weekboek

Tour down under de Brusselse kangoeroebeurs

Redacteur Beleggen

Ook op een onhippe beurs die al jaren frenetiek surplacet vallen koopjes te doen. Zeker voor wie de koers volgt. Elke Belg dus.

Een 'kangoeroebeurs'. Zo noemt Jonathan Stubbs, de aandelenstrateeg van Berenberg, de Londense beurs de jongste maanden. Hevig op en neer springend. Maar per saldo nergens heen gaand.

Een treffende vergelijking, die nog meer opgaat voor de Brusselse beurs. Daar is de Bel20 al vijf jaar koortsachtig bezig stil te staan. En eigenlijk al langer: de eerste keer dat de beursbarometer de neus boven de huidige 3.200 punten stuk was ... 25 mei 1998. De Dow Jones noteerde die dag rond 9.000 punten en ging sindsdien maal drie.

Jazeker, we weten dat bij onze National Geographic-aanhef twee cruciale kanttekeningen horen. Eén: de koers is niet alles. Dividenden zijn een belangrijke factor. Inclusief nettodividenden boekte de houder van een Bel20-korf zowel over de jongste vijf jaar als sinds 28 mei 1998 een jaarlijks rendement van goed 2 procent. Niet om een gat in de lucht te springen, maar je hebt in tegenstelling tot een spaarboek je koopkracht behouden.

Twee, we kunnen het niet genoeg benadrukken: beleg niet op de beurs en al zeker niet in een krakkemikkige beursbarometer als de Bel20 die met buitenlandse koekoeksjongen binnenlandse parels als Melexis al jaren de weg verspert. Beleg in aandelen. De Bel20 is eigenlijk net als de Euro Stoxx50, de sterrenkorf van de eurozone, grotendeels een bankenindex. Die banken trokken maandag een spurtje, maar dat was meer een dodekat- dan een kangoeroesprong: de voorafgaande vrijdag was de sectorbarometer naar het laagste peil sinds ... 1990 afgegleden. We schreven het begin 2019 al: banken zijn de donkere wolk die een koude douche uitstort op elke prille Europese beurslente.

Zelfs het aandeel KBC , bij analisten al jaren geroemd om zijn rendabele thuismarkten en navenant sterke 'organische' kapitaalgeneratie, deelde na een valse lente in de sectormalaise met een tuimelperte van 16 procent tijdens de zomermaanden. Kepler Cheuvreux-analist Benoit Petrarque verlaagde het advies deze week tot 'verkopen', anticiperend op een tweede halfjaar waar de winst stevig onder druk staat.

Frankfurt

Het moet gezegd: centrale banken maken het CEO Johan Thijs niet makkelijk. Probeer maar eens deftig geld te verdienen op het kernmetier - kortlopende deposito's in langlopende kredieten recycleren - als Frankfurt met bulkinkopen van schulden de rentes tot dertig jaar ver op nul betonneert. Bij de cijfers over het eerste kwartaal werd duidelijk dat door de pandemie KBC zijn 'Tsjechische vluchtroute' voor de Europese nulrente kwijtgespeeld is. En bij het halfjaarrapport in augustus waarschuwde Thijs dat we 'pas nu de impact van de Covid-19 crisis beginnen zien'.

En toch. KBC blijft samen met een kleine groep Scandinaven met een stevig rendement op eigen vermogen vrijwel unaniem hoog aangeschreven in een nog unaniemer verguisde sector. 'If not you, then who?', stelde Jefferies-analiste Martina Matouskova - een Tsjechische, jawel - in een rapport de retorische vraag aan KBC over de dividendpolitiek. 'KBC is in de beste positie (van de Europese banken, red.) om samen met het dividend over 2020 ook het verplicht opgespaarde dividend over 2019 alsnog uit te keren', schrijft ze. 'Met een gecombineerd dividend van naar schatting 4,26 euro bruto per aandeel zou zich dat in een rendement van 10 procent vertalen.' Dat zou kunnen tellen als wachtbordje voor de kangoeroebelegger.

Het kan niet voldoende onderstreept worden: een kangoeroebeurs biedt opportuniteiten voor een meer tegendraads ingestelde belegger die verder kijkt dan de jongste hipster-IPO. Een intrigerend aandeel is Deceuninck . De West-Vlaamse producent van pvc-bouwprofielen herinneren we ons als een van de oogappels van de Belgische beleggers in de jaren 90, toen de groep een zeldzame structurele groeier in een cyclische sector was.

Nu is de desinteresse van beleggers compleet: bij de huidige beurskoers noteert het aandeel onder de boekwaarde (zie grafiek). Een verwaarlozing die CEO en grootaandeelhouder Francis Van Eeckhout net als zijn gouwgenoot Luc Tack bij Tessenderlo niet aan zijn hart laat komen: meer opportuniteiten om zelf 'on the cheap' stukken bij te kopen, leerden deze zomer de insidertransacties op de webstek van beurswaakbond FSMA. Niet alleen Van Eeckhout: de bevriende groep Vlaamse investeerders rond de Antwerpse 'family office' Homeport Invest Management kocht de jongste weken gretig bij. Bijna 400.000 stukken sinds begin september.

De aankopen mogen niet echt verrassen. Deceuninck legde in augustus een verrassend sterk halfjaarrapport neer. Spijts een forse - Covid-19 oblige - krimp van de omzet, bleef met een strikte kostencontrole de winstmarge vrijwel stabiel op net geen 10 procent. En de belegger? Die haalde de schouders op. Op de insiders na dus. 'We zijn de pandemie doorgesparteld', zei Van Eeckhout in augustus.

Noord-Amerika

De CEO wees terecht op het lichtpunt in de Verenigde Staten, waar Deceuninck North America luidens het halfjaarverslag met Mohawk-veteraan Joren Knockaert een nieuwe CEO heeft. In Noord-Amerika stegen de verkopen met 15 procent. In belangrijke mate omdat Deceuninck er een grote nieuwe klant kon strikken. Maar ook door de steeds lagere hypotheekrente en de groeiende bevolking die de huizenmarkt doet boomen. Daar zet corona nog een versnelling op: thuiswerkende Amerikanen zoeken in grote getale een groter onderkomen met tuin in de suburbs. En zij die niet verhuizen zullen na een lange lockdown wel eens een nieuw venster willen om de onzekere buitenwereld gade te slaan. Niet alleen in de Verenigde Staten: dat de Vivaldi-regering de btw voor sloop en heropbouw naar 6 procent verlaagt, zal ongetwijfeld de verkopen geen slecht doen.

Ook zonder die fiscale steuntjes kan Deceuninck de vruchten plukken van de arbeid van de jongste jaren. De investeringen en reorganisaties in fabrieken in onder meer de Verenigde Staten (terzijde: de tweede Amerikaanse productiesite in Nevada is buur van de gigafabriek van Tesla), Polen, Turkije en Rusland moeten de komende jaren beginnen renderen.

Idem voor de investering in de wielerploeg. Deceuninck-Quick Step heeft met Julian Alaphilippe sinds Imola vorige zondag de wereldkampioen in huis. Het wielrennen levert Deceuninck bijna letterlijk onbetaalbare televisie op: 'Het Deceuninck-logo op de truitjes heeft wereldwijd voor veel zichtbaarheid gezorgd', staat op pagina 81 van het jongste jaarverslag over 'het winnende team' te lezen. Onderzoeker Nielsen volgde de tv-verslaggeving in 2019. Conclusie: de truitjes en dus de merknaam kwamen 1.087 uur in beeld. Geschatte brutowaarde op alle markten: net geen 80 miljoen euro.

Van 2016 tot 2018 investeerden Van Eeckhout & co - ook hier: à la Luc Tack - 65 miljoen per jaar. Dat zou nu de grote werven achter de rug zijn - al grapte Van Eeckhout deze zomer dat er 'nog een helper nodig is om Remco Evenepoel in 2021 de Tour te laten winnen' - moeten teruglopen tot 30 miljoen per jaar en dus de vrije kasstroom van Deceuninck ondersteunen.

De belangrijkste investering? De bouw van de recyclagefabriek voor oude vensters dicht bij huis, in Diksmuide. Met die recylagefabriek kan de groep in belangrijke mate zijn eigen grondstof, pvc dus, aanleveren. En minder afhankelijk worden van de pvc-leveranciers, een grote frustratie van Van Eeckhout. 'Wij zweten en de pvc-leveranciers profiteren. We kopen 200.000 ton pvc en toch heb ik het gevoel dat ze met onze voeten rammelen', zei de CEO begin 2018.

Maak daar 'pvc-leverancier' van. De reus Ineos is intussen zowat monopolist in pvc. Eigenaar van Ineos? Jim Ratcliffe. Juist, de man achter wielerploeg Ineos Grenadiers. Die, euhm, geen echt overtuigende Tour reed. Dat Deceuninck zijn zweetdief alvast in de koers vlotjes klopt, zal Van Eeckhout zonder twijfel zoet smaken.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud