analyse

Het geheim van de succesvolste belegger aller tijden

James Simons in 2011. ©FRED R. CONRAD/NYT

Wiskundige Jim Simons verzamelde een team knappe koppen zonder enige beurservaring om het onmogelijke te doen: met een computer winnende strategieën ontdekken en zo slapend rijk worden. Een boek onthult hoe de discrete Simons het klaarspeelde en de succesvolste belegger aller tijden werd.

Toen Renaissance Technologies in 1990 voor het eerst in één dag 1 miljoen dollar beleggingswinst boekte vloeide de champagne. De lat voor een dergelijke traktatie moest al snel hoger nadat miljoenenwinsten gewoontjes waren geworden.

Uiteindelijk sloot het fonds dat jaar af met een formidabel rendement van 55 procent, na aftrek van stevige beheerskosten. Na twaalf jaar zwoegen en occasionele zelftwijfel had Jim Simons voor het eerst het gevoel dat hij iets speciaals in handen had.

‘Een model dat geld verdient terwijl ik slaap.’ Zo had Simons een tiental jaar eerder zijn ultieme ambitie verwoord nadat de uitbreiding van zijn model naar obligatiehandel op forse verliezen was uitgedraaid. Twijfel over de haalbaarheid van zijn onderneming - de onderliggende patronen en structuur van de financiële markt blootleggen - maakte snel weer plaats voor optimistische vastberadenheid. Hij moest en zou een computergestuurd beleggingsmodel bouwen om menselijke tussenkomst maximaal uit te bannen.

Nu Simons zijn doel in 1990 verwezenlijkt leek te hebben, verbaasde hij zijn medewerker Elwyn Berlekamp, een wiskundeknobbel die het model fundamenteel had helpen bijsturen. ‘Laten we aan het systeem werken. Volgend jaar moeten we 80 procent halen’, zei Simons. Berlekamp betwijfelde of het nog beter kon en moest, maar Simons bleef hem achter de veren zitten tot een moegetergde Berlekamp besloot terug te keren naar de academische wereld.

Rusteloze drive

Het typeert de rusteloze drive van Simons, die in 1978 als 40-jarige een baan als gevierde wiskundeprofessor opgaf om te gaan beleggen. Collega’s begrepen er niets van. Ze vonden dat hij zijn talent verspilde en zijn ziel aan de duivel had verkocht. Maar Simons had een nieuwe uitdaging nodig. Hij wilde een groots en moeilijk probleem oplossen, zoals hij eerder had gedaan in een invloedrijke wiskundepaper.

Hij richtte het vizier op de financiële markten. Als wetenschapper was hij het gewend in chaotische data orde te ontwaren, en hij vermoedde dat er ook onder het oppervlak van de beurzen een structuur was. Het belegvirus had hij te pakken gekregen toen hij tijdens zijn doctoraatsopleiding een huwelijkscadeau van 5.000 dollar gebruikte om succesvol te speculeren op sojabonen.

Simons was als wetenschapper gewend in chaotische data orde te ontwaren. Hij vermoedde dat er ook onder het beursoppervlak een structuur was.

Bij zijn eerste baan, als ontcijferaar van Russische geheime codes, leerde Simons wiskundige modellen te gebruiken om patronen te ontdekken in data. Een instrument waarmee hij als nevenproject het kortetermijngedrag van markten probeerde te voorspellen. Dat hij er rijk mee kon worden, was een extra motivatie.

En rijk werd hij: vandaag is Simons 23 miljard dollar waard. Met dank aan zijn vlaggenschipfonds Medallion, dat sinds 1988 een gemiddeld jaarrendement van 39 procent (na kosten) realiseerde. Het maakt van Simons de succesvolste belegger ooit, schrijft Gregory Zuckerman in zijn boek ‘The Man Who Solved the Market’. Daarin vertelt de journalist van The Wall Street Journal hoe Simons en zijn soms excentrieke entourage er in 30 jaar in slaagden bijna 105 miljard dollar aan beleggingswinsten te verzamelen, met slechts één klein verliesjaar in 1989.

Alleen al Zuckermans inspanning verdient lof, want Renaissance Technologies en Simons staan te boek als enorm mediaschuw. Ze zien bekendheid als hun grootste vijand, omdat het concurrenten aantrekt die de door Renaissance ontdekte patronen - en de bijbehorende winsten - kunnen uithollen. Het mocht niet baten: met zijn ongekende succes lag Simons mee aan de basis van de datagedreven ‘quantrevolutie’ in de beleggingswereld.

Halve baard

En zeggen dat het allemaal begon in een troosteloos pand in een shoppingcenter, waar Simons in 1978 met zijn bedrijfje Monemetrics in valuta begon te beleggen. Met Leonard Baum en James Ax trok hij meteen twee topwiskundigen aan. Zij zagen een uitdagende puzzel om zich in vast te bijten, want van beleggen hadden ze nooit echt wakker gelegen.

Baum, die ooit met een halve baard op het werk verscheen omdat hij tijdens het scheren afgeleid was geraakt door een wiskundig probleem, ontwikkelde vrij snel een algoritme om valuta te kopen als die voldoende afweken van hun recente trend. Ze stopten ook grondstoffen en Amerikaans staatspapier in het model, maar onverwachte beleggingsverliezen deden Simons inzien dat ze meer data nodig hadden. ‘Als we voldoende data hebben, wéét ik dat we kunnen voorspellen. Er zijn patronen in de markt’, zei hij overtuigd.

Voor data wendden Simons en zijn team zich tot alle mogelijke bronnen. Ze kochten boeken met statistieken van de Wereldbank en magnetische banden met de koersgegevens van grondstoffenbeurzen. Ze trokken naar het kantoor van de centrale bank in New York om rentedata te kopiëren. Het was informatie waar nauwelijks iemand naar omkeek, maar Simons had een vermoeden dat de data ooit nuttig zouden zijn. Zijn datagoeroe Sandor Straus ging nog verder en verzamelde en corrigeerde als een bezetene alle mogelijke data, ook al was de computerkracht nog niet beschikbaar om alles te verwerken.

De beleggingsresultaten kregen een boost van de extra data, totdat het computersysteem tweederde van alle cash in aardappelcontracten begon te stoppen. Het fonds verwierf daarmee zo’n dominante marktpositie dat de toezichthouder telefonisch zijn beklag deed en de positie afsloot, met een miljoenenverlies tot gevolg. Simons’ geloof in zijn missie kreeg even een tik.

Maar hij zette door, met vers bloed dat nieuwe inzichten en vaardigheden leverde. Hij recreëerde bewust de collegiale en stimulerende werkomgeving die hij als codebreker in Princeton gekend had. Wie op een probleem zat te kauwen, kon het in de groep gooien. Dat moest vermijden dat beloftevolle ideeën verloren gingen. Iedereen kreeg ook toegang tot de volledige computercode om nieuwe ideeën te kunnen testen. Omdat Renaissance niet op Wall Street rekruteerde maar in de academische wereld geloofde Simons dat het risico op een vertrek - met bedrijfsgeheimen - beperkt was. Met strenge contracten als extra verzekering.

Als een casino

Van Berlekamp, die net als veel andere rekruten weinig ophad met de financiële wereld, kwam het inzicht de grootte van de investering in een bepaalde positie te laten variëren met de winstkans die het model voorspelde. Hij ging ook in tegen een Wall Street-dogma door meer gebruik te maken van frequente kortetermijntransacties. Te duur en te kleine winsten, oordeelde Wall Street, maar Berlekamp stelde vast dat het fonds net de grootste winsten boekte met kortstondige posities.

De achterliggende gedachte was dat het fonds als een casino wilde zijn. Dat verdient geld op een kleine meerderheid van alle inzetten. Zo ook hier. ‘Als je vaak handelt, moet je maar 51 procent van de tijd juist zijn’, aldus Berlekamp. Met behulp van gesofistikeerde kansberekening slaagde het fonds erin te scoren op een nipte meerderheid van talloze gelijktijdige transacties, voldoende om de verliezen meer dan te compenseren. Daarbij maakte het niet uit in welke richting de markt ging. Het fonds is ‘marktneutraal’ omdat het typisch inzet op het relatief verschil tussen twee aandelen of groepen van aandelen. Als de relatie tussen beide te ver afwijkt van historische normen, zet het fonds in op een terugkeer naar de norm.

De keerzijde was dat het model, dat dankzij toenemende computerkracht steeds meer data kon verwerken, ook ‘signalen’ of veelbelovende tradingideeën uitbraakte die niemand logisch kon verklaren maar die wel leken te werken. Hoewel zo’n geautomatiseerd systeem altijd Simons’ droom was geweest, had hij het aanvankelijk moeilijk met het idee van een ‘black box’ waar hij niet volledig vat op had. Hij wilde begrijpen wat het model deed, al leerde hij het uiteindelijk te vertrouwen.

Zijn team probeerde wel altijd een mogelijke verklaring te vinden voor de aparte patronen die het model ontdekte. Zoals de vaststelling dat de Duitse mark de neiging had daags na een stijging nog wat verder door te stijgen, net zoals een daling typisch een vervolg kreeg. Renaissance opperde als theorie dat centrale banken forse bewegingen in hun munt willen vermijden en dus tussenkomen in de markt, waarmee ze de trend een beetje afvlakken maar tegelijk ook verlengen.

Driestappenproces

Het zoeken naar zo’n verklaring was het slotstuk van het rigoureuze driestappenproces dat Renaissance uiteindelijk uitwerkte voor het opsporen van signalen. Na de identificatie van bijzondere patronen in historische prijsdata volgde als tweede stap een test om de statistische significantie te beoordelen. Dit moest vermijden dat toevallige patronen zonder voorspellende kracht weerhouden werden, zoals de link tussen de boterproductie in Bangladesh, de kaasproductie in de VS en de prestatie van de Amerikaanse beurs.

Toch kregen ook sommige bizarre signalen een plaats in het model omdat ze zo betrouwbaar bleken. Renaissance onderscheidde zich daarmee van veel andere quantfondsen, die signalen negeerden als ze er geen zinvolle hypothese voor konden formuleren. Simons zette ook in op ‘spoken’, vluchtige en haast onzichtbare trends die voldoende terugkeerden om ze in het model op te nemen.

In feite modelleer je menselijk gedrag. En mensen zijn het meest voorspelbaar in tijden van enorme stress.
Een medewerker van Jim Simons

Fundamenteel was Renaissance een uiting van de overtuiging dat markten een zekere voorspelbaarheid hebben als gevolg van irrationeel, terugkerend beleggersgedrag. ‘In feite modelleer je menselijk gedrag. En mensen zijn het meest voorspelbaar in tijden van enorme stress, als ze instinctief en paniekerig reageren’, liet een medewerker optekenen.

Hoewel het model niet bewust gebouwd was om te profiteren van overreagerende beleggers raakte het team ervan overtuigd dat hun winst deels daaraan te danken was. Het is dan ook geen toeval dat Medallion de grootste winst boekte in erg turbulente markten, zoals de 82 procent nettorendement in het crisisjaar 2008.

Het hield Simons niet tegen bij grote marktturbulentie zijn vertrouwen in de computer terug te schroeven en iets minder risico te nemen. Het barsten van de techzeepbel in maart 2000 toonde nog eens waarom: het fonds leed toen zonder duidelijke reden bijna 300 miljoen dollar verlies in drie dagen tijd vooraleer het team ontdekte dat een specifieke momentumstrategie techaandelen was blijven kopen. Het fonds had zichzelf die strategie aangeleerd.

Ondanks die uitschuiver was het zelflerende karakter van Simons’ computermodel een vroeg geheim wapen in de strijd met andere beleggers. Twee spraakherkenningsspecialisten van IBM, Robert Mercer en Peter Brown, hielpen dat waar te maken en werden later ook co-CEO van Renaissance. Spraakherkenning bleek opvallende gelijkenissen te vertonen met succesvol beleggen: beide proberen op basis van warrige informatie - spraak en historische koersen - te voorspellen wat komt.

Alt-right

Een ander geheim wapen waren de speciale ‘basketopties’ van enkele banken die Renaissance een stevige hefboom gaven voor het opkrikken van beleggingsrendementen, naast een gecontesteerd fiscaal voordeel van 6,8 miljard dollar dat de Amerikaanse fiscus probeert terug te vorderen.

Van het IBM-duo was Mercer veruit de grootste excentriekeling. Ongewoon zwijgzaam, de hele dag neuriënd en fluitend, om tijdens de lunch, als hij zijn chips op grootte sorteerde en opat, uitgesproken Republikeinse en rechtse complottheorieën te verkondigen. Zijn politieke ideaal was een minimale overheid en maximale zelfredzaamheid.

Samen met zijn dochter Rebekah werd hij de grootste drijvende kracht achter de presidentscampagne van Donald Trump. Het was Rebekah die Trump voorstelde om Steve Bannon aan boord te halen toen de campagne zwalpte.

De Mercers investeerden ook in het controversiële Breitbart News, dat uitgroeide tot een populair mediakanaal voor de rechts-nationalistische alt-rightbeweging. Het leverde Renaissance na Trumps zege ongewenste aandacht op. Sommige klanten stapten op en medewerkers dreigden met vertrek. Uiteindelijk zag Simons, zelf een Democratische donor en nog altijd bestuursvoorzitter van Renaissance, zich gedwongen Mercer een stap opzij te doen zetten. In het belang van zijn levenswerk.

Begrensd op 10 miljard

Eerder had Simons in 2003 al de lastige beslissing genomen beleggers uit het Medallion-fonds te gooien. Alleen personeel mocht er nog in beleggen. Simons vreesde dat het fonds anders te groot werd en te veel marktimpact had, wat ten koste van het rendement zou gaan. Hij wilde zijn heilige graal beschermen: een gediversifieerde portefeuille die enorme rendementen behaalt met een minimum aan schommelingen en gevoeligheid voor marktbewegingen. Het fonds is vandaag begrensd op 10 miljard dollar. Daarnaast biedt Renaissance drie fondsen voor buitenstaanders aan.

Quantbeleggers als Renaissance zijn een dominante kracht geworden die een derde van alle aandelentransacties voor hun rekening nemen. De explosie van data doet vermoeden dat ze nog lang niet uitgespeeld zijn. Toch doen velen het niet veel beter dan traditionele fondsen, stelt Zuckerman, wat erop wijst dat het niet eenvoudig is rendabele signalen te vinden.

Zelfs een mastodont als Renaissance boekt ondanks al zijn vernuft en computerkracht slechts op iets meer dan de helft van zijn beurstransacties winst. De vraag rijst ook of de opmars van computergestuurde en zelflerende modellen niet in de plaats dreigt te komen van het irrationele menselijke beleggingsgedrag waarop ze teren. De markt zou dan minder voorspelbaar worden, en volgens critici ook minder stabiel.

Simons leeft zich intussen uit met filantropie. Hij ijvert voor beter wiskundeonderwijs en wil voorkomen dat wiskundeleraars voor de privésector kiezen. Best ironisch voor iemand die zelf wiskundetoppers naar een hedgefonds lokte.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect