De impact van inflatie op uw aandelenportefeuille

Een hogere inflatie is voor aandelen een tweesnijdend zwaard. De ene sector is er gevoeliger voor dan de andere.

Voor de beurzen is een portie inflatie oké, maar ook niet te veel. De vermogensbeheerder Schroders berekende dat aandelen sinds 1973 meestal goed presteerden als de inflatie lager was dan 3 procent. Pas als die boven dat peil stijgt, luiden de alarmklokken, want dan presteren de beurzen meestal ondermaats. In die zin betekent het jongste Amerikaanse inflatiecijfer weinig goeds: het schoot zelfs boven 4 procent in april.

Kwetsbaar

De groeiaandelen staan het meest onder druk. Daarin zitten vooral namen uit de technologie en de duurzame energie. Die zijn kwetsbaar omdat ze in korte tijd het sterkst zijn gestegen. In de waardering van groeiaandelen speelt ook de rente een grotere rol, omdat het gros van hun winsten in de toekomst ligt.

Hoe hoger de rente, hoe meer je toekomstige winsten moet ‘verdisconteren’, wat betekent dat de winsten en de dividenden van de toekomst in huidige termen minder waard worden. Het verklaart de turbulentie op de Nasdaq de voorbije dagen.

Nutsaandelen, die erg op obligaties lijken, scoren meestal slecht als de inflatie en dus de rente stijgen.

Tijdens een door hogere inflatie veroorzaakte renteklim scoren bond proxies mager. Zulke bedrijven vertonen veel karakteristieken van een obligatie. Ze genieten van vaste cashflows en bieden doorgaans een standvastig dividend. Voorbeelden op de Brusselse beurs zijn de nutsgroepen Elia en Fluxys Belgium . De nutssector bengelt sinds Nieuwjaar onderaan in de Europese Stoxx600-index met een neergang van 1 procent.

Ook andere defensieve sectoren, waar de waardering grotendeels stoelt op vaste cashflows en recurrente dividenden, scoren minder goed. Neem de producenten van consumentengoederen (Unilever, Procter & Gamble) of voedings- en drankenmakers (Danone, Nestlé, AB InBev). Ze noteren sinds begin dit jaar gemiddeld 3 procent hoger, tegenover een winst van 10 procent voor de Stoxx600-index.

Bij de vastgoedaandelen is het plaatje minder eenduidig. Bij een inflatie boven 3 procent presteerden de Amerikaanse vastgoedvennootschappen sinds 1976 in 67 procent van de gevallen zelfs beter dan de markt, berekende Schroders. De vastgoedeigenaars moeten meer rente ophoesten voor hun uitstaande schulden, maar de huurprijzen zijn meestal gelinkt aan de inflatie. Vastgoedverhuurders kunnen hun huurprijzen optrekken en vormen zo een natuurlijke indekking tegen inflatie.

Dankzij de hogere rente kunnen de verzekeraars zich beter indekken tegen hun toekomstige verplichtingen.

Specifieke problemen kunnen dat scenario doorkruisen. Door de wanprestatie van winkels tijdens de pandemie is vastgoed de op een na slechtste sector in Europa dit jaar, met een winst van 1 procent.

Koper en tin

Toch zijn er sectoren die van een hogere inflatie en rente profiteren, vooral de banken. De langetermijnrente stijgt veel meer dan de kortetermijnrente, waardoor de kredietspread - het verschil tussen beide - toeneemt. Dat is ideaal voor de winstmarges van de banken. Zij verstrekken kredieten op de lange termijn en vergoeden spaargeld op korte termijn. KBC ging sinds begin dit jaar 17 procent hoger.

Ook de verzekeraars spinnen er garen bij. Dankzij de hogere rente kunnen ze zich beter indekken tegen hun toekomstige verplichtingen, zoals levensverzekeringen. Dat is op lange termijn belangrijker dan eventuele minwaarden op hun grote obligatieportefeuilles. Ageas is dit jaar al 19 procent gestegen.

Ook grondstoffen blinken uit bij een hogere inflatie, vooral cyclische zoals koper, tin en ijzererts. Door het verwachte economische herstel en de boom in China noteren meerdere grondstoffen op een recordprijs. De duurdere grondstoffen zijn een van de redenen voor de inflatieopstoot.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud