Waarheen met opbrengst Leterme-bon?

Toenmalig premier Yves Leterme prees eind 2011 de staatsbon aan als een 'voordelige' belegging. ©IMAGEGLOBE

De laatste Leterme-bon bereikte afgelopen week zijn vervaldag. Zijn er nog beleggingsproducten met een even hoog rendement die koopwaardig zijn?

‘Het is voor de spaarder een heel mooi aanbod om spaargeld te beleggen tegen voordelige voorwaarden.’ Met die woorden maakte de toenmalige premier Yves Leterme (CD&V) op 24 november 2011 in de Kamer reclame voor de uitgifte van staatsbons door de schatkist.

De verkoop van die staatsbons werd een enorm succes. Particuliere beleggers kochten voor een recordbedrag van 5,7 miljard euro overheidspapier met looptijden van drie, vijf en acht jaar. Vooral de Leterme-bon op vijf jaar verleidde veel spaarders.

De schatkist moest een hoge rente bieden omdat twee problemen het vertrouwen van beleggers in België hadden ondermijnd. De eurocrisis deed de rente op staatsobligaties fors stijgen in de landen met een hoge overheidsschuld. Griekenland, Ierland en Portugal waren de grootste slachtoffers en hadden financiële hulp nodig. Maar het vizier werd ook gericht op Italië, Spanje en uiteindelijk België.

Speculanten richtten hun pijlen op België omdat ons land al meer dan 500 dagen geen volwaardige federale regering had. De Belgische tienjaarsrente bereikte op 25 november 2011 een piek van bijna 6 procent en de kredietbeoordelaar Standard & Poor’s verlaagde diezelfde dag de kredietrating van België. Onder druk van de forse rentestijging op de obligatiemarkt bereikten de drie traditionele politieke families enkele dagen later een akkoord over het programma van een nieuwe regering.

Het valt op dat de huidige politieke impasse voorlopig niet leidt tot een rentestijging. De belangrijkste reden is dat de centrale banken van de eurozone met het aankopen van staatsobligaties de langetermijnrente drukken. Voorts is het begrotingstekort sinds 2011 gehalveerd.

Woensdag kregen de beleggers in de laatste van de drie staatsbons die eind 2011 zijn uitgegeven, hun geld terug. De achtjarige staatsbon met een brutocoupon van 4,2 procent haalde 304,5 miljoen euro op. Maar aangezien veel beleggers sindsdien hun staatsbon met winst hebben verkocht, is het uitstaande bedrag gedaald naar 142 miljoen. Wie die de staatsbon heeft bijgehouden tot de vervaldag, boekte een nettorendement van 3,57 procent per jaar, omdat de roerende voorheffing op de Leterme-bons slechts 15 procent bedroeg.

Wie de opbrengst van de vervallen staatsbon wil investeren in een gelijkaardig product moet vrede nemen met veel lagere rendementen. Een Belgische staatsobligatie met een restlooptijd van acht jaar heeft een rendement dat lager is dan nul. Een termijnrekening brengt meer op. Het nettorendement bedraagt volgens de site spaargids.be maximaal 1,8 procent.

Obligaties van groeimarkten zijn de enige met een aantrekkelijk rendement in verhouding tot het risico.
Steven Vandepitte
strateeg ING

Zijn er beleggingsproducten die wel nog een rendement van 3,5 procent netto of 5 procent bruto opleveren? Ja, maar die hebben een hoger risicoprofiel dan staatsbons. ‘De wereld is veranderd sinds 2011’, beklemtoont Philippe Gijsels, de hoofdstrateeg van BNP Paribas Fortis. Hij verwijst naar de forse rentedaling.

Alleen obligaties van groeimarkten en obligaties van ondernemingen met een rommelrating bieden nog een nettorendement van minstens 3,5 procent. ‘Aangezien we ons in het laatste deel van de conjunctuurcyclus bevinden, zijn we voorzichtig tegenover high-yieldobligaties’, zegt Steven Vandepitte, beleggingsstrateeg van ING. High-yield- of rommelobligaties zijn obligaties met een hoog rendement omdat ze worden uitgegeven door bedrijven of landen met een lage kredietwaardigheid. Vandepitte: ‘Het aantal wanbetalingen zal wellicht stijgen bij een vertraging van de economische groei.’

Gijsels heeft iets meer sympathie voor rommelobligaties. ‘We zijn relatief optimistisch over de economische vooruitzichten en gematigd positief over high-yieldobligaties. Maar we verkiezen aandelen.’

Beide specialisten zeggen dat beleggers een deel van hun portefeuille mogen investeren in obligaties van groeimarkten. Dat zijn volgens Vandepitte de enige obligaties met een aantrekkelijk rendement in verhouding tot het risico. ‘Wij investeren zowel in dollarobligaties als obligaties in lokale munt van groeimarkten. We spreiden onze beleggingen en focussen dus niet op een beperkt aantal landen.’ Tienjarige staatsobligaties in lokale munt van Brazilië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije bieden een nettorendement van minstens 3,5 procent.

Ook tienjarige dollarobligaties van de Turkse overheid bieden zo’n rendement. Een dergelijke obligatie is gedeeltelijk een gok op de dollar, signaleert Vandepitte. Hij merkt op dat de dollar relatief duur is. Analisten zien de dollar dalen in 2020.

Op de aandelenmarkten hebben vastgoedaandelen een hoog dividendrendement. In België hebben Ascencio, Befimmo, Intervest, Vastned Retail Belgium, Warehouses Estates en Wereldhave Belgium een verwacht nettodividendrendement van minstens 3,5 procent, zegt het beursblad De Belegger.

‘We blijven pro vastgoed’, zegt Gijsels. ‘Maar we zijn wat selectiever geworden omdat sommige vastgoedaandelen zwaar boven hun boekwaarde noteren.’ WDP, Montea, Aedifica, Care Property en Xior noteren volgens De Belegger minstens 50 procent boven hun boekwaarde.

Ook nutsbedrijven betalen vaak een royaal dividend. ‘Bij telecombedrijven en andere nutsbedrijven valt nog wat te rapen’, zegt Gijsels. In België bieden Proximus en Telenet een nettodividendrendement van minstens 3,5 procent. Beleggers die overwegen aandelen met een hoog dividendrendement te kopen, moeten zich wel de vraag stellen of het dividend duurzaam is en hoe groot het risico is dat de beurskoers daalt. Aandelen met een hoog dividendrendement zijn kwetsbaar bij een rentestijging. Economen verwachten dat de lange rente in 2020 lichtjes stijgt.

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud