Alpenrit op de obligatiemarkt

Schansspringer tijdens het 'Vierschanzentournee' in het Oostenrijkse Innsbruck. ©REUTERS

De redactie kiest de meest opmerkelijke grafieken van het afgelopen jaar. Vandaag: de 100-jarige Oostenrijkse obligatie

©MEDIAFIN

De spraakmakendste obligatie van het jaar is het Oostenrijkse overheidspapier op honderd jaar. Niet zozeer vanwege de ultralange termijn, die steeds minder abnormaal is in een wereld van nulrentes. Wel omdat een saai en veilig geacht stuk beleggingspapier dit jaar zo’n spectaculaire Alpenrit voorschotelde.

De top lag op een hoogte van ruim 210 euro midden augustus. In beleggerstermen: wie toen de Oostenrijker kocht, legde 210 euro neer voor het recht om op de vervaldag in 2117 slechts 100 euro terug te krijgen van de Oostenrijkse overheid. Daardoor was het rendement gekrompen tot amper 0,6 procent, ofwel minder dan een derde van de nominale coupon van 2,1 procent.

Dat is weinig, maar nog altijd meer dan de negatieve rente die destijds wereldwijd van toepassing was op 16.000 miljard euro aan papier. De Oostenrijker toont zo de beleggershonger naar papier dat nog iets opbrengt, en tegelijk het gevaar van momentumbeleggen.

De waanzinnige klim - gedopeerd door beleggers die geloven dat een ander straks nog meer zal betalen - is intussen een afdaling, zij het minder bruusk. ECB-voorzitter Mario Draghi bewerkstelligde in september nog een korte heropleving met extra monetaire stimulus, maar de trend is dalend. Als spiegelbeeld van de aandelenhausse de voorbije maanden, met dank aan handelsoptimisme en een tweede adem voor de economie. 

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud