reportage

Speuren naar ijsbergen tijdens ‘kalmste beurszomer ooit'

©Aurélie Geurts

Voor de beruchte ‘Amsterdamtrader’ kan het niet genoeg stormen. Helaas zit optiehandelaar Maarten Mosselman opgescheept met een extreem kalme beurszomer. Al blijft het uitkijken voor ijsbergen.

Toeval of niet, bij Webb Traders staat sinds kort een nieuwe pooltafel in het Amsterdamse kantoor. ‘Zodat traders zich tijdens rustige momenten kunnen ontspannen’, zegt Maarten Mosselman, wiens marktmakerbedrijf Caerus in 2013 werd overgenomen door Webb Traders.

Rustige momenten horen hier niet vaak te zijn. Zelfs de lunch wordt aan de bureaus vol tradingschermen genuttigd, om snel te kunnen ingrijpen als er iets gebeurt op de beurzen.

Alleen gebeurt er de laatste tijd bitter weinig op de financiële markten. De volatiliteit - de mate waarin aandelenkoersen schommelen - is dit jaar uitzonderlijk laag. De beurs beweegt nagenoeg rimpelloos: een gestage stijging met nauwelijks uitschieters. Alsof niemand nog zin heeft om te handelen. Veel tijd om te biljarten dus.

‘Dit is de kalmste beurszomer ooit’, erkent de Amsterdammer, die al zestien jaar meedraait in het vak. De helft van die tijd leidde hij een dubbelleven als ‘Jack’, die met zijn blog ‘Amsterdamtrader’ een inkijk bood in de wereld van beurshuizen, inclusief de bonussen die sommigen er verdienden. Begin dit jaar trad de ‘Banksy van de Amsterdamse beurswereld’ uit de anonimiteit.

Hij bleek voor Webb Traders te werken, waar hij als marktmaker zorgt voor een vlotte handel in de opties op aandelen die op de beurzen van Amsterdam en Brussel noteren. Opties geven een koper het recht een aandeel te kopen (call) of te verkopen (put) aan een bepaalde prijs.

De rekenmachine: steeds in de aanslag ©Aurélie Geurts

Handig om te speculeren, maar ook om je risico in te dekken (zie inzet voor meer uitleg). Als marktmaker afficheert Mosselman de prijs waartegen hij een optie op bijvoorbeeld AB InBev wil kopen (bid) en verkopen (ask). Het verschil tussen die twee is de ‘spread’ of marge waarmee de marktmaker zijn brood verdient als dienstverlener.

Nu het toch zo rustig is, grepen we de kans om enkele uren naast Mosselman en zijn zes tradingschermen te zitten. Waarom doet de lage volatiliteit zoveel pijn? Hoe hard slaat de automatisering toe?

En wat is die ‘woo-hoo’ die om de paar minuten weerklinkt? ‘Die hoor je telkens als onze software een automatische transactie heeft gedaan’, glimlacht Mosselman, die hier met een  vijftiental traders de handelsvloer deelt.

Mosselman wijst op een van zijn schermen een kadertje aan met daarin een overzicht van de gerealiseerde transacties: aan- en verkopen van opties en soms van de onderliggende aandelen, die laatste om de optieposities in te dekken. De risicomanager kijkt immers mee vanachter zijn bureau iets verderop. Een miljoenenverlies kan in een vingerknip het eigen vermogen van het bedrijf wegvagen.

Als er iets bijzonders gebeurt op de beurs werkt de computer niet zo goed meer. Dan moet je zelf met je vingers aan de knoppen zitten.
Maarten Mosselman
Optiehandelaar bij Webb Traders

Wat opvalt is dat de meeste van de transacties automatisch gebeuren, inclusief de indekking. ‘Vroeger volgden wij ieder slechts 3 à 4 aandelen, maar toen moest je nog handmatig je optieprijzen aanpassen. Nu doe ik samen met een collega alle aandelen van Amsterdam en Brussel. De prijzen worden automatisch aangepast via algoritmes waaraan onze IT-ontwikkelaars sleutelen. Stel dat we al veel opties van een bepaald aandeel gekocht hebben, dan wordt onze prijs automatisch bijgesteld zodat we niet blijven kopen en risico opbouwen.’

Tegelijk gaat de snelheid van alles omhoog, in die mate dat Mosselman en zijn collega’s zelfs amper de tijd hebben om het persbericht te lezen als een aandeel beweegt. ‘Vroeger kon je rustig lezen en nadenken of je zou verkopen of niet. Nu zijn we meestal te laat: je ziet eerst de koersreactie op het scherm, dan pas kunnen we kijken wat er aan de hand is.’

Snelcursus opties

De koper van een optie verwerft het recht om een specifiek aandeel te kopen of te verkopen aan de afgesproken prijs in het contract, en dat gedurende een afgelijnde periode. Een aandeel kopen kan via een call-optie, verkopen via een put-optie.

Stel dat je gelooft dat het aandeel KBC (vandaag 70 euro waard) de volgende maand stevig zal stijgen: je kan dan vandaag ofwel het aandeel kopen, ofwel een call-optie op KBC kopen met een vervaldag over 30 dagen. Die optie bevat ook een uitoefenprijs: dat is de koers die KBC moet bereiken alvorens de verkoper van de optie jou het aandeel moet leveren. Stel dat de uitoefenprijs 77 euro is, maar KBC de hele maand niet hoger dan 75 euro is gegaan: dan vervalt jouw optie waardeloos. In het andere geval ontvang je een aandeel dat flink hoger staat dan een maand geleden, en dat tegen de investering van een kleine premie om de optie te kopen.

Met een optie kan je niet enkel speculeren, maar ook je risico indekken. Als je een pakket KBC-aandelen hebt maar bezorgd bent over een koersdaling, kan je een put-optie op KBC kopen. Als de koers stevig zou dalen, mag je jouw aandelen binnen een maand verkopen aan de hogere prijs van vandaag. Geen verlies dus, tenzij de premie die je betaalde voor de optie, maar zo werkt een verzekering.

Optiehandelaars zullen hun posities zoveel mogelijk proberen in te dekken. In een ideale wereld verkopen ze een call-optie op KBC aan belegger A en kopen ze een call-optie op datzelfde aandeel van belegger B. Die twee posities wissen elkaar uit. Maar het komt niet altijd zo mooi uit, want misschien is er vandaag geen belegger die een call-optie wil verkopen. In dat geval kan de handelaar zich indekken door nu al een deel van de onderliggende aandelen van zijn verkochte call-optie te kopen. Anders riskeert hij binnen een maand een duur aandeel te moeten kopen voor de koper van de call, met verlies als gevolg.

Voor die bliksemsnelle koersreactie wijst Mosselman naar gesofistikeerde fondsen die een beroep doen op computerprogramma’s en ‘machine learning’ om alle rapporten en berichten over een aandeel automatisch te lezen en te beoordelen.

Maar automatisering heeft nog altijd zijn limieten, en wel op de meest cruciale momenten. ‘Als er iets bijzonders gebeurt - een terreuraanslag, een stevige winstwaarschuwing - werkt de computer niet zo goed meer. Dan moet je zelf met je vingers aan de knoppen gaan zitten’, weet Mosselman.

‘Dat is ook veel leuker dan op automatische piloot te vliegen: iedereen kan dat. Een gebeurtenis zoals de onverwachte uitslag van het brexitreferendum en de hevige koersreactie erop, dat is pas mooi. Je hebt het gevoel middenin de storm te staan terwijl de rest van de mensheid de schouders ophaalt.’

Knappe koppen

Net zulke stormachtige evenementen zijn zeldzaam geworden. ‘Zelfs een terreuraanslag heeft nog maar weinig impact op de markten’, zegt Mosselman. Wat de oorzaken van de lage volatiliteit ook zijn - denk aan de centrale banken die met hun soepele beleid een bodem onder de markt leggen - voor traders is het vervelend. Voor optiehandelaars des te meer, want opties gedijen net in een volatiel klimaat. Ze worden dan waardevoller omdat de kans stijgt dat ze uitgeoefend zullen worden.

Tegenwoordig zakken optieprijzen alleen maar, en daarmee ook de spreads waarmee traders als Mosselman hun geld verdienen. Bovendien dalen de volumes, want het heeft minder zin opties te kopen als de beurs toch niet beweegt.

Voor een business waar de kleine winst per transactie opgekrikt moet worden door grote volumes, is dat extra pijnlijk. Dat leert een blik op het scherm, waar iemand zonet één optiecontract op een Belgisch aandeel gekocht heeft. Omdat een contract 100 aandelen vertegenwoordigt en de spread ditmaal 7 eurocent per aandeel bedraagt, verdient Webb Traders 7 euro. Daar koop je geen pooltafel mee.

Wanneer de grote makelaars uit Londen zich melden, gaat het wel meteen om grotere bedragen. Een order van 2.000 call-opties op ING bijvoorbeeld, waarna Mosselman kijkt of en hoeveel hij er kan leveren.

‘Soms komt het slecht uit omdat we al een grote positie in dat aandeel hebben. Ze vertellen ons ook nooit wie de klant is of waarom ze het doen. Als ze na het eerste order terugkomen met nog eens 20.000 opties en de dag erna nog eens 20.000, word je wel wat nerveus. Je begint je dan af te vragen of hun research-afdeling vol knappe koppen iets bedacht heeft dat wij over het hoofd hebben gezien, waardoor onze prijs te laag is.’

IJsberg

De ‘ijsberg’ is even verraderlijk: een grote tegenpartij die zich vermomt als kleine particulier en blijft terugkeren met kleine orders. Hij probeert zo het automatisch handelssysteem te misleiden, want bij grote orders zou de prijs omhoog moeten.

©Aurélie Geurts

Intussen leert een blik op het scherm dat er vandaag best veel individuele uitschieters zijn op de beurs. ‘Het resultatenseizoen’, weet Mosselman, waarbij een winstwaarschuwing een aandeel onderuit kan halen. Is dat goed of slecht voor de business?

‘Er is wat geluk en pech mee gemoeid. Het hangt af van de posities die je in functie van de tegenpartijen hebt opgebouwd. Zelf hebben wij geen mening over een aandeel. Al moet je een minimale feeling hebben voor wat er leeft, zoals geruchten over een overnamebod. Dan moet je je prijs aanpassen.’ Overnamebiedingen zijn sowieso een goede business: de saga rond verffabrikant AkzoNobel deed nog eens de kassa rinkelen.

Met overnames is het wel opletten geblazen voor ‘inside traders’, beleggers die op basis van niet-publieke informatie handelen. Het was Mosselman die vorig jaar de ‘overduidelijke handel met voorkennis’ in Agfa-Gevaert publiek maakte.

Iemand had voor 60.000 euro almaar duurdere call-opties op Agfa zitten kopen in de dagen voor het nieuws over een mogelijk overnamebod op de Mortselse groep bekendraakte. Illegaal én een aderlating voor de traders die de opties verkocht hadden zonder voldoende indekking. De toezichthouder onderzoekt de zaak nog. ‘Het zou simpel moeten zijn, behalve in België’, schreef Amsterdamtrader toen. Blijkbaar hebben wij een reputatie voor handel met voorkennis én het lakse optreden ertegen, al zou het in Frankrijk nog erger zijn.

De Brusselse beurs is ook om andere redenen risicovoller dan die van Amsterdam. Onze beursgenoteerde farmasector - iets wat Nederland amper heeft - is een volatiele aangelegenheid. Tegenslag met een medicijn kan zomaar 40 procent van de koers afschaven. ‘Moeilijk te doorgronden, maar wel leuk’, aldus Mosselman.

‘Dat je als optiehandelaar minder concurrenten hebt in België, is in het begin ook leuk. Maar het wijst tegelijk op kleinere volumes: het betekent dat als ik een optie op UCB koop, ik binnen zes maanden waarschijnlijk nog met die optie zit in plaats van ze te kunnen wegstrepen als een koper zou opdagen. En dan hadden jullie nog die waanzinnige speculatietaks, waardoor de volumes verder inzakten.’

Die is intussen weer afgeschaft. Woo-hoo.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect