Advertentie

Speuren naar zeepbellen op de financiële markten

©Serge Baeken

Steeds meer centraal bankiers waarschuwen voor het euforische gedrag van beleggers. Kunnen we spreken van een zeepbel en hoe groot is het risico van een crash?

Verscheidene bewindslui hebben de jongste dagen en weken gewaarschuwd voor overdreven optimisme van beleggers. Richard Fisher, bestuurder van de Amerikaanse centrale bank, stemde woensdag tegen de beslissing om het nulrentebeleid nog geruime tijd voort te zetten. Hij verwees naar ‘excessen op de financiële markten’.

Claudio Borio, hoofdeconoom van de Bank voor Internationale Betalingen, beklemtoonde vorig weekend dat beleggers te veel risico’s nemen. Raghuram Rajan, topeconoom en gouverneur van de Indiase centrale bank, waarschuwde vorige maand dat de wereldeconomie zich weer in de jaren 30 bevindt omdat elke centrale bank probeert een nog soepeler beleid te voeren dan andere centrale banken.

De boodschap is steeds dezelfde. De Amerikaanse, Europese en Japanse centrale banken verlaagden de kortetermijnrente tot nagenoeg nul procent en drukken de langetermijnrente door schuldpapier op te kopen. Daarom gaan beleggers op zoek naar hogere rendementen en investeren ze meer in risicovolle activa, zoals aandelen en obligaties met een lage rating. Het gevolg is dat verscheidene financiële activa erg duur zijn in vergelijking met de intrinsieke waarde.

Zeepbellen ontstaan als niemand schrik heeft. Onze klanten maken zich nog zorgen.
guy lerminiaux
Hoofd aandelenbeheer Petercam

Belgische analisten geven toe dat sommige markten overgewaardeerd of zelfs fors overgewaardeerd zijn. Maar het valt op dat niemand het woord zeepbel gebruikt. ‘Dat ligt nogal gevoelig’, signaleert een specialist. ‘Het is niet eenvoudig om te bepalen wat een zeepbel is en wat niet’, zeggen anderen. De voormalige Fed-voorzitter Alan Greenspan zei ooit dat je maar met zekerheid over een zeepbel kunt spreken nadat ze is uiteengespat.

Welke markten zijn overgewaardeerd? ‘De Londense vastgoedmarkt’, zeggen marktstrateeg Philippe Gijsels van BNP Paribas Fortis en KBC-econoom Koen De Leus. Maar Gijsels merkt op: ‘Er zijn fundamentele redenen waarom Londens vastgoed zo duur is. Iedereen wil daar een woning. Denk bijvoorbeeld aan rijke Russen.’

De Europese aandelen zijn niet te duur. In historisch opzicht zijn ze net aantrekkelijk gewaardeerd. Dat zegt Michael Barakos, chief investment officer voor Europese aandelen van JP Morgan Asset Management, een van de grootste fondenbeheerders ter wereld. ‘Het klopt dat de Europese beurzen met een winst van ruim 150 procent sinds 2009 zeer sterk hebben gepresteerd. Sommigen kunnen hoogtevrees krijgen, maar het zeepbelverhaal is een mythe. Je mag niet vergeten dat aandelen toen, na een van de ergste crisissen ooit, extreem goedkoop waren.’

‘De beste manier om aandelen te waarderen is nog steeds de koers-winstverhouding. De MSCI Europe-index noteert tegen zowat 16 keer zijn winst, Dat is minder dan het historisch gemiddelde van 18. Bovendien merken we dat de Europese bedrijven meer beginnen te investeren, wat voor extra groei kan zorgen. En ze profteren van de daling van de euro. De eenheidsmunt vormt sinds kort geen tegen- maar een meewind.’

Ook verscheidene segmenten van de obligatiemarkten zijn overgewaardeerd. Koen Van de Maele verwijst naar Amerikaanse staatsobligaties, staatsobligaties van de kernlanden van de eurozone en rommelobligaties.

Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België, zit op dezelfde golflengte. ‘Je kan zeggen dat de markt van de staatsobligaties fors is opgeblazen.’ Maar hij voegt er meteen aan toe: ‘Ik volg een beetje de redenering van de voormalige Amerikaanse minister van Financiën Lawrence Summers die spreekt over seculiere (langdurige) stagnatie. De evenwichtsrente is sterk gedaald en zeer laag.’

Vanden Houte onderstreept dat de koersen en rentes op de Europese obligatiemarkten niet noodzakelijk sterk afwijken van de fundamenten. ‘De Europese obligatiemarkt past zich aan aan het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) die zegt dat ze nog jaren een nulrentebeleid zal voeren.’

Gijsels noemt de Amerikaanse obligatiemarkt erg duur. ‘De Amerikaanse tienjaarsrente zou normaal zowat 4 procent moeten bedragen als je uitgaat van 2,5 procent economische groei en 1,5 procent inflatie. Die rente bedraagt nu slechts 2,6 procent. Is dat een bubbel? Dat is moeilijk te zeggen. De langetermijnrente is zo laag omdat de centrale banken dat willen.’

De aandelenmarkt is in het algemeen minder overgewaardeerd dan de obligatiemarkt. Toch zijn bepaalde beurzen duur. Pascal Cornelis van de vermogensbeheerder Value Square wijst naar de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq. ‘De aandelen op Nasdaq noteren tegen vier keer de boekwaarde. Dat is dubbel zoveel als het wereldgemiddelde.’

De Leus merkt op dat de verhouding tussen de beurswaarde van Amerikaanse aandelen en hun onderliggende activawaarde is gestegen naar het hoogste peil sinds eind 2000. ‘Die hoge Q-ratio kan op twee manieren worden geïnterpreteerd. Ze wijst op een nakende investeringsgolf van de bedrijven of er vormt zich langzaam een zeepbel. Maar obligaties zijn nog veel duurder dan aandelen.’

Ook Guy Lerminiaux, hoofd aandelenbeheer van het beurshuis Petercam, ziet enkele ‘gevaarlijke’ sectoren op de aandelenmarkt. ‘Ik denk aan nutsbedrijven met een hoog dividendrendement in de VS, beursgenoteerd vastgoed bij ons en sommige internet- en biotechaandelen.’

Kansen op een crash

Hoe groot is de kans dat we aan de vooravond van een crash staan? ‘Klein’, klinkt het eensluidend. ‘Beleggers zijn zich meer bewust van de risico’s en dus voorzichtiger’, zegt Gijsels. Maar hij en Van den Houte stippen aan dat je een crash nooit kunt uitsluiten.

Lerminiaux is optimistisch. ‘Ik verwacht geen forse correctie. De centrale banken hebben de toestand onder controle en zullen indien nodig tegengas geven. Zeepbellen ontstaan als niemand schrik heeft. Onze klanten maken zich nog zorgen.’

‘Het is juist dat het soepel monetair beleid van de centrale banken de financiële markten omhoog duwt. Maar dat is ook gedeeltelijk de bedoeling’, zegt Gert Peersman, professor aan de Universiteit Gent en voormalig medewerker van de Britse centrale bank. ‘De centrale banken willen de financiering van de bedrijven goedkoper maken en via vermogenseffecten de consumptie van de gezinnen stimuleren.’

Peersman merkt op dat er geen alternatief is voor het erg soepel monetair beleid. ‘We nemen een berekend risico. Maar het alternatief, deflatie, is veel erger. We moeten wel waakzaam zijn.’

Het is volgens Peersman te vroeg om over bubbels te spreken. ‘De Europese beurzen staan nog steeds lager dan voor de crisis. Vastgoed stijgt in de VS en het Verenigd Koninkrijk, maar die stijging is niet overdreven. In de eurozone is vastgoed niet overgewaardeerd.’

En de obligatiemarkten? ‘De lage langetermijnrente is iets wat de centrale banken doelbewust nastreven. De langetermijnrente zal alleen stijgen als de inflatieverwachtingen toenemen. Op dit moment is er geen reden waarom de inflatieverwachtingen zouden stijgen. Het risico van een forse correctie van de markten is beperkt, maar niet onbestaande.

Wat zou de katalysator kunnen zijn van een zware correctie? Meerdere analisten noemen een sneller dan verwachte renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank (Fed). Ben Bernanke, de ex-voorzitter van de Fed, deed vorig jaar de obligatiemarkten en groeimarkten fors dalen toen hij suggereerde dat de Fed de aankoop van schuldpapier zou afbouwen.

De Fed herhaalde woensdag dat hij het nulrentebeleid nog ‘geruime tijd’ wil voortzetten nadat de aankoop van staatsobligaties en herverpakte hypotheken eind oktober wordt stopgezet. Voorzitster Janet Yellen wilde niet zeggen wat ‘geruime tijd’ betekent.

De Fed suggereerde echter ook dat hij volgend jaar vijf keer de rente met 25 basispunten wil verhogen. De bestuurders van de Fed willen de basisrente optrekken van 0 à 0,25 procent nu naar 1,25 à 1,5 procent eind 2015, 2,75 à 3 procent eind 2016 en 3,75 procent eind 2017.

Gijsels merkt ietwat verrassend op dat een krachtig economisch herstel een risico vormt voor de markten. ‘Een snelle verbetering van de wereldeconomie zou de inflatie doen stijgen en de angst voor renteverhogingen aanwakkeren. Van de Maele is meer bezorgd over tegenvallende groei en dreigende deflatie in Europa en Vanden Houte over een mogelijke afkoeling van de Chinese economie.

De Leus gelooft dat beleggers zich de komende één tot twee jaar weinig zorgen moeten maken. ‘Pas over een tweetal jaar zal het risico van inflatie toenemen. Dan stijgt de kans op een serieuze knal, vooral op de obligatiemarkten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud