analyse

Hoe kwetsbaar is de economie voor olieterreur?

De beschadigde olieraffinaderij in het Saoedische Abqaiq. ©REUTERS

De aanslag op de achilleshiel van de oliemarkt legt vervelende waarheden bloot. Hij bevestigt hoe afhankelijk de wereld blijft van Saoedische olievelden, terwijl die kwetsbaarder lijken dan ooit. Dat de marktreactie al bij al beperkt bleef, zegt dan weer veel over het economische pessimisme.

Het was de aanval op kritische olie-infrastructuur die energieveiligheidsexperts al decennia wakker houdt. ‘The Big One’, klonk het. Enkele goed gemikte drones - en waarschijnlijk ook kruisraketten - op een reuzenraffinaderij en een olieveld in Saoedi-Arabië schakelden vorig weekend 5 procent van ’s werelds olieproductie uit. Het verlies van 5,7 miljoen olievaten per dag was de grootste aanbodschok ooit voor de oliemarkt.

Een aanslag als die in Saoedi-Arabië had vroeger het alarm doen luiden voor de wereldeconomie. Ditmaal is de reactie vrij ingetogen.
Guy Lerminiaux
hoofd aandelen beleggingen bij Bank Degroof Petercam

Toen de grondstoffenmarkten maandag openden, was de reactie navenant. De olieprijs knalde meteen 20 procent hoger, de steilste klim sinds de Iraakse inval in Koeweit 29 jaar geleden. Maar tegen het einde van de dag was de winst al teruggevallen tot 12 procent. Dinsdag ging er nog eens zo’n 6 procent af van de prijs van een vat Brent-olie, die op 65 dollar finishte. Dat was 5 dollar duurder dan de prijs vóór de aanslagen, wat toch een bescheiden risicopremie is voor de gevreesde Big One.

Marktimpact

‘Ik had een grotere marktimpact verwacht door de omvang van de productievernietiging. Niet alleen een fors duurdere olieprijs, maar ook meer turbulentie in andere markten zoals die van de valuta en aandelen’, zegt Guy Lerminiaux, die als hoofd aandelenbeleggingen bij Degroof Petercam een brede kijk op de markten heeft. ‘Zo’n aanslag had vroeger meteen het alarm doen luiden voor de wereldeconomie, zoals bij de olieschokken in de jaren 70. Ditmaal is de reactie vrij ingetogen.’

Ook UGent-professor Thijs Van de Graaf, een expert in energiebeleid en internationale politiek, wijst op de ongewoon onderkoelde marktreactie. ‘De olieprijs staat nog altijd laag in vergelijking met 5 à 10 jaar geleden. Zeker als je weet dat de oliemarkt de jongste tijd de ene disruptie na de andere gekend heeft: de Amerikaanse sancties tegen olieproducent Iran, de crisis in Venezuela, problemen bij een belangrijke Russische oliepijpleiding. In elk ander decennium zou dit een prijsschok veroorzaakt hebben, vandaag niet.’

Van de Graaf ziet twee belangrijke verklaringen. De eerste is de spectaculaire boom in Amerikaanse schalieolie de voorbije vijf jaar, waardoor de VS intussen ‘s werelds grootste olieproducent zijn met ruim 12 miljoen vaten per dag. Dat geeft de markt een extra buffer.

Zorgwekkend

Mogelijk nog belangrijker is de zorgwekkende toestand van de wereldeconomie. ‘De economie heeft het moeilijk, en de vooruitzichten zijn evenmin goed. Dat zet een rem op de olievraag’, stelt Van de Graaf. ‘Tegelijk is de verstoring van het aanbod onvoldoende groot. De beschikbare reserves volstaan ter compensatie. Bij een militaire escalatie in het Midden-Oosten kan de risicopremie toenemen, maar voorlopig wijst de pijl voor de olieprijs in de andere richting door de zwakke economie.’ Donderdag waarschuwde de denktank OESO nog dat westerse economieën meer dan verwacht lijden onder de handelsspanningen, met de AmerikaansChinese handelsoorlog op kop.

Bovendien zijn al die economieën de voorbije decennia minder afhankelijk geworden van olie, wat volgens Lerminiaux de bescheiden prijsstijging helpt te verklaren. ‘Omdat het belang van de industrie in de economie gekrompen is ten voordele van diensten en technologie, is ook het belang van olie gekrompen tot pakweg een derde van wat het ooit was.’ De totale olievraag blijft wel stijgen, maar de economie draait gemiddeld op minder olie-intensieve activiteiten.

Daarnaast zijn lessen getrokken uit de oliecrisis van de jaren 70. Toen het Midden-Oosten in 1973 de oliekraan naar het Westen in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog dichtdraaide, ging de olieprijs maal vijf. ‘Landen hadden toen geen reservevoorraden, vandaag wel. Al mag de huidige productiestoring niet te lang duren’, zegt Hans van Cleef, energie-econoom bij ABN AMRO.

Oliebuffers

De oliebuffers staan sinds de aanslag volop in de schijnwerpers. Het goede nieuws is dat er miljarden vaten voorradig zijn, zowel in de strategische reserves van overheden als in commerciële buffers. Landen die aangesloten zijn bij het Internationaal Energieagentschap (IEA) verbinden zich ertoe een noodvoorraad aan te leggen die minstens 90 dagen energieverbruik uit ingevoerde olie dekt. Vandaag bedraagt die voorraad 1,55 miljard vaten, goed voor wat de wereld verbruikt in 15 dagen. De industrie in diezelfde landen zit daarnaast nog eens op 2,9 miljard vaten, leren IEA-cijfers.

De Saoedische oliebuffer is nu opgesoupeerd. Als er nog iets gebeurt, dreigen we meteen een prijsschok te krijgen.
Hans van Cleef
energie-econoom bij ABN AMRO

Alles samen een buffer van anderhalve maand voor de wereld, wat ruimschoots moet volstaan als Saoedi-Arabië zoals beloofd tegen het einde van de maand zijn productiecapaciteit herstelt. Woensdag had de nationale oliemaatschappij Saudi Aramco al 41 procent van de verwerkingscapaciteit van de getroffen Abqaiq-raffinaderij hersteld. Via die raffinaderij - ’s werelds grootste - passeert zo’n 70 procent van de Saoedische ruwe olie om er onzuiverheden als zwavel en zware metalen uit te halen. Het maakt Abqaiq tot dé flessenhals van de oliemarkt, waarin Saoedi-Arabië nog altijd als grootste exporteur geldt.

Afhankelijk

Dat is meteen het slechte nieuws. De aanslag onderstreept hoe afhankelijk de wereld blijft van Saoedische olie. ‘Het koninkrijk is de enige producent die aanzienlijke extra capaciteit kan inzetten als een ramp de markt treft’, zegt Van Cleef. Het kan daarvoor putten uit oliebuffers in eigen land en in Rotterdam, Japan en Egypte. Saoedi-Arabië wil die reserves nu aanspreken om zijn leveringsverplichtingen na te komen terwijl het de schade herstelt. Het verklaart volgens Van Cleef waarom de markt vandaag niet panikeert.

‘Maar die Saoedische buffer is dan wel opgesoupeerd’, waarschuwt hij. ‘Als er nog iets gebeurt - een storm die de oliesector in de Golf van Mexico treft bijvoorbeeld - dreigen we meteen een prijsschok te krijgen. De oliemarkt zal de volgende maanden dan ook kwetsbaarder zijn.’ Saoedi-Arabië kan als enige ook extra productie op gang trekken en de kraan verder opendraaien, maar dan nog blijft Abqaiq een flessenhals vormen.

Ontnuchtering

De grootste ontnuchtering voor de markt is dat die flessenhals blijkbaar moeilijk te verdedigen is tegen terreur. Door Iran gesteunde Houthi-rebellen in Jemen claimen de aanslag als vergelding voor de Saoedische inmenging in de Jemenitische burgeroorlog. Saoedi-Arabië en de VS wuiven dat weg en beweren dat Iran achter de aanslag zit.

Hoe dan ook stellen veiligheidsexperts dat de Saoedi’s en Amerikanen over onvoldoende verdedigingssystemen beschikken om alle kritische olie-infrastructuur in de regio te verdedigen. En dat terwijl Riyad miljarden spendeert aan defensie, inclusief de in de VS gemaakte Patriot-luchtafweerraketten.

De aanslagen betekenen een deuk in het imago van Saoedi-Arabië als een betrouwbare energieleverancier.
Thijs Van de Graaf
professor energieveiligheid aan de UGent

‘De manier van oorlogvoeren is al even aan het veranderen’, zegt Van de Graaf. ‘Je krijgt steeds meer een hybride oorlogsvoering met propaganda, fake news, cyberaanvallen en het gebruik van drones. Zulke laagdrempelige technologie is toegankelijk voor heel wat spelers en het is niet makkelijk om je er tegen te wapenen.’ Zo zouden de aanvalsprojectielen vorig weekend op lage hoogte gevlogen hebben, buiten het bereik van radars. De analisten van het beurshuis UBS houden er rekening mee dat gelijkaardige aanslagen volgen. De voorbije maanden kwamen ook meerdere olietankers in de Straat van Hormuz onder vuur te liggen.

Geopolitiek

‘De geopolitieke spanningen in de oliemarkt staan weer op de radar’, meent Van Cleef. Volgens hem staarden veel analisten zich de jongste tijd blind op alles wat de olieprijs naar beneden kon duwen, van een afkoelende economie tot stijgende voorraden. Nu is er weer aandacht voor risico’s die de olieprijs kunnen stuwen.

Een militaire escalatie waarbij Saoedi-Arabië en de VS optreden tegen Iran is het grootste gevaar, maar Lerminiaux acht die kans klein. ‘Geen enkele van de betrokken partijen wil dat. De Amerikaanse president Donald Trump heeft geen zin in een oorlog met Iran. China zal zich gezien zijn afhankelijkheid van Saoedische olie ook verzetten.’

Ook een veel trager dan verwacht herstel van de Saoedische productiecapaciteit kan de olieprijs aanjagen. Volgens sommige experts onderschat het land de complexiteit van de herstellingswerken. Als die maanden aanslepen, raken de buffers uitgeput en kan de olieprijs tot 100 dollar of meer klimmen, waarschuwen de beurshuizen Bernstein en Evercore.

Kopwind

Dure olie zou een bijkomende kopwind betekenen voor de wereldeconomie. Hogere prijzen aan de pomp en voor stookolie komen neer op een belastingverhoging voor de consument, die minder geld overhoudt om te spenderen. Maar het huidige prijsniveau lijkt onvoldoende om de economie in een recessie te duwen.

‘Daarvoor is meer nodig. Een prijs boven 75 dollar zal beginnen te wegen’, meent Lerminiaux. Volgens hem vormt een prijs tussen 40 à 45 dollar en 60 à 70 dollar een evenwicht waarbij de wereld zich goed voelt. ‘Betaalbaar voor de consument en tegelijk voldoende hoog voor producenten die schulden moeten afbetalen. Bij een hogere prijs vrezen de Arabieren voor een dalende vraag. Bij een lagere prijs kunnen Amerikaanse schalieoliespelers in de problemen komen.’

Luchtvaartaandelen voelden maandag meteen de negatieve koersimpact van duurdere olie. Voor pijn in de brede aandelenmarkt moet de olieprijs tot 80 à 85 dollar stijgen, signaleert Marko Kolanovic van JPMorgan in een rapport. Toch ziet hij ook positieve kanten aan dure olie: meer winst voor de energiesector, die almaar belangrijker geworden is in de VS dankzij de schalierevolutie, en mogelijk een dooi in de Amerikaans-Chinese handelsspanningen.

Betrouwbaarheid

Saoedi-Arabië wacht intussen de cruciale taak om de oliemarkt te overtuigen van zijn betrouwbaarheid. ‘De aanslagen betekenen een deuk in het imago van Saoedi-Arabië als een betrouwbare energieleverancier’, benadrukt Van de Graaf. ‘Met zijn stevige defensiebudget en zijn alliantie met de VS komt dat toch als een verrassing. Ook groeimarkten, en Azië in het bijzonder, zullen grondig nadenken over hun afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten.’

Azië tekent voor liefst 70 procent van de Saoedische olie-export. Vooral Japan, China en Zuid-Korea zijn grote slokoppen van Saoedische olie. ‘De aanslagen hebben de achilleshiel van de oliemarkt blootgelegd. Dat spoort Aziatische olie-importeurs aan te diversifiëren richting andere olielanden en andere energiebronnen. Ik ben zeker dat de militaire planners in Peking daarnaar kijken’, zegt Van de Graaf. ‘De Saoedi’s zullen zich moeten bewijzen als betrouwbare partner’, erkent ook Van Cleef. ‘Maar wat is het alternatief? Welk land is wel stabiel en onaanraakbaar?’

Gedisciplineerd

De VS komen in gedachten, maar hun infrastructuur is nog niet klaar voor de massale export van olie. Bovendien is de schalieoliesector gedisciplineerder geworden en investeert hij niet langer halsoverkop in nieuwe capaciteit zodra de olieprijs piekt. Dat zet een rem op de aanbodgroei.

De Amerikaanse sector en zijn bondgenoten in het Witte Huis grijpen de Saoedische disruptie niettemin aan om volop de exportkaart te trekken en de rol van het Midden-Oosten over te nemen. ‘We hebben olie en gas uit het Midden-Oosten niet nodig’, tweette Trump onlangs zelfverzekerd. De Democratische oppositie trekt een andere les en pleit voor een groene revolutie. Verschillende Democratische presidentskandidaten vragen ook een herinvoering van het olie-exportverbod dat nog maar in 2015 werd opgeheven.

China

Daarmee verschuift de aandacht weer naar China, dat nu veel meer dan de VS afhankelijk is van de internationale oliemarkt. De import van duurdere olie dreigt samen met de fors gestegen varkensprijs de Chinese inflatie aan te vuren. Een verdere devaluatie van zijn munt, waarmee Peking de voorbije maanden de impact van de Amerikaanse handelstarieven probeerde te verzachten, zou olie-import nog duurder maken.

Meteen heeft de Chinese centrale bank, die waakt over de inflatie, minder ruimte om de economie te stimuleren. Met het gevaar dat de Chinese malaise de hele regio aansteekt. Geen wonder dat the Big One voorlopig weinig indruk maakt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n