Chinese groeizorgen zorgen voor valse start van beursjaar

De groeivertraging in China weegt op het aandeel van de staalproducent ArcelorMittal. ©BELGAIMAGE

Aan de lange lijst zorgen waarmee beleggers een beroerd 2018 hadden uitgezwaaid, werd is zeker na de winstwaarschuwing van Apple onrust over de Chinese economie toegevoegd.

De ene statistiek is blijkbaar de andere niet. Toen maandag de officiële Chinese vertrouwensbarometer voor de industrie wees op een krimp in december, haalden beleggers nog de schouders op. Woensdag volgde een identieke barometer - een peiling van de aankoopdirecteuren van de Chinese industrie, ‘PMI’ in het jargon - maar dan samengesteld door het private Caixin. Die bevestigde het eerdere beeld van maandag: de index viel terug naar 49,7, tegenover 50,2 in november. Daarmee daalde de PMI voor het eerst in 19 maanden onder 50, de grens tussen een expansie (>50) en een krimp (<50) van de industrie. De score was ook slechter dan de 50,1 die analisten voorspeld hadden. En woensdagavond kwam Apple met een winstwaarschuwing die het voor een groot deel aan de Chinese consument wijtte.

Ditmaal reageerden beleggers als door een wesp gestoken. De beurs van Hongkong kreeg een klap van bijna 3 procent, goed voor de slechtste start van de Hang Seng-index sinds 1995. De Chinese CSI300-index zakte 1,4 procent naar zijn laagste niveau sinds maart 2016. Ook de Europese koersborden kleurden bij opening dieprood, maar wisten de verliezen uiteindelijk te beperken: de Brusselse Bel20 speelde 0,6 procent kwijt, de EuroStoxx50 met Europese topbedrijven verloor 0,3 procent. Opvallende verliezers waren Europese bedrijven met een significante blootstelling aan China, zoals staaldraadgroep Bekaert (-5,6%) en staalfabrikant ArcelorMittal (-2,4%).

Onzekerheid

Meteen kregen de wilde beursschommelingen die het jaareinde gekenmerkt hadden een vervolg in het nieuwe jaar. Een realiteit waar beleggers maar beter aan wennen, zo waarschuwden beurswatchers al in hun vooruitblikken op 2019. Onzekerheid blijft op de koersen wegen, hetzij door de onopgeloste handelsoorlog tussen de VS en China of de even onopgeloste brexit. Beleggers zetten zich ook schrap voor het verstrakkende monetaire beleid, in de eerste plaats in de VS. En dan zijn er nog zorgen over een vertragende economische groei.

Dat laatste eiste gisteren de aandacht op, met de focus op China, de voorbije jaren een belangrijke motor van de wereldeconomie. Die motor lijkt al even te sputteren als gevolg van de Amerikaanse importtarieven op Chinese goederen die het Witte Huis vorig jaar invoerde. Daar komt bij dat de Chinese overheid de snel opgelopen schuldenberg in eigen land onder controle probeert te brengen, wat een extra rem zet op de economie. De combinatie van die twee - handelsoorlog en schuldenrem - vormt een ‘perfecte storm’ voor de Chinese economie, waarschuwt BNP Paribas Fortis-hoofdeconoom Koen De Leus.

Winstgroei

Iris Pang, ING-econoom voor China, stelt dat intussen duidelijk is dat de Chinese economie aan het vertragen is. Ze verwijst daarvoor ook naar de terugvallende winstgroei van industriële bedrijven - met 1,8 procent winstgroei in november tegenover 3,6 procent in oktober, telkens tegenover dezelfde periode een jaar eerder - en een terugval in de retailomzet, die daalde van 8,6 procent in oktober naar 8,1 procent in november. De handelsoorlog vreet volgens haar niet enkel aan de groei in de exportsector, maar ondermijnt ook de groei van bedrijven die toeleveren aan exporteurs en finaal aan de binnenlandse vraag.

Analisten van beurshuis Nomura waarschuwen dat ‘het ergste nog moet komen’ voor de Chinese economie. Ze zien onder meer tegenwind als gevolg van de verzwakkende binnenlandse vraag, de handelsspanningen en de afkoelende vastgoedmarkt. Niet toevallig behoorden vastgoedgroepen tot de Chinese aandelen die woensdag de grootste klappen kregen. Er wordt dan verwezen naar de Chinese centrale bank. Die versoepelde het voorbije jaar haar beleid, maar duwde zo alleen maar vastgoedprijzen en overheidsobligaties hoger in plaats van de reële economie te stimuleren. Volgens zakenkrant The Wall Street Journal een signaal dat het Chinese monetaire beleid de mist ingaat. Banken lenen er vooral aan andere banken en de overheid, niet aan privébedrijven die geld nodig hebben om te groeien.

Redding

Voor redding kijken beleggers naar de Chinese overheid, die met een verse portie budgettaire stimulus over de brug moet komen. Alleen valt dat moeilijk te rijmen met haar strijd tegen een door schulden gedopeerde economie. De centrale bank liet al verstaan dat haar recente acties niet als een agressieve versoepeling van het monetair beleid gezien moeten worden. Toch verwacht Pang dat de Chinese overheid haar infrastructuurinvesteringen zal versnellen om de economie te ondersteunen, onder meer via de bouw van nieuwe metrolijnen.

Eén steun lijkt de overheid te hebben opgegeven: de Shanghai Composite-index, die vorig jaar een kwart verloor, sloot woensdag af onder de 2.500 punten. Vorig jaar orkestreerde de overheid nog aandelenaankopen om de index boven dat niveau te houden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect