Peking trekt miljarden uit om beurscrash te stoppen

Miljoenen Chinese beursrookies worden opgeschrikt door een zee van groene koersen. Dalende koersen kleuren in Azië groen. ©REUTERS

Een communistische regering die een miljardenfonds opzet om de aandelenmarkt te steunen, mét actieve steun van de centrale bank. Dit moet wel China zijn.

De beurscrash op de Chinese aandelenmarkten is ook de communistische beleidsmakers niet ontgaan. Volgens de Chinese effectenwaakhond roepen 21 beursmakelaars een 'stabilisatiefonds' van 120 miljard yuan (17,4 miljard euro) in het leven. Daar blijft het niet bij: ook de Chinese centrale bank is van plan het fonds te spekken, om zo mee de aandelencrash te helpen counteren.

In een poging om de markt te stabiliseren, zullen er voorlopig ook geen nieuwe beursintroducties plaatsvinden in China. Op de beurs van Shanghai gaat het om tien bedrijven, op die van Shenzhen om achttien ondernemingen. Het is niet duidelijk hoe lang de beursintroducties in de koelkast worden geplaatst. Beleggers die intekenden op de betrokken IPO's zouden hun centen volgende week terugkrijgen.

De maatregelen komen er op een ogenblik dat de Chinese aandelenmarkten in vrije val zijn: de beurs van Shanghai is sinds midden juni een kwart van haar waarde kwijtgespeeld. Eerdere steunmaatregelen van Peking, renteverlagingen en minder strikte regels om met geleend geld op de beurs te speculeren, haalden weinig uit.

Een leger speculanten

Het oogt op het eerste gezicht vreemd dat een communistische regering zich zo hard een aandelencrash aantrekt, maar dat is het niet. Veel meer dan in andere landen is de aandelenmarkt in China een 'volkssport': bij de speculatieve hausse dit voorjaar zwol het leger kleine Chinese beleggers wekelijks met zo'n anderhalf miljoen aan. Chinezen hebben nu collectief 216 miljoen effectenrekeningen om op de beurzen van Shanghai en Shenzhen te handelen, leren de jongste statistieken.

Terwijl op Wall Street en in Europa kleine beleggers marginale spelers zijn, maken kleine beleggers in China volgens ramingen zo'n vier vijfde van de handel uit. Chinezen keren zich, nu de huizenprijzen aan het zakken zijn, af van de vastgoedmarkt en zoeken andere oorden voor hun spaargeld.

En dan zijn er door de onderontwikkelde lokale spaarmarkt eigenlijk maar twee alternatieven: een spaarboekje, waar spaarders door de steeds lagere rente steeds minder op verdienen, of aandelen, die potentieel tientallen procenten op een maand opleveren. Dat laatste geldt helaas ook in omgekeerde richting, stellen miljoenen beleggende rookies nu vast. Logisch dat Peking grote moeite doet om miljoenen spaarders/speculanten voor erger te behoeden.

Feestje

De oprichting van het noodfonds en het tijdelijk blokkeren van de IPO-markt deden de beurs van Shanghai maandag 7,8 procent hoger openen. De grootste sprong tijdens beurstijd sinds 2008.

Het feestje was echter van korte duur. De winst van de Shanghai Composite Index verzwakte in schokjes en was in de vroege namiddag helemaal verdwenen. Het verlies was vooral te wijten aan de ‘small caps’.

Specialisten betwijfelen of de ingreep van de beursmakelaars genoeg impact zal hebben om het tij te keren. Het fonds mag dan 120 miljard yuan groot zijn, de dagelijkse handel op de Chinese beurzen benadert intussen 2.000 miljard yen. Het gevaar bestaat bovendien dat het extra geld vooral naar de ‘blue-chip’-aandelen gaat, omdat beleggers meer vertrouwen hebben in die grote bedrijven, en dat de koersen van ‘small caps’ en technologiewaarden gewoon verder zakken.

Tegen sluitingstijd wist de beurs van Shanghai in ieder geval nog wat winst te verzamelen: de Shanghai Composite Index eindigde 2,4 procent in de plus. De beurs van Shenzhen daarentegen, waar kleinere bedrijven noteren, zakte 2,7 procent.

©Bloomberg

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud