‘We mogen duurzaam beleggen niet verengen tot enkele getallen'

Met meer dan 1.100 miljard euro onder beheer is het Noorse staatsfonds een leidende speler in duurzaam beleggen. ‘Voor ons is de dialoog met het bedrijf cruciaal’, zegt Carine Smith Ihenacho, die bij het fonds verantwoordelijk is voor duurzaam beleggen.

Het Noorse staatsfonds, dat de inkomsten van Noorwegen uit de olie van de Noordzee belegt om de welvaart van het land te garanderen, heeft 1,4 procent van de wereldwijde marktkapitalisatie van beursgenoteerde bedrijven in handen. De Noren streven niet alleen een financieel rendement na, ze zijn ook al vele jaren een voorloper in duurzaamheid.

Voor het zevende jaar op rij publiceerde het fonds in februari een lijvig rapport van 104 pagina’s waarin het zijn focus op duurzaamheid in detail uitlegt. We lezen dat het fonds in 2020 liefst 2.877 meetings met bedrijven had waarin duurzaamheid aan bod kwam. Voorts stemde het fonds vorig jaar over 121.619 resoluties op algemene vergaderingen van bedrijven waarin het investeert. Het speelt een pioniersrol bij het uittekenen van standaarden voor duurzaam beleggen. Beleidsmakers wereldwijd consulteren het fonds daarover.

17 procent van de bedrijven wereldwijd heeft niet één vrouw in zijn raad van bestuur. Daar proberen we verandering in te brengen.

‘We hebben gezien dat bedrijven tijdens het moeilijke coronajaar hun focus op duurzaamheid hebben behouden. Verschillende bedrijven zijn zelfs met nieuwe initiatieven op de proppen gekomen en hebben hun focus op duurzaamheid versterkt. We zien ook een verbetering in de rapportering van bedrijven over de klimaatrisico’s die ze lopen. Die verbetering zien we in alle sectoren’, zegt Carine Smith Ihenacho.

Het Noorse staatsfonds belegt wereldwijd in meer dan 9.000 bedrijven. Hoe groot zijn de regionale verschillen als het op duurzaamheid van de bedrijven aankomt?

Carine Smith Ihenacho: ‘De bewustwording groeit, maar er zijn nog grote verschillen in hoe bedrijven over duurzame thema’s rapporteren. We zien bijvoorbeeld dat Europese bedrijven de meeste informatie geven, vooral over hun milieu-impact. Noord-Amerika volgt op kleine afstand. In Azië en in Latijns-Amerika is er nog een achterstand.’

Het Noorse parlement beslist of we al dan niet in bepaalde bedrijven mogen beleggen.

Beleggers die duurzaamheid nastreven, klagen over een gebrek aan gestandaardiseerde informatie waardoor de vergelijkbaarheid tussen bedrijven niet altijd eenvoudig is. Hoe lost u dat op?

Smith Ihenacho: ‘We werken samen met verschillende dataleveranciers, maar daar zien we inderdaad soms tegenstrijdige data. Er is nog veel werk te doen, maar er beweegt wel heel veel. In Europa en de Verenigde Staten wordt keihard gewerkt aan referentiekaders. Maar we moeten opletten dat duurzaam beleggen niet verengd wordt tot enkele getallen. Duurzaamheid gaat niet alleen over berekeningen, het gaat over de context en het gedrag. We hanteren daarom onze eigen analyse, waarbij we continu in gesprek zijn met ondernemingen. Voor ons is de dialoog met het bedrijf cruciaal.’

Hebt u het gevoel dat u voldoende impact hebt op een bedrijf om het te overtuigen het duurzame pad te volgen?

Smith Ihenacho: ‘Gemiddeld bestaat onze participatie in een bedrijf uit 1,4 procent van de aandelen. In Europa ligt dat iets hoger, op 2,4 procent. Dat is uiteraard geen meerderheidsbelang, maar door onze consequente en transparante houding hebben we wel het gevoel dat bedrijven luisteren. Het feit dat we een langetermijnbelegger zijn helpt.’

Kunt u voorbeelden geven van bedrijven waar u iets hebt veranderd?

Smith Ihenacho: ‘We zijn heel voorzichtig om te zeggen dat een bedrijf enkel en alleen door ons is veranderd. Veel vaker is het een optelsom. Maar we hebben zeker het gevoel dat we bedrijven mee helpen bewegen.’

U maakt er een punt van als aandeelhouder te stemmen op de algemene vergadering. In 95 procent van de gevallen stemt u in lijn met de raad van bestuur. Zijn daar regionale verschillen?

Smith Ihenacho: ‘Ons stemgedrag verschilt niet echt naargelang de regio. We proberen inderdaad voor alle bedrijven waarin we beleggen aanwezig te zijn op de jaarvergadering, en dat lukt in de meeste gevallen. Enkel in Afrika hebben we vorig jaar maar gestemd voor de helft van de bedrijven waarin we beleggen. Dat heeft te maken met het feit dat aandelen daar geblokkeerd kunnen worden als je stemt op een algemene vergadering. Zo’n blokkering van onze aandelen willen we in geen geval.’

Om te stemmen hebt u duidelijke richtlijnen afgesproken. Wijkt u daar soms van af?

BIO
Carine Smith Ihenacho

Sinds 2017 aan de slag bij Norges Bank Investment Management, sinds 2020 als chief governance and compliance officer.
Voorheen vice president legal en chief compliance officer bij het Noorse oliebedrijf Statoil.
Werkte ook 20 jaar als advocaat.
Behaalde diploma’s rechten aan de universiteit van Oslo en Harvard Law School. Behaalde een diploma economie aan de Norwegian School of Economics.

Smith Ihenacho: ‘Dat gebeurt soms wegens lokale factoren. Volgens onze richtlijnen moet bijvoorbeeld de helft van de raad van bestuur onafhankelijk zijn, maar in Japan maken we daar een uitzondering op. Daar zijn we al tevreden als minstens twee leden onafhankelijk zijn omdat het land al een hele weg heeft afgelegd voor deugdelijk bestuur.’

U zet ook erg in op gendergelijkheid in de bedrijven. Ziet u daar veel veranderen?

Smith Ihenacho: ‘We streven naar minstens 30 procent vrouwen in de raad van bestuur. Dat lijkt niet ambitieus, maar als je dat op wereldvlak bekijkt, is het dat wel. Dan zien we dat nog altijd 17 procent van de bedrijven niet één vrouw in zijn raad van bestuur heeft. We proberen daar verandering in te brengen door dialoog en door te stemmen.’

De coronacrisis heeft de aandacht voor het sociale luik in ESG (Environment, Social, Governance) doen toenemen. Hoe is dat bij u?

Smith Ihenacho: ‘De sociale component is door covid wat meer op de voorgrond getreden, maar wij besteden al lang heel veel aandacht aan het sociale luik. We kijken al veel langer naar bijvoorbeeld mensenrechten.’

U hebt onlangs twee Israëlische bedrijven uitgesloten omdat ze de mensenrechten schenden. Past dat ook in dat verhaal?

Wat is het Noorse staatsfonds?


Het Government Pension Fund Global werd in 1990 opgericht. Het heeft als doel de inkomsten van Noorwegen uit de olievelden voor de kust te beleggen in plaats van ze meteen uit te geven. Zo kunnen de welvaart en de pensioenen in het land gehandhaafd worden als de oliebronnen zijn uitgeput.
Vandaag heeft het Noorse staatsfonds meer dan 1.100 miljard euro onder beheer. Het belegt in meer dan 9.000 bedrijven, waaronder een vijftigtal Belgische.

Smith Ihenacho: ‘Wij volgen de ethische richtlijnen die de Noorse overheid oplegt. Volgens die richtlijnen mogen we niet beleggen in bedrijven die wegens bepaalde producten of bepaald gedrag niet aan de standaarden voldoen. Dat is al sinds 2004 het geval, dus helemaal niet nieuw. De uitsluiting van de Israëlische bedrijven is een gevolg van die richtlijnen.’

Is uitsluiten niet de minst goede manier om verandering teweeg te brengen? Kan je als aandeelhouder geen grotere stempel drukken?

Smith Ihenacho: ‘Ons startpunt is dat we een eigenaar willen zijn, en willen bijdragen aan de verandering van een bedrijf. Maar het is het Noors parlement dat beslist of we al dan niet in bepaalde bedrijven mogen beleggen. Kijk, we hebben vandaag zo’n 170 bedrijven op de uitsluitingslijst. Dat blijft nog altijd een klein aantal in vergelijking met de 9.000 bedrijven waarin we wel beleggen.’

U voert al sinds 2019 gesprekken met de olierederij Euronav over een verduurzaming van haar vloot. Hoever staan de gesprekken?

Smith Ihenacho: ‘We kunnen helaas geen commentaar geven over individuele bedrijven, maar we hebben inderdaad met Euronav gepraat over energietransitie en een verantwoorde recyclage van schepen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud