nieuwsanalyse

Check die Tsjechen!

De Karelsbrug in Praag ©© ML Sinibaldi/CORBIS

U hoeft het Brussels koersenbord niet te verlaten om in te zetten op het boomende Centraal-Europa.

Het groeicijfer waarmee het Cesky statisticky urad - de Tsjechische cijferaars - woensdag uitpakte was ronduit verbluffend. In vergelijking met het vorige kwartaal groeide de Tsjechische economie in het tweede kwartaal 2,3 procent, het hoogste cijfer in de Europese Unie. Op jaarbasis betekent dat dat de Tsjechische economie tegen een tempo van zo’n 9 procent groeide.

Uiteraard zal het zo’n vaart niet lopen, maar het is wel een Praagse lente om u tegen te zeggen. Jaar op jaar, vergeleken met de lente van 2016 dus, zet Tsjechië een groei van 4,5 procent neer. Dat is drie keer zo sterk als de groei in België.

De hele regio boomt: Roemenië zet jaar op jaar 5,7 procent groei neer, Polen 4,4 procent, Hongarije en Slovakije respectievelijk 3,6 en 3,1 procent. De regio, met Tsjechië voorop, zit ingebed in de Duitse industriële en logistieke keten. En dus profiteert Centraal-Europa van de boom die Duitsland meemaakt als de V8-motor onder een snel vaart winnende Europese economie.

Daar komt bij dat de regio door de exodus richting West-Europa volledige tewerkstelling nadert, wat de lonen en dus ook de consumptie omhoog jaagt. Al probeert alvast Polen het tekort aan arbeidskrachten te verhelpen door in bulk Oekraïense werknemers in te voeren.

©Mediafin

Allemaal heel fijn voor die Tsjechen, maar wat koop ik er als Belgische belegger nu mee? ‘Noem mij eens vijf bekende Tsjechische aandelen!’, hoor ik u al denken.

Gelukkig hoeft u niet per se de gekrochten van de Praagse beurs uit te kammen om op het groeimirakel in te zetten. Er zijn Tsjechische ‘speeltjes’ op de Brusselse beurs. Om te beginnen KBC . De bank- en verzekeringsgroep bedacht profetisch een week geleden Tsjechië met een uitbundig zonnetje op slide 57 van hun presentatie.

KBC streek twee decennia geleden via de overname van de lokale bank CSOB aan de oevers van de Moldau neer. ING-analist Albert Ploegh schat dat Tsjechië met een rendement op eigen vermogen van 24 procent het rendabelste onderdeel van het KBC-aandeel is. Hij waardeert in een ‘som van de delen’-analyse KBC Tsjechië op 8,4 miljard of dik 20 euro per aandeel, een kwart van het koersdoel van 77,9 euro.

©Mediafin

Maar toch is KBC niet het meest Tsjechische aandeel van het Brussels koersenbord. Die eer gaat naar VGP . De vastgoedontwikkelaar heeft zelfs een Tsjechische website. Topman Jan Van Geet woont al sinds 1993 in Tsjechië.

Hij stampte er in 1993 voor luierfabrikant Ontex van Bart Van Malderen - nog altijd de grootaandeelhouder van VGP, maar Ontex heeft hij intussen ingeruild voor rivaal Drylock - de fabriek in Turnov uit de grond. Voor hij bij VGP belandde was Van Geet ook actief voor de vastgoedgroep WDP in Tsjechië, een vastgoedgroep die de jongste tijd stevig inzet op de Roemeense groeipool.

VGP zit ook in Roemenië, maar de Europese logistieke draaischijf Tsjechië blijft met 11 bedrijvenparken de grote liefde. De vastgoedontwikkelaar is er zo’n 100.000 m² - ongeveer 15 voetbalvelden - projecten aan het opstarten, die al verhuurd zijn. Maar of VGP een koopje is?

Mja, het aandeel is niet meer het best bewaarde geheim. De alliantie met verzekeraar Allianz, die een financiële hefboom op de activiteiten zet, en een tot de verbeelding sprekende deal om huisbaas te worden van Amazon in Duitsland joegen het aandeel vorig jaar de stratosfeer in. Komt daarbij een flessenhalseffect: het gros van de aandelen zit bij Van Malderen & co, slechts 10 procent is vrij verhandelbaar. Het aandeel noteert tegen een forse premie op de onderliggende bakstenen, zodat er al een flinke scheut toekomstige Tsjechische groei in verrekend zit (zie grafiek).

En natuurlijk legt de vergrijzing in Duitsland en Centraal-Europa op langere termijn een hypotheek op de economische dynamiek van de regio. Maar gelukkig is er elders op het koersenbord een natuurlijke indekking: Aedifica .

De specialist in woonzorgcentra verdubbelde deze week met een investering van 200 miljoen zijn portefeuille rusthuizen in Duitsland. Die klinken iets poëtischer - ‘Die Rose im Kalletal’ is onze favoriet - dan pakweg ‘VGP Park Usti nad Labem’. Poëtisch of niet, in beide gevallen is rendement verzekerd.

OVER INFLATIE EN HARDCORE PORNO

De Amerikaanse opperrechter Justice Potter Stewart leverde in 1964 in de zaak ‘Jacobellis vs. Ohio’ ons favoriet juridisch citaat af. ‘Volgens het eerste en het veertiende amendement van de grondwet is de strafwet in dit gebied beperkt tot hardcore pornografie. Ik zal vandaag niet proberen om het materiaal dat onder deze korte beschrijving valt te definiëren en waarschijnlijk zal ik daar ook nooit toe in staat zijn. Maar ik herken het als ik het zie en de film in deze zaak is het niet.’

En met deze intussen beroemde ‘I know it when I see it’ ontzegde de opperrechter de staat Ohio het recht om ‘Les Amants’, de prent van Louis Malle met de recent overleden Jeanne Moreau in de hoofdrol, als obsceen te verbieden. Nico Jacobellis was de uitbater van een bioscoop in Cleveland Heights die het aangedurfd had ‘Les Amants’ op een preuts publiek los te laten en daar een zware boete van de staat Ohio voor gekregen had.

Waarom vertellen we dit? Omdat de doorgaans saaie notulen van de jongste bijeenkomst van de Amerikaanse centraal bankiers mooi illustreren dat inflatie op hardcore pornografie lijkt. Het is verdraaid moeilijk zo’n abstract begrip in één graadmeter te vatten of er je vinger op te leggen.

Maar al decennialang gedragen centraal bankiers, niet alleen in de VS maar ook in de rest van de wereld, zich als een soort van Potter Stewart zonder ’s mans ontwapenende eerlijkheid ter zake. Allemaal koesteren ze de illusie dat ze op commando de inflatie - de prijsstijging van een vaak eindeloos verschillend gedefinieerde korf van goederen en diensten van een hypothetische Jan Modaal - naar een ‘niet te warme, niet te koude’ 2 procent kunnen sturen.

Een illusie die de Amerikaanse, Europese en Japanse centraal bankiers de voorbije tien jaar via de opkoop van schulden meer dan 10.000 miljard euro in de financiële markten deed pompen, in de hoop zo via het betere driebanden de reële economie te stimuleren.

Maar via de notulen geven de toplui van de Amerikaanse centrale bank (Fed) voor het eerst publiekelijk toe dat de boordtabel die ze al decennia gebruiken om inflatie te voorspellen, niet bijster goed (meer) werkt: namelijk het axioma dat een krappe arbeidsmarkt en een stevige groei zich op termijn in inflatie vertalen.

We citeren: ‘Veel van de inflatie-analyses die bij het uittekenen van het beleid gebruikt worden rusten op een boordtabel. (...) Enkele deelnemers citeren bewijzen dat de boordtabel niet erg nuttig is om inflatie te voorspellen.’

Eerder verving voorzitster Janet Yellen al het blinde geloof in de werkloosheidsgraad door ‘een waaier van indicatoren’. Inflatie zal waarschijnlijk hetzelfde lot beschoren zijn.

En dus zal het beheer van de 4.500 miljard grote Fed-balans straks ook in handen komen van ‘I know it when I see it’-beleidslui. Opwinding verzekerd.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect