‘Beleggers in obligatiefondsen zijn de dupe'

©Wim Kempenaers

In vergelijking met individuele beleggingen in obligaties en met tak23-producten worden beleggingen in obligatiefondsen te zwaar belast. Dat zegt fiscaal advocaat Dirk Coveliers. Hij spreekt over een schending van de grondwet.

Dirk Coveliers werkt bij het advocatenbureau Sherpa Law. Tot begin 2016 was hij fiscalist in de Belgische financiële sector. Bij de fondsenvereniging Beama was hij jarenlang voorzitter van de fiscale werkgroep.

Hoe reageert u op het Zomerakkoord?
Dirk Coveliers: ‘Ik dacht dat de regering de fiscaliteit ging vereenvoudigen. In het regeerakkoord staat dat het complexe belastingstelsel toe is aan een hervorming. Nog volgens het regeerakkoord moet het belastingsysteem rechtvaardig zijn en dat betekent dat ‘iedereen zijn deel bijdraagt en dat in een progressief inkomstenbelastingstelsel de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.’’

‘En wat zien we in dit Zomerakkoord? Enkel een bepaalde groep van spaarders wordt geviseerd, namelijk wie in bankproducten en dan vooral in fondsen, die geen pure aandelenfondsen zijn, belegt. We glijden dus verder af van het doel van een rechtvaardige beleggingsfiscaliteit.’

Wat is er juist verkeerd?
Coveliers: ‘Er is een scheeftrekking van de fiscaliteit naargelang het product. Die is gestart in 2005 door Elio Di Rupo. Die zei toen dat kapitalisatiefondsen (fondsen die dividenden herinvesteren, red.) producten voor kapitalisten zijn. Het Zomerakkoord wakkert bovendien de concurrentie tussen bank- en verzekeringsproducten aan. Tak23-producten zijn fiscaal nog nooit zo aantrekkelijk geweest. Is een verschuiving van obligatiefondsen naar tak23 het rechtvaardige doel?’

Wat zijn de verschillen in belasting?
Coveliers: ‘Bij de verkoop van kapitalisatiefondsen is een verhoogde beurstaks van toepassing : 1,32 procent en maximaal 4.000 euro. Het tarief en het plafond liggen bij individuele obligaties lager. Bij tak23 is die taks er niet. Bij de uitstap uit fondsen wordt er een roerende voorheffing ingehouden op de rente en meerwaarde van obligaties (Reynderstaks, red.). Bij een rechtstreekse belegging in obligaties is er geen taks op de nettomeerwaarde, en bij tak23 evenmin.’

‘Bij tak 23 is een premietaks van 2 procent verschuldigd, maar die is na twee jaar terugverdiend door het ontbreken van roerende voorheffing.’

‘Als klap op de vuurpijl hebben we bij fondsen een jaarlijkse abonnementstaks van 0,0925 procent. Die taks wordt vergeleken met de abonnementstaks op spaarboekjes. Maar in het geval van spaarboekjes is het de bank die betaalt. En bij fondsen is het de belegger of de spaarder via de lopende kosten. Zowel de verhoogde beurstaks als de abonnementstaks zijn nu niet meer gerechtvaardigd. Ze werden in 1993 ingevoerd omdat fondsen toen vrijgesteld waren van taksen.’

Voor mij is het duidelijk dat de grondwet wordt geschonden. Fiscale verschillen tussen spaarders mogen niet bestaan als dat niet objectief te verantwoorden is.
Dirk Coveliers
Fiscaal advocaat

Zijn er objectieve redenen om dezelfde beleggingen anders te belasten?
Coveliers: ‘Je kan opwerpen dat een fonds de belegger toegang geeft tot markten die anders niet bereikbaar zijn voor een particulier met individuele obligaties en dat de transactiekosten kleiner kunnen zijn door de grootte van de orders. Maar een fonds belegt in honderden effecten en biedt de spaarder dus een diversificatie die hij onmogelijk zelf kan bekomen. Hierdoor verminderen de risico’s. Het is een niet-speculatieve belegging. Maar fiscaal wordt die zwaarder bestraft dan een rechtstreekse belegging in obligaties. Het verschil is trouwens nog kleiner met tak23, waar de verzekeraar eveneens het voordeel kan genieten van bepaalde markten en transactiekosten.’

‘Voor mij is het duidelijk dat de grondwet hier geschonden wordt. De fiscale verschillen tussen spaarders zijn niet objectief te verantwoorden.’

Hoe moet een gezonde beleggingsfiscaliteit er volgens u uitzien?
Coveliers: ‘Dat is een systeem waarbij spaarders hun beleggingen niet laten afhangen van de fiscaliteit. De beleggingsfiscaliteit moet neutraal zijn. En minder complex. Voor de vereenvoudiging kunnen we inspelen op een nieuwe tendens die de OESO en de Europese Commissie gebruiken voor de uitwisseling van informatie. Zij baseren zich op ‘financiële rekeningen’ die ook beleggingsverzekeringen omvatten.’

‘Men zou kunnen vertrekken vanuit het gemiddeld vermogen op de ‘financiële rekening’ over een jaar en daarvan een forfaitair inkomen belasten. Het doel moet zijn om marktconforme forfaitaire rendementen te bepalen, bijvoorbeeld 2 procent voor obligaties en 5 procent voor aandelen. Hierop kunnen banken roerende voorheffing inhouden. Dat systeem zou eerlijker zijn en ligt in lijn met wat in bijvoorbeeld Nederland gangbaar is. Je krijgt een gelijke behandeling van alle financiële producten, zowel binnenlandse als buitenlandse. En je trekt producten mee in bad die nu de dans ontspringen.’

Is uw voorstel een vermogensbelasting?
Coveliers: ‘Nee. Dit is een vereenvoudiging van het huidige systeem van roerende voorheffing op dividenden, rente en uitstap uit fondsen. Dit kan alles vervangen, ook de beurstaksen en de premietaks bij tak23. Bovendien hou je zo de boot af voor een vermogenskadaster, het horrorscenario van sommige politici.’

Gesponsorde inhoud

Partner content