Leegloop beurs probleem voor Belgische kapitaalmarkt

Een werknemer van Connect. Het bedrijf met 1.800 werknemers verdwijnt wellicht van de Brusselse beurs. ©Dominic Verhulst/dotch.be

2018 is het jaar van de beursexits in Brussel. Connect is al het zevende bedrijf dat wellicht van de koerstabellen verdwijnt. De leegloop kan problematisch worden voor de rol van Brussel als kapitaalmarkt. De nieuwe initiatieven van Euronext om weer kmo's naar de beurs te lokken halen voorlopig niets uit.

Het lijstje met aandelen waaruit beleggers kunnen kiezen op de Brusselse beurs wordt in sneltempo kleiner. Dit jaar verdwenen al Ablynx, Realdolmen, Sapec en Tigenix van de koerstabellen. 2Valorise , Eckert & Ziegler Bebig en Connect Group volgen wellicht binnenkort. Bij het energiebedrijf 2Valorise kocht hoofdaandeelhouder Philiep Van Eeckhout al 94 procent van de aandelen, en is bijgevolg een bod op de overige stukken wettelijk verplicht. De Duitse moeder van de maker van implantaten tegen prostaatkanker E&Z Bebig onderzoekt een volledige overname van haar dochter, en wil daarvoor betalen in aandelen. Ook bij de elektronicagroep Connect gaat het nog niet om een formeel bod, maar om de intentie van een bod, en zijn er nog voorwaarden aan verbonden.

Laagste peil sinds 1870

Maar de kans is zeer groot dat de drie verdwijnen. Als dat gebeurt, zakt het aantal noteringen op de hoofdmarkt van Brussel tot 108, het laagste aantal sinds zeker 1870. Het hadden er zelfs nog minder kunnen zijn. Dit jaar mislukte het bod van de Nederlandse vastgoedgroep Vastned op haar Belgische dochter Vastned Retail Belgium. En vorig jaar stak de Duitse mededingingswaakhond een stokje voor de overname van de petflessenmaker Resilux.

De teller van 'echt' vers bloed staat voorlopig op nul. Belfius annuleerde zijn beursgang wegens het politieke gekissebis. De verhuurder van opslagruimte Shurgard ambieert een Brusselse notering, maar die is enkel voorbehouden voor institutionele partijen en verloopt via de Luxemburgse beurswaakhond. Acacia Pharma en FNG kregen dit jaar wel een notering op Euronext Brussel. Maar het eerste is een Brits bedrijf dat louter voor Brussel koos vanwege onze appetijt naar biotech, en de kledinggroep FNG verhuisde gewoon van de Amsterdamse koerslijst naar onze hoofdstad.

Probleem voor kapitaalmarkt

Het steeds kleiner aantal noteringen is een probleem voor de Belgische kapitaalmarkt. 'Beleggers hebben een ruime keuze nodig aan aandelen uit verschillende sectoren. Anders stoppen ze hun geld meer in buitenlandse bedrijven', zegt een handelaar. 'Ook voor de Belgische beursmakelaars is een eigen beurs die groot genoeg is van tel. Beleggers hebben nu eenmaal een voorkeur voor bedrijven uit eigen land, die ze beter kennen en waar ze meer informatie over vinden. Een grote, liquide markt lokt bovendien meer bedrijven én investeerders naar die markt. In een beurs met amper een tiental noteringen hebben buitenlandse partijen geen interesse.'

Voldoende schaalgrootte lijkt dus cruciaal om een rol te spelen als financieel centrum. Gelukkig gaan de recente beursexits om relatief kleine bedrijven, die in niet zoveel portefeuilles zitten.

Financieel brood

Overnemers geven vaak de meest uiteenlopende redenen waarom ze een aandeel van de beurs willen halen. 'Te weinig liquiditeit, de kosten, te wispelturige cijfers waarmee de beleggers niet overweg kunnen, of zware investeringen die op de winst zullen wegen.' De hoofdreden is echter telkens dezelfde: een bod gebeurt omdat de overnemer er brood in ziet.

Als een sectorgenoot een bod doet, kan een hogere prijs dan in een stand-alonepositie gerechtvaardigd zijn. Door kostenbesparingen en andere synergievoordelen kan de overnemer die meerprijs immers terugverdienen. Ook een bod van moeder op dochter is vaak rationeel, omdat het de structuur vereenvoudigt en kosten uitspaart.

Onze opleiding in Parijs om technologie-ondernemers vertrouwd te maken met de kapitaalmarkten trok 135 ondernemingen, waarvan 14 Belgische.
Benoît van den Hove
directeur noteringen Euronext Brussel

Met de kosten van een beursnotering valt het trouwens nog mee. Euronext Brussel hanteert een variabele tariefschaal op basis van het aantal uitstaande aandelen en de beurswaarde. Voor een klein bedrijf bedragen de kosten zo’n 3.000 euro. Voor een Bel20’er loopt dat op tot 50.000 euro. Bijkomende kosten zijn de publicatie van een openbaar jaarverslag, een website, de oproepingen voor de algemene vergadering, en voor grote bedrijven misschien nog iemand om de relaties met de investeerders te verzorgen. Volgens de Belgische Vereniging van Investor Relations Managers komt de factuur voor een Bel20-bedrijf uit op zo’n 450.000 euro per jaar. Voor een kleiner bedrijf is dat enkele tienduizenden euro’s.

Voordelen

Tegenover die kosten, staan veel voordelen. Als je op de beurs noteert, kan je makkelijker extra kapitaal ophalen om te groeien of te investeren. Vooral biotechbedrijven, vastgoedgroepen maar in het recente verleden ook bedrijven als Tessenderlo , Zenitel of Recticel haalden via de beurs de nodige miljoenen op waarmee ze een versnelling hoger konden schakelen.

Een beursnotering biedt ook veel zichtbaarheid bij banken, klanten, leveranciers of het personeel. Een genoteerd bedrijf heeft meer verplichtingen en moet transparanter zijn, wat het vertrouwen ondersteunt. Bedrijven kunnen via hun notering ook makkelijker personeel aantrekken en belonen. Werknemers die aandelenopties krijgen, kunnen die makkelijker op de beurs verzilveren dan bij niet-genoteerde ondernemingen.

Nieuwe segmenten

Toch blijven de kmo's weg van de aandelenmarkt. Om opnieuw meer vers bloed aan te trekken hervormde Euronext zijn markten en nam het initiatieven om bedrijfsleiders warm te maken voor de beurs. De Vrije Markt werd wegens zijn kwalijke reputatie afgeschaft. De beursuitbater lanceerde in de plaats Euronext Access, een toegangspoort voor ondernemingen die een rudimentaire toegang tot de beurs wensen.

Alternext, met een beetje meer regelgeving, werd gereïncarneerd door Euronext Growth. Dat segment mikt op middelgrote ondernemingen met 'noteringsregels die op maat gesneden zijn voor hun specifieke behoeften'. En dan is er nog Access+, voor bedrijven die al minstens twee jaar financiële cijfers kunnen voorleggen en waarvan minstens voor 1 miljoen euro vrij verhandelbare aandelen in omloop zijn. Voor ieder wat wils dus.

Maar al die nieuwe marktsegmenten leveren tot nu geen nieuwe noteringen op in Brussel. 'Toch zijn we hoopvol', zegt de nieuwe directeur noteringen Benoît van den Hove. 'Onze initiatieven om de bedrijfsleiders te informeren en warm te maken voor een beursgang werpen vruchten af. Met Techshare hebben we een educatief programma gelanceerd om technologieondernemers vertrouwd te maken met de kapitaalmarkten. Onze opleiding in Parijs trok 135 ondernemingen, waarvan 14 Belgische.'

'Daarnaast lanceerden we het trainingsprogramma FamilyShare om toplui en familieleden van familiebedrijven te informeren. Tot nu toe kwamen er geen concrete beursgangen uit, maar dat kan snel veranderen. In Frankrijk leidden de initiatieven al tot meerdere introducties, en we hopen dat het overslaat naar België.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud