analyse

Hoe het spaarboekje kloppen zonder beursrisico?

©Pieter Van Eenoge

Reeks: Van spaarder tot belegger (1/4) | Omdat hun spaarboekje bijna niets meer opbrengt, overwegen steeds meer spaarders met beleggen te beginnen. Zijn obligaties een aantrekkelijk alternatief?

Het zijn moeilijke tijden voor spaarders. Het soepel monetair beleid van de Europese Centrale Bank heeft de rente op de meeste spaarboekjes doen dalen naar het wettelijk minimum van 0,11 procent, een historisch dieptepunt. De spaarrente is veel lager dan de verwachte inflatie van 2,1 procent. Dat is een groot probleem, want Belgen parkeren bijna 260 miljard euro op spaarrekeningen. Als we veronderstellen dat een gemiddeld spaarboekje 0,2 procent opbrengt, verliezen spaarders dit jaar bijna 5 miljard euro aan koopkracht.

Spaarders gaan daarom op zoek naar een hoger rendement. Vandaag en de komende weken bekijken we wat de alternatieven voor het spaarboekje zijn. We beginnen met obligaties.

Waarom beleggen in obligaties?

Het is normaal dat een obligatie meer opbrengt dan een spaarboekje. Als u een obligatie koopt, leent u uw geld gedurende een langere periode uit aan de overheid of een onderneming. Daarvoor krijgt u een extra vergoeding.

Obligaties brengen doorgaans meer op dan een spaarboekje. Het brutorendement van een tienjarige Belgische staatsobligatie, de referentie van de Belgische obligatiemarkt, bedraagt 0,6 procent. Amerikaans overheidspapier met dezelfde looptijd levert 2,4 procent op. Bedrijfsobligaties hebben een hoger rendement dan staatsobligaties, maar ze houden ook een hoger risico in.

Het is normaal dat een obligatie meer opbrengt dan een spaarboekje. Als u een obligatie koopt, leent u uw geld gedurende een langere periode uit aan de overheid of een onderneming. Daarvoor krijgt u een extra vergoeding. Geld op een spaarboekje is onmiddellijk opvraagbaar. U kunt weliswaar een obligatie voor de vervaldag verkopen, maar het is mogelijk dat u dan minder ontvangt dan de nominale waarde van de obligatie. Het rendement van een obligatie stijgt doorgaans naarmate de looptijd langer is.

Zo leert u beleggen

Omdat hun spaarboekje bijna niets meer opbrengt, overwegen veel spaarders met beleggen te beginnen. Wij lijsten de alternatieven op in de vierdelige reeks 'Van spaarder tot belegger'.

Aflevering 1: Hoe het spaarboekje kloppen zonder risico?

Aflevering 2: Hoe beleggen met de reuzen van de beurs?

Aflevering 3: Baksteen in de maag en in de portefeuille

Aflevering 4: Het aandeel: het koningsstuk van de beurs

Bekijk ook de tiendelige videoreeks 'Start To Invest' met Gert Bakelants, hoofdredacteur van De Belegger. 

De rente is wereldwijd laag omdat veel centrale banken een soepel monetair beleid voeren. Toch verdienen obligaties volgens specialisten een plaats in een gespreide beleggingsportefeuille. De specialisten beklemtonen wel dat de risico’s van obligaties nu relatief hoog zijn en dat ze minder dan normaal beleggen in obligaties. ‘Wie nu begint te beleggen in obligaties, moet een waarschuwing krijgen. De risicovrije parking bestaat vooral uit cash’, zegt Tom Mermuys, hoofd beleggingsstrategie van KBC.

Wat zijn de risico’s?

Een eerste risico is het kredietrisico. Het is mogelijk dat de overheid of de onderneming het door u uitgeleende geld niet terugbetaalt op de vervaldag of geen rente uitkeert. De eurocrisis heeft aangetoond dat niet alleen ondernemingen maar ook een land in gebreke kan blijven. Beleggers die geld hadden uitgeleend aan Griekenland, hebben slechts een klein deel teruggekregen.

©Mediafin

De kredietrating van een land of een onderneming die obligaties uitgeeft, geeft weer hoe veilig die obligaties zijn. Een obligatie met de hoogste kredietrating AAA is de veiligste. Obligaties met een rating lager dan BBB- of Baa3 bij de kredietbeoordelaars Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn rommelobligaties. Zij houden meer risico in. België heeft de derde of vierde hoogste rating bij de belangrijkste drie kredietbeoordelaars. Hoe hoger de rating van een obligatie, hoe lager het rendement, en omgekeerd.

Bovendien loopt u een belangrijk renterisico, omdat de langetermijnrente nu erg laag is en wellicht zal stijgen. Stel dat u een vijfjarige obligatie met 1 procent rendement koopt. Als de vijfjaarsrente morgen naar 2 procent stijgt, daalt de waarde van uw obligatie. Hoe langer de resterende looptijd van een obligatie, hoe meer de koers daalt bij een rentestijging. Veel particulieren besteden weinig aandacht aan het renterisico, omdat ze hun obligaties bijhouden tot de vervaldag. Een belegger krijgt op de vervaldag 100 procent van de nominale waarde.

Ten slotte is er een muntrisico als u een obligatie in vreemde munt koopt. Stel dat u een dollarobligatie koopt. Als de dollar met 5 procent tegenover de euro daalt, verliest u omgerekend naar euro 5 procent koopkracht. Stijgt de dollar met 5 procent, dan ontvangt u als belegger een extraatje.

Over obligaties

1. Als u een obligatie koopt, betaalt u de verlopen rente. Stel dat u op 1 augustus een obligatie met coupondatum 1 februari en een brutocoupon van 2 procent koopt. Dan zult u boven op de koers verlopen rente moeten betalen voor de periode van zes maanden sinds de jongste coupon. Koopt u een Belgische obligatie, dan betaalt u 0,7 procent verlopen rente (de helft van de coupon van 2% min 30% roerende voorheffing). Koopt u een buitenlandse obligatie, dan betaalt u 1 procent verlopen rente (de helft van de coupon van 2%). Omgekeerd ontvangt u verlopen rente als u een obligatie verkoopt. In ons voorbeeld: 0,7 procent bij de verkoop van een Belgische obligatie, 1 procent bij de verkoop van een buitenlandse obligatie. In het laatste geval moet u de brutorente aangeven.

2. Als obligatiebelegger betaalt u soms twee keer roerende voorheffing op buitenlandse obligaties: een keer in het land van de emittent en een keer in België. Uw bank kan u daarover informeren.

3. De meeste obligaties zijn genoteerd op een beurs. Een van de redenen is dat sommige beleggers alleen mogen investeren in beursgenoteerd papier. Maar de beursnotering is een beetje fictief, omdat een groot deel van de obligatiehandel buitenbeurs gebeurt.

4. U moet ook aandacht hebben voor de bid-askspread. Als u een specifieke obligatie koopt, zult u uw bank meer betalen dan als u diezelfde obligatie via uw bank wil verkopen. De bid-askspread is de vergoeding die uw bank aanrekent als tussenpersoon tussen de aan- en de verkoper.

5. Heeft de uitgever van een obligatie financiële problemen, dan is het mogelijk dat hij de hoofdsom niet terugbetaalt. Dat betekent niet dat uw investering waardeloos wordt. Het percentage dat u recupereert, varieert van gemiddeld bijna 20 procent bij achtergestelde obligaties tot 50 procent bij obligaties met waarborgen.

Hoe kunt u beleggen in obligaties?

U kunt via uw bank of onlinemakelaar een individuele obligatie kopen bij de uitgifte (primaire markt). U kunt ook na de uitgifte een obligatie aankopen op de secundaire markt. Voorts kunt u ook indirect in obligaties investeren via een beleggingsfonds of een beleggingsverzekering (tak23-product). Een fonds of verzekering investeert in meerdere obligaties en spreidt en verlaagt daardoor het kredietrisico. Professionele beheerders hebben toegang tot sommige obligatiemarkten die buiten het bereik van kleine beleggers vallen. Maar de kosten van een obligatiefonds zijn wel hoger dan de kosten die u betaalt bij de aankoop van een individuele obligatie.

Welke obligaties zijn aantrekkelijk?

‘Een flexibel obligatiefonds dat vooral investeert in bedrijfsobligaties met relatief korte looptijden, maar ook een beetje in obligaties van groeilanden, kan na kosten tot 1 procent brutorendement halen’, zegt Nicolas Forest, obligatiespecialist van de vermogensbeheerder Candriam. Het volstaat dat de belegger een tijdshorizon van twee tot drie jaar heeft. ‘Zo’n fonds is een goed alternatief voor cash op een spaarboekje.’ Hoewel Forest geen forse rentestijging verwacht, wil hij met kortlopend papier het renterisico beperken.

Voor wie bereid is wat in vreemde munt te beleggen, is de Noorse kroon de munt met de laagste instapdrempel.
Philippe Gijsels
Strateeg BNP Paribas Fortis

Philippe Gijsels, de hoofdstrateeg van BNP Paribas Fortis, raadt beleggers die een eerste stap op de obligatiemarkt doen aan om te investeren in bedrijfsobligaties in euro. ‘Dergelijke obligaties met een looptijd van vijf tot zes jaar leveren zowat 1,5 procent bruto op. Voor wie bereid is wat in vreemde munt te beleggen, is de Noorse kroon de munt met de laagste instapdrempel. De Noorse kroon heeft sterke fundamenten. Ook de dollar is aantrekkelijk. De geplande belastingverlaging moet de Amerikaanse economie een boost geven en kan de dollar doen stijgen tegenover de euro.’

Peter De Coensel, hoofd obligatiebeheer van Bank Degroof Petercam, vindt dat obligatiebeleggers in de huidige omstandigheden een tijdshorizon moeten hebben van vijf tot zeven jaar. Hij raadt beleggers aan voldoende te diversifiëren via een of enkele obligatiefondsen. ‘Beleggers kopen het best een mandje dat vooral overheidsobligaties van ontwikkelde landen en inflatiegelinkte obligaties omvat. Dan is een rendement van 1,5 tot 2 procent per jaar haalbaar.’ Een inflatiegelinkte obligatie is een obligatie waarvan de hoofdsom is gekoppeld aan een index van consumptieprijzen.

Wie een rendement van 3 procent wenst, moet 60 procent van zijn obligatieportefeuille beleggen in ‘high yield obligaties’ en obligaties van groeimarkten.
Peter De Coensel
Bank Degroof Petercam

Specialisten beklemtonen dat hogere rendementen alleen mogelijk zijn als beleggers een hoger risico aanvaarden. ‘Sommige achtergestelde bedrijfsobligaties, Noorse overheidsobligaties en een gespreide selectie van groeimarktobligaties in lokale munt kunnen ons het meest bekoren’, signaleert Mermuys. ‘Maar die obligaties houden een hoger risico in dan wat de traditionele obligatiebelegger gewoon is.’ Achtergestelde obligaties zijn obligaties die bij een faillissement pas worden terugbetaald nadat de gewone obligaties zijn afgelost.

Beursrally

Leer de beurs kennen met de Beursrally van De Tijd, een virtuele beleggerswedstrijd.

Schrijf u in op beursrally.be.

Wie een rendement van 3 procent wenst, moet volgens De Coensel 60 procent van zijn obligatieportefeuille beleggen in ‘high yield obligaties’ en obligaties van groeimarkten. High yield of hoogrentende obligaties is de naam die specialisten gebruiken voor obligaties die zijn uitgegeven door ondernemingen met een lage kredietwaardigheid. Zij worden ook vaak ‘junk bonds’ of rommelobligaties genoemd.

Wie alleen in obligaties van groeilanden in lokale munt investeert, kan een rendement van 4 tot 5 procent halen, zegt Forest. ‘Maar die obligaties houden meer risico in en de belegger moet dan een tijdshorizon van vijf jaar hebben.’

Vrijdag 10 november: Holdings

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content