Speuren naar een inkomen uit obligaties

Jeremy Cunningham ©RV-DOC

Wie nog een rendement uit obligaties wil, kan zich niet meer beperken tot staatsleningen of kwaliteitsvolle bedrijfsobligaties. Welkom in de exotische hoeken van de obligatiewereld.

Belgische staatsobligaties bieden een negatief rendement op alle looptijden tot en met vijf jaar. Leuk voor de schatkist. Bij de kwaliteitsvolle bedrijfsobligaties zijn de rendementen al niet veel beter. Twee op de drie bedrijfsobligaties in euro met een kredietrating van minstens BBB- hebben een coupon onder 1 procent.

Sommige beheerders hechten weinig belang aan de coupon en beleggen in obligaties louter voor de defensieve rol in een portefeuille. In dit artikel zoeken we daarentegen de ‘dynamische obligaties’ op.

3 tot 4 procent

Jeremy Cunningham ©RV-DOC

Kwaliteitsvolle Amerikaanse bedrijfsobligaties bieden een gemiddelde coupon van 3,5 procent. Dat is drie keer meer dan de vergoeding op Europese bedrijfsobligaties. Uiteraard dreigt de coupon weg te smelten door een mogelijk verlies op de wisselkoers. ‘Er zijn bijna 6.000 bedrijven met een kwaliteitsrating die obligaties in Amerikaanse dollar uitgeven. Daar tegenover staan slechts 1.855 emittenten met een kwaliteitsrating in euro. Daardoor is de Amerikaanse markt liquider en biedt ze meer kansen’, zegt Jeremy Cunningham, investment specialist bij Capital Group. Die Amerikaanse private groep met hoofdzetel in Los Angeles beheert voor 263 miljard dollar obligaties.

Amerikaanse bedrijfsobligaties bieden het voordeel dat ze doorgaans werken met lage coupures (minimuminzet) van 1.000 of 2.000 dollar. Dat zien we in België steeds minder. Dat maakt het voor particuliere beleggers mogelijk om zelf een portefeuille samen te stellen. Bij obligaties waarin de coupons stijgt richting 5 à 7 procent, zijn fondsen onvermijdelijk. Ofwel omdat de coupure 100.000 euro bedraagt, ofwel omdat de markt niet toegankelijk is voor retail.

Circa 5 procent

Beheerders houden niet van het woord rommelobligaties. Ze hebben het liever over high yield. In het ene geval leg je de nadruk op de zwakke balans van een bedrijf (hoogstens rating BB+ bij de kredietbeoordelaar S&P), in het andere geval op het hogere rendement als compensatie voor het risico.

©Mediafin

Met een fonds dat wereldwijd investeert in hoogrentende obligaties, haal je nog een rente van 5 procent. Dat zegt Gary Russell, hoofd van de afdeling hoogrentend papier bij de fondsenbeheerder Deutsche Asset Management (DAM). Russell werkt al 21 jaar bij DAM, en was daarvoor militair bij het Amerikaanse leger. Hij vocht als artillerist nog mee bij Operation Desert Storm in Irak.

‘Als je alleen in Europese hoogrentende obligaties belegt, kom je aan een rente van zo’n 2,8 procent. Je wint dus door verder te kijken. Bovendien verlaagt wereldwijd beleggen de volatiliteit van de portefeuille.’ De portefeuille van Russell heeft een gemiddelde looptijd van 4 à 4,5 jaar.

Bovendien zijn de vooruitzichten voor hoogrentende obligaties goed. ‘Wereldwijd gaat het goed met de economie’, stelt Russell. ‘Dat uit zich in een daling van het aantal wanbetalingen, dat stilaan naar 2 à 2,5 procent zakt, tegenover 4 à 4,5 procent als historisch gemiddelde. Dat is belangrijk. Voor een beheerder in dat soort beleggingen is de echte drijfveer achter de prestaties veeleer het vermijden van faillissementen dan wat basispunten extra rente op een bepaalde obligatie krijgen.’

5%
Een belegging in Europese hoogrentende obligaties levert nog een rendement op van 2,6 procent. Breid je uit naar wereldwijde ‘high yield’, dan stijgt het rendement naar 5 procent.

Over een renteklim is Russell niet zo bezorgd. ‘De inflatie blijft wereldwijd onder controle. Je ziet de rente wel stijgen, maar niet overdreven. De centrale banken vermijden liever te snelle renteverhogingen om het risico niet te lopen het herstel te ondermijnen.’ Het fonds van Russell, Deutsche Invest I Global High Yield Corporates, is geregistreerd in Luxemburg.

‘We beleggen in hoogrentende obligaties via het fonds Robeco High Yield Bonds’, zegt Marc Leyder, strateeg bij Van Lanschot Bankiers. ‘Dat is een fonds met een lang en uitstekend trackrecord. Beleggen in high-yieldobligaties is een vak apart. Het vergt specifieke kennis, zeer strikte opvolging en een grote spreiding om de impact van eventuele faillissementen zo veel mogelijk te minimaliseren. Dat doe je volgens ons dan ook altijd best via een fonds’, besluit Leyder. Robeco High Yield Bonds is geregistreerd in België.

 

Van 6 tot 7 procent

Aan de obligaties van landen of bedrijven uit de groeilanden hangt eveneens een grotere coupon, ter compensatie van het hogere risico. De Schotse vermogensbeheerder Aberdeen staat bekend om zijn beleggingen in de groeilanden. Het vlaggenschipfonds in groeilandenobligaties, Aberdeen GS Emerging Markets Bond Fund, heeft 1,6 miljard dollar onder beheer. Het fonds haalde over de voorbije vijf jaar een gemiddelde jaarreturn van 7,8 procent (zie tabel). ‘De obligaties in het fonds hebben een gemiddeld jaarrendement tot de vervaldag van 6,1 procent’, zegt beheerder Donald Amstad, die in het Maleisische Kuala Lumpur woont.

Hoe exotischer, hoe hoger het rendement. Aberdeen heeft een fonds gelanceerd - en in België geregistreerd - dat uitsluitend in Indiase obligaties belegt. De obligaties in Aberdeen GS Indian Bond Fund hebben een gemiddeld jaarrendement tot vervaldag van 7,4 procent. Een dergelijk fonds kopen is zowat de enige manier voor een Belg om Indiase obligaties in portefeuille te hebben. ‘India is tuk op buitenlandse investeringen in fabrieken en in de beurs. Maar buitenlanders die Indiase obligaties kopen, dat ligt zeer gevoelig. Daarom is slechts 5 procent van de Indiase schulden in buitenlandse handen.’ Om Indiaas papier te kopen, heb je een speciale licentie nodig. Daarom wordt India niet opgenomen in internationale obligatie-indexen. ‘Terwijl de Indiase markt 1.000 miljard dollar groot is. Indiase obligaties zijn zeer liquide. Bovendien bestaat geen correlatie met Amerikaans papier, net omdat die markt zo afgeschermd is. Dat is dus een interessante diversificatie’, zegt Amstad.

De geschiedenis leert dat een mix van groeimarkt- en hoogrentende obligaties werkt.
Jeffrey cunningham
capital group

Amstad bezit onder meer obligaties van ICICI Bank, de ‘best gerunde bank van India’. Amstad: ‘ICICI heeft een kredietrating BBB-, de laagste kwaliteitsrating. Dat komt overeen met de rating van India. Maar mocht die bank morgen in België staan, dan was haar rating A volgens berekeningen van onze kredietanalisten.’

Sony Kapoor, econoom bij de denktank Re-Define, gelooft dat we in een ‘inkomenscrisis’ zitten, toch in de rijke westerse wereld. Hij gelooft dat beleggers voor een inkomen bij de groeilanden moeten zijn. ‘Het Westen kampt met een productiviteitsprobleem. Geef een boer in India een iPhone en zijn productiviteit schiet de hoogte in. Als een Belg binnenkort overstapt van de iPhone 7 naar de iPhone 8, zul je weinig impact zien op zijn productiviteit.’

Sommige fondsen streven naar een zo hoog mogelijk rendement door zowel in rommelobligaties als in groeimarktobligaties te beleggen. Capital Group Global High Income Opportunities - geregistreerd in België - telt 53 procent groeimarktobligaties en 41 procent hoogrentende obligaties. Cunningham: ‘De geschiedenis leert dat een mix van beide werkt. In het crisisjaar 2008 daalden rommelobligaties met 27 procent, maar leverden groeimarktobligaties in lokale munt amper 5 procent in. 2013 was dan weer een topjaar voor high yield (+7%), terwijl groeimarktobligaties 7 procent toegaven.’

Het fonds geniet nu van coupons van gemiddeld 7,5 procent. Of we over vijf jaar ook kunnen terugkijken op een jaarreturn van 7,5 procent, is allesbehalve zeker. Hoe hoger de coupon, hoe groter het risico. Niet geschikt dus voor risicoschuwe beleggers.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content