De erfenis van de kiwiboer

ECB-voorzitter Christine Lagarde ©Frank Rumpenhorst/dpa

De nieuwe voorzitter van de Europese Centrale Bank worstelt met een exact 30 jaar oude Nieuw-Zeelandse uitvinding: de inflatiedoelstelling.

Ons leven duurder laten worden, hoe moeilijk kan dat zijn? Heel moeilijk, moest Mario Draghi ondervinden. Gedurende de acht jaar dat de Italiaan aan het hoofd van de Europese Centrale Bank stond, is hij er nooit duurzaam in geslaagd zijn 'one job' - een inflatie van 'minder dan, maar dicht bij 2 procent' - in te lossen. 

Vandaag komen de koele cijferaars van Eurostat met een raming van de inflatie in december. Waarschijnlijk stijgt die van 1 naar 1,3 procent, maar dit louter omdat een vatje olie wat duurder is geworden. Exclusief voeding en energie zou de zogenaamde 'kerninflatie' op 1,3 procent stabiliseren. In beide scenario's dus ruim onder het doel van de ECB. 

Jarenlang falen in je 'one job', het is voor niemands geloofwaardigheid goed. Daarom is de kans reëel dat de opvolgster van Draghi, Christine Lagarde, op 23 januari - datum van de eerstvolgende vergadering van Europese centraal bankiers - de aftrap zal geven van een breinstorm. Een breinstorm waar de ECB haar huidig 'instrumentarium', doelstelling, boordtabel etc, kritisch tegen het licht belooft te houden. 

De oorzaak van al dat getob ligt eigenlijk bij een kiwiboer, de (uiteraard) Nieuw-Zeelander Don Brash. Brash nam in 1988 ontslag als de New Zealand Kiwifruit Authority om gouverneur van de lokale centrale bank te worden.

Nieuw-Zeeland kampte al heel de jaren zeven en tachtig met hardnekkig hoge inflatie. Brash gaf in een gesprek met The New York Times het voorbeeld van een oom die in 1971 zijn appelboomgaard verkocht had en de opbrengst in staatspapier belegd had. Tegen de vervaldag was hij door de hoge inflatie 90 procent van zijn inleg kwijtgespeeld.

De inflatiedoelstelling was het sluitstuk van radicale economische hervormingen die de sociaaldemocratische minister van Financiën Roger Douglas in de tweede helft van de jaren tachtig doorvoerde. Hervormingen die culmineerden in de nieuwe wet voor de centrale bank, de Reserve Bank of New Zealand Act van 20 december 1989.

Als eerste ter wereld kreeg de RBNZ een formele inflatiedoelstelling bij. Populair was het nieuwe keurslijf voor de economie niet, merkte Brash in zijn memoires op. 'Een vastgoedontwikkelaar vroeg hoe lang ik precies was. Kwestie dat hij kon berekenen hoeveel koord hij nodig had om mij op te hangen van een lantaarnpaal in Lambton Quay (het hart van het financieel district van Wellington, red.).'

Probleem is alleen dat wat centraal bankieren betreft het kiwimodel té goed bleek te werken. 30 jaar later is het probleem niet langer te veel inflatie, maar wel te weinig. Zeker voor centraal bankiers die 'een beetje inflatie' als een soort smeermiddel voor de economie zien.

En populair maken centraal bankiers zich er nog altijd niet mee: wat ooit als een experiment aan het uiteinde van de wereld begon, is nu wereldwijd op een piëdestal gezet. Zelfs in die mate dat Draghi een slordige 2.600 miljard in de strijd gooide om het leven duurder te maken, wat hem zeker in Duitsland bepaald niet geliefd maakte.

Lagarde is aan een charme-offensief begonnen door naarstig Duits te leren. Als de Française op één van de komende persconferenties vlotjes Gezielte längerfristiges Refinanzierungsgeschäft van de tong kan laten rollen, dan moet de breinstorm over de inflatie relatief gezien een makkie worden. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud