Belgische aandelen brachten voorbije 20 jaar minder op dan obligaties

Arbeiders halen het logo van Dexia weg. De ondergang van Dexia en Fortis en de halvering van KBC verklaart voor een groot deel de magere prestatie van de Belgische beurs. ©EPA

Belgische aandelen brachten sinds 2001 veel minder op dan Belgische staatsobligaties. Op de heel lange termijn presteert de Belgische beurs de helft slechter dan het wereldgemiddelde.

In tegenstelling tot wat de meesten denken, was u deze eeuw niet beter af met aandelen dan met 10-jarige overheidsobligaties van Belgische bodem. Obligaties haalden een gemiddeld rendement van 5,5 procent per jaar na inflatie, aandelen leverden inclusief hun dividenden 3,3 procent op. Dat blijkt uit een studie van professoren Elroy Dimson, Paul Marsh en Mike Staunton. Zij berekenen voor de zakenbank Credit Suisse elk jaar de langetermijnrendementen van allerlei activa.

Op de heel lange termijn, sinds 1900, overtroeven Belgische aandelen wel het staatspapier met een rendement van gemiddeld 2,7 procent versus 0,6 procent. Wie zijn centen in de geldmarkt stopte, zoals een spaarboekje, zag zijn vermogen jaarlijks met 0,4 procent verdampen. Ook sinds 2001 scoort cash ondermaats met een negatief rendement van 0,6 procent per jaar. De opbrengst volstaat niet om de inflatie bij te houden. Met cash wordt u dus elk jaar armer.

Van de 90 landen die we onderzochten, presteerden alleen Oostenrijkse en Italiaanse aandelen nog slechter dan Belgische.
Paul Marsh
Professor London Business School

Wereldwijd scoort België op de lange termijn zowel met obligaties als met aandelen pover. De voorbije 121 jaar leverden de wereldwijde beurzen een rendement op van 5,3 procent per jaar na inflatie, waardoor aandelen het veel beter doen dan staatspapier (+2,1%) en cash (+0,8%). ‘Van de 90 landen die we onderzochten, presteerden alleen Oostenrijkse en Italiaanse aandelen nog slechter dan Belgische. In obligaties doen zeven landen het slechter’, zegt financieel historicus Paul Marsh van de London Business School. In 1900 was de Brusselse beurs goed voor 3,4 procent van de wereldwijde beurswaarde dankzij zijn multinationals die wereldwijd trein- en traminfrastructuur aanlegden, de aanwezigheid van machtige holdings en grote industriële bedrijven. Vandaag is België verwaarloosbaar in de wereld.

Oorlogen en inflatie

‘België heeft door zijn strategische locatie veel geleden onder oorlogen, die de economie er telkens hebben verwoest. Daarnaast kende jullie land periodes met zeer hoge inflatie’, zegt Marsh.

De onderzoekers stellen dat deze eeuw atypisch is voor de beurzen, met liefst drie grote berenmarkten. Net na de eeuwwisseling ontplofte de internetzeepbel, waarna het 7,5 jaar duurde voor Wall Street was hersteld. In 2008 volgde de financiële crisis. Brussel leed daar wegens het grote gewicht van de banken extra onder. Van het oude Fortis schiet enkel nog de verzekeraar Ageas over op de beurs. De Dexia-aandeelhouders verloren alles. KBC bengelt nog altijd op de helft van de koers van voor de crisis. ‘De drie grootbanken vertegenwoordigden begin 2008 iets meer dan de helft van de totale beurswaarde in Brussel. De sector is verschrompeld tot 12 procent van de FTSE Belgium Index’, zeggen de onderzoekers. De Bel20 noteert nog altijd een vijfde onder zijn record van 2007.

De covidcrisis ontlokte de derde berenmarkt. ‘Corona leidde tot de snelste crash ooit na die van 1987’, zegt Marsh. ‘In amper 23 dagen viel de beurs 35 procent terug. Daarna volgde het snelste herstel ooit, dankzij de nooit geziene monetaire en begrotingsstimulus, en vervolgens door de vaccins.’ De pandemie woog extra zwaar op de Brusselse beurs, want de gesloten horeca deed het grootste bedrijf, de brouwer AB InBev, kelderen.

Obligaties scoorden de voorbije 20 jaar veel beter dan verwacht. Door de nooit geziene renteverlagingen en obligatieaankopen door de centrale banken, zakte de rente voor het eerst in de geschiedenis onder nul. Langetermijnobligaties stegen fors in waarde.

Blijf lang genoeg

De onderzoekers benadrukken dat het cruciaal is lang genoeg in de markt te blijven. ‘Ondanks de dips die zeer lang kunnen duren en waarbij soms meer dan de helft van het vermogen tijdelijk verdwijnt, brengen aandelen nog altijd het meeste op van alle activa’, zegt Marsh. ‘Wie dacht dat je met staatsobligaties veiliger bent: dat klopt niet. Ook obligaties kenden periodes waarin ze ruim de helft crashten. Een portefeuille met beide beschermt je wel beter tegen de zwaarste correcties.’

1,5%
groeilanden
Sinds 1960 scoren de beurzen van de groeilanden gemiddeld 1,5 procentpunt beter dan die van de ontwikkelde landen.

Daarnaast is het belangrijk om geografisch te diversifiëren. De Amerikaanse beurs presteert al decennia superieur. Ook de groeimarkten verdienen een plaats in elke portefeuille. Sinds 1960 doen hun beurzen het jaarlijks 1,5 procentpunt beter dan de meer ontwikkelde landen. Twintig jaar geleden waren de groeimarkten goed voor 3 procent van de wereldwijde beurswaarde en 24 procent van het globale bruto binnenlands product. Dat is gestegen naar respectievelijk 14 en 43 procent.

‘Tegelijk is het risico van de groeilanden fors teruggevallen’, zegt Elroy Dimson van de universiteit van Cambridge. ‘Al zijn er grote verschillen. Landen als Zuid-Korea en Taiwan blinken uit, terwijl vooral Latijns-Amerikaanse landen als Brazilië of Argentinië slecht presteren. De Chinese beurs scoort ondanks de hoge economische groei middelmatig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud