Advertentie

Dit jaar al 500 miljard dollar in nulrentende obligaties

Het hoofdkantoor van de ECB in Frankfurt. De rente gaat al jaren één richting uit: lager. ©EPA

Het nulrentebeleid van centraal bankiers lijkt beleggers niet tot minder, maar tot meer sparen aan te zetten. In het eerste halfjaar stopten ze bijna 500 miljard dollar in obligatiefondsen.

487 miljard dollar (435 miljard euro). Dat is het bedrag dat beleggers in de eerste helft van 2019 in obligatiefondsen stopten, leren data van het onderzoeksbureau Morningstar die de zakenkrant Financial Times kon inkijken. De toevloed is drie keer groter dan in de eerste helft van 2018 en de grootste sinds het crisisjaar 2009.

De rush kan op het eerste gezicht verrassen. Beleggers lopen storm voor activa die in veel gevallen nul of minder dan nul renderen als gevolg van het beleid van 's werelds centraal bankiers. De Amerikaanse centrale bank knipte vorige maand voor het eerst in tien jaar in de rente, bij de Europese Centrale Bank heeft afscheidnemend voorzitter Mario Draghi al aangegeven dat de beleidsrente in september nog dieper onder nul zal zakken.

Driebanden

In theorie doen centraal bankiers aan 'monetair driebanden': door de rente op obligaties tot nul te herleiden herleiden ze schuldpapier van risicovrij rendement naar rendementsvrij risico. Zo hopen ze beleggers bijna manu militari naar risicodragend kapitaal te sturen, zoals aandelen en bedrijfsobligaties. En die toevloed aan goedkoop geld moet bedrijven aanzetten om meer te investeren, wat de groei en de inflatie een boost moet geven. 

De praktijk is anders, leren de data van Morningstar. Voor veel beleggers is kapitaalbescherming en een zeker inkomen - hoe laag ook - nu belangrijker dan een hoog (potentieel) rendement. Zeker nu de donkere wolken boven de wereldeconomie zich samenpakken: steeds meer beleggers gaan uit van op zijn minst een forse groeivertraging, of je dat nu recessie noemt of niet is eigenlijk naast de kwestie. 

Merk op dat beleggers zelfs bij obligaties die minder dan nul renderen overheden niet 'betalen' om hun geld bij hen te mogen parkeren. Ze ontvangen nog altijd een positieve jaarlijkse coupon op hun papier. Alleen betalen ze nu een forse premie voor dat schaarse goed, die zekere jaarlijkse coupon.

Langlaufer

Het meest extreme voorbeeld is de honderdjarige Oostenrijkse obligatie. Voor die 'langlaufer' betalen beleggers nu 192 euro voor het 'recht' om in september 2117 van Wenen 100 euro terugbetaald te krijgen. Daardoor is het effectief jaarlijks rendement van de twee jaar geleden uitgebrachte obligaties nu herleid tot 0,7 procent, een derde van de nominale coupon van 2 procent. 

Die honderdjarige obligatie illustreert ook dat obligaties tegen ogenschijnlijk 'zotte' prijzen kopen rendabel kan zijn. Wie de langlaufer tegen 150 procent van de nominale waarde kocht, zit nu al op een papieren koerswinst van meer dan 25 procent. 

Volgens Robert Tipps, hoofdstrateeg bij de vermogensbeheerder PGIM, zijn beleggers sinds de beurscrisis van eind 2018 veel risicoaverser geworden. 'Met verouderende maatschappijen en een toevloed van spaargeld zijn de obligatiemarkten aantrekkelijk', zegt Tipps. 'De essentie is dat beleggers een stabiel inkomen nastreven en bezorgd zijn om risico.'

Ook dat laatste is een belangrijke factor: de kans is reëel dat centraal bankiers met hun nulrentebeleid mensen ertoe aanzetten méér in plaats van minder te sparen. Want bij deze uiterst lage rentes moeten spaarders meer geld opzijzetten om voldoende geld te hebben op hun oude dag. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud