interview

Ten strijde tegen de willekeur van de winst

Er is hoop voor de belegger die in het resultatenseizoen door de bomen van de adjusted ebitda’s het bos van de winst niet meer ziet. ’s Werelds boekhoudpaus IASB gaat eindelijk de lettersoep aanpakken. ‘De eerste boze brief is net binnen’, zegt voorzitter Hans Hoogervorst over die strijd.

Hans Hoogervorst. De kans is gering dat de naam bij u een belletje doet rinkelen. Nochtans: als belegger krijgt u bijna dagelijks met de minzame Nederlander te maken. Meer dan met ECB-voorzitter Christine Lagarde, de opvolgster van de beleggersheld Mario Draghi. Meer dan met Blackrock-CEO Larry Fink, die als ‘man van 7.500 miljard’ soms bijna akelig goed de vinger aan de pols van de financiële markten houdt.

Hans Hoogervorst

> Nederlander, 63 jaar.

> Studeerde geschiedenis (Universiteit van Amsterdam) en internationale relaties (Johns Hopkins University).

> Lid van de Tweede Kamer voor de liberale VVD (1994-1998, 2002).

> Bekleedde functies in Nederlandse regeringen onder Wim Kok en Jan Peter Balkenende van 1998 tot 2007, onder meer op Financiën.

> Voorzitter van de Nederlandse financiële waakhond AMF (2007-2011).

> Voorzitter IASB (sinds 2011).

 

Toch zou u eigenlijk Hoogervorst een dankbriefje moeten sturen. Hij tekent als voorzitter van de International Accounting Standards Board (IASB) vanuit de bescheiden kantoren in Londen de IFRS-boekhoudstandaarden voor alle beursgenoteerde bedrijven in de Europese Unie uit. Ook voor het gros van de rest van de wereld, met de Verenigde Staten - waar de FASB met zijn eigen standaarden (US-GAAP) de plak zwaait - als grote uitzondering.

Dankbriefje? U zult vorig jaar waarschijnlijk vooral op de man gesakkerd hebben toen u in een resultatenrekening alweer op ‘de 16’ stootte. We hebben het niet over de Wetstraat, wel over de nieuwe boekhoudnorm IFRS 16, die sinds 2019 bedrijven verplicht beleggers transparantie te verschaffen over hun leaseschulden. Net zoals Hoogervorsts voorganger sir David Tweedie bedrijven verplichtte hun pensioenschulden op de balans te zetten.

De ‘16’ heeft resultatenrekeningen op korte termijn niet vlotter leesbaar gemaakt, maar de belegger heeft er alle belang bij dat bedrijven transparant zijn over álles waar ze niet onderuit kunnen. Zoals Hoogervorst vorig jaar opmerkte: tot de ‘16’ er kwam, bleef wereldwijd zo’n 3.000 miljard aan leaseschulden buiten de balans en dus onder de waterlijn.

Nu staat de Nederlander voor een nog belangrijker project: de wildgroei aan ‘operationele’ winstdefinities een halt toeroepen. Beleggers raken tureluurs van vijftig vormen ebitda (zie links), de ‘winst vóór alle kosten’ ofte ‘earnings before I tricked the analyst’ die steeds een veelvoud zijn van de nettowinst die op de onderste streep aan de aandeelhouder toekomt.

Bij Telenet moet je onder meer 675 miljoen euro aan afschrijvingen en afboekingen, 118 miljoen aan belastingen, 332 miljoen aan financiële lasten, 13 miljoen voor verloning via aandelenopties en 0,7 miljoen aan reorganisatielasten in rekening brengen om van de 1,37 miljard euro ‘adjusted ebitda’ over het boekjaar 2019 naar de 250 miljoen nettowinst af te dalen. Dan beginnen we nog niet over de rebased adjusted ebitda waarmee de telecomoperator elk jaar de impact van overnames of verkopen ‘uitvlakt’.

De ‘16’ maakt de ebitda’s ook zo goed als onbruikbaar om sectorgenoten te vergelijken. Terwijl de adjusted ebitda’s van Telenet geen rekening houden met leasekosten - die vallen voortaan onder de financiële lasten en krikten over 2019 de ebitda met 42 miljoen op - houden de ebitda’s van sectorgenoten Orange Belgium en KPN er wel rekening mee. Bij de eerste heet die ‘EBITDAaL’, bij de tweede ‘adjusted ebitda after leases’. Volgt u nog?

Om beleggers door de bomen weer een bos te laten zien stelde de IASB vlak voor Kerstmis voor bedrijven te verplichten in de resultatenrekening een uniforme omschrijving van ‘operationele winst’ op te nemen (zie het ‘stroomschema’).

‘De eerste boze brief van de Europese bedrijvenlobby is al binnen’, lachte Hoogervorst, toen we hem even - de agenda van de man die 144 landen in ‘portefeuille’ heeft, blijkt aardig gevuld - in de marge van een Brusselse conferentie konden spreken.

Eindelijk een maatstaf voor operationele winst. Waarom nu pas?

Hans Hoogervorst: ‘Het eenvoudig antwoord is dat we jaren te druk bezig waren met de gaten in onze standaarden te vullen. Of beter: standaarden in te voeren in belangrijke domeinen, pensioenen en leases bijvoorbeeld, waar er nog geen waren. Dan zwijg ik nog over het monnikenwerk rond IFRS 9 en IFRS 17 (de notoir complexe boekhoudstandaarden voor respectievelijk financiële instrumenten en verzekeringsproducten, red.).’

Een betere vraag is misschien: waarom nu?

Hoogervorst: ‘Hét probleem is dat IFRS op dit ogenblik maar twee zaken definieert in de resultatenrekening: het bovenste lijntje, de omzet dus, en het onderste, het nettoresultaat. Een groot verschil met de Belgische of Nederlandse boekhoudnormen, die wel het operationeel en financieel resultaat netjes definiëren. Dat hebben we bij de IASB verwaarloosd.’

‘Doordat niets tussen de bovenste en de onderste lijn is vastgelegd, is het logisch dat bedrijven steeds meer van die vrijheid gebruiken om ‘een’ operationele winst te formuleren die hen zo goed mogelijk uitkomt. In de steekproef die we bij
100 ondernemingen in verschillende landen uitvoerden, telden we negen definities. Probeer als aandeelhouder maar eens twee bedrijven te vergelijken.’

Het concept ebitda vind ik sowieso twijfelachtig.
Hans Hoogervorst
Voorzitter IASB

‘Er is nog een reden en dat is misschien de belangrijkste: de ‘consumptie’ van financiële informatie verloopt steeds meer digitaal en geautomatiseerd. Hoeveel beleggers nemen nog een papieren jaarrekening vast om te beginnen graven? Veel grote beleggers laten de eerste analyse nu door de computer doen en pas in een tweede fase zoomen ze zelf op ‘outliers’ in. Omdat wij geen structuur bieden die zo’n massaconsumptie van data toelaat, komen veel dataleveranciers of beleggers ‘in huis’ met hun eigen definities. Het eindresultaat is opnieuw: geen onderlinge vergelijkbaarheid.’

Hoe moeilijk was het een ‘operationele winst’ te definiëren?

Hoogervorst: ‘Ik zal u misschien verrassen, maar eigenlijk geven we geen definitie. Hadden we geprobeerd een prachtige definitie te bedenken, dan zouden we nooit het eindpunt bereikt hebben. Die heilige graal is gewoon niet te vinden. We zeggen wel wat er niet bij is: als je van de omzet dit, dit en dit aftrekt, heb je de operationele winst. Een restcategorie dus, om het wat oneerbiedig te zeggen. Ik ben er vrij zeker van dat ons voorstel heel dicht in de buurt komt van wat de meeste bedrijven als hun eigenlijk operationeel resultaat zouden omschrijven.’

Wanneer zullen we het voorstel effectief in de resultatenrekeningen zien?

Hoogervorst: ‘We maken snel vorderingen. Het is te zeggen: naar de glaciale normen van boekhoudstandaarden (lacht). Dat wil zeggen dat je van de start tot de finish van het hele proces toch op zo’n vijf jaar mag rekenen. Dat is logisch. Wij kunnen niet zomaar vanuit Londen duizenden beursgenoteerde bedrijven en miljoenen beleggers onze wil opleggen. Het is belangrijk dat iedereen zijn zeg kan doen en bij dat proces ontdekken we altijd nog zaken waar we beter rekening mee moeten houden. Kortom: even geduld a.u.b. De vijf jaar zijn goed gevorderd, maar de invoering zal voor na mijn vaarwel aan deze organisatie zijn (Hoogervorst zwaait af in juli 2021, red.).’

Waarom ebitda niet gewoon verbieden of minstens definiëren?

Hoogervorst: ‘Omdat graadmeters die buiten de lijntjes van IFRS kleuren soms en voor bepaalde sectoren nuttige beleggersinformatie kunnen vormen. We creëren met onze voorstellen meer discipline en meer transparantie. Het management zal beter moeten uitleggen waarom het bepaalde alternatieve maatstaven relevant vindt. Ergens hopen we natuurlijk dat veel bedrijven zullen denken: ‘Kijk, die operationele winst die IFRS aangeeft, ligt dicht genoeg bij wat wij nu al doen, waarom die niet gewoon integraal overnemen? Dan moeten we niet meer continu uitleggen waarom we ervan afwijken.’

Ben je niet bereid transparantie te leveren, dan trek je beter niet naar de beurs.
Hans Hoogervorst
Voorzitter IASB

‘En waarom geen definitie voor ebitda? Ons voorstel voor operationele winst komt vrij dicht in de buurt van wat veel bedrijven hun ebit noemen, al is het niet exact. Maar ebitda is veel moeilijker. Daar is de discrepantie tussen wat de letters betekenen en hoe ze in de praktijk gebruikt worden zo groot dat niemand ons voorstel van een definitie zou gebruiken. Bovendien vind ik het concept ebitda sowieso twijfelachtig. Bij bedrijven die veel kapitaalinvesteringen doen en dus veel afschrijven, houdt het geen steek die afschrijvingen uit de winst te houden. Zoals Warren Buffett ooit zei: ‘een CEO die dat doet, mag ophoepelen.’’

Is dit het moeilijkste project sinds u in 2011 voorzitter van de IASB werd?

Hoogervorst: ‘Nee. Het allermoeilijkste is IFRS 17, de regeling voor verzekeringsproducten. Dat is erg complex werk van lange adem, maar ook erg noodzakelijk. Het is cruciaal die boekhouding aan te passen aan de veranderende tijden, niet in het minst de lage rente. Want van één zaak ben ik absoluut overtuigd: bad accounting means bad business.’

Snapt u de frustratie van kleinere beursgenoteerde ondernemingen die zonder leger boekhouders de vuistdikke IFRS-regels moeten opvolgen? 

Hoogervorst: ‘Ja. De IASB is zelf eigenlijk een kmo van 150 man en wij passen IFRS onverkort toe (lacht). Een eenvoudige onderneming heeft ook onder IFRS een eenvoudige boekhouding. Het probleem is dat ondernemen snel complex wordt. Zodra je een overname doet, bijvoorbeeld. De boekhouding weerspiegelt nu eenmaal die complexiteit.’

‘Ik denk dat bedrijven een keuze moeten maken. Bij een publiek bedrijf hoort transparantie. Ben je niet bereid die te leveren, dan trek je beter niet naar de beurs. En dan nog: veel bedrijven die niet op de beurs noteren maar in handen van private-equityspelers zijn, passen IFRS toe omdat het een grotere transparantie schept.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud