analyse

De zeven uitdagingen van Lagarde

Christine Lagarde (links) en haar voorganger Mario Draghi (rechts). ©via REUTERS

Een inflatie die maar niet omhoog wil, een gecontesteerd monetair beleid, een verdeelde raad van bestuur. Mario Draghi laat zijn opvolgster Christine Lagarde een moeilijke erfenis na bij de Europese Centrale Bank. En een stevig to-dolijstje.

1. De inflatie opkrikken

Vanaf 1 november moet Christine Lagarde proberen te realiseren wat haar voorganger Mario Draghi ondanks de ongeziene inzet van middelen niet voor elkaar heeft gekregen: de inflatie in de eurozone opkrikken in de richting van 2 procent.

De Française vat haar taak aan in een moeilijk klimaat. De al erg matige economische groei in de eurozone is verder aan het verzwakken, de brexitperikelen kunnen extra roet in het eten gooien en de oplaaiende internationale handelsoorlogen zijn ook een reden tot bezorgdheid.

Daar komt bij dat Draghi een grotendeels lege monetaire gereedschapskist nalaat. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het grootste deel van het arsenaal waarover ze beschikt, al ingezet: de basisrente staat op nul, de depositorente die de banken moeten betalen als ze geld stallen bij de ECB staat een stuk onder nul, er loopt een programma van obligatieaankopen dat ook de langetermijnrente laag moet houden. De ECB kan nog andere maatregelen uit haar hoed toveren. Maar daarvoor zal Lagarde erg creatief moeten zijn. En bovendien is hoogst onzeker of die andere maatregelen effectief zijn.

Draghi heeft er wel nog voor gezorgd dat Lagarde niet meteen voluit aan de bak moet. Hij heeft het pad al enigszins geëffend door in september het monetair beleid snel nog een keer te versoepelen. De ECB besliste toen de depositorente voor de banken voort te verlagen van -0,4 naar -0,5 procent, en het programma van obligatieaankopen, de zogeheten kwantitatieve verruiming, te hervatten voor 20 miljard euro per maand, zonder dat daar een einddatum op werd gekleefd.

2. Het conflict in het bestuur sussen

De prijs die Draghi moest betalen om zijn zin door te drukken, is een zwaar verdeelde raad van bestuur. Nogal wat zwaargewichten in de ECB-raad, onder wie de Duitse en de Nederlandse centraal bankier Jens Weidmann en Klaas Knot, revolteerden openlijk tegen Draghi. Sabine Lautenschläger, het Duitse directielid van de ECB, maakte haar ongenoegen zelfs duidelijk door op te stappen. Lagarde vindt dus een raad van bestuur - en directiecomité? - waar de neuzen niet meer in dezelfde richting staan.

Dat conflict ontmijnen en iedereen weer op één lijn brengen wordt een tweede belangrijke opdracht voor de nieuwe ECB-voorzitter. Ze kan daarin slagen. Lagarde heeft meer politieke feeling dan Draghi had - het compenseert enigszins haar gebrek aan kennis en ervaring in de technische centraalbankierszaken. Ze zal zich wellicht ook collegialer opstellen in het directiecomité en de raad van bestuur van de ECB. Draghi durfde zijn collega’s geregeld voor voldongen feiten te stellen door via publieke uitspraken op de markten verwachtingen over het ECB-beleid te creëren, die de bank vervolgens wel moest inlossen om geen turbulenties op de financiële markten te veroorzaken.

3. Goodwill creëren

Lagarde zal, zeker in haar wittebroodsweken, minder weerstand oproepen bij politici en de publieke opinie in de noordelijke eurolanden. Die verwijten Draghi te eenzijdig voor de zuiderse eurolanden te rijden. In het noorden werd hij als de baarlijke duivel gezien. De Italiaan werd er bijna persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de negatieve bijwerkingen van het ECB-beleid, zoals de aanslag op het spaargeld en de pensioenpotten, en het ondermijnen van de rendabiliteit van de banken.

Lagarde is zelf politica geweest, ze was onder meer van 2007 tot 2011 minister van Financiën in Frankrijk. Dat maakt dat ze ongetwijfeld de politieke gevoeligheden begrijpt die bestaan in de eurolanden - wat nog niet wil zeggen dat ze haar beleid daardoor zal laten sturen.

4. De negatieve effecten van het beleid milderen

Meer dan haar voorganger moet Lagarde ook rekening houden met de negatieve gevolgen van het goedkopegeldbeleid van de ECB, die zich steeds nadrukkelijker manifesteren.

De te sterke stijging van de woningprijzen is een van die gevolgen. De ECB, in haar hoedanigheid van toezichthouder op de banken, waarschuwde vorige maand zelf dat de combinatie van zeepbellen op de huizenmarkten met een te soepele verstrekking van woonkredieten door de banken en een stijgende schuldenlast van de gezinnen een explosieve cocktail is die een risico vormt voor de financiële gezondheid van de banken en de stabiliteit van het financiële systeem.

Een ander potentieel risico is dat een groot pensioenfonds of een pensioenverzekeraar in financiële problemen komt omdat de beleggingsinkomsten niet meer volstaan om de toegezegde pensioenbetalingen te kunnen doen. Of een bank kan beginnen wankelen omdat haar rentemarge helemaal wordt weggevreten door de lage en zelfs negatieve rentes.

5. Bondgenoten zoeken

Het monetair beleid als middel om de inflatie op te krikken en de economische groei te stimuleren heeft stilaan zijn limieten heeft bereikt. Lagarde weet dat. Tijdens de hoorzitting in het Europees Parlement in september liet ze verstaan dat de regeringen van de eurolanden zelf, via hun begrotingsbeleid, een grotere duit in het zakje moeten doen. Ze opperde dat Europa de begrotingsnormen voor de lidstaten moet versoepelen om dat mogelijk te maken.

De Europese ministers van Financiën zijn bezig met een denkoefening. Maar het loslaten van de begrotingsdiscipline is niet evident, het is een van de economische fundamenten waarop de euro, de Europese eenheidsmunt, is gebouwd. Niet alle landen zijn even enthousiast om de begrotingsnormen te versoepelen. En niet overal is er groot animo om in de eurozone zelf financiële middelen te poolen om zo de economie te stimuleren.

Een bondgenootschap smeden met de politieke beleidsmakers zodat het monetair en het begrotingsbeleid beter op elkaar worden afgestemd en de ECB en de regeringen de taken verdelen, is een werkje voor Lagarde.

6. Het inflatiedoel herbekijken

In plaats van de bal in andermans kamp te leggen kan de ECB ook haar eigen aanpak een keer kritisch tegen het licht houden. Hanteert de ECB wel de juiste doelstelling? Uit verschillende hoeken, ook die van ECB-bestuurders, klinkt de vraag naar een strategische denkoefening daarover. Dat staat dus eveneens op het to-dolijstje van Lagarde.

De hoofdopdracht van de ECB, vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is ‘het handhaven van de prijsstabiliteit’. De ECB heeft dat zelf vertaald als streven ‘naar een inflatie van minder maar dicht bij 2 procent op middellange termijn’. De voorbije jaren heeft de ECB dat doel niet gehaald, ondanks een extreem soepel monetair beleid.

Dat de inflatie zo laag blijft, is een van de grote economische raadsels van deze tijd. Maar waarnemers merken op dat de lage inflatie geen perverse economische effecten heeft: de werkgelegenheid in de eurozone groeit, de werkloosheidsgraad staat bijna op een recordlaagte.

Het is dus een discussie waard of de ECB mordicus moet vasthouden aan haar inflatiedoel of dat een actualisering zich opdringt, tegen de achtergrond van structurele veranderingen in de economie en nieuwe inzichten.

7. Een exitstrategie uitstippelen

De ambtstermijn van Lagarde bedraagt in principe acht jaar. De kans bestaat dat de economische omstandigheden in die periode eindelijk een terugkeer naar een ‘normaal’ monetair beleid mogelijk maken.

Dat houdt een omschakeling in van het goedkopegeldbeleid naar een strakker monetair beleid, waarbij de ECB haar depositorente en beleidsrente stapsgewijs verhoogt, de obligatieaankopen stopzet en vervolgens haar obligatieportefeuille afbouwt en haar geconsolideerde balans, die aangezwollen is tot ruim 4.700 miljard euro, vermindert.

Die exitstrategie moet goed worden voorbereid en zorgvuldig worden uitgevoerd. Het is een delicate operatie, want de verstrakking van het monetair beleid kan schokken veroorzaken op de financiële markten, in de bank- en verzekeringssector, voor de overheidsfinanciën - als de rente op overheidspapier in sommige landen omhoog schiet -, en in de economie.

Draghi heeft tijdens zijn ambtsperiode de rente niet één keer verhoogd. Dat is nog een heikele klus die hij voor Lagarde heeft laten liggen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n