Advertentie
netto

Hoe uw Letermebons herbeleggen?

Yves Leterme zit de laatste ministerraad van Leterme II voor. Het weekend voordien werd de rente op staatspapier teruggedrongen met behulp van Belgische spaarders. Enkele dagen later nam Elio Di Rupo het roer over. ©BELGA

Wie intekende op de succesvolle vijfjarige Leterme-bons, krijgt maandag zijn geld terug. In een totaal andere omgeving dan in 2011 sluiten veiligheid en 4 procent rente elkaar meer dan ooit uit.

Maandag stort het Agentschap van de Schuld ruwweg 2 miljard euro terug op de rekening van vooral kleine beleggers die in 2011 intekenden op de vijfjarige Leterme-bon. ‘Wie zo’n bon met een rente van 4 procent kocht, heeft een prachtige zaak gedaan’, blikt obligatiespecialist Koen Van de Maele van het fondsenhuis Candriam terug.

Sommigen die hun staatsbons - een overheidsobligatie specifiek gericht op particulieren - al verkochten, deden een nog betere zaak. De uitgifte vond plaats op het moment dat de Belgische rente piekte. Na de emissie ging de koers van de staatsbon meteen de hoogte in. ‘In een ideaal scenario had iemand zijn Leterme-bons een jaar na de uitgifte, in december 2012, verkocht’, legt Van de Maele uit. Het koersverloop voor elke obligatie eindigt op 100 procent van het oorspronkelijke bedrag, als de uitgever niet failliet gaat. Maar ondertussen kan de waarde behoorlijk fluctueren. Staat de koers hoog, dan kan de verkoop van het schuldpapier dus meer opleveren dan de optelsom van de 100 procentwaarde ervan en de nog resterende jaarlijkse coupons.

©MEDIAFIN

De vijfjarige staatsbons brachten in 2011 4,7 miljard euro in het laatje. Al ruim de helft is weer ingeleverd bij het Agentschap van de Schuld. ‘Wat nog rest, zit grotendeels bij Belgische gezinnen’, bevestigt directeur risicobeheer Jean Deboutte. ‘Zij pasten simpelweg de beleggingsstrategie buy-and-hold toe.’

Die strategie om een Belgische obligatie bij te houden tot op de vervaldag houdt vandaag veel minder steek. Sinds ongeveer een jaar is de vijfjaarsrente in ons land negatief. Reken daar nog een inflatie van zo’n 1,7 procent bij en u levert jaar na jaar in.

‘Toch mogen voorzichtige beleggers mikken op een reëel rendement, rekening houdend met de inflatie’, vindt hoofdstrateeg Philippe Gijsels van BNP Paribas Fortis. ‘Daar komt wel meer risico bij kijken dan bij een staatsbon, wat je ook doet.’ We lijsten de beleggingstips van experts op in volgorde van het risico. Van klein naar groot.

1. Flexibele fondsen

Om minder wakker te liggen van uw financiële langetermijnstrategie kan het helpen de touwtjes uit handen te geven. Investeren in een gemengd fonds, waarbij het percentage aandelen niet vastligt, is dan een logische keuze. Zo’n fonds probeert zo veel mogelijk beursstijgingen te capteren, maar de grote koersdalingen te vermijden. Dat is een belangrijk verschil met passieve fondsen of trackers die een bepaalde categorie - bijvoorbeeld grondstoffenaandelen - volgen, met een grilliger koersverloop tot gevolg. De mixfondsen werden hyperpopulair nadat fondsenhuis Carmignac het erg pijnlijke beursjaar 2008 zelfs had afgesloten met een lichte winst. In theorie kan een belegger de buy-and-holdstrategie van bij de Leterme-bon dus ook bij flexibele fondsen toepassen.

©beeld shutterstock bewerking: Filip Ysenbaert

Uw geld in een obligatiefonds samenbrengen met dat van andere kleine beleggers helpt om de Leterme-coupon van 4 procent te evenaren. ‘Zulke obligaties bestaan nog, maar dan in coupures van 200.000 euro,’ zegt Raphaël Goldwasser van het obligatieplatform Goldwasser Exchange. De gezinnen die investeerden in Leterme-bons stopten de staat gemiddeld 20.000 euro toe. ‘De regelgever moedigt grote coupures aan. Zelfs voor wie een miljoen euro te investeren heeft, maakt dat spreiding wel heel moeilijk,’ merkt Pieter De Ryck van Van Lansschot op.

Of u nu uw beleggingen laat spreiden door een professional of niet, u moet accepteren dat rendement en risico hand in hand gaan. ‘Dat risico kan je op drie manieren aangaan’, somt Gijsels op. ‘Ofwel heb je een wisselkoersrisico door bijvoorbeeld te beleggen in de Amerikaanse dollar voor een lange periode. Ofwel ben je door obligaties met een lange looptijd kwetsbaar voor renteverhogingen. Ofwel kan je een kredietrisico nemen door geld uit te lenen aan minder kredietwaardige bedrijven of landen.’

2. Blik op de VS

Analisten raden ook Amerikaanse staatsobligaties aan. De vrees bestaat dat de overheidsschuld explodeert als president-elect Donald Trump zijn investeringsplannen doorzet, maar Goldwasser is ervan overtuigd dat de machtigste staat ter wereld obligatiebeleggers hun geld zal terugbetalen. ‘De tienjaarsrente in de VS bedraagt zo’n 2,4 procent, terwijl dat in Duitsland eerder 0,2 procent is. Dat is simpelweg meer rendement voor hetzelfde risico.’

Uittredend premier Leterme werd kort na de uitgifte van de Letermebon opgevolgd door Elio Di Rupo. ©REUTERS

Kortlopend Amerikaans schuldpapier geniet wel de voorkeur. ‘Wees gewaarschuwd: de Amerikaanse centrale bank zal haar beleidsrente verder optrekken,’ stipt Pieter De Ryck aan. ‘Om die reden verkies ik kortlopend schuldpapier, dat minder gevoelig is voor die evolutie.’ Wie vandaag een Amerikaanse tienjaarsobligatie koopt, kan erop rekenen zijn geld terug te zien. Maar in een stijgend renteklimaat zal de waarde van die obligatie eerder de omgekeerde beweging maken van die van de Leterme-bon.

Koen Van de Maele van Candriam ziet meer heil in bedrijfsschuldpapier uit de VS. ‘Dat houdt meer risico in, maar levert zo’n 3,3 procent op voor de bedrijven met hoge kredietscores bij de ratingagentschappen.’

Ook hier geldt de rentegevoeligheid op basis van de looptijd. Wanneer de financieringskost van de bedrijven omhooggaat, worden de obligaties uit het tijdperk van het goedkope geld minder waard. ‘Al is een panische angst voor de rentestijging niet nodig’, sust Pieter De Ryck. ‘Die stijging zal niet groot genoeg zijn niet om obligaties volledig af te zweren.’ Voor een bedrijf als Coca-Cola met een rating AA- verkiest de fondsbeheerder van Van Lansschot de obligatie die afloopt in oktober van volgend jaar. De kleinste coupure bedraagt 1.000 dollar en levert een jaarlijkse coupon van 0,875 procent op.

3. Europese rommelobligaties

Dichter bij huis noteert de Belgische vijfjaarsrente negatief. ‘Een staatsbon kopen als in 2011 is dus geen optie voor kleine beleggers die erop vooruitwillen’, zegt Koen Van de Maele. Om de inflatie voor te blijven kan u Europese rommelobligaties overwegen. Voor u zich bedenkt: bankiers spreken liever over obligaties met ‘een hoog rendement’. De ‘rommel’ slaat op de lage kredietrating van het bedrijf of het land dat het schuldpapier uitgeeft.

‘Zolang de ECB obligaties inkoopt, blijft het faillissementsrisico in deze categorie binnen de perken’, vindt Pieter De Ryck. ‘De vergoeding is niet heel royaal, maar er is er tenminste een’, vult Van de Maele aan. Hij suggereert een beleggingsfonds dat de risico’s kan spreiden over tientallen tot honderden schuldenaren.

De Ryck stipt de obligaties van het Duitse HeidelbergCement aan. ‘Het bedrijf is net van zijn rommelrating af en geeft op dit moment nieuwe schulden uit,’ zegt hij. U kan uw geld in tranches van 1.000 euro uitlenen en een brutocoupon van 1,5 procent verwachten. Wanneer volgend jaar de roerende voorheffing stijgt naar 30 procent, blijft daar netto 1,2 procent van over.

4. Jokers

Voor wie na zijn Leterme-bons klaar is voor risicovollere effecten, hebben de analisten ook suggesties. ‘Obligaties uit groeilanden, weliswaar in dollar genoteerd, bieden een mooi verwacht rendement van 5,9 procent,’ stelt Van de Maele. ‘Daarmee neemt u alleen een landenrisico. Wie daar het muntrisico van bijvoorbeeld de Braziliaanse real of de Russische roebel bij durft te nemen, zit aan 6,8 procent.’

‘Ik ben altijd een aandelenman geweest’, biecht Gijsels op. Hij wijst op de zogenaamde bond proxies. Dat zijn defensieve aandelen met amper gewelddadige koersschommelingen en een voorspelbaar dividendrendement. ‘Maar denk ook aan goud en aan cyclische aandelen die zullen opleven wanneer de rente verder stijgt.’

De Leterme-bons waren een groot succes in 2011. Zo’n 300.000 Belgische spaarders kochten het schuldpapier met een looptijd van 3, 5 of 8 jaar. De uitgifte bracht in totaal 5,7 miljard euro in het laatje. ‘We hadden hooguit op 1 miljard gerekend. Vergeet niet dat we 1,4 procentpunt minder rente boden dan de markt toen vroeg’, zegt Jean Deboutte, de directeur strategie van het Agentschap van de Schuld.

Hij stelt dat de populariteit van de bon een krachtig signaal uitstuurde. ‘In een week tijd drongen we de vijfjaarsrente terug tot waar we ze wilden hebben.’

Ex-premier Yves Leterme betreurt dat het succes niet blijvend was. ‘Het is spijtig dat we het spaarvermogen van de Belg niet systematisch konden mobiliseren,’ blikt hij terug. ‘Tal van infrastructuurprojecten zouden erbij gebaat zijn. Eerdere pogingen met de volkslening waren ook al geen groot succes.’

Daarvoor is een aantrekkelijkere opbrengst wenselijk, maar vandaag haalt de schatkist geld op aan bodemrentes. ‘We hebben dit jaar al meer dan 60 miljard euro opgehaald met langetermijninstrumenten’, bevestigt Deboutte.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud