Projectfondsen raken niet van de grond in België

©BELGA

Europa lanceerde in 2015 een speciaal label voor fondsen die in duurzame langetermijnprojecten investeren. Maar vijf jaar later blijft het label in België dode letter. ‘Een jammere zaak, want genoeg duurzame projecten smeken om gefinancierd te worden.’

Europa creëerde in 2015 het statuut van Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (ELTIF). Het gaat om een specifiek label dat aan een beleggingsproduct, zoals vastgoed-, infrastructuur- of investeringsfondsen kan worden gekoppeld. De fondsen kunnen er rechtstreeks projecten of bedrijven mee financieren. Het label paste in de Europa 2020-strategie, die de Europese economie op een pad van slimme, duurzame en inclusieve groei moet brengen.

Om het label te verkrijgen, moet aan meerdere voorwaarden voldaan zijn. ‘Een daarvan is dat instellingen beleggen in bepaalde soorten activa. Het moet gaan om langetermijnbeleggingen die bijdragen aan duurzame groei’, zeggen Thérèse Loffet en Thierry Tilquin van het advocatenbureau Lime. ‘Voorts moet er voldoende diversificatie zijn en zijn bepaalde beleggingen verboden. Ook hefboomfinanciering moet beperkt blijven.’ Vaak gaat het om infrastructuur-, vastgoed-, schulden- en investeringsfondsen.

De Europese verordening werd op 9 december 2015 omgezet in Belgische wetgeving. Maar vijf jaar later heeft geen enkele marktspeler voor het statuut van Belgische ELTIF geopteerd. ‘Er zijn geen fondsen in België met een ELTIF-label’, zegt de toezichthouder FSMA, die het label moet toekennen.

Er is een grote nood aan infrastructuur en duurzame projecten. ELTIF’s vormen een ideaal instrument om die te financieren.
Olivier hermand
partner pwc

Volgens Olivier Hermand, partner bij de consultant PWC, is dat een jammere zaak. ‘In deze tijden is er grote nood aan infrastructuur- en duurzame projecten die met privékapitaal gefinancierd worden. Heel veel spaargeld staat aan de zijlijn te verkommeren. Dit is een ideaal instrument om dat spaargeld te mobiliseren’, zegt Hermand.

Ook Loffet vindt ELTIF’s een uitstekend middel om aan de hedendaagse verzuchtingen te beantwoorden. ‘Enerzijds heeft de coronacrisis aan het licht gebracht dat onze economie en de manier waarop we met productiemiddelen omgaan, tekortschieten en bijgestuurd moeten worden. Anderzijds ziet iedereen de noodzaak in om te anticiperen op de klimaatverandering. Dergelijke fondsen kunnen daar perfect toe bijdragen.’

Voorbeelden uit het buitenland tonen aan dat ELTIF’s kunnen werken. In Frankrijk, Luxemburg en Italië is het label al goed ingeburgerd. ‘Dat het gros van de ELTIF’s in die landen is opgericht, is geen toeval’, zegt Tilquin. ‘In Luxemburg werd de wetgeving voor alternatieve instellingen voor collectieve belegging in 2019 bijgestuurd, waardoor alternatieve fondsen eenvoudiger het label konden verkrijgen. In Frankrijk heeft een verduidelijking van de toezichthouder erg geholpen, en in Italië heeft de wetgever belastingregels ingevoerd om beleggingen in kmo’s aan te moedigen.’

België

Daarom pleiten de juristen voor gelijkaardige bijsturingen in ons land. ‘In tegenstelling tot de Franse toezichthouder AMF heeft de FSMA geen specifieke ELTIF-regels vastgelegd’, zegt Loffet.

‘Net als in andere landen zou de regelgeving een aantrekkelijker kader moeten scheppen voor ELTIF’s’, zegt Hermand. ‘Als zo’n kader er is, kan dat alleen maar winnaars opleveren: de maatschappij en de economie varen er wel bij, zonder dat het de schatkist een cent kost. Het terugverdieneffect zou dus bijzonder groot zijn.’

Hermand verwijst naar de fiscaliteit als cruciaal element in de discussie. ‘Het fiscaal regime voor deze fondsen is in ons land allesbehalve aantrekkelijk. De Europese verordening creëert het statuut van een fonds, maar zwijgt over het toepasselijke belastingregime, omdat die bevoegdheid bij de lidstaten ligt. Om die reden zijn we ervan overtuigd dat een wijziging van de belastingwetgeving nodig is. Die fondsen kunnen vandaag immers niet profiteren van het huidige belastingregime voor beleggingsfondsen.’

Wat is een ELTIF?

ELTIF staat voor European Long Term Investment Fund.
Het is een label dat aan langetermijnfondsen kan worden toegekend als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Doelstelling van ELTIF’s is projecten financieren die bijdragen tot een duurzamere maatschappij.

Ook Loffet merkt op dat er in ons land geen ‘signaal’ van de wetgever was om dit product aan te moedigen, maar een aanpassing aan de belastingwetgeving is volgens haar geen must.

‘Hoewel die nuttig kan zijn, is een nieuwe belastingregeling niet essentieel als je een type alternatieve instelling voor collectieve belegging gebruikt of als je een instrument creëert dat bedoeld is om het ELTIF-label te dragen’, zegt ze.

Volgens Tilquin is het ook belangrijk dat er bereidheid is langs de kant van de fondsensector om dergelijke instrumenten, die behoorlijk complex zijn, te lanceren.

‘Een andere oplossing om beleggingen in infrastructuur te vereenvoudigen kan bestaan in een koninklijk besluit dat geïnspireerd is op dat van 9 november 2016 over gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen (GVBF), dat gericht is op infrastructuurprojecten. De GVBF-techniek is goed bekend en kan, met bepaalde aanpassingen, gemakkelijk worden gebruikt.’

Praktijkvoorbeeld

BNP Paribas is een van de spelers die in Frankrijk een ELTIF-label voor een privatedebtfonds (een fonds dat belegt in niet-genoteerde schuldinstrumenten) heeft aangevraagd. ‘Het voordeel van het label is dat het fonds rechtstreeks leningen kan toestaan aan Europese ondernemingen zonder daarvoor bij banken te moeten aankloppen. En dat kan dus in alle landen van de Europese Unie’, klinkt het bij de Franse bank.

Na een succesvolle eerste emissie lanceerde BNP Paribas in juni een tweede emissie, die al snel meer dan 500 miljoen euro verzamelde. ‘In een uitdagende omgeving door het coronavirus zal Fund II kleine ondernemingen langetermijnfinanciering bieden om de crisis te overleven en hun ontwikkeling voort te zetten’, zegt David Bouchoucha, hoofdstrateeg private schulden en reële activa bij BNP Paribas Asset Management. Het fonds kent de leningen vooral toe aan Franse en Italiaanse ondernemingen. Liefst 101 bedrijven worden erdoor gefinancierd.

Een kanttekening is dat het fonds niet openstaat voor particuliere beleggers. ‘Het is uitsluitend gericht op institutionele beleggers’, luidt het. Het zijn ook gesloten fondsen, wat betekent dat de beleggers pas kunnen uitstappen op de eindvervaldag.

Over de kosten wil BNP Paribas niet in detail gaan. ‘We communiceren niet over gesloten institutionele fondsen. De kostenstructuur is klassiek en bevat beheers- en andere operationele kosten. Het label impliceert geen bijkomende kosten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud