Pensioenfondsen boeken fors herstel in 2019

©Photo News

De Belgische pensioenfondsen tekenden vorig jaar een gemiddeld rendement van 16,1 procent op, het hoogste sinds 1998. Zo compenseren ze in ruime mate het verlies van 3,1 procent in 2018.

Pensioenfondsen, waarmee 1,8 miljoen Belgische werknemers voor hun pensioen sparen via de werkgever, konden vorig jaar meesurfen op het uitstekende beursklimaat. Gemiddeld belegden de fondsen eind vorig jaar 40,2 procent in aandelen, wat aan de bovenkant ligt van de historische vork van 30 à 40 procent. Daarnaast stapten de fondsen meer en meer in infrastructuur en alternatieve beleggingen zoals private equity.

De obligatieportefeuille, goed voor gemiddeld 46 procent van de fondsen, werd vooral gevuld met bedrijfsobligaties. 'De lage rente noopt ons zoveel mogelijk weg te blijven van overheidsobligaties. Want daarmee ben je bijna zeker dat je in reële termen geld verliest. Voor een pensioenfonds, waarin het kapitaal vastzit tot de pensioenleeftijd, is het cruciaal dat het een rendement haalt dat de inflatie minstens compenseert', zegt Philippe Neyt, voorzitter van Pensioplus, de vereniging van Belgische pensioenfondsen. 

6,7 procent
Rendement
Sinds 1985 legden Belgische pensioenfondsen een gemiddeld rendement voor van 6,7 procent per jaar.

In die doelstelling slaagden de fondsen de voorbije 35 jaar ruimschoots. 'Sinds 1985 legden de fondsen een gemiddeld rendement voor van 6,7 procent per jaar. Gecorrigeerd voor inflatie blijft een reëel rendement van 4,7 procent per jaar over', zegt Neyt.

Reserves

Pensioenfondsen zien door de lage rente de pensioenverplichtingen verder oplopen, en ook de toegenomen regulering vereist hogere buffers. Maar de fondsen houden stand in die moeilijke omgeving. Dat bleek ook uit de stresstest die EIOPA, de Europese toezichthouder, in 2019 uitvoerde bij de pensioenfondsen die 60 procent van de markt vertegenwoordigen. 

'In het scenario waarbij aandelen en vastgoed 40 procent minder waard worden én niet herstellen, zou de gemiddelde dekkingsgraad van Belgische pensioenfondsen dalen van 123 naar 102 procent. Dat betekent dat ze nog altijd voldoende buffer hebben om hun verplichtingen na te komen', zegt Neyt. 

'De eerste pijler wordt geruisloos uitgehold. Dat komt omdat de indexering van het loonplafond de welvaartsgroei niet volgt.'
Philippe Neyt
Voorzitter Pensioplus

Neyt wijst ook op het toenemend belang van de tweede pijler. 'De eerste pijler wordt geruisloos uitgehold. Dat komt omdat de indexering van het loonplafond de welvaartsgroei niet volgt. De voorbije 35 jaar was er meer dan een verdrievoudiging van de Belgische economie, terwijl het loonplafond amper verdubbelde. Dat betekent dat hogere lonen tot hogere bijdragen aan de sociale zekerheid leiden, maar dat proportioneel niet op dezelfde manier wettelijk pensioen wordt opgebouwd.'

Het belang van de tweede pijler is de voorbije jaren wel stelselmatig toegenomen, maar volgens Neyt is er nog veel meer nodig om van een waardige aanvulling op het wettelijk pensioen te spreken. 'We zijn nog ver verwijderd van de beoogde bijdrage van 3 procent van het loon. Gemiddeld zitten we aan 1 procent, maar voor velen is het veel minder.'

Werknemers kunnen in België via de werkgever een aanvullend pensioen opbouwen via een pensioenfonds of een groepsverzekering. De werkgever maakt de keuze tussen beide. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud