analyse

Beleggen met de geur van buskruit

©BLOOMBERG NEWS

Het lijkt cynisch, maar als de oorlogstrom klinkt zijn er beurskoopjes te doen. Vaak overreageren beleggers. Ook het raketvuur in het Midden-Oosten is eerder een koopkans, zeggen marktwatchers.

In napoleontische tijden wisten ze het al. ‘Koop bij het geluid van kanongebulder, verkoop bij het geluid van de vredestrompet.’ Ofwel: de start van een oorlog is een koopkans omdat paniekerige beleggers overreageren en aandelen in de uitverkoop zetten. Omgekeerd reageren diezelfde beleggers al te uitgelaten bij het einde van het conflict, wat de koersen omhoogjaagt.

Het wapentuig is sindsdien veranderd, maar voorts blijkt die twee eeuwen oude bankierswijsheid verrassend goed bestand tegen de tijd. Guy Lerminiaux, hoofd aandelenbeleggingen bij Degroof Petercam, haalt het citaat van onder het stof om het huidige Amerikaans-Iraanse wapengekletter te duiden.

‘Als je naar een lange lijst militaire conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog kijkt, merk je dat de beurs daar gemiddeld gezien geen hinder van ondervond’, zegt Lerminiaux. ‘Integendeel, aandelen gaan in de eerste maanden na het uitbreken van het conflict typisch hoger. De beursnervositeit bij de start is dus een koopgelegenheid.’

70
olieprijs
UBS acht een olieprijs boven 70 dollar onwaarschijnlijk in de komende kwartalen.

Dat moet ook blijken uit een oplijsting van 17 conflicten - inclusief beide Golfoorlogen - die het beurshuis JPMorgan maakte. Gemiddeld stond de Amerikaanse aandelenindex S&P500 één maand na de start van het conflict op 2 procent winst. Na drie maanden was dat al 3 procent. En jawel, ook ditmaal verwacht JPMorgan een rebound voor koersen die schichtig reageren op elk nieuw salvo in het conflict tussen Iran en de VS, met de liquidatie van de Iraanse generaal Qassem Soleimani en vergeldende raketaanvallen op twee Amerikaanse basissen als voorlopige hoogtepunten.

Deutsche Bank-strateeg Jim Reid verwoordt het buikgevoel wanneer hij stelt dat ‘geopolitiek risico in het heetst van de strijd altijd veel erger lijkt voor de markten dan bij een latere terugblik het geval is’. Beleggers overreageren dus doorgaans, tot natuurlijk de Derde Wereldoorlog echt eens uitbreekt.

Opportunistisch

Lerminiaux had een gelijkaardig gevoel bij de droneaanvallen op Saoedische olieinstallaties in september, waarbij 5 procent van ’s werelds olieproductie lam kwam te liggen. ‘Ik had toen meer marktimpact verwacht’, zegt hij. De olieprijs knalde meteen fors hoger, maar de rust keerde vrij snel weer. Een patroon dat zich de voorbije week min of meer herhaalde: stijgende goud- en olieprijzen en dalende aandelenkoersen direct na een aanval, met daags nadien een gedeeltelijke ommekeer. Alsof beleggers van de volatiliteit profiteerden om opportunistische ‘buy the dip’-koopjes te doen.

Er zijn dan ook meerdere redenen om vandaag als belegger niet gillend weg te rennen van de Iraans-Amerikaanse oorlogsspanning. Behalve voor de stimulerende centrale banken, een herstellende wereldeconomie en veronderstelde terughoudendheid bij zowel het Witte Huis als het Iraanse regime, is een cruciale rol weggelegd voor de olieprijs. Zolang die niet explodeert door een militaire escalatie in het Midden-Oosten, is er volgens marktwatchers weinig reden tot ongerustheid.

De olieprijs is vaak de schuldige als een oorlog toch tot beursellende leidt, leert het lijstje van JPMorgan. Neem de Jom Kipoeroorlog in 1973. Zes maanden na het uitbreken van dat Israëlisch-Arabische conflict stond de S&P500 op een verlies van 15 procent. Er volgde immers een olie-embargo dat de prijs van het zwarte goud de stratosfeer injoeg en de wereldeconomie de adem afsneed.

Vandaag noteert een vat Brent-olie nog altijd onder het niveau van na de aanval op Saoedische installaties in september. De prijs ging de voorbije week even boven 70 dollar, maar staat daar alweer ruim onder. De analisten van het beurshuis UBS achten een olieprijs boven 70 dollar onwaarschijnlijk in de komende kwartalen. Ze wijzen op het overaanbod in de oliemarkt, waar de VS met hun schalieolie een belangrijke producent geworden zijn.

Aandelen gaan in de eerste maanden na de start van een conflict typisch hoger.
Guy Lerminiaux
hoofd aandelenbeleggingen Degroof Petercam

En er is meer. ‘Niet alleen is de olieproductie meer geografisch gespreid dan vroeger en dus minder afhankelijk van het Midden-Oosten, maar de economie is ook minder afhankelijk van olie geworden in vergelijking met de jaren 70’, vertelt Vincent Juvyns, strateeg bij JPMorgan Asset Management. Hij wijst voorts op de overvloedige reservecapaciteit, met Saoedi-Arabië dat zijn productie bewust beperkt om de prijs te ondersteunen. ‘Als de olieprijs te snel zou stijgen, zullen de Saoedi’s op vraag van de VS de kraan snel weer opendraaien. Ze willen Amerika te vriend houden.’

Deutsche Bank gelooft dan weer dat Iran geen gerichte aanvallen op lokale olie-infrastructuur zal uitvoeren. De redenering is dat zo’n aanval de Amerikaanse vijand minder pijn zou doen dan Aziatische olieklanten, omdat de VS zelf massaal olie oppompen. Bovendien zijn de installaties beter beschermd sinds de aanvallen in september. Door olie te ontzien zou het effect van verdere militaire escalatie op de olieprijs beperkter zijn.

Als een oorlog de olieprijs toch de hoogte injaagt, zou dat neerkomen op een extra belastingfactuur voor de economie. JPMorgan schat dat een aanbodschok die de olieprijs een jaar lang 10 dollar per vat duurder zou maken de wereldeconomie 0,15 procent groei zou kosten. Al kunnen de VS als olieproducent opnieuw buiten schot blijven als de duurdere olie zich vertaalt in een investeringsboost in de nationale sector, een dynamiek die de voorbije jaren al zichtbaar was.

Een olieprijsschok zou het plaatje voor de centrale banken veranderen, benadrukt Juvyns. ‘Een olieklim zou wegen op de koopkracht én het slechte type inflatie creëren voor centrale banken. Dan krijgen we een ander verhaal.’ Een waarbij centraal bankiers gedwongen worden het roer om te gooien op een moment dat de wereldeconomie niet klaar is voor een strakker beleid.

Goud

Het is een van de redenen waarom goud volgens de zakenbank Goldman Sachs een betere indekking voor de oorlogsdreiging vormt dan olie. Goud geldt van nature als een verzekering tegen inflatie, een fenomeen dat geassocieerd wordt met oorlog omwille van hogere defensie-uitgaven. De goudprijs steeg de voorbije week naar zijn hoogste peil in zeven jaar. Het edelmetaal heeft al even de wind in de zeilen, terwijl Goldman Sachs de olieprijs geen stand ziet houden. De zakenbank signaleert dat goud het ook prima deed in de aanloop naar voorgaande conflicten, zoals beide Golfoorlogen en de 9/11-aanslagen.

Met die aanloopperiode naar oorlogen is iets vreemds aan de hand, concludeerde een academische paper uit 2011. De onderzoekers, onder meer van de universiteiten van Zürich en Trier, hadden het over een ‘oorlogsraadsel’, al ligt het in lijn met het hoger vermelde buikgevoel. In de aanloop naar een conflict dalen de aandelenkoersen naarmate de kans op oorlog toeneemt. Niets vreemds tot dusver. Maar zodra de oorlog effectief losbarst - en de kans dus naar 100 procent stijgt - gaan de koersen hoger. Het doet denken aan het napoleontische gezegde, maar dan vervroegd naar de periode vóórdat de kanonnen bulderen.

Voorlopig wijzigen wij niets aan de positionering van onze portefeuille.
Vincent Juvyns
strateeg JPMorgan Asset Management

Bij de eerste Golfoorlog, die begon met de Iraakse inval in Koeweit in augustus 1990, stond de S&P500 na één week op een verlies van 5,7 procent. Bij een verrassingsoorlog zonder aanloop is zo’n verlies te verwachten, aldus de onderzoekers. De daaropvolgende start van operatie Desert Storm, met Amerikaanse bombardementen van Iraakse stellingen, luidde een drastische ommekeer in, met 3,7 procent dagwinst voor de S&P500 en een implosie van de olieprijs. Een gelijkaardig plaatje bij de tweede Golfoorlog (2003), toen in de drie maanden van oorlogsdreiging vóór het conflict olie gestaag duurder werd en de S&P500 goed 10 procent verloor. Zodra oorlog onafwendbaar werd, keerden de koersen.

Sommigen waarschuwen dat de koersen vandaag wel eens plots kunnen zakken, maar dan om een eigentijdse reden. De beurs is helemaal in de ban van momentumbeleggers, waarbij stijgende koersen extra kopers lokken en de stijging gaande houden. Het gevaar is dat een oorlog dat momentum breekt, met een rit bergaf als gevolg.

Toch zien de meesten het zover niet komen. Met dank aan het overvloedige manna van de centrale banken, die met hun uiterst soepel beleid een bodem leggen onder de markten. Zelfs de Amerikaanse centrale bank heeft vorig jaar haar kar gekeerd en een punt gezet achter de normalisering van haar beleid, met de belofte dat de rente nog wel even laag blijft. Volgens JPMorgan heeft zowel de Amerikaanse regering als de centrale bank nu meer aandacht voor de aandelenmarkt dan de voorbije decennia het geval was. Voor aandelen kan dat alleen maar geruststellend zijn.

Verkiezingsjaar

‘De context is zeker niet slecht voor de beurzen’, beaamt Lerminiaux. ‘Centrale banken stimuleren, de consument is in goeden doen, de werkloosheid is laag, en in de VS is een verkiezingsjaar meestal een goed beursjaar. Bovendien is de handelsoorlog veel belangrijker voor de markten en de economie dan de spanningen in het Midden-Oosten.’ En die Amerikaans-Chinese handelsoorlog lijkt te bekoelen met de geplande ondertekening van een tussentijds akkoord volgende week.

Bovendien is de vrees voor een escalatie van het Iraans-Amerikaanse conflict afgenomen na Teherans mededeling dat met zijn raketaanvallen deze week de ‘evenredige’ vergeldingsmaatregelen ‘beëindigd’ zijn. Ian Bremmer, politiek analist van Eurasian Group, stelt dat Trump sowieso niet uit is op een totale oorlog met Iran. ‘Hij is afkerig van buitenlandse avonturen en wil bovenal als een dealmaker gezien worden. Iran beseft dan weer dat het een oorlog zou verliezen.’

Daarom zien professionele beleggers weinig reden om het geweer van schouder te veranderen. ‘Voorlopig wijzigen wij niets aan onze positionering’, zegt Juvyns. UBS blijft overgewogen in Amerikaanse en wereldwijde aandelen, en signaleert dat goud en de Japanse yen voor een scheut extra stabiliteit in de portefeuille kunnen zorgen. Amerikaanse defensieaandelen als Lockheed Martin en Northrop Grumman gelden ironisch genoeg eveneens als ‘veilige havens’ in deze volatiele tijden. Directer in een kanon beleggen is amper mogelijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n