‘Nog nooit ging het zo snel in de fondsensector'

©Tim Dirven

‘De dynamiek in de fondsensector is nog nooit zo groot geweest als vandaag. Maar soms bekruipt me het gevoel dat het nog veel te traag gaat. En dan wil ik er iets aan doen.’ Dat zegt Frederik Meheus, die vanuit Berlijn werkt aan een wereldwijd digitaliseringsplatform voor private-equityfondsen.

De 47-jarige Frederik Meheus werkte 15 jaar lang bij BlackRock, het grootste fondsenhuis ter wereld. Hij vertolkte er uiteenlopende rollen. Tijdens de eerste acht jaar was hij verantwoordelijk voor de distributie van de fondsen in de Benelux. De laatste twee jaar werd hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de fintechactiviteiten van de groep in Europa en Azië. ‘Mijn vader is zijn hele leven informaticus geweest. Hij heeft me snel het belang van IT voor de toekomst benadrukt’, zegt hij.

99 procent van de aandelen is niet-beursgenoteerd. Maar de meeste mensen hebben alleen toegang tot de 1 procent genoteerde aandelen.

Toch besliste Meheus in 2017 BlackRock te verlaten. ‘Het kriebelde om meer te halen uit die technologische revolutie. Ik ben van nature ongeduldig en ik wou het sneller. Ik dacht dat dat kon door de fondsensector naar de technologie te brengen, in plaats van andersom.’ Meheus kwam bij een pure fintechspeler terecht, maar al snel ontdekte hij dat de sprong te groot was. ‘Bij BlackRock werken ruwweg 14.000 werknemers, van wie 2.000 een IT-achtergrond hebben. Bij een fintechspeler is het net andersom. Ik merkte dat ik de mens te veel miste in het verhaal, ook al omdat ik ervan overtuigd ben dat je zowel mens als machine nodig hebt’, zegt hij.

Dus kwam hij bij het Duitse Moonfare terecht, een speler die actief is in private equity (niet-beursgenoteerde aandelen). Vanuit Berlijn werkt Meheus aan de Europese expansie van het bedrijf. ‘Ik heb jaren in Londen gewerkt. Ik had eerst wat schrik om de sprong naar Berlijn te wagen, maar ik moet zeggen, het bevalt me zeer. Berlijn is een zeer aangename stad.’ Door de coronacrisis verblijft Meheus nu al enkele maanden in België. ‘Zodra het kan, zal ik weer reizen’, zegt hij.

Wat doet Moonfare precies?

Frederik Meheus: ‘We doen drie dingen. Ten eerste speuren we naar de beste fondsen actief in private equity. Ten tweede verpakken we het product in een feeder die toegankelijk is voor het bredere publiek. Ten slotte stellen we een onlineplatform ter beschikking dat een veel snellere doorloop bij de verkoop van zo’n fonds mogelijk maakt. We zoeken niet zelf de particuliere belegger, maar we zoeken samenwerking met banken en family offices die van ons platform kunnen gebruikmaken. Dat bespaart hen veel administratie.’

Staan de banken daarvoor open?

Meheus: ‘Er zijn weinig banken die private equity aanbieden, omdat er een enorme papierberg bij komt kijken. Wij automatiseren alles zodat er niet gescand en gemaild moet worden. Ook de rapportering verzorgen we. We bieden de fondsen in white label aan, zodat de bank er haar naam aan kan verbinden. We werken al samen met family offices in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Luxemburg en Hongkong. Binnenkort volgen Frankrijk en Singapore. Verder hebben we zonet met de Duitse Berenberg Private Bank een eerste akkoord bereikt.’

‘We groeien gestaag. We zijn geen partij die eerst miljoenen euro’s gaat spenderen aan marketingbudget om naambekendheid te krijgen. We geloven eerder in de geleidelijke groei. Daarvoor hebben we een sterke focus nodig. Bij BlackRock waren er 1.000 ideeën en was er genoeg volk om die uit te werken. Hier kunnen we geen 1.000 ideeën lanceren, want we hebben de bezetting niet om ze allemaal uit te voeren. Die focus helpt ons.’

Waarom gelooft u zo sterk in private equity?

Meheus: ‘Niet-genoteerde activa bieden veel potentieel. 99 procent van het aandelenkapitaal is niet-beursgenoteerd. Toch hebben de meeste mensen uitsluitend toegang tot die 1 procent genoteerde bedrijven. En wie vandaag wel al in private equity belegt, doet dat maar voor een fractie van de portefeuille. Zowel naar potentieel rendement als naar diversificatie biedt private equity enorme troeven. In een gespreide portefeuille zou plaats moeten zijn voor 20 pro-cent private activa. Daar zit nog een enorm groeipotentieel. Met Moonfare willen we dat benutten.’

Private equity wordt geassocieerd met een geringe verhandelbaarheid en veel risico. De affaire met Neil Woodford - die in illiquide activa belegde en zijn fonds moest opdoeken - deed het vertrouwen in de activaklasse geen goed. Hoe bokst u tegen die kritiek op?

Meheus: ‘Wat Woodford deed, was iets anders. Hij bood een liquide fonds aan, maar belegde in illiquide activa. Het is jammer voor de mensen die in hem geloofden en geld aan toevertrouwden, maar ik vind het logisch dat het zo is afgelopen. Wie in niet-genoteerde aandelen belegt, moet op voorhand heel duidelijk weten dat hij tien jaar niet aan zijn centen kan.’

Hoe selecteert u private-equityfondsen?

Meheus: ‘We kiezen alleen voor beheerders die hun strepen hebben verdiend tijdens verschillende cyclussen. Het zijn partijen die al lang bestaan en een betrouwbaar en consistent team vormen. We mijden jonge spelers die net aan het venster komen piepen. We volgen ongeveer honderd spelers in private equity wereldwijd. De focus ligt op technologiebedrijven in Silicon Valley, maar we kijken ook verder. We zullen ook in private debt (niet-genoteerde obligaties, red.) beleggen. Op iets langere termijn zal daar ook niet-genoteerde infrastructuur bijkomen.’

Vandaag moeten beleggers een bijna professioneel profiel hebben om in private equity te beleggen. Vindt u de regelgeving te streng?

Meheus: ‘Zeker. Dat moet onze volgende stap worden zodra we voldoende schaal hebben. Dan willen we regelgevers overtuigen van de toegevoegde waarde van private equity. Verhandelbaarheid is uiteraard een belangrijk criterium, maar als beleggers zich daarvan bewust zijn, vormen private activa een goede diversificatie in de portefeuille. Zeker bij pensioenfondsen, die een lange beleggingshorizon hebben, is er geen risico op een mismatch.’

Is de sector overgereguleerd?

Met hun lange beleggingshorizon hebben pensioenfondsen belang bij beleggingen in private equity.

Meheus: ‘Dat denk ik wel. Het probleem is niet zozeer de regelgeving zelf, maar wel het gebrek aan harmonisatie op Europees vlak. We hebben de Europese richtlijnen MiFID en AIFMD, maar in elk Europees land is er wel een andere interpretatie. Dat veroorzaakt versnippering. Daarom hebben we in ons platform heel veel flexibiliteit ingebouwd zodat we ondanks de verschillende reguleringen snel nieuwe landen kunnen toevoegen. Daardoor kunnen we wereldwijd sneller schakelen. Het verklaart waarom weinig Amerikaanse fintechspelers snel de sprong naar Europa maken.’

Niet-genoteerde bedrijven hebben minder transparantieverplichtingen, waardoor private equity soms een black box wordt genoemd. Ervaart u dat ook?

Meheus: ‘Dat is niet de indruk die we hebben. Integendeel, we beschikken zelfs over te veel informatie. Het probleem is wel dat de informatie vaak niet tot bij de eindklant geraakt. Dat komt omdat banken er relatief weinig aandacht aan schenken. Het aandeel van private equity in hun activiteiten is er te beperkt voor, waardoor ze er geen prioriteit aan geven.’

U hebt veel jaren in de traditionele fondsensector gewerkt. Hoe ziet u zijn toekomst?

Meheus: ‘Er bestaat een select clubje fondsenhuizen die nadenken over de toekomst en initiatieven nemen. Maar je hebt ook een grote groep die blijft doen wat ze altijd gedaan heeft. Het is duidelijk dat alleen de eerste groep zal overleven. De fondsenwereld is een spel van de grote jongens geworden. Daarnaast zal er nog wel plaats blijven voor enkele gespecialiseerde boetieks.’

BIO

Frederik Meheus

Geboren in 1972.
Licentiaat toegepaste economische wetenschappen KU Leuven.
Werkte achtereenvolgens voor KBC (1996-2002), Merrill Lynch (2002-2006), BlackRock (2006-2017) en FNZ Group (2018).
Werkt sinds 2019 als managing director bij het Duitse Moonfare.

‘Digitalisering zal een cruciale rol spelen, want de oude wereld valt steeds meer samen met de nieuwe. Mensen betalen instant met de smartphone. Die betaalfuncties zitten niet noodzakelijk bij de banken maar bij de Alibaba’s van deze wereld. Dat is ingrijpend. Want zodra je de betaalrekening van mensen in handen hebt, wordt veel mogelijk. Internetspelers kunnen de plaats van fondsenhuizen innemen. Maar ook fondsenhuizen kunnen hun distributiemodel bijsturen en zelf naar de eindklant gaan in plaats van via een distributeur.’
‘Het kan nog veel richtingen uit, en het valt moeilijk te voorspellen waar het zal eindigen. De fondsenbelegger moet flexibel zijn, want het ene na het andere model zal uit de grond rijzen. Voor jonge mensen is dat geen probleem, die zijn het gewoon om van Facebook via Instagram naar Tiktok over te schakelen, maar voor de oudere beleggers is dat minder evident.’

Hoe ziet u de kosten in de sector evolueren?

Meheus: ‘Dat is heel duidelijk, die moeten dalen. De kosten van een fonds zijn tot drie niveaus te herleiden: beheerder, verkoper en de achterkant. Aan de kant van de beheerder duiken computermodellen op die de beheerders vervangen. Op het niveau van de verkoper speelt technologie steeds meer een ondersteunende rol. Aan de achterkant is er nog heel veel potentieel. Ik geloof dat blockchain hier zijn werk kan doen. Maar vooraleer dat kan werken, moet het op een veel geïntegreerdere manier kunnen gebeuren.’

‘Dat laatste vraagt geduld. Ook al beweegt het in de sector vandaag duizend keer sneller dan vroeger, soms heb ik nog het gevoel dat het te traag gaat. En dan wil ik er iets aan doen.Maar de evoluties zetten ongetwijfeld een neerwaartse druk op de kosten.’

Een andere trend in de sector is duurzaam beleggen. Gelooft u daarin?

Meheus: ‘We zien dat duurzaamheid een steeds belangrijker rol speelt in private equity. Het probleem met ESG (het acroniem voor duurzaam beleggen: environment, social en governance, red.) is dat er verschillende definities zijn en dat er geen duidelijkheid is over wat gemeten moet worden. Bovendien is het voor een beheerder geen evidente oefening. Vroeger was duurzaam beleggen gelijk aan het uitsluiten van de wapen- en tabaksproducenten. Dat was makkelijk. Vandaag moet ESG geïntegreerd worden in de hele portefeuille. Ik vraag me af of elke beheerder daartoe in staat is.’

‘Ik zie dat duurzaam beleggen voor velen een marketingtool is geworden, terwijl achter de façade maar weinig sprake is van duurzaamheid. Je krijgt ook de discussies over de referentie-indexen. Als olieaandelen het goed doen, moet je als duurzaam fonds uitleggen waarom je fonds minder heeft gepresteerd. Dat werkt soms remmend.’

Van referentie-indexen gesproken, gelooft u dat beheerders in staat zijn het consistent beter te doen dan de index?

Meheus: ‘Ja, ik ben een echte believer in actief beheer. Mijn volledige persoonlijke portefeuille is gevuld met actief beheer en private equity. Let op, actief beheer moet écht actief beheer zijn. Ik kijk dus naar de tracking error, de mate waarin het fonds afwijkt van de index. De komst van de referentie-indexen heeft actief beheer een forse tik verkocht. Eigenlijk zou een belegger niet moeten weten of een fonds het beter of slechter dan de index deed. Het enige wat voor hem zou moeten tellen, is dat hij op het einde van de rit een mooie meerwaarde op zijn spaarcenten heeft.’

De indexen zijn wel een goede manier om minder presterende beheerders te detecteren.

Meheus: ‘Dat klopt, die concurrentieanalyse moet er zijn. Ik doe het voortdurend, want dat is goed om scherp te blijven en de leercurve hoog te houden. Een manier om goed presterende beheerders te belonen zijn de prestatiekosten (kosten die enkel aangerekend worden als de beheerder een mooi rendement haalt, red.). Ik ben daar een grote voorstander van. Ik heb daarover scherpe discussies gehad met regelgevers. Hun standpunt is dat die prestatiekosten soms te hoog liggen. Maar ik vraag me af of dat echt zo’n groot probleem is. Als een belegger een rendement van 10 procent krijgt op zijn private-equitybelegging, wat kan het hem dan schelen dat de beheerder er zelf ook een cent aan verdient?’

U werkt al jaren in het buitenland. Geen zin om weer te werken in België?

Meheus: ‘Door corona ben ik nu uitzonderlijk enkele weken in België en het bevalt me wel. Als ik over één iets spijt heb, is het wel dat ik te weinig in België heb verbleven en mijn familie te vaak heb moeten missen. Dat maak ik nu wel goed. Arbeidsvreugde in combinatie met gezinsgeluk is het hoogste goed wat je kunt bereiken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud