‘We moeten beter communiceren over het nut van een aanvullend pensioen'

Kurt Termote en Luc Vanbriel, de topmannen van de pensioenfondsen van KBC

‘Mensen schatten het belang van het aanvullend pensioen onvoldoende hoog in. Voor aanbieders van pensioenfondsen is dat een signaal dat we er nog beter moeten over communiceren.’ Aan het woord zijn Kurt Termote en Luc Vanbriel, de topmannen van de bedrijfspensioenfondsen van KBC, een van de grootste spelers in ons land.

Het pensioenfonds van KBC, dat in 1942 werd opgericht, behartigt het aanvullend pensioen van 25.000 werknemers van de KBC Groep. Het heeft 2,5 miljard euro onder beheer en behoort tot de vijf grootste Belgische pensioenfondsen. Het vertegenwoordigt 15 verschillende werkgevers van de KBC Groep, voortkomend uit de vele fusieoperaties uit het verleden.

‘Schaalgrootte is steeds belangrijker voor pensioenfondsen’, zegt directeur Kurt Termote. ‘We zien dat kleinere pensioenfondsen het moeilijker krijgen om kostenefficiënt tegemoet te komen aan de toegenomen regelgeving. Een verdere consolidatie in de sector is dus waarschijnlijk.’

We haalden de voorbije tien jaar een rendement van 7,5 procent per jaar. De kans dat we dat de komende tien jaar herhalen, is klein.
Luc Vanbriel

De kostenefficiëntie is ook belangrijk in het licht van het wettelijk minimumrendement dat werkgevers moeten garanderen op het aanvullend pensioen van hun werknemers. Met de huidige lage rentes zoeken werkgevers naar oplossingen die in staat zijn de wettelijke minimumrente van 1,75 procent per jaar na te komen zodat ze zelf niet moeten bijstorten. ‘Een Belgisch pensioenfonds belegt gemiddeld 40 procent in aandelen en heeft toegang tot infrastructuur en vastgoed. Een fonds met voldoende schaalgrootte zal zo makkelijker een rendement van 1,75 procent halen’, zegt Luc Vanbriel, chief investment officer van het fonds.

Om die redenen biedt KBC sinds kort een multi-employerfonds aan, waarbij om het even welke werkgever kan aansluiten om zijn pensioenplan te laten beheren.

Hoe past zo’n multi-employerfonds in uw strategie?

Kurt Termote: ‘We bieden werkgevers al lang de mogelijkheid een groepsverzekering voor hun werknemers af te sluiten en ze door ons te laten beheren. Met een multi-employerfonds kan een werkgever zijn werknemers nu ook toegang geven tot een pensioenfonds.’

Hoeveel belegd vermogen heeft het fonds?

Termote: ‘Vandaag zit er ongeveer 200 miljoen euro in het multi-employerfonds. Ons kleinste contract is bijna 2 miljoen euro. Let op, per werkgever blijft het een aparte spaarpot met eigen bestuursregels, dus er is een duidelijke afscheiding. Maar voor de gemeenschappelijke activiteiten profiteren de aangeslotenen van synergievoordelen.’

‘We zien een dubbele interesse. Enerzijds van bestaande pensioenfondsen waarbij de werkgever dat niet langer zelf wil organiseren, maar wil uitbesteden. Door de toegenomen regulering zijn er niet alleen strengere eisen voor deugdelijk bestuur, ook de aansprakelijkheid die erbij komt kijken zien veel werkgevers niet meer zitten. Anderzijds zien we een vraag van werkgevers die van een groepsverzekering willen overschakelen naar een fonds wegens het huidige renteklimaat.’

Het is niet onze ambitie een pan-Europees pensioenfonds uit te bouwen.
Kurt Termote

Hoe haalbaar is het in de huidige markten om een jaarrendement van 1,75 procent te garanderen?

Luc Vanbriel: ‘Die 1,75 procent is ingeschreven in de wet. De werkgever moet dat garanderen. Belangrijk is dat het een rendement is dat op lange termijn moet worden gehaald. Door de lage marktrentes wordt het voor groepsverzekeringen zeker uitdagend dat de komende jaren te realiseren.’

‘Met ons pensioenfonds haalden we de voorbije tien jaar een rendement van 7,5 procent netto per jaar, maar de kans dat we dat de komende tien jaar opnieuw halen, is zeer klein. In de obligatieportefeuille zit nog weinig rek om te profiteren van verdere renteverlagingen. Ons fonds zit nu ongeveer 40 procent in aandelen. We denken dat het daarmee mogelijk moet zijn om gemiddeld minstens 1,75 procent rendement op jaarbasis te halen.’

‘2020 was een rollercoaster. Na een zeer zware correctie kenden we een ongezien herstel. In het verleden duurde een herstelperiode na een crash meerdere jaren, nu ging het om enkele maanden.’

Kijkt u ook meer naar alternatieve beleggingen om dat rendement te halen?

Vanbriel: ‘Inderdaad. We hebben bijvoorbeeld 15 procent niet-genoteerd vastgoed en infrastructuur in het fonds. Dat biedt verschillende voordelen. Niet alleen leveren die beleggingen stabiele cashflows, ze zijn ook deels ingedekt tegen inflatie. We beleggen ook voor 2 procent in private equity. We zien dat als een manier om de hele economische dynamiek mee te hebben. Er zijn een pak kmo’s en bedrijven die niet beursgenoteerd zijn. Die vertegenwoordigen een zeer belangrijk deel van de economische activiteit. Via private equity kunnen we daarin participeren. Private debt (niet- genoteerde obligaties, red.) zien we niet als een strategische beleggingscategorie, omdat onze sponsor KBC die al voldoende op zijn balans heeft staan.’

Kijkt u voor die niet-genoteerde activa zoals vastgoed en infrastructuur vooral naar de Belgische markt?

Vanbriel: ‘Neen, we kijken verder dan België alleen. Als er iets gebeurt op de Belgische vastgoedmarkt, dan willen we daar niet volledig afhankelijk van zijn. We proberen wel het wisselkoersrisico in de vastgoedportefeuille te beperken. Ongeveer de helft van de vastgoed- en infrastructuurportefeuille zit in België, de andere helft in de rest van de eurozone.’

Ongeveer 10 procent van de aandelenportefeuille zit in groeimarkten.
Luc Vanbriel

Hoe ziet de regionale verdeling van de aandelenportefeuille eruit?

Vanbriel: ‘De jongste jaren hebben we steeds meer de home bias verlaten, en dat zetten we ook in 2021 voort. We denken dat het herstel na de coronacrisis zich wereldwijd zal voltrekken. Groeimarkten nemen vandaag 10 procent van het aandelengedeelte in. We volgen de MSCI Emerging Markets, die mooie spreiding over verschillende sectoren biedt. Een uitdaging bij de groeimarkten blijft China. De Chinese economie is de op een na grootste ter wereld, en toch zijn Chinese bedrijven nog onvoldoende vertegenwoordigd in de wereldwijde beursindexen.’

Belegt u in goud?

Vanbriel: ‘Neen, we beleggen niet in grondstoffen.’

BIO

Kurt Termote

Geboren in 1970.
Werkt sinds 1995 bij KBC, eerst als juridisch adviseur, daarna head of employee benefits, vervolgens managing director legal insurance en bestuurder van het pensioenfonds van KBC en KBC Pension Fund Service.
Geeft les aan UAntwerpen, KU Leuven en HO Gent.



Luc Vanbriel

Geboren in 1966.
Werkt sinds 1995 bij KBC, eerst als hoofdactuaris en hoofd institutional business development bij KBC Asset Management. Vervolgens was hij CEO van KBC Fund Management en daarna hoofd structured & money market funds.
Sinds 2017 is hij chief investment officer van de Belgische pensioenfondsen van KBC en trustee van het KBC pensioenfonds in Londen.

In welke mate belegt u in beleggingsfondsen?

Vanbriel: ‘We beleggen vooral in beleggingsfondsen via mandaten. Dat heeft een kostprijs, maar het biedt tal van voordelen. We voorkomen veel transactiekosten, we kunnen fiscaal gunstiger beleggen en we hebben het voordeel van diversificatie. KBC Asset Management heeft een mandaat voor 85 procent van de portefeuille. Het overige deel zit in de niet-beursgenoteerde activa, zoals vastgoed en infrastructuur, en ten slotte hebben we voor een beperkt deel nog een aandelenmandaat buiten KBC lopen.’

Hoe belangrijk is duurzaam beleggen?

Termote: ‘Het grootste deel van onze aandelenbeleggingen en bedrijfsobligaties is duurzaam. We hanteren daarvoor een eigen scoringsysteem dat enkel kijkt naar de 40 procent best presterende bedrijven voor ESG (Environment, Social, Governance, red.).’

Hoe is uw portefeuille voor 2021 gepositioneerd?

Vanbriel: ‘Het gros van het Pensioenfonds KBC zit in een ‘defined benefit’-plan. Dat is een plan waarbij afgesproken is welk bedrag op de pensioenleeftijd uitgekeerd wordt. Bij die plannen ligt een grote uitdaging om het uit te betalen bedrag op pensioenleeftijd waardevast te houden, dat wil zeggen rekening houdend met de inflatie.’

‘Als de beleggingen in het fonds onvoldoende mee-evolueren met de inflatie is er een probleem. Dat stelt zich nu met de lage inflatie niet meteen, maar we moeten rekening houden met een scenario waarin de inflatie fors toeneemt. Daarom hebben we in onze obligatieportefeuille meer inflatiegelinkte obligaties opgenomen. De kostprijs voor inflatie- indekking is vandaag beperkt, dus dat is een voordeel. Voorts hebben we met niet-genoteerde effecten zoals infrastructuur en vastgoed ook een zekere inflatiebescherming.’

We zien steeds meer pan-Europese pensioenfondsen in ons land neerstrijken. Hebt u met het multi- employerfonds ook die ambitie?

Termote: ‘Neen. Een pan-Europees fonds brengt bijkomende complicaties teweeg. Je moet rekening houden met de verschillende nationale regels zoals fiscaliteit of de taalwetgeving. Daarom focussen we enkel op België.’

Verwacht u een verdere consolidatie in de markt van de pensioenfondsen?

Termote: ‘Absoluut, dat is onvermijdelijk. Het aantal pensioenfondsen is de voorbije jaren al afgenomen, maar we verwachten een versnelling. Vooral voor kleinere fondsen wordt het steeds moeilijker om leefbaar te blijven.’

De overheid wil het aanvullend pensioen via de werkgever stimuleren. Maar in vele gevallen liggen de bijdrages nog ver af van de beoogde 3 procent van het brutoloon. Wat is nodig om het aanvullend pensioen te versterken?

Termote: ‘We zien wel dat meer sectoren of bedrijven een aanvullend pensioen aanbieden, dus de toegang is vergroot. Maar het klopt dat de bijdragen dikwijls nog veel te beperkt zijn. Veel bedrijven hebben het pensioenvraagstuk door de coronacrisis moeten parkeren.’

‘Om het aanvullend pensioen te versterken is vooral communicatie cruciaal. Ook wij hebben een rol te spelen. Het is aan ons de voordelen uit te leggen. Een verhoging van de bijdrage in het aanvullend pensioen met 50 euro per maand is voor een werknemer niet direct tastbaar. Een directe loonsverhoging met 50 euro is dat wel. Nochtans kan de eerste oplossing op lange termijn veel beter zijn. Dat soort zaken moeten we beter uitleggen.’

Is er voor een vertrouwen in het aanvullend pensioen ook geen fiscale stabiliteit nodig?

Termote: ‘Absoluut. Gelukkig zijn op dat vlak de voorbije jaren geen al te ingrijpende wijzigingen doorgevoerd. Voor de regelgeving zagen we wel veel strengere eisen. Ik vind die regelgeving ook nodig, maar we moeten opletten dat de slinger niet te veel de andere kant uit slaat.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud