Records zaaien twijfel over gezondheid financiële markten

©REUTERS

De Bel20 is hersteld van het Fortis-debacle en de Belgische rente noteert op een onwaarschijnlijk dieptepunt. De opeenvolging van records plaatst vraagtekens bij de gezondheid van de markten.

Er lijkt maar geen einde te komen aan het feestje op de financiële markten. De Bel20, de korf met de belangrijkste Brusselse aandelen, belandde gisteren met 3.210 punten op het hoogste peil sinds 2 september 2008. Daarmee heeft de sterindex officieel de ondergang van Fortis, destijds ’s lands grootste bank, na zes jaar verteerd.

De beurs van Brussel is lang geen uitzondering. Deze week overschreed de Amerikaanse S&P500, de belangrijkste beursindex ter wereld, voor het eerst 2.000 punten. De DAX, de graadmeter voor de Duitse beurs, sloopte eerder al de magische grens van 10.000 punten.

Het feestje blijft niet beperkt tot de aandelenmarkten. De langetermijnrentes tikken week na week nieuwe diepterecords aan. Dat is het gevolg van een koopgolf in obligaties. Op het hoogtepunt van de eurocrisis - toen de onderhandelende partijen al 1,5 jaar vruchteloos een federale regering voor ons land probeerden te vormen - piekte de Belgische rente op 5,86 procent. Gisteren, minder dan drie jaar later, zakte de tienjaarsrente voor het eerst onder 1,2 procent.

Ook op de obligatiemarkten is België geen unicum. Berlijn kan moeiteloos langlopend papier slijten met een rendement van amper 0,9 procent. En in voormalige eurobrandhaarden als Spanje en Italië is de rente gedaald tot onder 2,5 procent. Gezien de obligatiekoersen de omgekeerde beweging maken van de rente, valt het snel te begrijpen dat ook de obligatiebelegger zich de jongste jaren in de handen kon wrijven.

Als we daar tegenover even het economische plaatsje schetsen, valt pas echt op hoe vreemd de financiële wereld vandaag oogt. In het tweede kwartaal ‘groeide’ de economie in de eurozone welgeteld 0 procent. En de werkloosheidsgraad in de muntunie bedraagt nog steeds 11,5 procent. Zowat 18 miljoen mensen, de totale bevolking van België en Servië samen, zitten zonder werk.

Om de kwakkelende economie te rijmen met de hausse op de financiële markten verwijzen strategen steevast naar de centrale banken. Die voeren nu al jarenlang een nulrentebeleid in een poging de economie uit het slop te halen.

Omdat het rentewapen alleen niet bleek te volstaan, toverden de centraal bankiers de afgelopen jaren ook een reeks ‘onconventionele’ maatregelen uit de mouw. Zo liet de Amerikaanse centrale bank (Fed) de geldpersen overuren draaien om massaal staatspapier en rommelhypotheken op te kopen. Die koopwoede - in totaal zo’n 3.500 miljard dollar - drukte de rente nog verder.

Die lage rente moet bedrijven ertoe aanzetten te investeren en de economie zuurstof geven, maar ze kent ook bijwerkingen. Zo stroomt het goedkope kapitaal ook massaal naar de financiële markten, waar de zoektocht naar enig rendement beleggers verplicht meer risico’s te nemen. Het gevolg is vandaag zichtbaar: de marktrecords volgen elkaar in sneltreinvaart op.

Sinds kort handelen de centraal bankiers niet langer uniform. In de Verenigde Staten pompt de Fed maand na maand minder geld in de economie en een eerste renteverhoging sinds 2008 ligt steeds prominenter op tafel. De Europese Centrale Bank daarentegen zal de geldkraan allicht nog verder openzetten, omdat de economie vierkant blijft draaien.

De grote centrale banken gaan dus elk een andere richting uit. Hoe de markt daarop zal reageren, is veel minder te voorspellen. Dat maakt het voor de belegger moeilijker om nog te weten waarin hij zijn centen moet investeren.

obligaties?

De Belgische langetermijnrente daalde gisteren tot 1,2 procent, een diepterecord. Idem voor de Duitse rente, met 0,91 procent. De koopgolven op de obligatiemarkten, die de rente steeds sneller naar nieuwe dieptepunten sturen, zijn te danken aan Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB). De Italiaan zette afgelopen weekend de deur open naar meer stimuli om de chronisch lage inflatie aan te pakken.

Zowat het enige wapen dat Frankfurt nog rest, is in bulk obligaties opkopen met vers gedrukt geld. Dat is de belangrijkste reden waarom sommige strategen oordelen dat het feestje op de obligatiemarkten nog niet ten einde is. Met de ECB zou een koper met erg diepe zakken de markt betreden, en dan kan de rente nog lager.

Maar ook als de ECB niet ingrijpt en de eurozone verzeilt in een Japanscenario (deflatie, lage rente, nauwelijks groei), zien sommige strategen kansen. Als er geen inflatie is, blijft immers ook het magere rendement op obligaties onaangetast.

aandelen?

Wie de rentes week na week verder ziet dalen, vraagt zich af hoe dit zal eindigen. Zeker nu de Amerikaanse centrale bank openlijk aan een eerste renteverhoging sinds 2008 denkt, leeft de vrees voor een obligatiecrash.

Weinig verwonderlijk dat de meeste strategen onder het adagio ‘There is no alternative’ (TINA) aandelen adviseren. Door de historisch lage rente zien ze obligaties nog weinig renderen.

Over de waarderingen van aandelen zijn de meningen verdeeld. Iedereen lijkt het wel eens dat de koopjes de deur uit zijn, maar naar historische normen vinden analisten de beurs niet ongelooflijk duur. De jaren 2000 zijn nog niet terug, zeg maar.

Bovendien zien strategen nog elementen die de beurzen de komende tijd kunnen ondersteunen. Zo lijkt de wereldeconomie in tegenstelling tot de Europese wel aan de beterhand, loopt het soepele monetair beleid van de centrale banken nog niet ten einde en vertonen de bedrijfsresultaten duidelijk beterschap.

 

cash?

De Belgen zijn tuk op cash, gelet op de 250 miljard euro waarvan de spaarboekjes uitpuilen. Die spaarders worden vaak voor dommeriken versleten. De meeste grootbanken hebben de totaalvergoeding de voorbije weken op amper 0,4 procent gezet. Rekening houdend met de inflatie steken de spaarders de facto geld toe.

Wie bewust geld stort op een spaarrekening als belegging, en niet als een wachtrekening voor uitgaven, kan maar één motief hebben: hij verwacht dat aandelen en obligaties fors zullen corrigeren.

De cashbelegger kan het reële verlies op het spaarboekje beperken door te kiezen voor prijsbrekers. Onlinespaarboekjes bieden nog een vergoeding tussen 1,50 en 1,80 procent netto.

Wie overtuigd is van zware crashes, kan beter af zijn met goud. Goud kan een rol spelen in een portefeuille als verzekering tegen een crash van het financieel systeem. Maar goud is geen veilige belegging. Wie in september 2011 goud kocht, speelde een derde van de inzet kwijt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud