interview

Thaler en De Bondt: ‘Economische modellen zijn toch grappig?'

©Alyssa Schukar

Een Amerikaans koppel dat geërgerd een Duits theaterstuk uitzat, enkel omdat het veel betaald had voor wat een concert had moeten zijn? Breng Nobelprijswinnaar Economie Richard Thaler en zijn Belgische buddy Werner De Bondt samen, en het onlogische gedrag van consumenten én bedrijven wordt een grote grap. Met serieuze gevolgen.

‘Een goed excuus om elkaar nog eens te zien’, zegt Werner De Bondt zichtbaar genietend als hij naast zijn mentor door de Chicago Booth School of Business wandelt. Dit is gezegend terrein. Aan de receptie hangt een indrukwekkende portrettenreeks van 29 Nobelprijswinnaars Economie die met de invloedrijke ‘Chicago School’ verbonden zijn. De foto van de recentste winnaar, Richard Thaler, ontbreekt nog. Alsof de universiteit nog even de man wil jennen die als geen ander de draak heeft gestoken met de hyperrationele economische modellen die decennialang uit Chicago rolden. Hij deed dat trouwens met zoveel succes dat overheden vandaag zijn inzichten gebruiken om ons irrationele gedrag bij te sturen via subtiele duwtjes of ‘nudging’.

Als economiestudent hield Thaler al lijstjes bij van menselijk gedrag dat duidelijk afweek van hoe een rationele homo economicus zich hoort te gedragen. Deze buitenaardse ‘Econs’, zoals Thaler ze graag noemt, hebben geen last van gebrekkige zelfcontrole zoals de kinderen in het beroemde experiment met de voorgeschotelde koekjes: weinigen kunnen aan de verleiding weerstaan, zelfs als ze met een beetje geduld een driedubbele portie kunnen verdienen.

Richard Thaler

Richard Thaler (72) won dit jaar de Nobelprijs Economie voor ‘het doorgronden van de psychologie van de economie’, aldus het Nobelcomité. De professor van de Chicago Booth School of Business geldt als grondlegger van ‘behavioral economics’, intussen uitgegroeid tot een gerespecteerde discipline in de economische wetenschap. Thaler schreef samen met Cass Sunstein de bestseller ‘Nudging’ (2008), over het gebruik van subtiele duwtjes om mensen naar rationele keuzes te leiden.

De volwassen variant van die kortzichtigheid is onze neiging te weinig te sparen voor ons pensioen. Nog een bekend fenomeen: een verlies van 50 euro doet ons meer pijn dan een winst van 50 euro ons plezier verschaft. Met perfect logische ‘opportuniteitskosten’ kunnen we evenmin goed om. Iemand die jaren geleden 10 euro betaalde voor een fles wijn die nu 100 euro waard is, zal er met volle teugen van genieten, hoewel diezelfde persoon nooit 100 euro zou betalen voor een fles vandaag. Nochtans bedragen de opportuniteitskosten van het drinken van de fles - wat je opgeeft door voor een actie te kiezen - dezelfde 100 euro die je zou krijgen door de fles te verkopen. Wat we hebben, waarderen we nu eenmaal meer.

Kronkels

De economische wetenschap wimpelde die menselijke kronkels lang af als ‘irrelevant’ voor haar elegante modellen waarin we rationele keuzes maken in een wereld van schaarste. Thaler en de psychologen Daniel Kahneman (Nobelprijs Economie 2002) en Amos Tversky bleven echter onvermoeibaar aan de boom schudden. Ze toonden aan dat mensen soms systematisch, en dus voorspelbaar, tegen het gezond verstand zondigen, waardoor de voorspellingen van de rationele modellen helemaal niet uitkomen. Meer nog, volgens diezelfde modellen kon de financiële crisis nooit plaatsvinden.

©Alyssa Schukar

Voor zijn meest ambitieuze aanval op het economische establishment schakelde de jonge Thaler de hulp in van zijn beste student: Werner De Bondt. De Belg was de eerste die gek genoeg was om zich eind jaren 70 als doctoraatsstudent aan te sluiten bij Thaler. Omdat De Bondt vooral in financiële markten geïnteresseerd was, beslisten ze samen anomalieën te zoeken op de plek waar je die het minst zou verwachten.

Geen rationeler oord dan de beurs, de arena waar beleggers dagelijks de degens kruisen en de meest gesofistikeerde onder hen afwijkende prijzen meteen corrigeren. Zo werd toch algemeen gedacht. De ‘efficiëntemarktenhypothese’ van Chicago-econoom en Nobelprijswinnaar Eugene Fama - die stelt dat een aandelenprijs altijd juist is en alle publieke informatie erin vervat zit - leek onaantastbaar.

Does the stock market overreact?’ - de paper die De Bondt en Thaler in 1985 publiceerden - sloeg dan ook in als een bom. Ze namen een selectie van de slechtst en best presterende aandelen van de voorbije drie tot vijf jaar en voorspelden dat de ‘losers’ het de komende drie tot vijf jaar beter zouden doen dan de ‘winnaars’. Want ook beleggers ontsnappen niet aan psychologische valkuilen, in dit geval de neiging om goed of slecht bedrijfsnieuws overdreven te extrapoleren. De aandelenkoersen van winnaars stijgen dus typisch te ver door, waardoor ze wel moeten terugvallen naar het langetermijngemiddelde. De losers wacht dan weer een inhaalbeweging.

Nestbevuiler

De resultaten bevestigden het vermoeden van De Bondt en Thaler, die daarmee een barst sloegen in het ideaalbeeld van de efficiënte markten. Volgens die hypothese moesten beide selecties het immers even goed doen en was zo’n brutale voorspelling ongehoord. Dat de University of Chicago de nestbevuiler Thaler in 1995 toch een positie gaf, was pas echt een provocatie voor lokale ‘rationele’ helden als Merton Miller (Nobelprijs Economie 1990). ‘Een fout’, noemde die Thalers benoeming.

Het Nobelcomité ziet dat anders. Het bekroonde Thaler dit jaar voor de introductie van ‘psychologisch realistische assumpties in de economische besluitvorming’. De Bondt greep naast de prijs, maar erkent grootmoedig dat Thaler de absolute nummer één was in het dappere groepje dat de intussen gerespecteerde discipline ‘behavioral economics’ op de kaart zette.

Werner De Bondt

Werner De Bondt (63) is een Belgische professor aan de DePaul University in Chicago. Hij doctoreerde eind jaren 70 bij Richard Thaler en focust op irrationeel gedrag in financiële markten. Daarmee is hij een grondlegger van ‘behavioral finance’, een onderdeel van ‘behavioral economics’. Samen met Thaler schreef hij de invloedrijke paper ‘Does the stock market overreact?’. De Bondt studeerde in Antwerpen en Leuven. Hij bezoekt nog geregeld zijn ouders in Bornem.

Dit dubbelinterview in het kantoor van Thaler is de eerste keer dat De Bondt zijn mentor ziet sinds de Nobelprijs werd aangekondigd. Het is een hartelijk weerzien tussen twee economen die graag schertsen over onze irrationele kantjes én over hun koppige collega’s die de Econ op handen blijven dragen. Vooral Thaler - met een twinkeling in de ogen en een onderdrukte grijns - ligt voortdurend op de loer om gevat te kunnen uithalen.

Mijnheer Thaler, in België waren we een beetje teleurgesteld dat uw ex-student De Bondt de Nobelprijs Economie niet met u mocht delen.
Richard Thaler: ‘Dat zou heel mooi geweest zijn. Maar jullie hebben tenminste al Nobelprijzen in échte wetenschappen gewonnen.’ (lacht)

Hebt u hem al getrakteerd met uw prijzengeld?
Thaler: ‘Ik heb mijn geld nog niet ontvangen! Maar omdat ik een ‘behavioral’ econoom ben, geloof ik niet in de rationele ‘levenscyclus-hypothese’ van consumptie en sparen en zou ik mijn prijzengeld weleens in één klap over de balk kunnen gooien.’ (hilariteit)

Is dat een van jullie onderlinge grappen over economische modellen, waarvoor mijnheer De Bondt mij gewaarschuwd had?
Thaler: ‘Maar economische modellen zijn toch grappig? Laten we eens kijken naar de levenscyclus-hypothese. (staat recht en begint een grafiek op een bord te tekenen, red.) Volgens die theorie spreiden we onze consumptie ongeveer gelijk uit over ons hele leven, wat wil zeggen dat we in het begin van onze carrière - wanneer we weinig verdienen - moeten lenen om ons consumptieniveau op te krikken. Later sparen we voor ons pensioen.’

‘Het wordt pas echt ingewikkeld op mijn leeftijd. Ik ben 72. Stel dat mijn levensverwachting nog 18 jaar is. Als ik het komende jaar in goede gezondheid doorbreng, moet mijn levensverwachting - en eigenlijk ook mijn consumptie - alweer aangepast worden. Volgens de theorie kunnen wij dat allemaal perfect anticiperen, inclusief hoeveel we zullen verdienen en hoe oud we zullen worden, én hebben we voldoende discipline om dat toe te passen. Dat is toch belachelijk?’

Werner De Bondt: ‘Het is absurd.’

Mensen zijn gewoon zwak, al sinds Eva en de appel. Natuurlijk kan dat serieus misbruikt worden.
Richard Thaler

Thaler: ‘Ik heb daarover ooit een toespraak gegeven aan psychologen van Cornell University, en die begonnen hysterisch te lachen. Uiteraard hebben echte mensen geen rationele verwachtingen! Gelukkig was daar toen een andere econoom aanwezig die hen kon verzekeren dat ik dat niet allemaal ter plekke verzonnen had.’

‘Ik maak daarom graag een onderscheid tussen normatieve modellen, die beschrijven wat iemand logischerwijze zou móéten doen, en descriptieve modellen, die beschrijven wat we in werkelijkheid doen. Het probleem is dat de economische theorie die twee te vaak op een hoop gooit. Ik ken trouwens geen enkele econoom die ooit al geprobeerd heeft die levenscyclus-hypothese voor zichzelf op te lossen.’

Toch schrijft u in uw boek ‘Misbehaving’ dat economen niet moeten stoppen met abstracte modellen uit te vinden, alleen dat ze niet mogen aannemen dat die accuraat ons gedrag beschrijven. Welk nut hebben die modellen dan?
Thaler: ‘We hebben beide soorten modellen nodig. Het werk dat Werner en ik gedaan hebben zou compleet overbodig en saai geweest zijn als Fama ons geen nulhypothese had gegeven met zijn efficiëntemarktenhypothese.’

De Bondt: ‘Je kan alleen maar afwijkingen vaststellen tegenover het normale, rationele model.’

Thaler: ‘Neem nu de economische theorie van de onderneming, die winstmaximaliserend hoort te zijn. Wel, hoe meer tijd ik doorbreng in ondernemingen, hoe meer ik besef dat ze niet rationeel zijn. Tegenover de modellen waarin slimme bedrijven zogezegd profiteren van domme consumenten, plaats ik de vraag: wie leidt die bedrijven dan? Dat zijn toch ook mensen? Sommigen komen dan af met het argument van ‘specialisatie’, maar een bakker die beter dan de gemiddelde persoon brood kan bakken is daarom toch geen goede zaakvoerder? Is een goede journalist die opklimt tot hoofdredacteur noodzakelijkerwijs een goede manager?’

De Bondt: ‘In bedrijven wordt promotie vaak gebruikt als een beloning, maar dat leidt even vaak tot mismanagement.’

©Alyssa Schukar

Je zou toch verwachten dat in een competitieve markt de slecht geleide bedrijven geëlimineerd worden?
Thaler: ‘Natuurlijk is er concurrentie. Bedrijven als Amazon of Apple worden geleid door briljante mensen die bovengemiddeld creatief en goede managers zijn. Maar het idee dat concurrentie bedrijven elimineert die niet perfect geleid worden, wordt ontkracht door een bedrijf als General Motors. Het maakt al vijftig jaar middelmatige auto’s, en toch blijft het de op een na grootste autofabrikant ter wereld.’

De Bondt: ‘De wereld is vergeven van permanent falende bedrijven. In mijn lessen geef ik graag het voorbeeld van Sabena, de Belgische luchtvaartmaatschappij die in heel haar bestaan slechts één jaar winst heeft gemaakt.’

Thaler: ‘Waarschijnlijk was de brandstof goedkoop dat jaar?’

De Bondt: ‘Neen, het was 1958, toen Brussel de wereldexpo organiseerde.’

Thaler: ‘Aha, een boost van de vraag!’

Internetbedrijven zitten op een schat aan persoonlijke data. Kunnen ze daardoor niet makkelijker dan ooit het gedrag van consumenten sturen en hun zwakheden uitbuiten?
Thaler: ‘Dat potentieel is er zeker, maar het is een andere vraag of ze er ook effectief misbruik van maken. Als je in de webwinkel van Amazon een boek opzoekt, krijg je dertig andere titels als suggestie. Als je een boekenwurm bent zoals Werner, koop je er daar tien van.’

De Bondt: ‘Het is nog waar ook.’ (lacht)

Thaler: ‘Dat noem ik geen misleiding.’

De Bondt: ‘Ik zou het zelfs een dienst noemen. Amazon is daar goed in: ik haal vaak ideeën uit de gesuggereerde boeken.’

Thaler: ‘De deur-aan-deurverkopers van weleer gebruikten ook al trucs om hun encyclopedieën of stofzuigers te slijten. Mensen zijn gewoon zwak, al sinds Eva en de appel. Natuurlijk kan dat serieus misbruikt worden. Denk maar aan de jongste presidentsverkiezingen in de VS. Los van de mogelijke rol van de Russen staat het vast dat Facebook en Twitter misbruikt konden worden om de stemming te beïnvloeden. Dat is beangstigend.’

Als ‘behavioral’ economen zijn jullie vertrouwd met onze irrationele kronkels. Maakt dat jullie weerbaarder, of durven jullie ook nog zotte dingen te doen?
Thaler: ‘Wij zijn waarschijnlijk redelijk goed in het negeren van ‘gezonken kosten’ (gemaakte kosten die niet meer gerecupereerd kunnen worden en dus irrelevant zijn, red.). Onlangs hoorde ik daar nog een grappig verhaal over. Een Amerikaans koppel was op bezoek in Duitsland. De man, nogal spaarzaam, had dure tickets voor een concert gekocht. Toen ze arriveerden, stelden ze tot hun ontzetting vast dat het een toneelstuk was. Een komedie in het Duits, een taal die ze niet spreken. En toch hebben ze de hele voorstelling uitgezeten in plaats van te vertrekken!’

De wereld is vergeven van permanent falende bedrijven.
Werner De Bondt

De Bondt: ‘Ze zijn de hele tijd gebleven!’ (lacht luid)

Thaler: ‘Wij zijn natuurlijk niet immuun. Als ik een briljante jonge econoom ontmoet, heb ik soms de neiging die meteen als de nieuwe Paul Samuelson (invloedrijke econoom, red.) te bestempelen. Ik maak dan een fout, want er zijn nu eenmaal maar heel weinig Samuelsons. Werner en ik hebben nochtans een paper over zulke overreactie in de financiële markten geschreven. Zo hebben we nog wel meer zwaktes: Werner boeken, ik wijn.’

Die paper - ‘Does the stock market overreact?’ - was een sensatie. Waren jullie zelf verrast door de ontdekte voorspelbaarheid van zogezegd onvoorspelbare aandelenkoersen?
De Bondt: ‘Ik herinner me dat ik de tests, die we voor talloze periodes hadden uitgevoerd, maar bleef herhalen en de scores bijhield op een krijtbord. Na een tijd werd duidelijk dat we een overweldigende zege geboekt hadden, maar toch was ik nerveus. We waren immers geïndoctrineerd door de financiële theorieën van Fama.’

Mijnheer Thaler, u bent betrokken bij de vermogensbeheerder Fuller & Thaler, die inspeelt op allerhande irrationeel beleggersgedrag. Je zou toch verwachten dat daar geen geld meer mee te verdienen is zodra die ‘free lunches’ onthuld zijn en iedereen erop kan inspelen?
Thaler: ‘De eenvoudigste afwijkingen zijn intussen gekrompen of zelfs verdwenen. Je moet dus gesofistikeerder worden. Zo hebben we een strategie die vertrekt van de grootste verliezers, om dan te kijken welke van die aandelen het waarschijnlijkst zullen opveren. We kijken onder meer naar ‘insider-aankopen’ door bijvoorbeeld de financieel directeur, informatie die publiek is. Als de directeur plots zijn eigen aandelen begint te kopen, is dat een interessant signaal over een zogezegd slecht bedrijf.’

©Alyssa Schukar

Betekent uw Nobelprijs dat behavioral economics nu algemeen aanvaard is in de economische wetenschap, of zijn er nog veel sceptici?
Thaler: ‘Er blijft veel scepsis, hoewel het aantal mensen dat behavioral economics totaal afwijst aan het krimpen is. In de jaren 80 was de reactie nog extreem sceptisch en soms ronduit vijandig. De leidende hypothese was toen dat De Bondt een programmeerfout had gemaakt, maar Werner gaat uiterst zorgvuldig te werk. Bij een recente peiling onder economen werd gevraagd of psychologische factoren nuttige informatie voor economische modellen kunnen opleveren. Iedereen antwoordde positief.’

‘Toch zegevier ik nog niet. Handboeken economie zien er vandaag niet zo verschillend uit tegenover vroeger. Het hoofdstuk over behavioral economics blijft erg controversieel: de helft van de professoren vindt het geweldig, de andere helft haat het omdat studenten zich plots afvragen wat ze al die weken voordien dan wel hebben zitten studeren.’

U probeert uw inzichten ook toe te passen via ‘nudging’: zachte duwtjes waarmee overheden mensen naar gewenst gedrag leiden. Het aanmoedigen van pensioensparen - door de keuze om te keren en mensen automatisch te laten deelnemen met de optie zich uit te schrijven - is een succesvol voorbeeld. In welke andere domeinen kan nudging een verschil maken?
Thaler: ‘Zeker in de gezondheidszorg, die grotendeels een ‘behavioral’ gebeuren is. Waarom nemen mensen na een hartaanval hun medicijnen niet, of waarom is 20 procent van de bevolking obees? Mijn nudging-mantra luidt: maak het makkelijk. Je kan het hartpatiënten makkelijker maken om hun medicijnen niet te vergeten, net zoals je het succes van een dieet kan helpen verhogen. Technologie kan ook helpen, bijvoorbeeld door bij diabetespatiënten binnen afzienbare tijd iets in het lichaam te planten dat voortdurend de suikerspiegel meet.’

De Bondt: ‘Snelle feedback is essentieel om mensen te helpen.’

Thaler: ‘Snelle feedback óf het in hun plaats doen, zodat ze geen keuzes hoeven te maken.’

In de jaren 80 was de reactie tegenover behavioral economics nog extreem sceptisch en soms ronduit vijandig. De leidende hypothese was toen dat De Bondt een programmeerfout had gemaakt
Richard Thaler

De Bondt: ‘Iemand voor jou laten beslissen is wel controversiëler. Al zijn veel mensen te bang en te incapabel om zelf te kiezen. Het gaat dan om complexe keuzes waarbij ruimte is voor spijt, zoals de keuze voor een bepaald pensioenplan of een ziekteverzekering. Mensen zijn daar geneigd te kiezen voor het status-quo of de standaardoptie. Zo voelen ze zich niet verantwoordelijk als het fout zou gaan, wat meteen een reden is om hun dokter of financieel adviseur te laten beslissen. Bij een afwijkende keuze geven mensen zichzelf wél die verantwoordelijkheid, waardoor kiezen beangstigend is. Nudging kan hier een belangrijke rol spelen, als een soort kalmeermiddel. Niet voor slimme mensen, want die kunnen wel om met keuze. Dat maakt hen ook minder rendabel voor banken bijvoorbeeld.’

Thaler: ‘Nudging kan uiteraard niet alle problemen oplossen. We hebben nog steeds wetten nodig, tegen fraude of verkrachting bijvoorbeeld. Maar het uitgangspunt is dat er meer mogelijkheden zijn om mensen te helpen dan manieren om van hen te profiteren. Dat is toch een mooie gedachte?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content