PREVIEW Balta: hoe zwaar wegen dure grondstoffen?

Het aandeel Balta ging op de eerste beursdag meteen de mist in ©Mathieu Paternoster

De tapijtenfabrikant Balta staat donderdag na het geflopte beursdebuut met de halfjaarcijfers voor een eerste grote test.

Zeggen dat de beursgang van Balta in juni een succes was, is de waarheid serieus geweld aandoen. De beurskoers van de tapijtenproducent noteert met 11,70 euro nog steeds dik een tiende onder de intekenprijs van 13,25 euro. 

Onlogisch is dat niet: rivalen als het Franse Tarkett en het Amerikaanse Interface  waarschuwden eind juli al voor de impact van duurdere grondstoffenprijzen (vooral polypropyleen en polyamide), ook andere textielbedrijven zoals Sioen zien hun marges aangetast omdat ze duurdere grondstoffenprijzen niet meteen aan de klanten kunnen doorrekenen. Het aandeel Tarkett noteert bijna een kwart onder de piek van juni, toen Balta net op het ogenblik dat de branche over de piek heen was zijn IPO op gang trok. 

Het eerste halfjaar zal een verhaal van twee snelheden zijn. Het eerste kwartaal was erg sterk: inclusief de overname van het Amerikaanse Bentley Mills, was er een organische groei van omzet en brutobedrijfswinst (ebitda) van respectievelijk 7 procent naar 183 miljoen en 20 procent naar 23 miljoen.

Vooral de cruciale tapijtenafdeling 'Rugs', in 2016 goed voor bijna 40 procent van de omzet en de stevigste winstmarge van 17 procent, presteerde sterk dankzij een vroege start van het Amerikaanse 'buitenseizoen' (Balta staat in de VS sterk op de outdoormarkt) en een nieuw groot contract met Ikea. Balta is met ruime voorsprong op het Egyptische Oriental Weavers de Europese marktleider in weeftapijten en onderhoudt al jaren relaties met belangrijke doe-het-zelfketens als Ikea en het Duitse Hammer. 

Het tweede kwartaal zal heel wat minder zijn, mede omdat er in de VS met de vroege start een voorschot op de lente was genomen. ING voorspelt jaar op jaar een omzetgroei van 6 procent naar 180,5 miljoen, maar door de duurdere grondstoffen zou de ebitda 4 procent afbrokkelen naar 23 miljoen euro. Gevolg: een winstmarge die jaar op jaar met 1,5 procentpunt krimpt, van 15,8 naar 14,3 procent.

Pond

Niet alleen de duurdere grondstoffen spelen daarbij een rol: de residentiële afdeling heeft zwaar te lijden onder het post-brexit tuimelende Brits pond. Die afdeling haalt meer dan de helft van de omzet uit het Verenigd Koninkrijk, omdat de Britten in tegenstelling tot de rest van Europa nog altijd groot fan zijn van voltapijt in de woonkamer.

Globaal is het VK goed voor 22 procent van de jaaromzet. Dat is minder dan de 28 procent voor Noord-Amerika, maar daar beschikt Balta grosso modo over een 'natuurlijke' indekking van het dollarrisico: tegenover de als gevolg van de tuimelende 'greenback' lagere inkomsten staan navenant lagere kosten, met dank aan de Amerikaanse fabrieken. 

De derde bedrijfstak, naast Rugs en de consumententak, is de commerciële afdeling. Die levert tapijten en karpetten op maat van bedrijven en grote instellingen en moet de komende jaren één van de belangrijkste groeipolen worden. In 2016 was de afdeling net als de residentiêle tak goed voor een kleine 30 procent van de omzet. 

KBC Securities rekent voor het hele halfjaar op 50 miljoen ebitda bij een omzet van 360 miljoen euro, goed voor een winstmarge van 14 procent. Het is ook uitkijken of Balta-CEO Tom Debusschere in zijn kaarten laat kijken voor het hele boekjaar. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud