoten. De meest gebruikte maatstaf is de koolstofintensiteit. Die zet de CO₂-uitstoot van een bedrijf af tegen zijn omzet. Fondsbeheerders brengen de koolstofintensiteit van de ondernemingen in hun fonds in kaart en berekenen daar een gewogen gemiddelde van.

Her en der klinkt kritiek op die rapportering omdat ze vaak gebaseerd is op onvolledige en niet-gestandaardiseerde informatie. Ook hier is het dus nog work in progress, maar dit is een trend die zal doorzetten.

3/ Reële activa

Niet alleen het duurzame staat bovenaan op de agenda van de fondsenhuizen. Uiteraard blijft de focus op rendement cruciaal. In een omgeving van ultralage rentes verliezen obligaties een deel van hun aantrekkingskracht. Daarom zoeken fondsbeheerders alternatieven om de portefeuille te diversifiëren. Vaak komen ze terecht bij de reële activa. Dat zijn activa waar een tastbaar goed tegenover staat, zoals vastgoed en grondstoffenfondsen.

Een groeiende groep fondsen in deze activaklasse zijn de infrastructuurfondsen. Ze zitten in de lift, mede door de herstelplannen die de westerse economieën na de coronacrisis hebben ontvouwd. In de Verenigde Staten wil president Joe Biden de komende acht jaar liefst 2.250 miljard dollar in de economie pompen. Europa heeft een herstelfonds van 750 miljard euro in de steigers gezet.

4/ Niet-beursgenoteerde beleggingen

Een andere activaklasse die dankzij de lage rentes in de lift zit, zijn de niet-beursgenoteerde aandelen (private equity) en obligaties (private debt). De rentevergoedingen voor niet-beursgenoteerde obligaties liggen doorgaans een stuk hoger dan die op klassieke obligaties, wat hun populariteit verklaart. Ook niet-genoteerde aandelen bieden vaak een hoger groeipotentieel omdat het om bedrijven gaat die zich nog volop aan het ontwikkelen zijn.

De rentevergoeding voor niet-beursgenoteerde obligaties ligt doorgaans een stuk hoger dan die op klassieke obligaties.

Maar de medaille heeft ook een keerzijde. Deze activaklassen zijn door hun illiquide karakter en hun vaak hogere risicoprofiel niet voor iedereen weggelegd. In België zijn private-equityfondsen enkel toegankelijk voor grotere vermogens. Een instapbedrag vanaf 250.000 euro is geen uitzondering. Bovendien mag de belegging maar een beperkt deel van de totale portefeuille uitmaken.

Een feit is wel dat de vraag naar deze fondsen stevig in de lift zit. Dat komt ook tot uiting in het aanbod. Volgens het onderzoeksbureau Preqin waren er eind vorig jaar 3.968 private-equityfondsen in de markt, het hoogste niveau sinds 2015. De activaklasse wordt ook de sterkst groeiende in het segment van de alternatieve beleggingen. Preqin verwacht dat het belegde vermogen de komende vijf jaar meer dan verdubbelt tot 9.110 miljard dollar in 2025.

5/ Beleggen in technologie

De voorbije jaren zien we veel themafondsen opkomen die een sterke link hebben met technologie. Ze spelen in op de disruptie die technologie veroorzaakt in alle sectoren. Er zijn fondsen die inspelen op de groeiende markt van artificiële intelligentie en robotisering, een segment dat alle sectoren aanbelangt.

Ook de medische technologie is in opmars. De coronacrisis heeft geleid tot een extra versnelling in dat segment. Volgens de fondsenhuizen zal de medische technologie de komende jaren zelfs een revolutie teweegbrengen in de gezondheidszorg. ‘Het medicijn van de toekomst zal worden gemaakt in de laboratoria van de medtechbedrijven’, zegt Andy Acker, die voor Janus Henderson het Global Life Sciences-fonds beheert.

6/ Blockchain

Ook achter de schermen veroorzaakt technologie een revolutie in fondsenland. Bij het beheer van fondsen spelen data een almaar grotere rol. Er zijn al heel wat kwantitatieve fondsen die uitsluitend draaien op datamodellen, maar ook fondsen waar nog een menselijke beheerder aan het roer staat, baseren zich meer en meer op data-analyse.

Actieve beursgenoteerde fondsen zouden op termijn de klassieke niet-beursgenoteerde fondsen kunnen vervangen.

Grote fondsenhuizen experimenteren al volop met de blockchain en de tokenisatie van fysieke activa. Die techniek, waarbij een digitale versie wordt gemaakt van een niet-digitaal voorwerp of actief, biedt kansen. Gemengde fondsen of multi-activafondsen kunnen zo hun toegang uitbreiden tot activaklassen die vandaag nog weinig bereikbaar zijn. Infrastructuur is een goed voorbeeld, maar denk ook aan grondstoffen en kunst.

Ook voor de operationele activiteiten kan de blockchain toegevoegde waarde creëren in de fondsenwereld. De technologie maakt snellere en goedkopere transacties mogelijk. Omdat de blockchain een open platform is, kunnen fondsenhuizen rechtstreeks klanten benaderen. Bovendien creëert tokenisatie een veel grotere transparantie. In de tokens wordt alle relevante informatie opgeslagen, zoals de informatie over het onderliggende actief en over de tokenhouder. Het gevolg is dat meer beleggers toegang krijgen tot voorheen onbetaalbare of moeilijk verdeelbare activaklassen.

De onzekerheid over de regelgeving is een van de grootste obstakels die de ontwikkeling in de weg staan. De uitdaging voor de regelgever is dat hij moet garanderen dat tokenmarkten de financiële stabiliteit en de beleggersbescherming niet in de weg staan.

7/ Beursgenoteerde (index-)fondsen

Een trend die we al vele jaren zien, is de opkomst van trackers, passief beheerde fondsen. Deze beursgenoteerde fondsen - exchange traded funds (ETF’s) - die passief een index nabootsen, zetten hun groei onverminderd voort. Wereldwijd zit er al meer dan 7.700 miljard dollar in. Het aantal trackers stond eind 2020 op meer dan 7.600. Dat is 70 procent meer dan vijf jaar geleden.

De groei van beursgenoteerde fondsen wordt niet alleen gedragen door de fondsen die een klassieke index volgen. De jongste jaren kwamen ook veel alternatieve indexfondsen op de markt. Smart bèta- of factor-ETF’s volgen nauwgezet een index, maar die index is gewogen op basis van factoren als kwaliteit, dividendrendement of minimale volatiliteit, en niet op marktkapitalisatie.

En dan is er nog een derde categorie die een boost kan geven aan de beursgenoteerde fondsen. Actieve ETF’s zijn actief beheerde fondsen die beursgenoteerd zijn en die als doelstelling hebben een bepaalde index te kloppen. Deze ETF’s zouden de klassieke niet-beursgenoteerde fondsen kunnen vervangen. Ze bieden de fondsenhuizen het voordeel dat ze geen distributiepartner nodig hebben omdat ze beursgenoteerd zijn.

Volgens JPMorgan Asset Management zou tegen 2023 ongeveer 40 procent van het geld dat klanten in ETF’s beleggen in actieve of smart bèta-ETF’s belegd zijn. De groei is voor een groot deel toe te schrijven aan de beperkingen die er zijn voor trackers die een klassieke index volgen.

8/ Lagere kosten

De toenemende populariteit van passief beheerde fondsen heeft ook een impact op de actief beheerde fondsen. De lopende kosten van de fondsen zitten de jongste jaren in een dalende lijn. De lopende kosten bundelen alle kosten van een fonds voor het beheer, de distributie en de administratie. Ze bevatten niet de instapkosten, die eenmalig bij aankoop worden aangerekend.

De dalende trend is vooral te zien bij fondsen die nieuw in de markt worden gezet. Terwijl de gemiddelde kosten voor alle bestaande fondsen op 1,39 procent uitkomen, liggen die van nieuw gelanceerde fondsen een stuk lager, en dalen ze verder. Bij het gemiddelde actief beheerd fonds dat in 2016 werd gelanceerd, kwamen de kosten neer op 0,92 procent per jaar. Fondsen die in 2020 het levenslicht zagen, kostten nog gemiddeld 0,81 procent per jaar.

Vooral bij de aandelenfondsen, de duurste activaklasse, is er een uitgesproken daling. In de periode 2017-2020 zag Efama een kostendaling van 16 procent. Bij obligatiefondsen kwam de daling op 7 procent en bij gemengde fondsen op 3 procent. Gemengde fondsen, die zowel in aandelen als in obligaties beleggen, zijn in ons land veruit de populairste activaklasse met een marktaandeel van bijna 50 procent.

De daling van de kosten is volgens Efama ook een gevolg van MiFID II, de Europese richtlijn die aanbieders van fondsen verplicht transparanter over hun kosten te rapporteren.

9/ Consolidatie

De toenemende regelgeving en de druk op de inkomsten door de opkomst van passieve fondsen dwingen fondsenhuizen steeds meer op de kleintjes te letten. Dat zet een consolidatiebeweging in gang. Vorige maand raakte bekend dat Goldman Sachs Asset Management 1,7 miljard euro op tafel legt voor de overname van NN Investment Partners (NNIP). NNIP beheert onder meer verschillende fondsen die in België door ING worden aangeboden.

Eerder dit jaar lijfde het Franse Amundi Lyxor in, een dochter van Société Générale die gespecialiseerd is in trackers. En de verzekeringsgroep Athora, die in België Generali Belgium overnam, besloot dit jaar haar vermogensbeheerdochter Actiam van de hand te doen.

De verwachting is dat de consolidatietrend doorzet. In Europa alleen zijn er meer dan 4.500 fondsenhuizen die samen meer dan 115.000 werknemers tellen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud