Zijn er kansen tussen de techgoden?

Apple, het grootste bedrijf ter wereld, is nog altijd voor 60 procent afhankelijk van één product: de iPhone. ©REUTERS

Hoe gaat het met de grootste techaandelen in de VS en vormen ze een opportuniteit op de beurs?

Technologieaandelen verdienen een plaats in elke portefeuille. Toch wordt het belang van de sector vaak hoger ingeschat dan de realiteit. Bij de grootste 100 Amerikaanse ondernemingen zijn er slechts elf technologiebedrijven. Maar de grote namen zijn ware giganten. De grootste vijf techbedrijven in de VS hebben een plek veroverd in de top tien van ondernemingen met de grootste beurswaarden op Wall Street. Zijn ze ook koopwaardig?

1 Apple

Het grootste bedrijf ter wereld, met een beurswaarde van 650 miljard dollar, geniet veel aanhang bij de analisten. Driekwart geeft een koopaanbeveling, ruim een vijfde geeft de rating ‘bijhouden’ en amper 3,7 procent raadt aan te verkopen. Een van de grootste Apple-adepten is de activistische belegger Carl Icahn, die het aandeel 240 dollar waard acht, ruim het dubbele van de huidige prijs. Hij ziet Apple  de tv-markt domineren en ziet het bedrijf tegen 2020 zelfrijdende auto’s verkopen. In een open brief adviseerde hij Apple zijn cash - zowat een vijfde van de beurswaarde - volledig te gebruiken om eigen aandelen in te kopen.

Dat is toekomstmuziek. Momenteel is 60 procent van de omzet afkomstig van de iPhone. Voor het sterproduct zijn de prognoses gunstig. Apple voorspelt recordverkopen voor de iPhone 6S, die op 25 september uitkomt. De groep trok onlangs haar winstprognoses voor 2016 al op van 10 naar 10,50 dollar per aandeel. De nieuwe smartphone is meer dan welkom, want vorig kwartaal belandde de verkoop onder de prognoses.

Sommige analisten vrezen dat Apple zijn verschroeiende groeitempo niet kan volhouden. De laatste kwartaalwinst lag 38 procent boven die van het jaar voordien, en bomen groeien niet tot in de hemel. Wim Lewi van ValueScan gelooft niet in Apple: ‘Het aandeel heeft een schijnbaar lage waardering, maar onhoudbare winstmarges waardoor het eigenlijk duur noteert.’

2 Google

Dat de internetreus Google  een groeibedrijf is, leidt geen twijfel. De voorbije vijf jaar nam de omzet gemiddeld met 21,6 procent toe, dankzij het succes van zijn zoekmachine maar ook van nevenactiviteiten zoals de filmpjessite YouTube. De voorbije drie jaar slaagde Google erin zijn operationele winstmarge met 300 basispunten op te trekken naar 27,2 procent. De vrije cashflowmarge ligt op een erg gezonde 25 procent. Voor die kwaliteit en het marktleiderschap op het net moet je wel ruim 30 keer de winst betalen, maar dat is nog iets goedkoper dan het gemiddelde internetaandeel.

Een vraagteken is de creatie van het holdingbedrijf Alphabet eind dit jaar, dat de meer risicovolle activiteiten zal overkoepelen. De beleggers krijgen dan wel een beter zicht op de kasstromen van de winstgevende delen van de groep.

3 Microsoft

De softwaregroep  ligt niet in de bovenste schuif van de analisten. Slechts 53 procent raadt aan te kopen en 15 procent geeft zelfs een verkoopadvies. Het bedrijf verdedigt een monopolie in oude technologie (bestuurssystemen voor pc’s), maar probeert op de kar van nieuwe en mobiele technologieën te springen. Zo ging de kwartaalomzet van cloudsystemen 88 procent hoger naar 8 miljard dollar. De spelconsole Xbox bracht 27 procent meer op. Toch werd het aandeel na de laatste cijfers afgestraft. Wegens de gedeeltelijke afboeking van Nokia belandde Microsoft in het rood.

Veel analisten wijzen echter op de ‘value’-kenmerken van het aandeel. Microsoft verhoogde zijn dividend met 16 procent, waardoor het brutorendement al op 3,2 procent is beland. De coupon lijkt gegarandeerd, want de groep heeft 108 miljard dollar cash op de balans, goed voor 31 procent van de beurswaarde.

4 Facebook

Over weinig aandelen zijn de meningen zo eensgezind als over Facebook . Van alle analisten die het met voorsprong grootste sociaal netwerk ter wereld opvolgen, hanteert 87 procent een koopaanbeveling. Misschien is dat eensluitend optimisme ook gevaarlijk, aangezien de lat voor Facebook genadeloos hoog ligt. Voor de dominantie in sociale media betaalt u een prijs. Facebook noteert tegen 94 keer zijn winst, en is daarmee een van de duurste aandelen uit de S&P500index. Tenminste van die bedrijven die positieve resultaten boeken. Om die waardering te rechtvaardigen, is een enorme groei nodig. Voorlopig slaagt het bedrijf daarin. Het voorbije kwartaal werd de omzetgrens van 4 miljard dollar gehaald. In dezelfde periode vorig jaar bedroeg de omzet nog 2,9 miljard. Facebook profiteert het meest van de verschuiving van de advertentiebudgetten van traditionele naar sociale media.

De afhankelijkheid van advertenties, die goed zijn voor 95 procent van de omzet, is de achilleshiel van Facebook. Het bedrijf is daardoor extreem blootgesteld aan de economisch cycli in reclame. Facebook probeert wel andere inkomsten aan te boren. Het bedrijf wil meer munt slaan uit de gegevens die het over zijn gebruikers bijhoudt, en mikt op beloftevolle overnames zoals die van virtual reality-specialist Oculus. Een deel van de omzet komt ook uit spelletjes, maar die tak scoort slecht. Vorig kwartaal zakte de omzet daarin met 19 procent. Dé hamvraag is of de gebruikers geen andere oorden zullen opzoeken, of Facebook gewoon beu worden en er minder tijd op gaan spenderen.

5 Amazon.com

De e-commercegigant van Jeff Bezos hoort doorgaans niet tot de superfavorieten. Toch spurtte het aandeel dit jaar al twee derde hoger, waardoor het Walmart heeft ingehaald als grootste winkelketen ter wereld. Amazon  kan al jaren met een dubbelcijferige omzetgroei uitpakken. Het enige probleem: voorlopig maakt de onderneming daar amper winst mee. Het aandeel noteert tegen 200 keer de verwachte winst voor 2016, en tegen 50 keer de vrije cashflow. Astronomisch hoog. Slechts als Amazon de marges ooit kan opkrikken omdat het zijn concurrenten heeft weggespeeld en de groei overeind blijft, zit er nog veel potentieel in.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud