weekboek

Icarus blijft nog wel even in de lucht

Kurt Vansteeland

Waarom Icarus nog even in de lucht blijft. Met dank aan Mario's jacht op de 2 procent die vooral de 1 procent ten goede komt.

Ik krijg wel eens het verwijt, beste lezer, dat ik te somber ben. Nochtans ben ik een onverwoestbare optimist.

Die rotsvast gelooft in aandelen als participatie in boeiende ondernemersverhalen. Check wat ik over de jaren heen schrijf over binnen- en buitenlandse bedrijven als Umicore, Sioen, Elia, Ter Beke, Ablynx, ASML, ARM, Roche of Unilever: soms kan ik mijn enthousiasme nauwelijks onderdrukken. En toch probeer ik dat. Omdat het niet mijn job is cheerleader te zijn. Als ik aandelen duur vind, is het mijn job te zeggen waarom ik vind dat er voor langetermijnbeleggers betere kansen zullen komen.

Mijn doel is de lezer aan het denken te zetten. Even goede vrienden als u na het lezen van mijn zoveelste brommende waarschuwing dat het feestje niet kan blijven duren glimlacht en prompt met één muisklik uw bakje vol aandelen laadt. Ik kan u eigenlijk niet echt ongelijk geven.

Yellen en Draghi delen een fetisj: het waanidee dat ze de inflatie naar de heilige graal van 2 procent kunnen commanderen.

Want ondanks signalen dat de vervaldatum van het gratisgeldbeleid nadert, blijft het goedkope geld tegen de plinten klotsen. De centraal bankiers Janet Yellen en Mario Draghi delen namelijk een fetisj: het waanidee dat ze de inflatie naar de heilige graal van 2 procent kunnen commanderen, als ze maar voldoende hun best doen.

Driebanden

En ‘hun best doen’ is een wereldkampioenschap driebanden: duizenden miljarden dollars en euro’s in de financiële markten pompen in de hoop dat ze zo indirect de reële economie steunen.

Want dat is wat Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, de voorbije 2,5 jaar deed: door in bulk staatsobligaties op te kopen, stopte hij beleggers 2.000 miljard euro toe met het verzoek die cash productiever aan te wenden. Bijvoorbeeld door aandelen of bedrijfsobligaties te kopen. Dat moet de kredietverlening en de investeringen aanwakkeren en zo de groei en de inflatie aanjagen.

Niet geheel verrassend is die geldcreatie veel succesvoller in het aanjagen van financiële inflatie - zeepbellen, zo u wil. Maar dat zal Draghi en Yellen niet beletten een ‘reële’ inflatie van 2 procent te blijven ambiëren. Omdat centraal bankiers nooit in de solden shoppen en het waanidee koesteren dat mensen als u en ik het geld niet meer gaan spenderen als - stel je voor - het leven goedkoper wordt.

Een ambitie die intact is ondanks de 1.001 inflatiefactoren buiten de greep van een centraal bankier. Denk aan efficiënte Amerikaanse schalieolieproducenten die olie goedkoop houden omdat ze veel enthousiaster de kraan kunnen opendraaien dan de logge Saoedi’s die durven toe te draaien.

Jeff Bezos en de Duitse broertjes Samwer die de retailsector op zijn kop zetten. Of het snel groeiende leger werknemers in de freelancereconomie. Er was een tijd dat de Bundesbank haar beleid kon afstemmen op de looneisen van de vakbond IG Metall. Probeer dat maar eens in tijden waar - we overdrijven een beetje - iedereen zijn eigen baas is en collectief overleg een vlag is die de lading niet meer dekt.

©Bank of America Merrill Lynch

Dat alles om te zeggen: met een economie die snel vaart wint en centraal bankiers die niettemin de geldpersen overuren laten draaien in het streven naar een onbereikbaar doel, kan het feestje nog even duren.

Zoals een vermogensbeheerder het uitdrukte: ‘Vroeger vonden centraal bankiers het hun job de punchbowl weg te nemen zodra het feestje leuk begint te worden. Nu laten ze bij elk dipje liters whisky en cognac aanrukken.’

Bank of America-strateeg Michael Hartnett noemt het de ‘Icarus-strategie’ en stelt dat de centraal bankiers uiteindelijk zelf de zeepbel zullen moeten doorprikken, omdat de resulterende inkomensongelijkheid tussen de 1 en de 99 procent te groot wordt. Voor één S&P500-aandelenkorf moet de doorsnee-Amerikaan 110 uur werken. Dat is drie keer zoveel als in 2009 en een record. Uiteindelijk onhoudbaar.

Maar probeer zolang Icarus vliegt maar een goed gerund Belgisch bedrijf te vinden dat nog min of meer tegen een schappelijke prijs noteert. Umicore: 40 keer de winst over 2016. Lotus en Melexis: 30 keer. Ter Beke: 25 keer. Gelukkig is er nog het uitgebreide contingent biotechbedrijven op het koersenbord. Die maken geen winst en dus kun je er ook geen klassieke waarderingsmaatstaven op loslaten.

©Mediafin

Een bedrijf dat ons fascineert omdat we er een potentieel zeldzaam groeiverhaal voor jaren in ontwaren, is Biocartis (10,40 euro, +5,5%). Legt sinds de beursgang een stabiel groeipad voor (zie grafiek). De Mechelaars ontwikkelen Idylla, een labo in zakformaat dat in anderhalf uur een ziekte kan opsporen via moleculaire informatie uit een bloedstaal of uit weefsel. Om Idylla kritische massa te geven, moeten er snel veel tests - op dit ogenblik tien - aan het Idylla-platform worden toegevoegd.

Vergelijk het met een smartphone die maar succes heeft als er een ecosysteem van apps rond groeit. Een andere vergelijking die je kunt maken, is met Gillette. Het grote geld zit niet in de verkoop van de labo’s. Wel via de recurrente inkomsten uit de verkoop van ‘cartouches’, testdoosjes met weefsel van de patiënt die de dokter in het apparaat moet steken. Daar verdient Biocartis geld mee, zoals Gillette grof geld verdient met dure Fusion-scheermesjes zodra voldoende mensen een Gillette-product in huis hebben.

Biocartis noteert nog steeds onder de intekenprijs van 2015 ©Kristof Vadino

So far, so good: met zowel tests als labo’s zit de groei op koers. Maar alles kan beter. Voorzitter Rudi Mariën, sneltoets 1 van elk Belgisch biotechbedrijf dat een kapitaalronde overweegt, liet in mei verstaan dat nu de turbo op de groei moet. De nieuwe CEO, Herman Verrelst, moet met zijn kennis van de cruciale Amerikaanse markt Biocartis in vijf à zes jaar groot maken. Uitgerekend deze week maakte een soepele Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA het pad vrij voor de lancering van Idylla, zodat Verrelst een vliegende start kan nemen.

Louter toeval

Grote plannen dus. En de beurskoers? Kent u die klassieke Hollywood-disclaimer dat elke gelijkenis met bestaande personen louter op toeval berust? Welnu: het aandeel Biocartis is het beste bewijs dat elke gelijkenis met het onderliggende bedrijf Biocartis ook louter toeval is. Over het stabiele groeipad drapeert de immer manisch-depressieve belegger een beurskoers in zaagtand.

Dat het aandeel nog altijd onder de intekenprijs noteert, zal er natuurlijk aan liggen dat Biocartis bepaald niet goedkoop naar de beurs trok. Bijna een half miljard euro voor een verlieslatend bedrijf dat amper omzet boekte en nog alles te bewijzen had, dat is en blijft stevig.

Het is aan Verrelst om na tien jaar opstartverliezen snel zwarte cijfers te schrijven. In 2016 vertaalde een 20 procent hogere verkoop van zaklabo’s zich in een 210 procent hogere verkoop van vullingen. Als Biocartis erin slaagt met zo’n hefboom het groeipad door te trekken, kan zelfs een neerstortende Icarus de beurskoers niet meer deren.

©Mediafin

Lees verder

Tijd Connect