Alternatieve fondsen, hedge funds voor particulieren

©REUTERS

Menig kleine belegger kijkt afgunstig naar de sterke prestaties die veel hefboomfondsen in slechte tijden neerzetten. Dankzij een speciale categorie beleggingsfondsen, de ‘alternative UCITS’, heeft ook het grote publiek toegang tot die aparte strategieën.

Hefboomfondsen stellen zich tot doel elk jaar - ook in slechte beursjaren - een positief rendement te boeken. Ze gaan zeer actief te werk. Ze maken gebruik van derivaten, geleend geld (leverage) of shorten (het verkopen van ‘geleende’ aandelen om ze later goedkoper terug te kopen). Hefboomfondsen of hedgefondsen waren jarenlang niet toegankelijk voor de gewone belegger: ze waren voorbehouden aan grote, professionele investeerders.

Met de creatie van de ‘alternative UCITS’ in Europa kwam daar verandering in. UCITS staat voor Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities. De term werd ingevoerd in de jaren 80, toen Europa het groeiende universum van fondsen begon te reguleren. Inspelend op de toenemende vraag van beleggers om hun portefeuilles te diversifiëren werd tien jaar geleden het spectrum met activa waaruit fondsen kunnen putten, uitgebreid. Zo ontstond de alternative UCITS. In tegenstelling tot hefboomfondsen, die vaak weinig transparant zijn, zijn ze strikt gereguleerd. Zo is rechtstreeks shorten verboden. De fondsen kunnen dat wel nabootsen door gebruik te maken van optiecontracten, wat ‘synthetisch shorten’ heet.

1.400
Het in 2012 opgerichte LuxHedge verschaft informatie over 1.400 alternatieve fondsen.

Sinds zijn ontstaan kent de alternative UCITS een groeiend succes, dankzij de aanhoudende vraag van - zowel kleine als professionele - beleggers die hun traditionele portefeuille van aandelen en obligaties willen diversifiëren met producten die fungeren als buffer in perioden van marktenstress. Sinds 2008 is de markt voor alternatieve fondsen jaarlijks met meer dan 10 procent gegroeid. Dit jaar werden 175 nieuwe fondsen gelanceerd, zodat er nu ongeveer 1.400 actief zijn. Samen hebben ze 400 miljard euro onder beheer. Ter vergelijking: de gereguleerde beleggingsfondsen beheren 8.500 miljard euro, hefboomfondsen naar schatting zowat 3.000 miljard dollar.

Een goede bron van informatie over alternative UCITS is LuxHedge. Het in 2012 opgerichte kenniscentrum heeft een database met informatie over meer dan 1.400 alternatieve fondsen. Op basis van strategie en focus heeft LuxHedge ze opgedeeld in 17 categorieën. Vier daarvan kwamen zich onlangs voorstellen in Brussel. Opvallend was hoe ze telkens compleet verschilden qua filosofie, aanpak en focus.

Obligaties

Op een veilige manier een goed rendement halen met obligaties is vandaag niet evident. Toch is dat net wat de Canadese vermogensbeheerder BMO Global Asset Management probeert met zijn Absolute Return Bond Fund. ‘De obligatiemarkt heeft moeilijke tijden voor de boeg. De rendementen zullen waarschijnlijk significant dalen’, zegt Keith Patton, hoofd Fixed Income Multi Strategy. De reden is de ‘tapering’ die er zit aan te komen, het afbouwen van de balansen van de centrale banken. Die balansen zijn door quantitative easing (QE), het opkopen van obligaties om de economie aan te jagen, de voorbije tien jaar massaal aangezwollen. Het inkrimpen zal behoedzaam moeten gebeuren, maar het is een feit dat miljarden aan obligaties weer op de markt komen, wat de handel ernstig zal beïnvloeden.

8.500 miljard
Gereguleerde fondsen beheren wereldwijd 8.500 miljard euro.

Om dat op te vangen is het zaak een obligatieportefeuille op een andere manier op te bouwen. ‘Beleggers willen eenvoud, flexibiliteit en meer zekerheid’, legt Patton uit. Zowat de helft van het rendement willen hij en zijn team behalen met een kernportefeuille. De tweede helft komt door gebruik te maken van ‘anomalieën’ in de markt. De activa waaruit het BMO-fonds extra rendement tracht te halen, zijn obligaties met een BBB- en BB-rating, het grensgebied tussen de zwakste kwaliteitsobligaties (investment grade) en de hoogst gerangschikte rommelobligaties (high yield). Als een bepaalde obligatie van BBB naar BB zakt, gaat dat gepaard met een massale ‘natuurlijke’ verkoop van obligaties. Op dat moment slaat Patton toe. Hij kiest voor obligaties met een beperkte looptijd (1 tot 7 jaar) en speurt de hele wereld af. De strategie lijkt te lonen: over vijf jaar leverde het fonds een jaarreturn op van 5,62 procent tegen 2,94 procent voor globale obligatiefondsen.

Azië

De Britse vermogensbeheerder Schroders ging met Indus Capital Partners scheep om een fonds te creëren dat long- en shortposities in Aziatische aandelen combineert: Schroder GAIA Indus PacifiChoice. ‘Azië is een fantastische plaats om alpha (bovengemiddeld rendement, red.) te genereren’, meent Chase Mazzariello van Indus Capital, een hefboomfonds dat in 2000 werd opgericht door twee voormalige medewerkers van George Soros en focust op Azië, met een boontje voor Japan.

De strategie van Schroder GAIA Indus PacifiChoice is bottom-up. Ze vertrekt vanuit de kennis van bedrijven, maar met een oog op de macro-economische evoluties. ‘We zien dat als een kruiscontrole maar willen ook begrijpen wat er politiek gebeurt. Dat helpt ons een shortvisie te ontwikkelen.’ Het researchteam, waarvan de helft minstens één Aziatische taal spreekt, brengt veelvuldige bezoeken aan bedrijven en koppelt daar een grondig onderzoek aan. Bij de keuze van de aandelen heeft het fonds een zwak voor ondernemingen die ‘verkeerd geprijsd’ zijn, die de markt links laat liggen omdat er veranderingen waren in het management of omdat de kapitaalstructuur niet goed zit.

De grootste positie van het PacifiChoice-fonds - goed voor 5,8 procent van de portefeuillewaarde - is Baozun. Bij ons is Baozun onbekend, maar in China is het een naam als een klok. Het internetbedrijf biedt een brede waaier e-commerceoplossingen aan, zoals websitedesign, IT-infrastructuur, opslag en logistiek en digitale marketing. In China is Baozun marktleider met klanten als Nike, Adidas, Microsoft, Philips en Apple. ‘Als die topmerken blijven groeien, zal Baozun volgen’, klinkt het. Mazziarello en zijn team verwachten niet minder dan 25 tot 50 procent groei per jaar. ‘We zien enorm opwaarts potentieel.’

Andere grote posities zijn Hitachi, Nintendo en Coca-Cola Bottlers. Switch, de nieuwe spelconsole van Nintendo die in maart gelanceerd werd en zowel op een tv als op een tabletcomputer kan worden aangesloten, wordt een hit tijdens het eindejaarsseizoen, verwacht de Indus-man, wat zal resulteren in een sterke omzetgroei.

We moeten bedrijven die we shorten door en door kennen. Daarom mogen ze niet weten dat we ze shorten.
chase mazzariello
indus capital

Het fonds heeft 106 miljoen dollar onder beheer en behaalde sinds zijn oprichting in 2011 een cumulatief nettorendement van 48,6 procent. Dat komt neer op 6,1 procent per jaar.

Hoe stellen de analisten zich op als ze short zitten in een bepaald bedrijf? Ze proberen immers op goede voet te staan met het management om zo veel mogelijk informatie te verzamelen. Het antwoord lag voor de hand: ‘We maken onze shortposities niet bekend.’

Europa

De nog vrij jonge Franse vermogensbeheerder DNCA, die sinds 2000 actief is en 23 miljard beheert, wil zijn klanten een regelmatig rendement bieden bij een gematigde volatiliteit. Onder de 26 fondsen waarmee DNCA investeert, zijn er ook vier ‘absolute return’-fondsen die zuiver beleggen in Europese aandelen. Het pad dat ze volgen om rendement te creëren, is echter verschillend. De oudste twee fondsen, Miura en Miuri, zijn allebei marktneutraal. Maar waar Miura longposities compenseert met shortindekking op individuele aandelen, dekt Miuri zijn posities in aandelen in door middel van shortblootstelling op hele sectoren of zelfs de complete Europese aandelenmarkt. Miura realiseerde sinds de oprichting in november 2009 een jaarlijks rendement van 3,8 procent, het in december 2011 gelanceerde fonds Miuri behaalde 4,9 procent.

De fondsen Velador en Venasquo zijn van recentere datum: ze gingen respectievelijk in mei 2015 en december vorig jaar van start. Het zijn allebei ‘long covered’-fondsen. Bij Velador bestaat de portefeuille voor maximum de helft uit aandelen, bij Venasquo kan het gewicht van aandelen tot 100 procent gaan. Velador bracht tot dusver 4,6 procent per jaar op. Op de prestatie van het piepjonge fonds Venasquo is het nog even wachten.

Bij het samenstellen van de portefeuilles is stockpicking van cruciaal belang. ‘Als we bedrijven onder de loep nemen, kijken we onder meer naar het groeipotentieel, de prijszettingskracht en de marktevolutie, en houden we ook het macro-economische in de gaten’, zegt cobeheerder Mathieu Picard. De focus op West-Europese aandelen verdedigt hij door te wijzen op de aantrekkende Europese economie en de ‘politieke verduidelijking’ sinds Emmanuel Macron in Frankrijk aan de macht kwam.

‘We zoeken vooral bedrijven die met hun resultaten kunnen verrassen en streven ook naar blootstelling aan de digitale wereld en de technologie.’ Europa is op dat gebied een dwerg: het staat voor amper 3 procent van de totale waarde van alle technologiebedrijven. Toch zijn er investeringsopportuniteiten en beweegt er heel wat. Voorbeelden van techbedrijven waarin DNCA een positie aanhoudt, zijn Atos en Capgemini.

1.500 posities

Een zeer geavanceerde visie op beleggen vinden we bij de Franse fondsenboetiek ERAAM. De Premia-fondsen van dit huis zijn samengesteld op basis van nieuwe inzichten in de risicopremies. Twee klassieke begrippen bij investeren zijn alpha en beta, waarbij alpha een maatstaf is voor de prestatie van een portefeuillebeheerder tegenover een benchmark (veelal een index) en beta voor de volatiliteit tegenover de benchmark. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat een groot deel van alpha definieerbaar is en kan opgedeeld worden in verschillende risicopremies: Value, Carry, Momentum, Quality.

De fondsenbeheerders van ERAAM spelen daarop in, waarbij ze gretig gebruikmaken van de meest recente (data)technologie. Ze stellen hun portefeuilles niet alleen samen op basis van interne en externe research, maar ook van risicopremies. Bij de start wegen alle risicopremies even zwaar in de portefeuille. Later worden - een keer per kwartaal - aanpassingen doorgevoerd. Op die manier bekomen ze naar eigen zeggen ‘een dynamische portefeuille van gediversifieerde risicopremies’.

Het woord ‘gediversifieerd’ is goed gekozen: de portefeuille telt 1.500 posities: aandelen, obligaties, grondstoffen, wisselkoersen. De aanpak lijkt te werken, want het ‘alleterreinfonds’ van de nieuwe generatie verwacht dit jaar een rendement te halen tussen 6 en 8 procent, wat vergelijkbaar is met vorig jaar (7,2%). ‘Periodes van shock komen we met ons fonds zeer goed door’, zegt ERAAM-topman Cyril Julliard.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content