weekboek

Een bankje om even uit te blazen

Zijn banken - ja, banken - de laatste overgebleven koopjes van het koersenbord?

Ook al krijgt een mens in een week honderden pagina’s analisten- rapporten binnen, toch valt het oog soms op één sprekende grafiek. De grafiek hieronder is er zo een. Voor de muggenzifters: natuurlijk kun je een grafiek sprekender maken door slim met linker- en rechterschaal te spelen, wat de marktstrategen van JPMorgan hier meesterlijk demonstreren.

Maar nu we juridisch ingedekt zijn, gaan we toch eens lekker losgehen in het vertellen hoe sprekend we die grafiek wel niet vinden. Van de 1.001 factoren die op een gemiddelde dag de beurskoers van Europese banken deze of gene richting doen uitzwiepen, is er al een tijdje maar één die er echt toe doet: de Duitse tienjaarsrente.

©Tijd Graphics

Sinds begin 2016 is het simpel: zakken de Europese lange rentes, dan zakken de banken. En vice versa. Meteen hebt u ook de reden waarom beleggers vorige maand de sterke resultaten van KBC niet op applaus maar met een geeuw onthaalden: de Bund wou niet mee.

JPMorgan-aandelenstrateeg Mislav Matejka is ervan overtuigd dat de terugval deze zomer een geval van reculer pour mieux sauter is. ‘Wij voorspellen dat de Duitse rente eind dit jaar naar 80 basispuntenen kan stijgen. In dat scenario zien we de banken in de eurozone het tussen nu en dan 15 procentpunt beter doen dan het beursgemiddelde.’

Met andere woorden: terwijl beleggers in zowat alle andere sectoren elk woord van Europese centraal bankiers op een schaaltje leggen uit vrees voor het Grote Boze Einde Van De Nulrente, zeggen beleggers in banken volmondig tegen Mario D.: BRING IT ON, DUDE!

Dat is logisch. Een hogere langetermijnrente is een prima zaak voor de rendabiliteit van het kernmetier van een bank. Of toch wat we sinds de bankencrisis vinden wat het kernmetier hoort te zijn: kortlopende deposito’s recycleren in langlopende kredieten aan bedrijven, gezinnen en overheden. Een bank maakt zichzelf illiquide om de economie gesmeerd te laten lopen en strijkt als vergoeding de marge tussen lange en korte rente op.

10
10 jaar na de bankencrisis achten beleggers banken nog altijd niet meer dan 10 keer de verwachte winst waard

Voeg daarbij de vaststelling dat de kredietverlening - afgaand op de maandelijkse data van de ECB - tegen het sterkste tempo in negen jaar groeit en je krijgt een recept voor winstgroei.

Toch is een potentieel aantrekkende rentemarge niet de hoofdreden waarom beleggers, omdat ze nu eenmaal ’s werelds meest notoire lemmingen zijn, een korf banken kopen telkens als de Bund een paar basispuntjes meer rendeert.

De meeste banken hebben hun lesje geleerd uit de kredietcrisis en zwemmen in de cash. KBC, bijvoorbeeld, heeft tegenover de 186 miljard aan klantendeposito’s ‘maar’ 137 miljard kredieten staan. CEO Johan Thijs erkende een tijdje geleden met gemengde gevoelens te kijken naar zo’n stootkussen van snel beschikbaar geld.

‘Liquiditeit heeft een kostprijs, waardoor er een impact is op onze winstgevendheid.’ Simpel gesteld: met het ‘overtollige’ geld - en bij KBC is dat dus bijna 50 miljard - weten bankiers bij het huidige ECB-beleid geen blijf. De overschotten in Frankfurt parkeren kost bij de huidige depositorente van minus 0,4 procent geld. Beleggen in overheidspapier is ook niet lucratief.

Credit Suisse, dat net als JPMorgan deze week een lans brak voor de (eigen) sector, merkt op dat de banken in de eurozone collectief 1.700 miljard euro overtollige cash hebben. ‘Mocht de ECB louter de depositorente van minus 0,4 naar 0 verhogen, dan zou dat 2,2 miljard extra winst opleveren’, becijfert Credit Suisse-analist Jan Wolter.

