‘Handelsoorlog via munt uitvechten is slecht voor Europa'

Amerikaans president Donald Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping, tijdens de recente G20-top in Japan. ©REUTERS

Nu China een verzwakking van zijn munt in de strijd gooit, dreigt de handelsoorlog ook Europa en de groeilanden pijn te doen.

‘Cracking 7’ gold in het valutawereldje als een belangrijke grens. Een grens die maandag werd doorbroken toen de yuan voor het eerst sinds 2008 verzwakte tot voorbij de psychologische drempel van 7 yuan per dollar.

Het was een grens die de Chinese centrale bank lange tijd met hand en tand verdedigde. Totdat ze maandag de wisselkoers waarrond ze een maximale schommeling van 2 procent toelaat, verlaagde naar 6,9225 yuan, voldoende om de markt de koers voorbij 7 yuan te laten duwen.

Muntmanipulator

China had het voorbije jaar de yuan al geleidelijk laten dalen tegenover de dollar. Zo kon het de Amerikaanse importtarieven deels neutraliseren, omdat Chinese producten in dollar goedkoper worden als de yuan verzwakt.

Maar ‘7’ was de limiet, niet alleen omdat het doorbreken ervan Trump zou kunnen provoceren om China als muntmanipulator te brandmerken, maar ook omdat het land een herhaling van 2016 wilde vermijden. Een onhandige devaluatie van de yuan leidde dat jaar tot kapitaalvlucht uit China. De overheid kreeg die maar onder controle door honderden miljarden van haar valutareserves te spenderen aan yuan-aankopen en door kapitaalcontroles.

Strijdvaardigheid

Nadat Trump eind vorige week heeft verrast met een verse lading importtarieven, is China wel bereid het risico van een verdere devaluatie te nemen. In de eerste plaats omdat het gewoonweg minder Amerikaanse producten invoert en dus minder tarieven kan heffen.

Een verdere verzwakking van de yuan zou voor Europa schadelijker zijn dan de wapens die tot nog toe zijn ingezet in dit handelsconflict.
Peter Vanden Houte
hoofdeconoom ING België

‘Maar het illustreert ook de toegenomen Chinese strijdvaardigheid’, zegt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België. ‘China beseft dat het meer tijd heeft dan Trump, die begin 2020 een deal moet hebben met het oog op zijn herverkiezingscampagne.’

‘De vraag is of deze devaluatie de aanzet tot een verdere verzwakking van de yuan betekent’, vervolgt Vanden Houte. ‘Zal de Chinese centrale bank tegengas geven, of is de bodem weg nu we de 7 gepasseerd zijn?’ Veel analisten zien de yuan alvast verder wegglijden richting 7,2 tot 7,3.

Voor de wereldeconomie zou een verdere daling van de yuan ‘een slechte zaak’ zijn, waarschuwt Vanden Houte. ‘China is de grootste groeimarkt. Als het zijn munt verzwakt, betekent dat een concurrentieel nadeel voor andere landen in de regio. Er dreigt dan besmetting, met neerwaartse druk op andere munten om het nadeel weg te werken. Munten van groeilanden zijn daar gevoelig voor, net als voor de uitstroom van buitenlands kapitaal.’

Adem afsnijden

Munten zoals de Zuid-Koreaanse won en de Indiase roepie gingen maandag alvast mee naar beneden. In het ergste geval zullen lokale centrale banken de rente moeten optrekken om hun munt te stabiliseren, wat de economie de adem afsnijdt.

Als de handelsoorlog verder uitgevochten wordt via devaluaties, is dat ook slecht nieuws voor Europa. ‘Het zou schadelijker zijn dan de wapens die tot nog toe ingezet zijn in dit conflict. De impact op andere landen viel voorlopig goed mee, onder meer omdat China zijn groeivertraging compenseerde via stimulering van de binnenlandse vraag. Dat was goed voor Europese exporteurs. Maar een goedkopere yuan dreigt niet alleen de vraag naar duurdere Europese producten te drukken, via de goedkopere import van Chinese goederen valt ook de Europese inflatie verder terug’, zegt Vanden Houte.

Valutaoorlog

Een kleine troost is misschien dat het voor Trump niet evident is om een valutaoorlog te ontketenen. De Chinese overheid heeft dan wel een redelijke controle over haar munt, voor een marktgedreven munt als de dollar ligt dat moeilijker.

‘Het is voor Trump een stuk lastiger om te zeggen dat hij de dollar zal laten dalen’, stelt Vanden Houte. ‘Hij zou de centrale bank de opdracht moeten geven te interveniëren, wat niet evident is. Bovendien is een tussenkomst van de centrale bank beperkt qua volume. De centrale bank moet het vooral van woorden hebben, in de hoop met een duwtje de markt te doen bewegen. Maar dat is heel moeilijk als de markt van oordeel is dat de economische fundamentals dat niet rechtvaardigen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect