analyse

Voorspelt rentecurve nakende recessie in VS?

Een trader op Wall Street. ©REUTERS

De financiële markten zijn in de ban van de Amerikaanse rentecurve. Sinds 2007 is het verschil tussen de rente op de korte en de lange termijn niet meer zo klein geweest. Het signaal voor een nakende recessie, of is de glazen bol ditmaal vertroebeld?

Weinig economische indicatoren kunnen zo’n straf palmares voorleggen als de rentecurve. Alle negen recessies die de VS sinds 1955 kenden, werden voorafgegaan door een omgekeerde rentecurve. Slechts eenmaal - in de jaren 60 - volgde géén economische krimp (wel een groeivertraging) op het plaatje waarbij de lange rente lager ligt dan de korte rente.

Want de abstract klinkende ‘omgekeerde rentecurve’ is niet meer dan dat: een situatie waarbij de rente op overheidspapier op korte termijn - twee jaar bijvoorbeeld - uitzonderlijk hoger ligt dan die van papier op tien jaar. Op een grafiek met looptijden en rendementen ziet dat eruit als een lijn die naar beneden loopt, terwijl die lijn normaal gezien omhoog zou moeten lopen. Dat die normale wereld nu op zijn kop gezet dreigt te worden, leidt tot beroering bij beleggers én centraal bankiers.

©MEDIAFIN

Waarom duidt een omgekeerde rentecurve op onheil?

Beleggers verwachten typisch een hogere rente op lange termijn als vergoeding voor het hogere risico dat ze lopen door voor langere tijd hun geld uit te lenen. Maar het verschil tussen de rente op lange en korte termijn is al maandenlang aan het krimpen in de VS: die ‘spread’ tussen 10 en 1 jaar bedraagt intussen nog amper 0,56 procentpunt en zelfs 0,33 procentpunt tussen 10 en 2 jaar, zodat het nulpunt - waar de curve vlak is - in zicht komt.

0,56 procentpunt
Het verschil tussen de Amerikaanse rente op 10 jaar en 1 jaar is gekrompen tot 56 basispunten, het laagste niveau sinds 2007.

De aandrijver is het verstrakkende monetaire beleid: de Amerikaanse centrale bank (Fed) verhoogde dit jaar al tweemaal haar beleidsrente (korte termijn) en plant nog twee verhogingen dit jaar. In Europa staan we zover nog niet en is de curve dus minder vlak.

Dat een omgekeerde rentecurve een groeivertraging zou aankondigen, heeft te maken met de marktverwachtingen die in zo’n grafiek ingebakken zitten. Op het einde van een economische cyclus trekt de centrale bank typisch haar beleidsrente op om de inflatie de kop in te drukken. Die hogere rente doet de economie afkoelen, wat vaak in een recessie eindigt.

Een omgekeerde rentecurve weerspiegelt de marktovertuiging dat de centrale bank haar beleidsrente abnormaal hoog optrekt om het inflatierisico te bezweren, waarna standaard een groeivertraging volgt en de centrale bank de rente weer kan laten zakken. Dat laatste zit al vervat in de lagere lange rente, die niets anders is dan de verwachte evolutie van de korte rente. Beleggers voorspellen dus dat de centrale bank slechts tijdelijk - maar pijnlijk - de rente zal optrekken, met het bekende gevaar op een recessie. Omdat daarmee het inflatiegevaar verdwijnt, kan de lange rente - die gevoelig is voor inflatie - naar beneden.

Hoe belangrijk is deze indicator?

Op Wall Street is de omgekeerde rentecurve al weken een gespreksonderwerp, in die mate dat ook Fed-voorzitter Jerome Powell en ex-voorzitter Ben Bernanke er vorige week commentaar op moesten geven. Voor minstens één Fed-bestuurder is de vervlakkende curve alvast het signaal om even op de rem te gaan staan met de renteverhogingen.

De omgekeerde rentecurve is dan ook een gerespecteerde barometer voor economisch onheil, een status die ze vooral in de jaren 90 verwierf. Wat de curve echter niét goed weet te voorspellen, is de start van de recessie: die begon in het verleden zes maanden tot twee jaar na het moment waarop de curve omkeerde, leert studiewerk van het San Francisco-kantoor van de Fed (zie grafiek). Dat is een wel heel brede periode.

De omkering van de rentecurve is historisch gezien een goede indicator voor een economische terugval, maar deze keer misschien niet.
ben bernanke
ex-voorzitter federal reserve

Een omgekeerde rentecurve heeft trouwens een reële economische impact via de banksector, die op korte termijn ontleent en op lange termijn uitleent en dus verlies lijdt in zo’n klimaat. Als banken daardoor de kredietkraan dichtdraaien, vertraagt de groei.

William De Vijlder, hoofdeconoom van BNP Paribas, volgt aandachtig de rentecurve, maar wijst erop dat ze slechts een gedeeltelijke indicator is. ‘Het gaat louter om de financieringskosten van de overheid. Over de privésector zegt dit niets. Daarom kijk ik onder meer ook naar het renteverschil tussen risicovol bedrijfspapier en veilig overheidspapier. Die spread is de jongste tijd niet veranderd in de VS, wat erop wijst dat de financieringsvoorwaarden voor de privésector nog niet verkrappen.’

Is het deze keer anders?

Bernanke erkende vorige week dat de omgekeerde rentecurve in het verleden een goed signaal is gebleken voor recessies, maar ‘deze keer misschien niet’. Net als anderen wijst hij op de vertekening van de curve door de massale obligatie-aankopen door centrale banken, die daarmee de lange rente naar beneden duwen om de economie te stimuleren. Ook moeten banken sinds de financiële crisis meer in veilig papier investeren, wat de rente eveneens drukt.

De Vijlder gelooft dat beleggers sinds enkele maanden hun steentje bijdragen door wat staatspapier te kopen als diversificatie in hun volatieler geworden aandelenportefeuille. Volgens de hoofdeconoom valt niet te ontkennen dat de rentecurve structureel vlakker is geworden door het opkoopbeleid van centrale banken. ‘Daarom mogen we deze keer niet te snel concluderen dat onheil op komst is zodra de curve vlak is, omdat we sneller dat punt zullen bereiken, maar dan deels kunstmatig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content