Kortom: nu het resultatenseizoen geleerd heeft dat in bijna alle sectoren alle goede nieuws al lang in de koers zit (zie het cover 'De beurs is een bitch'), is er toch nog een die potentieel biedt. Eentje die bewijst dat beleggers wel degelijk een paardengeheugen hebben, aangezien ze met 2007 in het achterhoofd nog altijd niet veel meer dan tien keer de winst willen betalen voor een gemiddelde Europese bank.

Hefboompje

Wie dus slapeloze nachten beleeft bij het vooruitzicht van een hogere rente in 2017, kan schuilen in banken als een natuurlijke indekking. Bij KBC kun je bovendien instappen tegen een korting, via de verankeringsholding KBC Ancora .

©Tijd Graphics

Die maakte deze week te midden van algemene onverschilligheid een jaarwinst van 843 miljoen bekend. Alstublieft. Een groot deel - 646 miljoen - is een boekhoudkundige meerwaarde op het enige actief, KBC. Wel recurrent zijn de 217 miljoen euro aan dividenden op de 77,52 miljoen euro KBC-aandelen in portefeuille.

Het voordeel van zo’n monoholding is dat je geen hogere wiskunde nodig hebt om de intrinsieke waarde te berekenen. De koers van KBC maal 0,99 - er zijn iets meer aandelen KBC Ancora dan er stukken KBC in portefeuille zijn - minus de schulden van 4,68 euro per aandeel.

Bij de huidige KBC-koers geeft dat een intrinsieke waarde van 63,90 euro en een korting van 28 procent. Bovendien werkt de schuldenlast als een hefboom(pje): als de koers van KBC met 10 procent stijgt, gaat de intrinsieke waarde van KBC Ancora 12 procent hoger. Geen gigantische hefboom, en dat is maar goed ook: de geschiedenis leert dat grote hefbomen in de financiële sector nooit goed aflopen.

Het kamerbreed tapijt tussen bruto en netto

Balta beleefde met zijn halfjaarraport zijn vuurdoop. Voor de tapijtproducent was het een cruciale afspraak met de belegger, na een debuut dat de mist inging. CEO Tom Debusschere wist de onrust over de hogere grondstoffenprijzen te sussen

. Balta countert die hogere factuur door ze direct of indirect snel door te rekenen via nieuwe collecties. Het resultaat: een brutobedrijfswinst die met een klim van 11 procent tot 46,5 miljoen euro vrij goed de omzetstijging van 15 procent tot 333,9 miljoen bijbeende. En dus een winstmarge die minder dan verwacht terugliep.

De belegger doet er wel goed aan niet louter op de brutobedrijfswinst (ebitda), wat Balta ‘aangepaste bedrijfswinst voor afschrijvingen’ noemt, te focussen. Tussen die brutowinst en het onderste lijntje van de resultatenrekening ligt een kamerbreed tapijt (er is onder dat onderste lijntje nog een ‘ondergrondse’ met de niet-gerealiseerde resultaten, maar daar vervelen we u een andere keer mee). Netto was er 3,5 miljoen winst, nog geen tiende van ebitda dus.

Balta geeft aan dat de ‘genormaliseerde’ nettowinst 11,4 miljoen euro bedraagt. Dat komt doordat de nettowinst extra onder druk stond door twee zaken waaruit de aandeelhouders vanaf nu munt gaan slaan.

De eerste is de 5,4 miljoen voor de financiering van de overname van het Amerikaanse Bentley Mills. Die deal gaat snel renderen: in de presentatie staat te lezen dat het legertje van 65 Bentley Mills-verkopers popelt om de lucratieve Modulyss-tapijttegels aan de man te brengen.

Bovendien was er eenmalig een afkoopsom van 1,5 miljoen om 34 miljoen van de 290 miljoen euro peperdure schuld te mogen terugkopen. Rente op de nieuwe schuld: 1,4 in plaats van 7,75 procent, een jaarlijkse besparing van 2,1 miljoen. Die 1,5 miljoen euro zal dus heel snel terugverdiend zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud