analyse

Indexknuffelaars treden uit schaduw

©AFP

Beleggers storten zich massaal op beleggingsfondsen die slaafs een index volgen. Spotgoedkoop een gespreide portefeuille kopen met één simpele muisklik? Ook Belgen lusten er pap van.

Schaduwfondsen - trackers in het jargon - zitten wereldwijd fors in de lift. Eind juni waren ze zelfs voor het eerst groter dan hefboomfondsen. Maar terwijl die vermaledijde ‘hedgies’ over de tong gaan als gevaar voor de financiële wereld , blijft de groei van trackers grotendeels onder de radar.

Trackers zijn beleggingsfondsen die slaafs de evolutie van een onderliggende index volgen (lees kader onderaan). Meestal bestaat die gevolgde korf uit aandelen, maar ook de prestaties van obligaties of grondstoffen zoals goud kunnen ‘geschaduwd’ worden. Zelfs trackers op nauwelijks verhandelbare activa zoals vastgoed maken meer en meer opgang.

Specifieke cijfers voor België zijn niet voor handen, omdat trackers op de beurs noteren en iedereen ze kan verhandelen. Vandaar de officiële benaming ‘Exchange Traded Fund’ of kortweg ETF. Een Belg koopt met één muisklik op Wall Street de populaire QQQ, een tracker die de prestaties van de technologiebeurs Nasdaq spiegelt. Omgekeerd is een Amerikaan dankzij een schaduwfonds op pakweg de aandelenkorf MSCI Belgium maar een klik verwijderd van de beurs van Brussel.

Amerikaanse en Europese schaduwfondsen ©mediafin

Wel duidelijk is dat schaduwfondsen in de VS al sinds 2009 fors in de lift zitten. Amerikaanse ETF’s beheren nu al ruim 2.000 miljard dollar (1.828 miljard euro). Europese trackers daarentegen flirten ‘nog maar’ met de kaap van 500 miljard dollar. Dat verschil toont niet alleen dat de financiële markten in de VS een pak groter zijn, het is ook een weerspiegeling van de prestaties van de onderliggende indexen. Wall Street herstelde nu eenmaal een pak sneller van de crisis dan de Europese beurzen (zie grafiek).

Dat Europese trackers de jongste maanden relatief sneller groeiden dan Amerikaanse toont dan weer de voorkeur bij beleggers voor Europese aandelen. Maar ook de groeiende populariteit van schaduwfondsen op het oude continent.

‘Europese beleggers zijn duidelijk aan een inhaalbeweging bezig. Trackers zijn hier net als in de VS geen zaak meer van grote institutionele spelers alleen’, zegt Charles Symons van BlackRock-dochter iShares, wereldwijd marktleider in trackers. ‘Aparte cijfers zijn er niet, maar ook in België zien we stevige groei. Al starten we natuurlijk van een lagere basis.’

‘De populariteit groeit enorm’, merkt ook Paul Huybrechts, de voorzitter van beleggersvereniging VFB, op. ‘We zien dat ook de kleine belegger trackers begint te ontdekken. Al moet hij die ontdekkingstocht vaak zelf maken. Door de lage kosten en dus de minieme inkomsten zullen financiële tussenpersonen schaduwfondsen niet snel in de aanbieding plaatsen.’

Goedkoop en makkelijk

Net die lage kosten trekken beleggers aan. Maar waarom is een tracker zo goedkoop? Een fonds samenstellen naar het evenbeeld van een index kost simpelweg een pak minder dan een fonds actief laten beheren door een m/v met een riant maandloon. In ruil voor die lage kosten moet u wel de ambitie begraven dat u een hoger rendement zal halen dan de markt.

Als iedereen alleen nog volgt, wie of wat gaan we dan uiteindelijk nog volgen?
Paul Huybrechts
Voorzitter VFB

De eerste trackers zijn ondertussen zowat een kwarteeuw oud, en toch gooien beleggers zich er pas de jongste jaren massaal op. Veel heeft te maken met de centrale banken, die - in hun strijd tegen de crisis - de rente op nul betonneerden. Toen een obligatiefonds nog met de vingers in de neus een kleine 10 procent haalde, lagen beleggers niet wakken van wat kosten. Maar door de lage rente dreigen de rendementen een pak lager uit te vallen. En vervellen beleggers tot prijsbewuste consumenten.

‘Met een tracker op de MSCI World-index kan je vandaag al beleggen in zowat de volledige beurzen van de ontwikkelde wereld voor nauwelijks 0,19 procent’, weet Oliver Trienes, specialist passieve beleggingen bij Deutsche Asset & Wealth Management. ‘Met een schaduwfonds op de Barclays Global Aggregate-index beleg je dan weer in 16.000 obligaties of zowat heel de obligatiemarkt voor 0,3 procent.’

Trackers, of schaduwfondsen, kopiëren de prestaties van (een korf van) aandelen, obligaties, munten of grondstoffen.

Trackers noteren op een beurs, vandaar ook de alternatieve naam: Exchange-Traded Funds of ETF's.

Veelal wordt een onderscheid gemaakt tussen fysieke en synthetische trackers. Fysieke trackers kopen effectief de onderliggende activa die het fonds schaduwt. Synthetische trackers maken gebruik van derivaten en omruilcontracten (swaps). Hier loopt de belegger een extra risico dat de tegenpartij zijn verplichtingen niet meer kan nakomen, bijvoorbeeld door een faillissement.

In Europa is tot vier keer minder geld geïnvesteerd in trackers dan in de VS, maar er zijn wel ruim dubbel zoveel trackers uitgegeven (zie grafiek). De voornaamste reden is het lappendeken aan landen, beurzen en munten waar Europa uit bestaat, terwijl de VS veel meer een eengemaakte markt is.

Maar de nulrente verplicht beleggers niet alleen op de kleintjes te letten. Op zoek naar rendement trekken ze massaal richting aandelen. En als gevolg rijgen de beurzen de records aan elkaar. Wie dus de voorbije jaren gewoon Wall Street of de Europese indexen schaduwde, kijkt al tegen een mooie return aan.

‘Niet zozeer de lage kosten, maar vooral het gebruiksgemak trekt beleggers aan’, meent Symons (iShares). ‘Mensen hebben geen tijd om een geschikte fondsbeheerder te zoeken, en die slaagt er toch niet elk jaar in beter te doen dan de markt. Een ETF is gewoon veel makkelijker. Bovendien realiseren meer en meer beleggers zich dat ze in de eerste plaats rendement halen door de juiste activaverdeling te maken.’

Trienes (Deutsche AWM) wijst daarbij ook op de vlotte verhandelbaarheid als grote troef. ‘In hun zoektocht naar rendement willen beleggers vlot verschuiven tussen verschillende activa. Vandaag zitten ze bijvoorbeeld 60 procent in obligaties en 40 procent in aandelen. Binnen drie maanden willen ze dat zwaartepunt misschien volledig verschuiven. Ze moeten dus sneller kunnen verkopen. Op de secundaire markt voor ETF’s vinden ze meer liquiditeit, tegen lagere kosten dan nog.’

Tracker-fans vatten hun voorliefde vaak als volgt samen: een ETF, dat is een combinatie van de verhandelbaarheid van een aandeel met de spreiding van een gewoon beleggingsfonds.

Divers publiek

Wie zijn die beleggers, die zich sinds kort op de tracker-markt storten? ‘Een divers publiek’, maakt Symons zich sterk. ‘We spreken heel actieve beleggers aan die we vooral bij de onlinebrokers vinden. Maar ook de ‘buy & hold’-belegger vindt meer en meer zijn weg naar passieve fondsen. Trackers maken de kern uit van hun portefeuille, waarna ze specifieke accenten proberen te leggen met andere beleggingen.’

©mediafin

‘Er is geen reden waarom een Belg minder via trackers zou investeren dan beleggers elders in Europa. Hij krijgt ten slotte met net dezelfde problemen af te rekenen als andere Europeanen. Hij zal bijvoorbeeld net zo goed een manier moeten vinden om zijn pensioen aan te vullen. En de kosten zullen daarbij nog belangrijker worden. Een Belgische staatsobligatie op 10 jaar levert nog zo’n 1 procent rendement. Wie dus in Belgisch papier belegt via een fonds met 1 procent kosten kan zijn geld beter op een spaarboek laten staan.’

Ook Oliver Trienes verwacht nog meer instroom van de retailbelegger, maar hekelt de verschillende wetgevingen binnen de Europese Unie. ‘De markt trekt vooral aan in Nederland en het VK, twee landen waar er een verbod is op retrocessies’, klinkt het. Een retrocessie is de vergoeding die de verkoper van een fonds betaalt aan een financieel tussenpersoon. Het geld komt uit de beheers- en administratiekosten die de belegger neertelt. ‘In landen waar banken nog een vergoeding krijgen voor de verkoop van fondsen is het niet in hun belang om trackers aan te raden’, aldus Trienes. ‘Er is algemeen meer transparantie nodig over de kosten in de fondsenwereld. Dan zullen beleggers hun fondsbeheerder ook sneller vragen waarom ze niet meer via goedkope trackers investeren.’

Symons gelooft niet dat het Europese verbod op retrocessies - dat in de steigers staat - de groei van ETF’s zoveel zal versnellen. ‘Het belangrijkste gevolg van zo’n verbod zal zijn dat fondsen, die eigenlijk een index spiegelen maar daarvoor actieve beheerskosten aanrekenen, zullen verdwijnen. We zien nu al dat de banken meer passieve fondsen aanbieden. Misschien zal die trend wel nog wat versnellen.’

Kritiek

De explosieve groei van de indexknuffelaars blijft niet zonder kritiek. Vooral de zogenaamde synthetische ETF’s liggen onder vuur. Dat zijn trackers die niet echt in de onderliggende activa beleggen, maar ingewikkelde financiële constructies opzetten, onder meer met zogenaamde swap-contracten.

Belastingen en kosten

Uitgevers van trackers pakken graag uit met hun lage beheerskosten in vergelijking met die van beleggingsfondsen. Maar door de belastingen en transactiekosten kan de factuur toch oplopen.

Trackers die in België geregistreerd staan, zijn vaak uitgeven naar Luxemburgs of Iers recht met een Europees pasport (UCITS). Dat zijn landen waar beleggers geen roerende voorheffing betalen als een fonds dividenden uitkeert. Dat betekent niet dat u aan een dubbele belasting ontsnapt.

Dat zit zo: het fonds betaalt een eerste keer roerende voorheffing in het land van waaruit het een dividend ontvangt. U betaalt die belasting als u de dividenden ontvangt van het fonds. Eigenlijk betaalt u dus twee keer. In België bedraagt de roerende voorheffing 25 procent. Bij de taxshift
deze week heeft de federale regering zelfs de roerende voorheffing in ons land verhoogd naar 27 procent.

Om te ontsnappen aan die tweede belasting kan u ook in een kapitaliserende tracker beleggen, een schaduwfonds dat met andere woorden geen dividenden uitkeert, maar kapitaliseert. Een andere optie is bijvoorbeeld een tracker op de Duitse DAX-index, die een kapitaliserende aandelenkorf is.

Op de meest populaire trackers - zoals op de Eurostoxx50 en de DAX - die in België geregistreerd zijn, betaalt u ook een beurstaks bij aan- en verkoop van 1,32 procent.

Vergeet tot slot ook niet dat u transactiekosten betaalt. Zelfs bij de onlinebrokers bedragen die al snel tot 25 euro bij transacties van meerdere duizenden euro’s.

Veel beleggers beseffen niet dat ze met die constructies een extra risico lopen dat de tegenpartij zijn verplichtingen niet nakomt. Meestal zijn die tegenpartijen dan wel de grote zakenbanken. Maar sinds het debacle met Lehman Brothers weten we dat ook die lang niet onfeilbaar zijn. En gezien deze ervaring met herverpakte kredieten of CDO’s mag het weinig verbazen dat critici wantrouwig staan tegenover elke lettersoep die de banken weten te brouwen, ook ETF’s. De naweeën van de financiële crisis zijn daarvoor nog veel te nadrukkelijk voelbaar.

Onder druk van de regelgevers en het scepticisme bij beleggers zijn veel synthetische trackers ondertussen omgevormd naar fysieke varianten. Deze fondsen beleggen wel rechtstreeks in de onderliggende aandelen of obligaties wiens prestaties ze schaduwen.

Bij de Belgische toezichthouder FSMA zijn nog geen klachten binnengelopen over ETF’s. ‘We weten dat de populariteit van trackers fors toeneemt, maar we namen nog geen officieel standpunt in over trackers om de simpele reden dat we tot dusver nog geen aanwijzingen hebben dat die producten speciale risico’s inhouden’, klinkt het.

Anderen steken wel een stevige waarschuwende vinger in de lucht. Notoir aandeelhoudersactivist Carl Icahn - niet bepaald een financieel doetje - haalde recent scherp uit naar BlackRock, marktleider in de creatie van ETF’s. Icahn noemde de Amerikaanse vermogensreus een ‘gevaarlijk bedrijf’.

©mediafin

Icahn verwees vooral naar de forse toename in de ETF’s op de markt voor hoogrentend bedrijfspapier in de VS. De Amerikaanse centrale bank plant nog dit jaar haar rente te verhogen, wat omgekeerd op de obligatiekoersen zal wegen. Icahn vreest een financiële ramp als alle beleggers tegelijk naar de uitgang snellen door met een muisklik dat bedrijfspapier uit hun portefeuille te gooien.

Charles Symons, directeur van iShares, pareert de kritiek. ‘Met ETF’s creëren we net een secundaire markt, die veel vlottere handel toelaat. Maar als er geen handel is op de onderliggende markt omdat er tijdelijk geen kopers zijn, dan zal ook de tracker-markt mogelijk stilvallen. ETF’s zijn niet magisch.’

Ook de kleine belegger wordt wel eens compleet tureluurs wanneer hij de koers volgt van zijn aandelen. Neem nu AB Inbev, de enige Belg in de Eurostoxx50-index. ETF’s gekoppeld aan die graadmeter zijn een populaire manier om in te spelen op de evolutie van de Europese beurzen. Zo kopen en verkopen een horde beleggers bij elke kleine ontwikkeling in het Griekse drama hun Eurostoxx-tracker. Het gevolg: AB InBev, dat nauwelijks bier verkoopt in Griekenland, surft wel mee op de golven van het slechte Griekse theater. Voor grote bedrijven zijn trackers dus een tweesnijdend zwaard: er is meer liquiditeit in hun aandeel, maar de koers is nerveuzer dan ooit.

En dan is er ten slotte nog een meer filosofische beschouwing bij de opgang van trackers. VFB-voorzitter Paul Huybrechts verwoordt het vraagstuk als volgt: ‘Wanneer iedereen alleen nog volgt, wie of wat gaan we dan uitendelijk nog volgen?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud