nieuwsanalyse

Wie wint en wie verliest bij lage olieprijs?

©Mediafin

We zijn nauwelijks een week ver in het nieuwe jaar en de olieprijzen zijn al onder 50 dollar per vat gezakt. De turbulentie op de oliemarkten kan nog even duren, waarschuwen analisten. Wat moet u onthouden om toch nog de jackpot te halen in dit klimaat?

Gaan we weldra naar 40 dollar per vat ? Of zat de Saudische minister al-Naimi niet ver van de waarheid toen hij een olieprijs van 20 dollar voorspelde? Nu de prijs voor een vat ruwe Brent-Noordzeeolie deze week voor het eerst in zes jaar onder 50 dollar is gedoken, zit zowat de hele financiële wereld te gissen hoeveel meer het ‘zwarte goud’ nog in waarde kan zakken.

Al wil niemand zich momenteel al op een exact cijfer laten vastpinnen. Daarvoor is de onzekerheid nog te groot. ‘Enkele maanden geleden had ik je voor gek verklaard als je toen had beweerd dat de olieprijs naar 50 dollar zou terugvallen’, vertelde een energiespecialist van een grote zakenbank ons deze week nog. ‘En nu zitten we al onder dat niveau. Waarom zouden we dan niet nog verder kunnen zinken?’

Wie zijn voordeel wil halen uit de dalende olieprijzen hoeft niet noodzakelijk in energieaandelen te beleggen. De forse terugval van het zwarte goud heeft een impact op zowat alle denkbare sectoren. Dat biedt extra mogelijkheden voor Belgische beleggers. ‘Big Oil’ blinkt immers uit in afwezigheid op Euronext Brussel.

Welke bedrijven kunnen vandaag dan nog profiteren van de goedkope olie? ‘Denk daarbij allereerst aan ondernemingen in de chemiesector, of bedrijven die afgeleiden van olieproducten als grondstof gebruiken,’ vertelt Wim Hoste, analist van het beurshuis KBC Securities. ‘Een chemiegroep als Solvay zou natuurlijk wel varen bij de dalende energieprijzen. Al moeten de lagere grondstoffenprijzen wel snel doorgerekend worden aan de eindklanten.’

Wie lagere olieprijzen zegt, zegt natuurlijk ook goedkopere transportkosten. Dat kan bedrijven met een grote logistieke vloot een duw in de rug geven. Geert Bakelants, de hoofdredacteur van het beursblad De Belegger, schuift daarom bedrijven als Bpost, Post NL en TNT naar voren als een goede belegging.

Die lage transportkosten zijn ook positief voor retailers zoals Delhaize of Colruyt, zegt Hoste. ‘Natuurlijk zullen de DATS-tankstations van Colruyt wel een lagere omzet realiseren,’ meent de analist. ‘Maar we denken toch dat de lagere transportkosten dat zullen compenseren;’

‘Al hangt alles natuurlijk af van hoe lang we met deze extreem lage olieprijzen kunnen leven,’ stelt Bakelants. ‘Ook luchtvaartbedrijven kunnen in principe wel varen bij de lage energiekosten. Maar je moet als belegger toch nog je huiswerk blijven maken. Sommige maatschappijen hebben zich immers ingedekt tegen al te forse schommelingen op de oliemarkt. Door de aard van die indekkingscontracten kunnen de dalende olieprijzen op korte termijn dan toch een negatieve impact hebben.’

Wie zijn huiswerk goed maakt en de jaarverslagen uitpluist, vindt soms bedrijven waarvan je niet had verwacht dat de olieprijzen er überhaupt een invloed op hadden. De technologiegroep RealDolmen bijvoorbeeld. ‘Niet de meest voor de hand liggende keuze’, geeft Hoste toe. ‘Maar het is wel een onderneming met een relatief groot wagenpark. De autogerelateerde kosten bedroegen 14 miljoen euro in 2013. Mogelijk kan dat prijskaartje nu lager uitvallen.’

Ook over de precieze oorzaken van de daling heerst nog behoorlijk wat onduidelijkheid. Een van de belangrijkste redenen waarom de prijzen kelderen, is volgens veel economen dat vandaag gewoonweg te veel olie uit de grond wordt gehaald. Terwijl de aanhoudende economische crisis weegt op de wereldwijde vraag, kenden de Verenigde Staten een heuse boom in de productie van schalieolie. En tot grote ergernis van de andere leden van het OPEC-kartel weigert Saudi-Arabië tot dusver de oliekraan dicht te draaien om op die manier zijn marktaandeel te kunnen behouden.

Toch is niet iedereen het met die analyse eens. ‘De perceptie dat de olieprijzen slinken door een gigantisch overaanbod klopt niet’, zegt Mark Lacey, die een energiefonds beheert voor het Britse huis Schroders. ‘Allereerst is de vraag naar olie en zijn afgeleide producten niet dramatisch gedaald. Dat was bijvoorbeeld wel het geval toen de financiële crisis losbarstte in 2008. Meer nog: de lagere prijzen die we nu zien, hebben de vraag zelfs aangezwengeld. Kijk bijvoorbeeld naar de vraag naar benzine in de Verenigde Staten: die ligt tegenwoordig al 6 procent hoger dan een jaar terug.’

©REUTERS

Marktenzalen zijn nerveus

Lacey is er evenmin van overtuigd dat we nu echt overspoeld worden met goedkope olie. ‘Het aanbod is wel degelijk comfortabel, maar vergeet bijvoorbeeld toch niet dat de Verenigde Staten netto nog altijd olie moeten invoeren. Die import zal nog stijgen, want nu de olieprijzen dalen is het voor steeds meer bedrijven economisch minder interessant om nog te produceren. Ik geloof ook niet dat Saudi-Arabië op een heuse prijzenoorlog aanstuurt. Het land draaide de kraan niet dicht omdat het eiste dat ook andere OPEC-leden zoals Venezuela of Rusland dat moesten doen. Maar die zagen dat om budgettaire redenen niet zitten.’

©rv

De echte reden voor de oliecrash ligt volgens Lacey niet op de fysieke markt, waar wel in de marktenzalen van de Londense City en Wall Street. ‘De markt van derivaten gelinkt aan de olieprijs is liefst 20 keer groter dan de eigenlijke oliehandel zelf’, merkt de beheerder op. Die derivatenhandelaars worden nerveuzer en beginnen hun posities af te bouwen, wat volgens Lacey de prijsdalingen nog versterkt.

‘Beleggers hebben die daling duidelijk onderschat. Maar net zoals de vorige keren zullen ze ook de remonte onderschatten. Niet alleen in de VS wordt minder naar olie geboord omdat het geen geld meer oplevert. Ook in olievelden in de Noordzee en in Azië worden projecten uitgesteld. Dat leidt er uiteindelijk toe dat het olieaanbod zal slinken. Wellicht zullen de prijzen in afwachting daarvan beginnen te stijgen vanaf de tweede helft van dit jaar, of in het begin van 2016.’

Dat wil meteen ook zeggen dat we nog een tijd zullen moeten leven met olieprijzen die alle kanten kunnen uitschieten. Wat moet u onthouden om te winnen bij goedkope olie?

Beleggers hebben de val van de olieprijzen danig onderschat. Maar mogelijk staat hetzelfde te gebeuren bij een eventuele remonte.
fondsbeheerder schroders Mark lacey

Bij het horen van die vraag denken de meeste mensen wellicht meteen aan de grote oliereuzen. ‘Majors’ zoals Total, Shell, ExxonMobil of BP zijn een klassieker in veel beleggersportefeuilles. Voornamelijk omdat ze sinds jaar en dag een kloek dividend uitbetalen. Is ‘big oil’ en zijn bijbehorende dividendenstroom in gevaar nu de grote oliebedrijven hun cashflow zien slinken door de lagere prijzen?

Volgens Guy Lerminiaux, hoofd aandelenbeheer bij het beurshuis Petercam, moeten beleggers zich daar alvast niet te veel zorgen over maken. ‘Drie factoren spelen in het voordeel van dergelijke oliebedrijven. Allereerst produceren ze niet alleen olie, ze zijn ook actief in de verwerking ervan. En terwijl olie produceren nu minder geld opbrengt, nemen de marges op de raffinageactiviteiten wel toe. Ten tweede torsen de meeste van de grote jongens weinig schulden. Bij de kleinere Amerikaanse bedrijven in de schalie-industrie is dat bijvoorbeeld wel het geval.’

De lage olieprijzen kunnen de winsten van de meeste Europese ondernemingen met meer dan 10 procent hoger sturen. Dat berekenden analisten van de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley. Dankzij de lagere olieprijzen dalen de energiekosten en de prijzen voor andere grondstoffen. Morgan Stanley schat dat voor een meerderheid van de Europese ondernemingen de energie- en grondstoffenkosten overeenkomen met zo- wat een vijfde van de omzet.

Volgens de zakenbank zou een daling van de olieprijzen met 50 procent de winst per aandeel van 80 procent van de Europese ondernemingen met 13 procent kunnen opkrikken. Toch spinnen niet alle cyclische waarden goed garen bij een kelderende olieprijs. Energiebedrijven zouden hun winst per aandeel met 25 procent kunnen zien terugvallen. Chemiebedrijven zullen door de goedkopere olie inboeten aan prijszettingsmacht. Daardoor zou hun winst per aandeel gemiddeld met 10 procent kunnen slinken.

Voor nutsbedrijven zoals GDF Suez, Centrica en E.ON zou de winst per aandeel 5 procent lager uitkomen.

‘Een derde reden is niet zo bekend: heel veel majors hebben deals gesloten met overheden waarbij ze minder belastingen moeten betalen als de olieprijzen laag staan. Het verklaart waarom de majors al bij al stand wisten te houden in de recente storm op de energiemarkten.’

Voor ondernemingen die zich enkel toeleggen op olieproductie is de situatie natuurlijk anders, waarschuwt Lerminiaux. ‘Een bedrijf zoals het Britse Tullow Oil, dat voornamelijk actief is in Afrika, is heel kwetsbaar voor de huidige turbulentie op de markt. Sinds begin vorig jaar verloor het aandeel al meer dan 50 procent op de beurs van Londen.’

Speur naar overnamekandidaten

Minder dan $2/gallon in de VS. ©REUTERS

Toch zijn er met die kleinere waarden vandaag ook zaken te doen, vult Mark Lacey aan. ‘Veel bedrijven zjin nu lager gewaardeerd dan na de financiële crisis van 2008. Dat biedt koopkansen, want er zijn nog altijd spelers te vinden die wel goed gemanaged zijn en niet onder een loodzware schuldenlast gebukt gaan. Bovendien bieden ze een uitgelezen kans om in te spelen op de overnamegolf die er ongetwijfeld zal komen in de sector. Heel wat majors hebben al aangegeven dat ze hun activiteiten in de schalieoliesector willen uitbreiden. Nu hebben ze daar de kans toe. Bedrijven die daar mogelijk voor in aanmerking komen zijn het Amerikaanse Matador, New Field Exploration en MEG, dat in Canada actief is.’

‘De echte verliezers van de huidige oliecrisis zijn de dienstenleveranciers voor de sector’, besluit Lerminiaux. Toeleveranciers zoals de Nederlandse bouwer van boorplatformen SBM Offshore of de bodemonderzoeker Fugro verloren de voorbije maanden fors terrein. Naarmate de olieprijzen dalen wordt het voor producenten minder interessant om nieuwe projecten te starten, en dat heeft onmiddellijke gevolgen voor het orderboekje van dergelijke toeleveranciers. Eerder deze week kreeg ook Boskalis een zware opdoffer te verwerken. De Nederlandse baggeraar voert ook tal van projecten uit voor olieproducenten. Maar beleggers en analisten vrezen dat die bron van inkomsten geleidelijk aan begint op te drogen.

©Bloomberg

Steeds meer handelaars slaan ook olie vandaag goedkoop in om het goedje later aan een hogere prijs te kunnen slijten. In het jargon heet dat een ‘contango-strategie’. Maar om die tot een goed einde te brengen moet je die olie wel een tijd kunnen opslaan. Beleggers in de Belgische tankerrederij Euronav speculeerden er de afgelopen week al op dat de grote tankers van de groep zullen worden gebruikt om olie in op te slaan. Dat gaf de koers van Euronav nog een extra duw in de rug, want de rederij had al geruime tijd kunnen profiteren van e stijgende vraag naar olie naarmate het goedje goedkoper wordt. Ook de Noorse tankeroperator Frontline profiteert van die stijgende contango-koorts.

Euronav is niet de enige ‘contango-play’. Ook het Nederlandse Vopak, ’s werelds grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf, kende een steile opmars op de beurs van Amsterdam nu de vraag naar stockageruimte bij oliehandelaars toeneemt.

‘Al moeten beleggers beseffen dat die vraag naar extra opslag niet van lange duur is’, zegt Schroders-fondsbeheerder Lacey. ‘Voor dergelijke bedrijven geldt doorgaans het gezegde ‘feast or famine’: als de nood aan extra opslagruimte voor olie hoog is, boeken ze forse winsten. Als de prijzen weer stijgen en de vraag afneemt, kunnen ook de koersen weer snel terugvallen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud