‘Wie niet wil verliezen, moet constant in de markt zitten'

©Jonas Lampens

‘Studies wijzen uit dat je veel rendement misloopt door de beste beursdagen van het jaar te missen. Wie niet permanent in de markt zit, verliest op lange termijn.’ Dat zegt Charles-Henri Kerkhove, die vanuit Frankfurt 40 miljard euro in multiactivafondsen van Fidelity overschouwt.

Kerkhove begon zijn loopbaan in 2006 als management trainee bij de toenmalige Fortis Bank, waar hij verschillende afdelingen doorliep. Maar de passie voor de beurs kreeg hij al tijdens zijn studententijd. ‘Nadat ik een beleggingsclub had opgericht, kwam bij mij het besef: hierin wil ik professioneel verder. Het eerste aandeel dat ik kocht, was Lotus Bakeries’, zegt Kerkhove.

Vandaag maakt hij als investment director bij Fidelity International deel uit van het beheerteam dat de gemengde fondsen onder zijn hoede heeft. ‘Ik werk nauw samen met de beheerders, maar ik hou me zelf niet bezig met het dagelijkse beheer van de centen. Mijn taak bestaat erin onze strategie uit te leggen aan onze grote klanten en op zoek te gaan naar nieuwe beleggingsmandaten in Europa’, zegt hij.

Na uw stage kwam u terecht in een team dat Europese aandelenportefeuilles beheert. Vandaag bent u actief in gemengde fondsen. Een groot verschil?
Charles-Henri Kerkhove: ‘Werken met portefeuilles die beleggen in verschillende activa (aandelen, obligaties, vastgoed...) vind ik veel boeiender. Bij aandelenfondsen ben je erg afhankelijk van het beursklimaat. Als aandelen in een zware correctie zitten, dan is de interesse van beleggers beperkt. Bij multiactivafondsen zijn er in elke marktomgeving opportuniteiten en kansen. Je kan je in verschillende activa verdiepen en je moet zeker ook een goed zicht hebben op de macro-economische omgeving. Dat maakt het altijd boeiend.’

Bij multiactivafondsen speelt de allocatie een belangrijke rol. De juiste gewichten toekennen aan aandelen en obligaties bepaalt het gros van het rendement. Gelooft u in markttiming?
Kerkhove: ‘De markt timen is bijzonder moeilijk. Ik geloof niet in gemengde fondsen die heel dynamisch hun aandelenposities bijstellen. Neem nu fondsen die bijvoorbeeld heel snel van 50 procent naar 0 procent aandelen gaan. Ik ben ervan overtuigd dat je met zo’n flexibiliteit verliest op lange termijn. Zeker in een omgeving waarin posities heel vlug wisselen van kant. De correcties zijn snel, maar de heroplevingen komen vaak even snel. En dus heeft iemand die eind 2018 zijn aandelenposities afbouwde vandaag een fors herstel gemist.’

Je kan de beste beheerder van een multiactivafonds zijn, de markten kan je niet voorspellen.

‘Onze aanpak is gradueel winst te nemen en gradueel in te stappen. Studies tonen wat met je rendement gebeurt als je de beste vier of vijf beursdagen van het jaar hebt gemist. Onze tactische bewegingen gebeuren dus geleidelijk omdat de markten onvoorspelbaar zijn. Je kan de beste beheerder van een multiactivafonds zijn, de markten kan je niet voorspellen. En dus is het cruciaal permanent in de markt te zitten.’

Zijn er in het huidige klimaat nog wel activa die interessant zijn?
Kerkhove: ‘De rol van beheerder van een multiactivafonds is inderdaad moeilijker geworden. Er zijn niet alleen meer activaklassen, je moet vooral ook meer risico nemen om rendement te halen. Vroeger lag het zwaartepunt van de gemengde fondsen bij de overheids- en bedrijfsobligaties. Die werden aangevuld met hoogrentende en groeimarktobligaties, en met aandelen. Maar wat ooit risicoloos was, is vandaag risicovol. Kijk maar naar de overheidsobligaties. Bij Europese overheidsobligaties krijg je in ruil voor dat risico bovendien geen rendement. Voor de Amerikaanse wel, maar dan neem je ook een wisselkoersrisico.’

Kijkt u meer naar alternatieve activaklassen?
Kerkhove: ‘Zeker. Een goed voorbeeld is infrastructuur. Het voordeel van die activaklasse is dat ze inflatievast is en op termijn een rendement oplevert dat hoger ligt dan de inflatie. We kunnen die activaklasse op verschillende manieren bespelen. Dat kan via traditionele infrastructuuraandelen, maar die genieten minder onze voorkeur omdat hun prestatie sterk samenhangt met die van de aandelenmarkten. We kiezen eerder voor infrastructuurfondsen zoals REITs en Sicafi. In die categorie geven we de voorkeur aan fondsen die inzetten op sociale infrastructuur, zoals ziekenhuizen en scholen. Denk aan Cofinimmo, dat in het Antwerpse justitiepaleis investeerde.’

Kijkt u ook naar grondstoffen?
Kerkhove: ‘Goud vormt een beperkte positie in onze portefeuilles en speelt de rol van veilige haven in onheilstijden. Maar waar we vandaag vooral naar kijken, is de energiesector en dan vooral de olieprijs. Die zal volgens ons gevoelig stijgen. Langs de aanbodzijde zien we een verkrapping door minder productie of problemen in onder meer Venezuela, Libië en Iran. Aan de vraagzijde denken we dat er een stabilisatie komt in het Chinese groeiverhaal, na de recente groeivertragingen.’

We geloven in een stijging van de olieprijs en spelen daarop in door te beleggen in de uitbaters van oliepijpleidingen.

Hoe speelt u in op de stijgende olieprijs?
Kerkhove: ‘De eerste mogelijkheid is een derivaat te kiezen dat gekoppeld is aan de olieprijs. De tweede optie zijn Amerikaanse hoogrentende obligaties. De bedrijven die die obligaties uitgeven, zijn vaak actief in de energiesector. De derde optie draagt echter onze voorkeur weg, en dat is via zogenaamde Master Limited Partnerships (MLP). Via die structuur beleg je in de uitbaters van oliepijpleidingen. De pijplijnen worden verhuurd aan producenten, waardoor de uitbaters vaste inkomsten krijgen. MLP’s zijn verplicht minstens 80 procent van die inkomsten uit te keren aan de investeerders. En het positieve is bovendien dat MLP’s een fiscaalvriendelijke belegging zijn.’

Wat vindt u van de passief beheerde instrumenten, zoals trackers, die de markt steeds meer inpalmen?
Kerkhove: ‘In ons beheer maken we gebruik van zowel actieve als passieve oplossingen. Bij multiactivafondsen moet je twee beslissingen nemen. Ten eerste: hoe sta ik als beheerder tegenover de financiële markten? Waarover ben ik positief? En ten tweede: in welk instrument beleg ik, of via welk instrument bespeel ik de activaklasse? Als we bijvoorbeeld positief zijn over Aziatische hoogrentende obligaties, dan gaan we die via fondsen bespelen om voldoende spreiding te krijgen. We kiezen daar ook voor actief beheer omdat het een vrij inefficiënte activaklasse is. Voorts bespelen we ook obligaties van groeimarkten enkel actief. De referentie-indexen zijn daar niet goed gebouwd om dat passief te doen. Bovendien is dat segment sterk afhankelijk van flows. Dus ook al verwachten we daar niet noodzakelijk dat beheerders beter zullen presteren dan de markt, we bespelen het segment toch actief. Bij Amerikaanse overheidsobligaties daarentegen valt wel iets te zeggen voor passief beheer.’

Belegt u ook in smart bèta, dus via strategieën die niet gebaseerd zijn op de traditionele indexen?
Kerkhove: ‘Soms is passief de beste keuze, maar stelt de invulling van een passieve oplossing problemen. Dan komen smart bèta-oplossingen inderdaad op de proppen. Je kan bijvoorbeeld kiezen voor een passieve strategie die aandelen met hoge dividenden selecteert. Je zou dan als regel kunnen stellen om alle aandelen met een dividendrendement hoger dan 7 procent op te nemen. Maar dat is geen goed idee, want je neemt dan aandelen mee waarvan de dividenden niet houdbaar zijn. Je hebt dus bijkomende regels nodig, die bijvoorbeeld opgenomen worden in smart bèta-indexen.’

U verblijft al enkele jaren in Frankfurt. Hoe open staan de banken in Duitsland om fondsen van bijvoorbeeld Fidelity aan te bieden? Staat open architectuur er verder dan in België?
Kerkhove: ‘In open architectuur zijn Duitsland en België wel wat vergelijkbaar. We zagen de fondsenaanbieders de voorbije jaren langzaam opschuiven naar open architectuur. Maar het wetgevend kader is nu een rem, want het werken met verschillende fondsenhuizen wordt administratief steeds zwaarder. De tendens is nu dat met minder beheerders wordt gewerkt. Het is in vele gevallen eerder een gecontroleerde open architectuur geworden dan een volledige open architectuur.’ 

BIO Charles-Henri Kerkhove

Geboren in 1983.

2006-2008 > management trainee bij Fortis Bank.

2008-2009 > investment specialist Europese smallcaps en Oost-Europese aandelen bij Fortis Investments.

2009-2010 > investment specialist asset allocation bij BNP Paribas Investment Partners.

2010-2012 > product specialist equities bij UBP.

Werkt sinds 2012 bij Fidelity International. Huidige rol: investment director Fidelity Multi Asset.

Zijn er grote verschillen tussen Duitse en Belgische beleggers?
Kerkhove: ‘Europa is een heel heterogene markt. In die zin is het wat vergelijkbaar met wat ik in Hongkong heb gezien. Daar had je ook te maken met het Chinese vasteland, Taiwan... Duitsers zijn bijvoorbeeld nog erg spaarzaam en hebben een focus op kapitaalbescherming. Ze blijven ook op hun thuisland gefocust en richten zich dus vooral op de Duitse beursgraadmeter DAX. Er is wel een trendwijziging in vastgoed. Er is een vastgoedboom aan de gang in Duitsland. Maar dat weerspiegelt zich nog niet op beleggingsvlak.’

Wat hebt u de voorbije jaren geleerd?
Kerkhove: ‘Dat het weinig zin heeft langetermijnplannen te maken. Je moet heel flexibel zijn in het leven. In Azië is het normaal om elke twee jaar van job te veranderen. Er wordt keihard gewerkt en extreem laat. Ik heb er graag gewerkt, maar voor mijn kinderen heb ik besloten terug te komen naar Europa, en ik sluit niet uit ooit terug te komen naar Brussel.’

Welke les wilt u uw kinderen bijbrengen?
Kerkhove: ‘Ik zeg hen dat ze geen grootse plannen moeten maken. Wees opportunistisch en probeer constant te leren. En vooral: ga naar het buitenland. Dat is bijzonder interessant. Kijk verder dan je eigen omgeving. Andere culturen zijn verrijkend.’

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect