Prijzenoorlog en corona doen oliemarkt crashen

Een olie-installatie van Aramco in Saoedi-Arabië. ©Bloomberg

Een regelrechte prijzenoorlog in combinatie met een vraagkrimp bezorgde de olieprijs maandag de grootste klap in 30 jaar. ‘Mogelijk herstelt de olieprijs hier nooit meer van.’

Een ongeluk komt nooit alleen. Net op het moment dat het coronavirus de wereldeconomie onderuit dreigt te halen en zo de vraag naar olie doet terugvallen - het Internationaal Energieagentschap voorspelt voor dit jaar de eerste vraagkrimp sinds 2009 - beslisten ruziënde olielanden hoog spel te spelen en de markt te overspoelen met goedkope olie. 

Gevolg: een groot onevenwicht op de oliemarkt en een prijs die maandag op een bepaald moment ruim 30 procent kelderde tot 31 dollar per vat Brent-olie. Het is geleden van de Golfoorlog begin jaren 90 dat de olieprijs nog eens zo fors terugviel in één dag. De prijsimplosie versterkte de coronapaniek op de beurzen, waar oliebedrijven maandag bij de grootste verliezers behoorden.

Vanwaar komt de prijzenoorlog?

De Russen die de Amerikanen een lesje willen leren en de Saoedi’s die op hun beurt de Russen op hun plaats willen zetten. Dat is samengevat het geopolitieke pokerspel achter de prijzenslag op de oliemarkt. Saoedi-Arabië loste het eerste schot nadat het als leider van het OPEC-kartel Rusland niet had kunnen overtuigen van een extra productieknip. Die was volgens de Saoedi’s nodig om de coronamalaise op te vangen, maar Rusland weigerde in te gaan op het dwingende verzoek. Saoedi-Arabië besliste daarop afgelopen weekend zijn olie met een fikse korting te verkopen én vanaf april de productiekraan volledig open te draaien. Het doet daarmee de Russische overheid pijn, die sterk afhankelijk is van olie-inkomsten en een olieprijs van 40 dollar nodig heeft voor haar begroting.

Rusland had zijn eigen reden om het been stijf te houden. Sinds 2016 zet het samen met OPEC een rem op de productie om de prijs te stutten, maar het zijn de Amerikaanse schalieolieproducenten die ervan profiteerden door zelf meer op te pompen. De Russen willen zichzelf niet langer ketenen en de vrije markt laten spelen in een poging de schalieoliesector – die enorme schulden torst en hogere productiekosten kent – uit te schakelen. ‘Rusland kan de VS zo een hak zetten als vergelding voor de Amerikaanse sancties tegen de Russische oliesector’, zegt UGent-professor Thijs Van de Graaf, een expert in energiebeleid.

Is dit een perfecte storm voor de oliemarkt?

De pijnlijke combinatie van een dalende vraag en een aanbodexplosie doet Van de Graaf denken aan de jaren 80. ‘Ook toen probeerde Saoedi-Arabië het tij op de oliemarkt te keren via productieafspraken, maar de andere OPEC-leden hielden zich er niet aan. Om hen te straffen draaiden de Saoedi’s de oliekraan helemaal open, wat de olieprijs in elkaar deed stuiken en 15 jaar lang op een laag niveau zou houden. Als we daarvan een heruitgave krijgen, wacht een lange periode met lage prijzen. Het kan zelfs zijn dat de olieprijs nooit meer herstelt, want intussen heb je ook een structurele daling van de olievraag als gevolg van de overstap naar hernieuwbare energie’, aldus Van de Graaf.

Hans van Cleef, energie-econoom van ABN AMRO, sluit niet uit dat de olieprijs nog verder terugvalt naar 27 dollar, de dip uit 2016 in de nasleep van de prijzenoorlog die sinds 2014  uitgevochten werd. ‘Maar dat zou slechts een tijdelijke dip zijn. Wij voorspellen een olieprijs van 40 dollar voor het eerste en het tweede kwartaal en daarna een herstel richting 50 dollar.’ Mogelijk schiet de OPEC, al dan niet met Rusland, alsnog in actie, stelt Van Cleef. Ook de Saoedi's moeten aan hun begroting denken.

Een herstel van OPEC+, het kartel mét Rusland, ligt volgens Van de Graaf echter niet voor de hand. 'Er zijn wonden geslagen. Dit zal tijd vergen. Bovendien is de chemie tussen de nieuwe Saoedische minister van Olie en zijn Russische collega minder goed.'

Hoe kwetsbaar is schalieolie?

'Je leest al vijf jaar dat de Amerikaanse schalieoliesector een zeepbel is die op barsten staat, maar de productie bleef maar groeien’, zegt Van de Graaf. Het verschil is dat Wall Street vandaag minder geneigd is de ogen te sluiten voor de enorme schuldenberg en het gebrek aan winstgevendheid van de sector. Het geduld raakt op, net nu de lage olieprijs de schuldenlast onhoudbaar dreigt te maken, met faillissementen en een mogelijke kredietcrisis als gevolg. 

Hoe reageren bedrijven?

Olieproducenten kregen maandag een pandoering op de beurs. De Europese oliesector verloor liefst 16,8 procent beurswaarde, met verliezen van 17,5 procent voor Shell en 16,6 procent voor Total.

De meeste bedrijven zijn gebaat bij een lagere olieprijs omdat die hun energie- en grondstoffenkosten drukt. Sectoren als de chemie, het transport en de luchtvaart winnen daar het meest bij. Toch gelden enkele kanttekeningen. De eerste is dat heel wat bedrijven werken met indekkingscontracten (hedging) om prijsschommelingen uit te vlakken, waardoor ze niet (meteen) een effect zien. ‘De kerosineprijs is al fors gedaald, maar wij voelen daar op korte termijn niets van’, zegt woordvoerster Kim Daenen van de luchtvaartmaatschappij Brussels Airlines, waar brandstof 30 procent van de kosten uitmaakt. 

Daarnaast is de oliegevoeligheid van veel bedrijven de voorbije jaren afgenomen door investeringen in energiezuinigheid. ‘Diesel is goed voor zowat 10 procent van onze kosten’, zegt Paul Cremers, de zaakvoerder van het Lommelse busbedrijf Stef Cars. ‘Als de olieprijs met ruim 10 procent zakt, vermindert dat onze kosten dus met maar 1 procent.’ 

Bedrijven die veel exporteren naar olieproducerende landen dreigen wel klappen te krijgen omdat de olie-inkomsten van die landen zullen afnemen. Een voorbeeld is de Waalse beursgenoteerde groep Hamon, die schoorstenen levert aan Arabische landen. Het aandeel verloor maandag 16 procent. Solvay ging 9 procent lager. De chemiegroep levert via haar afdeling Novecare chemicaliën voor het oppompen van schalieolie en -gas.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud