'Kleine oliebeleggers weten niet welke slachtpartij hen wacht'

Een tanker met ruwe olie meert aan in de haven van Fort Lauderdale in Florida, maar er zijn nog amper plaatsen waar de olie gestockeerd kan worden. ©AFP

De crash op de oliemarkt doet ook honderdduizenden kleine beleggers pijn. De voorbije jaren investeerden ze vooral via trackers in de oliemarkt. ‘Ze weten niet welke slachtpartij hen wacht’, waarschuwt een handelaar.

De olieprijs kelderde woensdagochtend tot bijna 16 dollar voor een vat Brent-Noordzeeolie maar herstelde in de namiddag fors tot 21 dollar, bijna een tiende hoger. De Amerikaanse referentie, de West Texas Intermediate (WTI), herstelde na een ongezien dieptepunt met ruim 20 procent naar 14 dollar per vat.

De olieproducerende landen blijven veel meer olie oppompen dan er vraag naar is, nu de meeste vliegtuigen aan de grond blijven en de fabrieken op een veel lager toerental draaien. De OPEC, de club van olieproducerende landen, en enkele andere landen kwamen overeen de productie met 10 procent terug te schroeven, een record. Maar zelfs dat volstaat niet om vraag en aanbod in evenwicht te brengen.

De prijs voor een vat WTI zakte maandag zelfs onder 0 dollar, een unicum in de geschiedenis. Omdat een groot tekort aan opslagcapaciteit dreigt, moesten handelaars tot 40 dollar betalen om een vat ruwe olie kwijt te kunnen. In het stadje Cushing in de Amerikaanse staat Oklahoma, de grootste opslagplaats ter wereld, zijn alle tanks bijna tot de nok gevuld. Ook elders in de wereld is het speuren naar tanks of tankers om nog olie te stockeren. Omdat je olie niet zomaar in de riool kan dumpen, is die opslag peperduur.

‘Dat de WTI onder 0 dollar kan duiken, ligt aan de manier waarop het contract wordt afgewikkeld’, zegt Mark Lacey, hoofd grondstoffenmarkten bij Schroders. ‘Als het contract afloopt, moet de bezitter ervan de olie fysiek in ontvangst nemen. Traders in de financiële markten kunnen dat vanzelfsprekend niet. Omdat veel contracten afliepen, wilden handelaars zelfs betalen om van de olie af te raken, zodat ze niet maandenlang voor de stockagekosten moeten opdraaien. Het contract in Brent-olie wordt niet fysiek afgewikkeld.’

United States Oil Fund

11 miljard
Olietrackers
Sinds eind februari groeiden de inlagen in de 16 populairste Amerikaanse olietrackers van 4,8 naar 11 miljard dollar.

De oliecontracten zijn niet alleen speeltjes voor doorgewinterde, professionele grondstoffenbeleggers. Iedereen kan ze met één muisklik verhandelen via zijn onlinebroker. Vorige week stroomde dagelijks tot meer dan 0,5 miljard dollar naar het United States Oil Fund, de populairste olietracker met de ticker USO. Sinds eind februari stegen de inlagen in de populairste 16 olietrackers van 4,8 naar 11 miljard dollar. Veel kleine beleggers dachten dat de olieprijs niet veel meer kon zakken, maar lijden intussen gigantische verliezen. Ook trackers op Brent-olie zijn populair, zoals die met de ticker OILBP.

‘De meerderheid van de kleine beleggers heeft er geen idee van hoe zo’n tracker werkt’, waarschuwt Ben Johnson van Morningstar. ‘De meesten denken dat hun Exchange Traded Fund (ETF) gewoon de marktprijs volgt, maar dat is niet zo.’  

Een ETF moet bij het aflopen van de contracten die hij bezit, die doorrollen naar een volgende periode. In normale omstandigheden kan dat tegen een lage kostprijs, maar nu niet. De ETF investeert in futurescontracten, maar moet die op het einde van de looptijd kwijt kunnen om de opbrengst te herinvesteren in nieuwe futures. Dat kost meerdere procenten rendement, wat veel beleggers niet beseffen.

Geen nieuwe mandjes meer

De koersen van de trackers dreigen nog verder af te wijken van de reële prijzen. United Stated Commodity Funds, het bedrijf achter de USO-tracker, besliste dat geen nieuwe oliemandjes meer uitgeven mogen worden. Dat maakt van de ETF een gesloten fonds, met nog grotere schommelingen tot gevolg. USO houdt liefst 27 procent van alle futurescontracten op Amerikaanse ruwe olie aan. ‘Significante verschillen met de reële prijzen kunnen ontstaan’, meldde USCF deze week aan de beurstoezichthouder.

De uitstaande 'long'-contracten zijn een recept voor een financiële ramp nu je je maximale verlies niet meer kan becijferen.
Pierre Andurand
Eigenaar oliehefboomfonds

‘Een prijs van minus 100 dollar per vat is geen gek idee meer. Dit is ongezien en een aartsgevaarlijke markt om in te beleggen’, waarschuwt Pierre Andurand, eigenaar van een oliehefboomfonds. ‘We hebben geen andere keuze dan onze 'long'-posities (die inspelen op hogere prijzen, red.) te sluiten. Ik denk dat de beursuitbater CME dat voor alle 'long'-contracten zal doen, want die zijn een recept voor een financiële ramp nu je je maximale verlies niet meer kan becijferen.’

Meerdere spelers trekken zich daarom terug. Barclays sloot de handel in een van zijn olietrackers en wikkelde alle posities meteen af. Samsung Asset Management dumpte alle contracten voor levering in juni en waarschuwde zijn oliebeleggers dat ze alles zouden kunnen verliezen. Het herinnert aan de financiële crisis, toen fondsen met producten op hypotheekobligaties plots dichtgingen en werden afgewikkeld.

‘De kleine belegger heeft in deze markt niets te zoeken. Hij heeft geen idee van de slachtpartij die hem wacht’, zei Robert Yawger, de directeur van de futurestak bij Mizuho Securities, aan The Wall Street Journal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud