Wie wordt de volgende overnameprooi in Brussel?

Marc Dubois van Spadel slaagde er in 2015 net niet in om zijn drankenbedrijf van de beurs te halen, maar kocht wel alle aangeboden aandelen, aan de helft van de huidige beurskoers. ©Anthony Dehez

De biedingen op Zenitel en Sioen doen beleggers de horizon afschuimen naar andere mogelijke prooien op de Brusselse beurs.

Voor elk bedrijf kan een overnamebod uit de lucht vallen, maar bij familiale ondernemingen die van de beurs worden gehaald, vallen enkele constanten op. Het gaat meestal om gezonde bedrijven waar de schulden onder controle zijn, die de voorbije jaren geen beroep deden op de beurs als financieringsbron, die relatief goedkoop noteren en waar de prognoses voor de resultaten gunstig zijn. Ook hebben ze vaak weinig oog voor contacten met investeerders of met de pers.

De families kennen hun bedrijf het best en betalen liefst geen zotte prijzen. Zo wisten de Moortgats de brouwer Duvel en de familie Macharis de kartonmaker VPK in 2013 te delisten vooraleer beide aan een forse expansie begonnen. Pairi Daiza morrelde aan zijn afschrijvingsmethodes om de resultaten het jaar voor de delisting te temperen. Na de beursexit gingen de bezoekerscijfers dankzij forse investeringen spectaculair de hoogte in. Al zijn er altijd uitzonderingen: de timing van Marc Saverys met zijn bod op de scheepvaartgroep CMB was niet zo gelukkig. Nadien gingen de vaartarieven onderuit. In de scheepvaart heb je als reder nu eenmaal geen vat op de internationale prijzen.

Bij een delisting door de familie is er geen synergiepremie. Een overnemer uit dezelfde sector kan meer geld op tafel leggen omdat hij ook kostenbesparingen of andere synergieën, zoals betere aankoopvoorwaarden, in zijn prijs kan incalculeren. Biedingen door controleaandeelhouders zijn daarom iets kariger.

Rondvraag

De Tijd deed begin 2018 een rondvraag bij de analisten naar mogelijke overnamekandidaten. Een van de namen uit de top tien, de IT-groep RealDolmen, is intussen door het Franse Gfi Informatique ingelijfd. Zenitel belandde net niet in de top, maar werd wel getipt als een van de goedkoopste prooien van het koersenbord, met een ondernemingswaarde van amper zes keer de brutobedrijfswinst. Recticel bekleedde de eerste stek. Maar vorige week legde de schuimrubberspecialist een kwart miljard euro op tafel voor de Zwitserse sectorgenoot FoamPartner, waardoor de kans op een bod fors is afgenomen.

Bij de familiebedrijven keren Tessenderlo en Picanol het vaakst terug als delistingkandidaten. Topman Luc Tack koopt met de regelmaat van een klok Tessenderlo-aandelen bij, zowel persoonlijk als via de weefgetouwenmaker Picanol. In 2015 wou hij beide fuseren. Dat plan mislukte omdat hij toen nog niet de controle had. Dat zal hem niet meer overkomen. Deze maand kocht hij nog voor 50 miljoen euro aandelen van de chemiegroep bij. Dankzij de invoering van het dubbele stemrecht, controleert hij 65 procent van de stemrechten bij Tessenderlo.

Financiering uit cash

Ook Resilux prijkt op veel kandidatenlijstjes. In 2016 wou de familie De Cuyper de petflessenmaker verkopen aan de private-equitygroep Bain Capital voor 190 euro per aandeel, maar de mededinging stak daar een stokje voor. Resilux combineert een goedkope waardering met groei. Maar ondanks zijn recyclageactiviteiten is het als plasticspeler niet populair bij grote beleggers. Een bod door de familie kan dat euvel verhelpen.

Het slecht verhandelbare Accentis noteert bijna een derde onder zijn boekwaarde, waardoor zelfs een goedkoop bod kans op slagen heeft.

Roularta komt ook geregeld als delistingtip naar voren. De beurswaarde van de mediagroep bestaat voor 56 procent uit cash. De familie De Nolf kan een bod financieren zonder bij de banken aan te kloppen. Dat geldt ook voor de bouwgroep Moury Construct , maar naar verluidt is de familie een exit niet genegen en is ze trots op haar notering. Dat is anders bij de holding Iep Invest en haar vastgoeddochter Accentis , die amper communiceren met beleggers. Het slecht verhandelbare Accentis noteert bijna een derde onder zijn boekwaarde, waardoor zelfs een goedkoop bod kans op slagen heeft. Eind vorig jaar verkocht de industrieel Joris Ide zijn blokkeringsbelang van 11 procent in Accentis aan Iep, wat de weg naar een bod makkelijker maakte.

Bedrijven die al verwezen naar de beurs om mogelijk hun groei te financieren of er onlangs een beroep op deden, horen niet tot de delistingkandidaten. Denk aan de projectontwikkelaars Immobel en VGP of de Congo-holding Texaf .

Eerdere pogingen

Sommige referentieaandeelhouders probeerden tevergeefs hun bedrijf van de beurs te krijgen. Bij het drankenbedrijf Spadel botste CEO Marc du Bois vijf jaar geleden op de tegenkanting van de minderheidsaandeelhouder André de Barsy, die er samen met andere beleggers in slaagde meer dan 5 procent van het kapitaal te verzamelen. Dat is de drempel om een delisting tegen te houden. Du Bois kocht alle stukken die wel aangeboden werden. De verkopers hadden ongelijk, want Spadel kost met 180 euro net niet het dubbele van de biedprijs van 95 euro.

50,1%
Global Graphics
Guido Ven der Schueren kon zijn belang in Global Graphics via een bod verhogen tot 50,1 procent, maar slaagde er niet in het aandeel van de beurs te halen.

Global Graphics bengelt onder het bod van 4,25 euro dat voorzitter Guido van der Schueren vorig jaar op tafel wilde leggen. Met zijn demarche wist hij zijn belang op te trekken van 28 naar 50,1 procent, waardoor hij nipt de meerderheid in handen kreeg. Voor hem was het bod half geslaagd. Van der Schueren stak niet onder stoelen of banken dat hij mogelijk nog een poging zou doen om het soft- en hardwarebedrijf voor de grafische sector van de beurs te halen. Intussen doet Global Graphics het operationeel uitstekend. De brutobedrijfswinst verdubbelde in het eerste halfjaar, de omzet steeg een kwart.

Bij Telenet probeerde referentieaandeelhouder Liberty Media in 2012 de kabelaar van de beurs te halen tegen 35 euro per stuk. De koers noteert daar een fractie onder, maar het bedrijf keerde intussen wel stevige coupons uit. Bijna elk analistenrapport verwijst naar de speculatie over een tweede poging.

Louter een aandeel kopen uit speculatie op een bod is nooit een goede strategie. In een onderzoek van tien jaar geleden was de maker van industriële wassystemen Jensen de grootste delistingkandidaat, maar het aandeel noteert nog altijd op de beurs. Kijken naar de waardering, de groei en de strategie blijven de beste parameters om op de beurs te scoren.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud