‘Met ons fonds spaart u 48 vluchten naar New York uit'

Equinix, een Amerikaanse uitbater van datacenters, wil tegen 2030 nog uitsluitend duurzame energie gebruiken. ©REUTERS

Almaar meer duurzame fondsen proberen de impact van hun beleggingen op mens en maatschappij in kaart te brengen. Met de informatie die al beschikbaar is, meten de fondsbeheerders hoeveel water de bedrijven waarin ze beleggen uitsparen of hoeveel minder CO2 ze uitstoten.

Sinds 10 maart zijn beleggingsfondsen verplicht in hun prospectus meer informatie op te nemen over de duurzaamheidsrisico’s die ze nemen. Die Europese SFDR-regels zijn een eerste schuchtere poging om de rapportering van fondsen over hun duurzame beleggingen te standaardiseren. Nog te vaak lopen beleggers in de val van greenwashing, waarbij fondsenhuizen in marketingtaal doen uitschijnen dat ze zeer duurzaam beleggen, terwijl ze dat in werkelijkheid niet of nauwelijks doen.

De Europese SFDR-regels zijn slechts een eerste stap. Ze dwingen fondsenhuizen hun fondsen op te delen in drie groepen: fondsen die geen duurzame ambities hebben, fondsen die duurzame ESG-principes - ESG verwijst naar Environment, Social and Governance - integreren en fondsen die ook duurzame doelstellingen hanteren. Onder die laatste groep worden vaak de impactfondsen verstaan: fondsen die met hun beleggingen een meetbare impact willen hebben op mens en samenleving.

Een veel gebruikte maatstaf voor duurzaamheid is de hoeveelheid CO2-uitstoot per 1 miljoen dollar omzet.

Verschillende van die fondsen hebben niet gewacht op de SFDR-regels om over hun impact te rapporteren. In een jaarlijks rapport wordt aangegeven hoeveel CO₂-uitstoot het fonds vermeed door voor duurzame bedrijven te kiezen, wat het gemiddelde waterverbruik van de ondernemingen was… Her en der klinkt kritiek op die rapportering omdat ze vaak gebaseerd is op onvolledige en niet-gestandaardiseerde informatie. Pas volgend jaar zullen Europese bedrijven verplicht zijn op een gestandaardiseerde manier over hun duurzame activiteiten te rapporteren. Op een internationale standaard is het langer wachten.

De Franse vermogensbeheerder Comgest, die impactrapporten van zijn fondsen publiceert, waarschuwt voor te snelle conclusies bij het lezen van die rapporten. ‘Niet alles wat geteld kan worden, telt. En niet alles wat telt, kan worden geteld’, nuanceert Lodewijk van der Kroft van Comgest. Toch betekent dat niet dat de prille inspanningen van fondsenhuizen met het badwater moeten worden weggegooid. Beter beheerders die hun impact proberen te meten, dan beheerders die helemaal geen duurzame impact ambiëren.

We zetten enkele belangrijke impactmetingen uit de impactrapporten van fondsenhuizen op een rij.

1/ Koolstofintensiteit

De meest gebruikte maatstaf is de koolstofintensiteit. Die zet de CO₂-uitstoot van een bedrijf af tegen zijn omzet. Fondsbeheerders brengen de koolstofintensiteit van de ondernemingen in hun fonds in kaart en berekenen daar een gewogen gemiddelde van. Het fonds Templeton Global Climate Change haalde vorig jaar een ratio van 137 ton CO₂ per miljoen dollar omzet. In de referentie-index van het fonds lag die ratio op 204. De lagere intensiteit heeft uiteraard te maken met de keuze van de bedrijven. ‘We beleggen bijvoorbeeld in bedrijven die meer dan 50 procent van hun omzet halen uit producten en diensten die op een directe of indirecte manier de uitstoot van broeikasgassen verminderen of bijdragen tot een efficiënter gebruik van grondstoffen. Het gaat bijvoorbeeld om de windmolenproducent Vestas of om de materialenproducent Umicore’, luidt het bij Franklin Templeton.

Gendergelijkheid is een van de criteria waar we naar kijken om al dan niet in een bedrijf te beleggen.
NNIP

Ook Kempen (Lux) Global Sustainable Value Creation Fund meet de impact van zijn fonds onder meer via de koolstofintensiteit. ‘We beleggen in bedrijven die bijdragen aan de transitie naar een duurzamere economie. Eind 2020 haalde het fonds een koolstofintensiteit van 46 terwijl de MSCI World-index op 200 uitkwam’, zegt Pieter Visser.

DPAM Invest B Equities World Sustainable is een ander fonds dat erin slaagt een fors lagere koolstofintensiteit voor te leggen: 42 tegenover 160 voor de index. De Belgische beheerder geeft in zijn impactrapport het voorbeeld van Equinix, de Amerikaanse operator van datacenters. Die gegevensbanken zijn een sterk groeiende markt en een grootverbruiker van energie. ‘Equinix zet hoog in op de transitie naar een groene economie en wil tegen 2030 alleen nog hernieuwbare energie gebruiken’, luidt het in het rapport.

Sommige fondsenhuizen maken in hun rapporten de impact van een verlaagde CO₂-uitstoot bevattelijk. Bij Schroders ISF Global Energy Transition Fund leidt een investering van 1 miljoen dollar in het fonds tot een reductie van 642 ton CO₂ tegenover de bedrijven in de referentie-index. Dat komt volgens Schroders overeen met 32.113 geplante bomen en 2,6 miljoen kilometer die minder met de wagen zijn gereden. Bij Candriam Sustainable Equity Europe ligt de koolstofintensiteit 76 procent lager dan bij de index. ‘Een investering van 1 miljoen euro in het fonds leidt tot een uitstootreductie gelijk aan 48 vluchten Brussel-New York’, zegt de beheerder.

Een investering van 1 dollar in onderwijs levert een economische return van 10 à 15 dollar op.
Amundi

Sommige fondsbeheerders meten de impact door aan te geven hoeveel hernieuwbare energie de bedrijven in portefeuille hebben opgewekt. In het fonds RobecoSAM Smart Energy Equities wekten de bedrijven 157 gigaWh aan hernieuwbare energie op, wat overeenkomt met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van meer dan 39.000 gezinnen. Bij M&G tekenden de ondernemingen waarin het
Positive Impact-fonds belegt vorig jaar voor hernieuwbare energie voor
4,5 miljoen huishoudens.

Pictet Global Environmental Opportunities, een fonds dat uitsluitend in duurzame bedrijven belegt, gaat nog een stap verder. Het fonds meet onder meer ook de impact van het fonds op de ozonlaag.

2/ Afvalreductie

Afvalvermindering is een tweede tastbare parameter om de impact van een fonds op het milieu te meten. BNP Paribas meet voor het fonds BNP Paribas Energy Transition Fund de afvalintensiteit. Daarbij wordt het afval in ton afgezet tegen de omzet van de onderneming. Die ratio bedroeg voor het fonds eind juni 3,67, terwijl de gemiddelde onderneming op 12,71 zit. ‘Met een belegging van 10 miljoen euro in het fonds kan je over een jaar de productie van afval met 110 ton verminderen’, luidt het.

Ook Triodos, een pionier in duurzaam en impactbeleggen, meet de afvalreductie voor het Triodos Pioneer Impact Fund. Vorig jaar was de afvalberg van de ondernemingen waarin het belegt 46 procent kleiner dan die van de ondernemingen uit de referentie-index. Bij Nordea Global Stars Equity leidt een investering van 100.000 euro in het fonds tot een afvalproductie van 266 kilogram. Dat is 904 kilogram minder is dan de referentie-index. Per 100.000 euro in het fonds zijn dat 129 afvalzakken minder.

3/ Waterverbruik

Nog een belangrijke parameter: het waterverbruik. Fondsenhuizen kiezen almaar meer voor bedrijven die duurzaam met water omspringen. Een investering in het Triodos Pioneer Impact Fund levert een waterverbruik op dat 28 procent lager ligt dan voor de bedrijven uit de referentie-index.

Elke 100.000 euro voor ons duurzaam fonds betekent 129 afvalzakken minder.
Nordea

Bij Candriam Sustainable Equity Europe ligt het waterverbruik 94 procent lager dan bij de index. ‘Een investering van 1 miljoen euro in het fonds leidt tot waterbesparing gelijk aan het jaarlijkse verbruik van 82 gezinnen.’

4/ Onderwijs

Sommige fondsenhuizen zetten in op beter onderwijs, een van de 17 ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Amundi, de grootste Europese fondsenbeheerder, heeft met CPR Invest Education een fonds dat uitsluitend op dat thema focust. Het belegt niet alleen in bedrijven die bijdragen tot een breder en beter onderwijs, het stort jaarlijks ook 3 procent van de ontvangen beheerskosten door aan liefdadigheidsinstellingen die toegang tot onderwijs voor iedereen mogelijk willen maken. 

‘Onderwijs is een van de belangrijkste uitdagingen van de 21ste eeuw omdat het een beslissende impact heeft op de menselijke, sociale en economische ontwikkeling van elk land’, zegt Amundi.

Volgens de grootste fondsenbeheerder in Europa levert een investering van 1 dollar in onderwijs, een bijdrage aan de economie op van 10 à 15 dollar.

5/ Gendergelijkheid

Fondsenhuizen zetten ook in op gendergelijkheid. Bij JPMorgan Emerging Markets Sustainable Equity heeft 79 procent van de bedrijven minstens één vrouw in de raad van bestuur. Dat is 11 procentpunten meer dan de referentie-index.

Ook bij NNIP, een speler die hoog inzet op duurzaam beleggen, is gendergelijkheid een van de factoren waarover gerapporteerd wordt. In het duurzame fonds NN Climate & Environment is gemiddeld 30 procent van de leden van de raad van bestuur van de ondernemingen een vrouw, tegenover 20 procent voor de referentie-index.

6/ Doelstellingen VN

Sommige beheerders meten geen concrete impact met cijfers, omdat de bedrijven in hun portefeuille er nog onvoldoende over rapporteren. ‘We meten de impact aan de hand van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) van de Verenigde Naties. Ons fonds Grande Europe is voor meer dan 50 procent afgestemd op gendergelijkheid (SDG 5) en het verminderen van ongelijkheden (SDG 6)’, zegt Carmignac.

Ook Financière de l’Echiquier mikt met Positive Impact Europe Fund op een bijdrage tot de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. ‘Meer dan 75 procent van de omzet van de bedrijven waarin we beleggen draagt daartoe bij.’ Verder draagt het fondsenhuis een deel van de beheerskosten over aan de Fondation Financière de l’Echiquier. Die stichting zet zich onder meer in voor beter onderwijs en de strijd tegen uitsluiting.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud