Groeiaandelen kunnen nog lang uitblinken

De Nasdaq beurs in New York. ©AFP

De Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq Composite ging deze week voor het eerst boven de kaap van 10.000 punten. Groeiaandelen zijn historisch peperduur tegenover waardeaandelen. Toch zien de meeste analisten groei nog een hele tijd uitblinken.

Waarde of groei? Het is een dilemma waar veel beleggers mee worstelen bij de keuzes om hun portefeuille samen te stellen. Daarnaast spelen fondsbeheerders in op het onderscheid om tientallen thematische fondsen aan te bieden. Sommige beleggers zijn zo rigide dat ze ofwel helemaal voor het ene of helemaal voor het andere kamp gaan. Wat is het verschil?

Bij waardeaandelen betaalt u vooral voor wat al in het bedrijf zit. U zoekt bijvoorbeeld naar een onderneming die volgens de boekwaarde 100 euro waard is, maar waar u op de beurs slechts 70 euro voor betaalt in de hoop dat de markt op lange termijn het potentieel van het bedrijf inziet en er de faire prijs op zal kleven. Bij groeiaandelen betaalt u vooral voor de toekomstige winsten die u hoopt dat het bedrijf zal binnenrijven. Het is alsof u nu 100 euro op tafel legt om binnen enkele jaren 200 euro te oogsten.

Waardeaandelen zijn doorgaans veel goedkoper dan groeiaandelen. Ze noteren goedkoper tegenover de omzet en de winst die ze maken en tegenover hun boekwaarde. De grote Amerikaanse groeiaandelen noteren tegen 27 keer hun winst, de waardeaandelen tegen 17 keer. ‘Wereldwijd is de koers-winstverhouding voor groeibedrijven gemiddeld 22 versus 13 voor hun waardetegenhangers’, zegt Christian Schmitt, portefeuillebeheerder van Ethenea. ‘Dat is een premie van 70 procent, terwijl het historische gemiddelde rond 40 procent schommelt.’

Hoger dividendrendement

Waardebedrijven leveren meestal ook hogere dividendrendementen op, omdat ze minder centen opzijhouden om te investeren in groeiprojecten. Groeibedrijven willen meestal een groter deel van de eventuele winst in de onderneming houden om hun groeitraject te financieren. Op heel lange termijn - sinds 1900 - presteert waarde net iets beter dan groei. Vooral tijdens recessies overklassen waardeaandelen de groeiaandelen. Maar niet tijdens de jongste berenmarkten. Daar gebeurde het omgekeerde.

Zowel tijdens de financiële crisis in 2008-2009 als in de huidige coronacrisis overtreffen groeiaandelen met grote voorsprong hun waardetegenhangers. Sinds Nieuwjaar kunnen de groeiaandelen uit de Amerikaanse S&P500-index uitpakken met een koerswinst van gemiddeld 5 procent, terwijl de waardeaandelen 15 procent lager bengelen. De met groeibedrijven volgestouwde Nasdaq Composite Index  steeg deze week zelfs voor het eerst door de grens van 10.000 punten.

Sinds de vorige belangrijke marktpiek in 2007 doen de groeiaandelen (+254%) het 3,3 keer beter dan de waardeaandelen (+78%), en sinds het dal in maart 2009 nog altijd bijna dubbel zo goed. De verklaring is vlug te vinden. Tijdens de financiële crisis in 2008-2009 waren de banken, die zwaar wegen in de indexen van waardeaandelen, de oorzaak en dus ook de pineut. En tijdens de huidige crisis profiteren technologiebedrijven, die het gros van de groei-indexen uitmaken, van het vele thuiswerk, de boomende onlinehandel en hun resistente business. Technologie is de grote winnaar van de pandemie.

Heel wat Amerikaanse techbedrijven zijn nog interessant. De situatie is niet vergelijkbaar met de techbubbel in 2000.
Ron Temple
Hoofd Amerikaanse aandelen Lazard Asset Management

‘Groei overtreft al 13 jaar waarde’, vat Randeep Somel, portefeuillebeheerder van M&G Investments, samen. ‘Door de aanhoudend lage rente zoeken beleggers wereldwijd naar groeiaandelen. Dan kom je automatisch terecht bij de Amerikaanse techbedrijven, zelfs de kleinere, die met een erg sterke groei uitpakken. Ze groeien niet alleen mee met de markt, maar nemen bovendien marktaandeel van anderen af. We kunnen het beleggersuniversum indelen in de ‘disruptors’ - diegenen die de markt verstoren - en de ‘disrupted’ - diegenen die de verstoring moeten ondergaan. Dat komt grotendeels overeen met het verschil tussen de groei- en waardeaandelen. Zolang de rente laag blijft, moet groei beter blijven presteren.’

Optimisme

De voorbije weken is echter een beperkte sectorrotatie op gang gekomen. De banken, industriële sectoren als auto’s en staal, en energiebedrijven deden het beter dan het marktgemiddelde. Het optimisme over een snelle economische remonte en de geldinjecties van de centrale banken deden beleggers naar de meest achtergebleven sectoren grijpen. Tegenover de defensieve farma-industrie presteerden banken de voorbije drie weken een kwart beter. Toch is er geen reden om te denken dat het om een structurele inhaalbeweging gaat. ‘Op korte termijn kan de enorme waarderingskloof wat verkleinen, nu de economie niet op het allerslechtste scenario lijkt af te stevenen. Maar op lange termijn zal de gunstiger trend voor groeiaandelen aanhouden’, denkt Schmitt. ‘De nieuwe concurrenten beperken de potentiële groei van de waardeaandelen van vandaag. Dat doet vraagtekens rijzen over de intrinsieke waarde van hun business. In een scenario van stagnerende of zelfs terugvallende intrinsieke waardes blijven veel waardeaandelen onaantrekkelijk en zullen ze eindigen als ‘value traps’.’

©Mediafin

‘Waardeaandelen zijn spotgoedkoop tegenover groeiaandelen. Maar wat goedkoop is, kan nog goedkoper worden. Het moment om waarde te verkiezen boven groei is nog niet aangebroken’, stelt Vincent Juvyns, strateeg van JPMorgan Asset Management. ‘Daarvoor zouden in de eerste plaats de banken moeten uitblinken. Zij vormen met een weging van 20 à 25 procent het zwaargewicht in de Value-indexen van de indexberekenaar Russell. Dat zien we niet gebeuren. Voor een structureel koersherstel van de banken is een hogere inflatie en een hogere rente nodig, want bij een lage rente verdienen de banken weinig geld. De centrale banken zullen de rente nog heel lang heel laag houden. En inflatiegevaar zien we niet. De olieprijs is wat gestegen, maar is niet inflatoir want de vraag blijft door het fors teruggevallen verkeer en de zwakke economie ondermaats. De oliesector, een ander zwaargewicht in de Value-indexen, zien we bijgevolg ook niet superieur presteren. Wij zien geen katalysatoren om voor waardeaandelen te kiezen.’

Tech superieur

Juvyns verkiest Wall Street en de Chinese beurs omdat daar meer technologiebedrijven zetelen. ‘Dat is meteen de grote verklaring waarom de Amerikaanse beurzen veel beter presteren dan de Europese. Als je Wall Street zonder de technologie berekent en Europa zonder de banken, dan zijn de beursprestaties identiek (zie grafiek).’

De JPMorgan-strateeg wijst erop dat technologie, met enkele uitzonderingen in de tijd, bijna altijd duur geweest is maar op termijn superieur presteert. ‘De huidige waarderingen in de technologiesector zijn terecht op basis van de toekomstige winsten. Eind jaren 90 noteerde Microsoft  tegen een waanzinnig hoge koers-winstverhouding van 99. Maar zelfs wie toen instapte, deed een gouden zaak. Al was het vanzelfsprekend nog beter als je het aandeel in 2009 tegen amper 9 keer de winst had gekocht.’

©Mediafin

Juvyns benadrukt dat een strikt onderscheid tussen waarde en groei niet ideaal is als strategie. ‘Er zijn in beide domeinen goede en slechte bedrijven. Voor stijlbeleggen is het nog veel te vroeg. Je moet naar de sterke individuele verhalen kijken, en die zijn in elke stijl te vinden.’ Dat is ook de mening van Ron Temple, hoofd Amerikaanse aandelen bij Lazard Asset Management: ‘Het debat tussen groei- en waardeaandelen vormt een valse keuze. Een bedrijf kan perfect beide combineren. Kijk naar Alphabet : de internetreus boven Google is tegelijk goedkoop met veel waardekenmerken en groeit als kool.’

Zolang de rente laag blijft, moeten groeiaandelen beter blijven presteren dan waardeaandelen.
Randeep Somel
Portefeuillebeheerder M&G Investments

‘Heel wat Amerikaanse techbedrijven zijn nog interessant’, zegt Temple. ‘De situatie is niet vergelijkbaar met de techbubbel in 2000, toen veel dure technologiebedrijven kampten met lage cashflows en zwakke balansen. Nu pronken veel grote techbedrijven met balansen zo solide als een rots en met sterke, houdbare en groeiende cashflows. In de coronacrisis hebben ze hun competitieve voordelen nog meer in de verf kunnen zetten. Beleggers zijn bereid voor zo’n kwaliteit meer te betalen.’ ‘De voorbije 40 jaar leerden ons dat je niet moet kiezen tussen groei of waarde, maar voor kwaliteit’, vat Temple samen. ‘Zoek eerder naar bedrijven met een sterk en duurzaam rendement op eigen vermogen. Die presteren beter.’

De langdurig lage rente maakt beleggers bereid hogere waarderingen te betalen voor toekomstige winsten. Daarom denkt Temple dat de waarderingsratio’s van groeibedrijven en ondernemingen met voorspelbare cashflows en hoge dividenden nog hoger kan. Hij is sceptisch over een aantal banken en nutsbedrijven wegens hun lage rendement op eigen vermogen, de traditionele energiespelers wegens de klimaatverandering, en de makers van consumentenproducten omdat die relatief duur zijn. Hij ziet ook Wall Street verder uitblinken.

‘Mijn grote vrees is dat de VS de coronacrisis slecht aanpakken, waardoor nieuwe lockdowns nodig zijn. In sommige staten als Florida en Californië stijgt het aantal besmettingen nog. Maar de ongeziene stimuli van de Federal Reserve en de overheid bieden compensatie. Ook Europa kan eindelijk ontluiken nu de Europese Centrale Bank meer doet, en zelfs de politieke leiders in Duitsland de gezamenlijke uitgifte van obligaties lijken te accepteren. Dat kan een structurele gamechanger zijn in Europa.’

Te zwaar afgestraft

Ook Damien Lanternier van de Franse vermogensbeheerder DNCA Investments ziet wat in Europa. In tegenstelling tot de meeste andere analisten voorspelt hij wel een nakende inhaalbeweging van de waardeaandelen. ‘De waarderingskloof is te groot geworden. Financiële instellingen genieten onze voorkeur. Ze zijn te zwaar afgestraft, terwijl de economie niet op het allerslechtste scenario lijkt af te stevenen. Ook veel Europese telecomaandelen zijn heel laag gewaardeerd, terwijl hun resultaten goed weerstand bieden in deze crisis.’

Het debat tussen groei- en waardeaandelen vormt een valse keuze. Een bedrijf kan perfect beide combineren.
Rom Temple
Hoofd Amerikaanse aandelen bij Lazard Asset Managemen

Hij sluit echter niet uit dat de waarderingskloof ook gedicht kan worden door een grotere terugval van de groeiaandelen. Over het algemeen is DNCA heel voorzichtig omdat het groeitempo niet anders kan dan vertragen. Voorzichtigheid troef geldt bij bijna alle beurshuizen en vermogensbeheerders. De vrees voor een heropflakkering van het virus blijft groot, en het is niet zeker hoe snel of in welke mate de economie zelfs dankzij de stimuli zal herstellen. Mensen en bedrijven moeten centen niet alleen kunnen maar ook willen uitgeven. En dat is in deze coronatijden minder evident dan ooit. 


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud