‘Als je de toekomst niet kunt voorspellen, diversifieer dan'

Technologiebedrijven, waaronder Alphabet, nemen 30 procent van de brede Amerikaanse aandelenindexen in. ©REUTERS

‘Wie in Amerikaanse aandelen belegt, moet volgens de marktindexen 30 procent in technologie beleggen. Wij vinden dit een hoge concentratie van risico’s.’ Daarom bouwde de Franse vermogensbeheerder TOBAM portefeuilles die draaien rond maximale diversificatie.

‘De markten zijn vandaag extreem geconcentreerd’, steekt Christophe Roehri, managing director van TOBAM, van wal. Hij verwijst naar de technologiesector, die 30 procent van de brede Amerikaanse S&P500-index voor zijn rekening neemt. ‘Zo’n hoge concentratie van een sector is niet nieuw. In 1980 palmde de energiesector 30 procent van de index in, in 2000 haalden de TMT-sectoren (technologie, media en telecom) 34 procent, en in 2007, aan de vooravond van de financiële crisis, waren de banken goed voor 23 procent van de index.’

Die hoge concentraties brengen volgens Roehri grote risico’s met zich mee. ‘De indexen bevatten vaak de winnaars van gisteren, maar niet noodzakelijk die van morgen. De financiële crisis en het uiteenspatten van de internetzeepbel hebben dat aangetoond.’

Vermogensbeheerders wekken vaak ook een vals gevoel van veiligheid op, vindt Roehri. ‘Velen zeggen dat ze neutraal gepositioneerd zijn. Daarmee bedoelen ze dan dat ze dezelfde gewichten aan een sector toekennen als de referentie-index, maar het probleem is dat die index zelf niet neutraal is. De index is een gemiddelde van de markt, maar helemaal geen maatstaf voor een representatieve portefeuille.’

Volgens hem zijn er twee opties om daarop een antwoord te bieden. ‘Je kan als actieve beheerder proberen de toekomst te voorspellen en dus zelf je posities kiezen, los van de referentie-index. Maar het verleden toont aan hoe moeilijk dat is.’

‘Aangezien niemand de toekomst kan voorspellen, is maximale diversificatie de enige echte oplossing. Alleen door zo veel mogelijk te spreiden minimaliseer je het risico en verbeter je de prestaties’, zegt Roehri. TOBAM heeft hiervoor een eigen kwantitatief model ontwikkeld.

Anti-Benchmark

‘Op basis van dat model hebben we onze eigen Anti-Benchmarkportefeuilles gecreëerd. We vertrekken van MSCI-aandelenindexen en berekenen de onderlinge correlaties van de aandelen - de mate waarin de evolutie van de aandelen gelijkloopt. Vervolgens wijzigen we de gewichten van de aandelen op zo’n manier dat we de diversificatie maximaliseren.’

‘Stel bijvoorbeeld dat we de keuze hebben tussen drie Franse aandelen: BNP Paribas, Société Générale en Renault. Dan zal de correlatie van BNP Paribas en Renault veel kleiner zijn dan de correlatie tussen de bankaandelen BNP Paribas en Société Générale. Het gevolg is dat Renault relatief een groter gewicht zal krijgen dan BNP Paribas en Société Générale’, zegt hij. In een index waarbij de marktkapitalisatie de gewichten bepaalt, zullen de banken veel zwaarder doorwegen.

TOBAM past de strategie al toe op een vijftiental MSCI-indexen. ‘De mate van diversificatie van de Anti-Benchmarkportefeuilles ligt twee tot drie keer hoger dan die van de benchmark zelf.’

Om aan te tonen dat die methodologie niet alleen het risico beperkt, maar ook rendement kan opleveren, neemt Roehri ons mee naar begin jaren 90. ‘Toen was Yahoo! een opkomend internetbedrijf in een nieuwe sector. De correlatie van het aandeel met andere aandelen in de index was klein. Via onze methodologie zou het aandeel dus al meteen een relatief groot gewicht gekregen hebben en kunnen profiteren van de groei. Eind jaren 90 waren er al heel wat meer internetbedrijven. De correlatie met andere indexleden nam toe, en het gewicht van Yahoo! zou relatief afnemen, waardoor we minder kwetsbaar waren voor de internetcrisis.’

Zeepbel

Dat voorbeeld toont volgens Roehri aan dat de methodologie enerzijds meesurft in de vroege jaren van groei en op tijd verliezen beperkt bij een zeepbel. ‘Enkel aan het einde van een concentratieyclus zien we dat onze Anti-Benchmarkportefeuilles het minder goed doen’, zegt Roehri. Dat is ook de reden waarom onze portefeuilles in 2018 minder goed gepresteerd hebben dan Amerikaanse indices. We zijn minder geïnvesteerd in de Apples, Googles en Microsofts van deze wereld. Apple kan nog even op zijn elan doorgaan, maar ooit zal het stoppen.’

Dat TOBAM met zijn Anti-Benchmarkportefeuilles een deel van de opwaartse rit mist, deert Roehri niet. ‘Als we op langere termijn kijken, bieden onze portefeuilles een beter rendement-risicoprofiel dan traditionele indexen’, beklemtoont hij.

©Mediafin

De grafiek toont dat aan. In de periode 2000-2017 haalde de wereldwijde portefeuille van TOBAM een hoger rendement met een lager risico dan de MSCI World. Zelfs ten opzichte van de MSCI World Minimum Variance, die ook een minimale volatiliteit nastreeft, scoort de TOBAM-portefeuille beter. ‘Met de portefeuille zijn beleggers ook gediversifieerd ten opzichte van de financiële producten die vandaag in vele portefeuilles zitten en die steunen op de hype van de dag’, besluit hij. TOBAM heeft in België acht fondsen geregistreerd op acht aandelenindexen.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect