Pandemie-obligatie Wereldbank keldert

Een medewerker van een ziekenhuis in Zuid-Korea geeft instructies aan een patiënt.

De koers van een pandemie-obligatie van de Wereldbank is fors gedaald omdat beleggers vrezen dat ze hun geld niet zullen terugzien.

De Wereldbank heeft in juni 2017 twee driejarige pandemieobligaties uitgegeven. Die zal bij een pandemie van het coronavirus of een andere besmettelijke ziekte een deel van de opbrengst gebruiken om de getroffen landen financieel te steunen. In dat geval krijgen beleggers slechts een deel van het geïnvesteerde kapitaal terug.

De meest risicovolle pandemieobligatie van 95 miljoen dollar steunt landen als de epidemie minstens twee landen treft, in het land van oorsprong minstens 250 mensen sterven en in het tweede land minstens 20 mensen overlijden. In China zijn al meer dan 2.600 mensen overleden. Het land met het meeste coronadoden buiten China is Iran. Daar zijn 15 mensen gestorven.

225 miljoen dollar

De koers van die obligatie is volgens de zakenkrant Financial Times gedaald naar 57 procent van de nominale waarde. De krant verwijst naar de gemiddelde koers bij vier handelaars. De coupon van die obligaties is gelijk aan de Londense interbankenrente op zes maanden (nu 1,7 procent) plus 11,1 procent.

Maar de lage koers van de obligaties geeft aan dat beleggers vrezen dat ze geen rente zullen ontvangen en een deel van het geïnvesteerde kapitaal niet zullen terugzien. Onder meer de vermogensbeheerders Amundi, Baillie Gifford en Stone Ridge Asset Management hebben die obligatie gekocht.

De tweede, veiliger, pandemie-obligatie - waarvoor het virus zich meer moet verspreiden - van 225 miljoen dollar heeft een coupon die gelijk is aan de Libor-rente op zes maanden plus 6,5 procent. De koers van die obligatie blijft schommelen rond de nominale waarde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud